Ceo Tom van Aken van Avantium heeft veelbewogen dagen achter de rug als we hem spreken. Het is donderdag 20 augustus, een dag nadat het beursgenoteerde bioplasticbedrijf de halfjaarcijfers over 2026 heeft bekendgemaakt – samen met het nieuws dat Avantium nieuw kapitaal zoekt.
Het bedrijf wil in de tweede helft van 2026 minimaal 55 miljoen euro ophalen met een nieuwe aandelenuitgifte, de tweede in ongeveer een jaar tijd. Beleggers waren not amused: Avantium verloor die woensdag bijna een vijfde van zijn beurswaarde.
Is Van Aken daarvan geschrokken? ‘Schrikken is niet het goede woord’, zegt hij. ‘Ik was me ervan bewust wat we gingen aankondigen en wat dat zou betekenen voor investeerders en voor het aandeel. Een nieuwe aandelenemissie betekent verwatering – en dat gaan mensen inprijzen. Ik begrijp de teleurstelling die dat bij aandeelhouders veroorzaakt, dat gaat me echt aan het hart. Het was dus niet de gemakkelijkste dag.’
Geen petflessen, maar pefflessen
Schrikken doet de 55-jarige Van Aken sowieso niet zo snel meer na ruim twintig jaar aan het roer van Avantium, het bedrijf waar hij in 2002 begon. Hij studeerde scheikunde en economie in Utrecht en begon zijn carrière bij DSM, waar hij opklom tot directeur business development. Een mooi bedrijf, maar ook erg corporate, erg veilig.
De startupwereld, zag Van Aken toen hij voor DSM naar de Verenigde Staten werd gestuurd, was veel spannender. Daar moest hij zijn.
In Nederland was Avantium zo’n startup. Het bedrijf begon in 2000 als spin-off van Shell en ging zich vijf jaar later richten op een technologie waarmee plantaardige suikers uit bijvoorbeeld maïs of tarwe kunnen worden omgezet in furandicarbonzuur (FDCA). Dat is de belangrijkste bouwsteen voor het product waarmee Avantium de markt op wil: polyethyleenfuranoaat (pef), een bioplastic met de merknaam Releaf.
Avantium wil daarmee een duurzamer alternatief bieden voor traditionele pet-verpakkingen, maar ook voor materialen als aluminium en glas. Uit een levenscyclusanalyse van het Nova‑Institut, een onafhankelijk onderzoeksbureau, blijkt dat de pef-flessen van het bedrijf tot 88 procent minder CO2 uitstoten dan een petfles op basis van aardolie.
Van Aken, trots: ‘Als flessen van ons materiaal straks bij de Albert Heijn liggen, een van onze toekomstige afnemers, heb ik dat hele proces vanaf het begin meegemaakt. Van het allereerste experiment met een zakje suiker in de bedrijfskantine, tot het moment dat het als commercieel product op de schappen ligt.’

Credit: Avantium
Weinig referentiepunten
Als ceo heeft Van Aken al zo’n beetje alles gezien en meegemaakt: een bij de eerste poging mislukte (2007) en bij de tweede poging geslaagde beursgang (2017), de bouw van een proeffabriek in Geleen en een commerciële fabriek in Delfzijl. Die werd in het najaar van 2024 officieel door koningin Máxima geopend.
Het was een euforisch moment, maar de feestelijke stemming duurde niet lang. De opstartfase viel tegen, vertelt hij. ‘Het bouwen en operationeel krijgen van wat wij een first-of-a-kind-fabriek noemen, de eerste in zijn soort, is extreem complex. Er hoeft maar één pomp te weigeren of één meetapparaat een verkeerde waarde aan te geven, en je kunt niet verder.’
Heeft hij zich daarop verkeken? ‘Ik begrijp dat daar kritiek op is, maar bij dit soort fabrieken is het heel moeilijk om vooraf een precieze inschatting te maken van de tijdlijn. Je weet niet wat je tegen gaat komen en hoeveel tijd je nodig hebt om mechanische mankementen op te lossen. Er zijn weinig referentiepunten.’
Om de opstartfase te overbruggen was extra geld nodig, want ondertussen liepen de kosten door. Het bedrijf kondigde in maart 2025 aan dat het 40 miljoen euro wilde ophalen met een aandelenuitgifte, maar werd in de wielen gereden door de chaos die de Amerikaanse president Donald Trump met zijn importheffingen veroorzaakte. De aandelenmarkt ging op slot, terwijl het bedrijf nog maar voor een paar maanden geld in de kas had, schreef NRC in een analyse.
Na zes zenuwslopende maanden kwam er in september van dat jaar een oplossing: een aandelenemissie waarbij bijna 85 miljoen aan kapitaal werd opgehaald, waarvan 15 miljoen bij de Nederlandse overheid.
Zes tot twaalf maanden vertraging
Bij dat pakket hoorde ook een financiering van 20 miljoen euro onder het regionale investeringsprogramma Nij Begun. Het bedrijf had erop ‘geanticipeerd’ dat dat geld vorig jaar al zou binnenkomen, maar ruim een jaar later is deze financiering nu gekoppeld aan het slagen van de nieuwe aandelenemissie.
Dan was er nog een tegenslag: vorige zomer werd óók ontdekt dat er een probleem was met de lasnaden van de titaniumbuizen waar heet azijnzuur en broom doorheen gaan, stoffen die worden gebruikt bij de productie van FDCA. Het laatste wat je wilt, is dat die gaan lekken. De lassen werden vervangen – een operatie die in april 2026 werd afgerond, een extra kostenpost van ongeveer 7 miljoen euro en maanden vertraging opleverde.
Vorig jaar september rekende Avantium er nog op dat de commerciële productie begin 2026 zou starten. ‘Ten opzichte van die tijdlijn hebben we zes tot twaalf maanden vertraging’, zegt Van Aken nu. ‘Dat heeft vooral impact aan de inkomstenkant. We hadden voor deze periode inkomsten begroot die nog niet binnenkomen.’
Goed gevulde pijplijn
Dus moet het bedrijf opnieuw met de spreekwoordelijke pet rond. Ziet Van Aken, na wat hij in NRC het ‘zwaarste jaar uit zijn carrière noemde’, dat nog wel zitten? ‘Absoluut’, zegt hij. ‘We zijn nu dichter bij de eindstreep, dus er zijn minder risico’s dan een jaar geleden.’ Natuurlijk wordt hij af en toe ‘stapelgek’ van de zoveelste pomp die niet werkt, de zoveelste softwareupdate die nodig is. ‘Maar met elk opgelost probleem komen we dichterbij en is de kans groter dat de fabriek succesvol kan draaien.’
Eind dit jaar moeten de eerste commerciële leveringen volgens Van Aken starten, en naar verwachting draait de fabriek in de tweede helft van 2028 op volle capaciteit. Dan kan Avantium in Delfzijl jaarlijks 5.000 ton bioplastic produceren. Dat wordt niet de enige bron van inkomsten, want daarnaast mikt het bedrijf op omzet uit licentiecontracten met chemie- en biotechbedrijven die eigen bioplasticfabrieken bouwen.
De pijplijn is volgens Van Aken al goed gevuld. Avantium heeft nu 22 afnamecontracten voor Releaf – onder meer met Albert Heijn, bierbrouwers Carlsberg en Ambev en luxeconcern LVMH – en voor toekomstige licentiefabrieken is al 150.000 ton aan productiecapaciteit gereserveerd. ‘Dat is 50.000 ton meer dan een half jaar geleden. Commercieel gaat het dus eigenlijk heel erg goed. Het product doet precies wat het moet doen, en er is veel vraag naar.’
Tegenslagen horen erbij
Een tweede reden voor zijn optimisme is dat de omstandigheden nu anders zijn dan een jaar geleden. ‘Vorig jaar, in maart 2025, stapte onze cfo op. Zie dan maar eens direct een nieuwe financieel directeur te vinden. We hebben het wel geprobeerd, maar dat was met de situatie waarin we zaten hartstikke lastig.’ Op een gegeven moment moet je verder: de gesprekken met overheid, banken en investeerders voerde Van Aken daarom min of meer noodgedwongen met twee (opeenvolgende) interim-cfo’s. ‘Ze hebben goed werk verricht’, zegt hij. ‘Maar het was geen gemakkelijke situatie.’
Met de komst van Rogier van Wijk als cfo (mei 2026) en Floris Hekster als coo (per oktober 2026) zijn alle managementposities nu ingevuld. Van Aken: ‘De verantwoordelijkheden voor financiering, operationele uitvoering en commerciële ontwikkeling zijn nu duidelijker verdeeld. Bovendien kan ik het nu samen doen, de leuke én pijnlijke dingen delen.’
Sparren met leiders die in hetzelfde schuitje zitten, helpt hem ook. ‘Maarten Bosch, de ceo van kweekvleespionier Mosa Meat, is bijvoorbeeld een goede vriend. We hebben dezelfde soort uitdagingen, dezelfde zorgen.’
Die pijnlijke dingen zijn part of the deal, vindt de ceo. ‘Tegenslagen horen erbij. We bouwen een onderneming die een industrie wil veranderen. Daar zit een enorme drive achter, een enorm geloof dat we hier iets belangrijks aan het doen zijn. Maar dit soort innovaties kosten veel tijd, twintig jaar in ons geval, en doorzettingsvermogen.’

Credit: Avantium
Wereldwijd netwerk van fabrieken
Een industrie kantelen kost ook geld. Over de jaren is er meer dan 500 miljoen euro in de bioplastic-pionier geïnvesteerd, en nu moet er weer geld bij. Van Aken knikt. ‘Het duurt langer dan we hadden gehoopt en we moeten opnieuw kapitaal ophalen. Natuurlijk levert dat boze en teleurgestelde reacties op, dat begrijp ik heel goed. Veel aandeelhouders steunen Avantium al lange tijd en willen resultaten zien.’
Voelt deze nieuwe aandelenemissie voor beleggers niet ook een beetje als geld storten in een bodemloze put? Nee, reageert hij, want de technologie werkt. ‘Als je voorbij de emotie kijkt en de vraag stelt of er fundamenteel iets is veranderd aan de businesscase, dan is het antwoord nee.’ En is er een plan B? ‘Er zijn altijd back-upscenario’s’, zegt Van Aken. ‘Maar het heeft geen zin om daarover te speculeren. Onze focus ligt volledig op het uitvoeren van dit plan.’
Hij is ervan overtuigd dat het lukt om de benodigde miljoenen op te halen. ‘Veel van de technologische en opschalingsrisico’s die er in het begin waren, zijn inmiddels weggenomen. Dat geeft me het vertrouwen dat ook de aandeelhouders het potentieel van de volgende fase zien. En laten we eerlijk zijn: denk je dat er niets meer met deze technologie zou gebeuren als wij er niet mee verder gaan? Welnee – dan komt er een partij uit een ander deel van de wereld om het bedrijf voor een prikkie over te nemen, en ons te bedanken voor al het voorwerk. Wij hebben hier in Nederland al het leergeld betaald, dus ik wil dat het succes hier ook neerslaat.’
Zijn taak als leider nu? Vertrouwen uitstralen, medewerkers en aandeelhouders blijven meenemen in het grotere plaatje en ondertussen resultaten boeken. Zijn toekomstbeeld: een wereldwijd netwerk van FDCA-fabrieken. ‘Aan dat portfolio bouwen we nu. Al heb ik niet de illusie dat ik nog ceo ben als de licentiefabrieken op grote schaal draaien. Tegen die tijd kan het heel goed zijn dat iemand anders het bedrijf in die volgende fase leidt.’
Wanneer vindt hij dat zijn werk klaar is? Hij grijnst: ‘Onze ambitie is om eind 2027 ebitda-positief te zijn. Dat is een mijlpaal waar ik natuurlijk bij wil zijn.’
Dit interview verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.
Lees ook:
- Ultieme test voor Avantium: groen én winstgevend worden
- In de strijd om kritieke grondstoffen wordt circulariteit een geopolitiek wapen: deze Nederlandse bedrijven lopen voorop
- Van bioplastics tot duurzame vliegtuigbrandstof: Delfzijl hotspot voor nieuwe economie



