1959, 1976: de jaren staan in zijn geheugen gegrift. Het waren een paar van de droogste jaren van de twintigste eeuw, zegt Otto Smit. Destijds was droogte meer uitzondering dan regel. ‘We dachten: met het IJsselmeer in de buurt hebben we nooit een tekort aan water.’
Maar de tijden zijn veranderd. Inmiddels heeft zoon Gertjan Smit het akkerbouwbedrijf van zijn vader overgenomen. In de Wieringermeerpolder teelt hij pootaardappelen, uien, witlof, suikerbieten en granen. Een deel van zijn land bestaat uit natuurakkers. Gertjan krijgt wel degelijk te maken met droogte, zegt hij. Normaal beregent hij zijn witlof en uien nauwelijks, deze zomer moest hij het wel vier keer doen.
Droge zomers, natte winters
Vanavond ontvangt de familie Smit beleidsmakers en andere onderzoekers op de boerderij om te praten over droogte en verzilting in de landbouw. De avond is een initiatief van kenniscluster Salta. Met een subsidie van de provincie Friesland werken zo’n zestig publieke en private partijen aan praktische oplossingen voor verzilting en droogte, die ze delen met ondernemers in de land- en tuinbouw.

Gertjan Smit teelt pootaardappelen, uien, witlof en suikerbieten in de Wieringermeerpolder. | Credits: Maaike Kooijman
Even voor de duidelijkheid: een algeheel watertekort is er niet in Nederland. Gemiddeld neemt de regenval jaarlijks zelfs iets toe, zegt Salta-directeur Peter Prins. Het verschil met vroeger is dat klimaatverandering ervoor zorgt dat dat minder goed verdeeld is. Droge periodes duren langer en zijn heviger, en datzelfde geldt voor periodes met veel neerslag.
De uitdaging is vooral om water in natte perioden beter vast te houden, zodat je daar in droge zomers van kunt profiteren. Een gezonde bodem is daarvoor heel belangrijk: een bodem die rijk is aan schimmelnetwerken en ander leven houdt water beter vast. Ook kijken boeren naar zogenoemde peilgestuurde drainage, waarmee je overtollig water kunt afvoeren, maar ook kunt benutten om zoet water in de bovengrond te houden. Prins: ‘We moeten het zoete water in de bovenste meter van de grond koesteren.’
Minder geld voor de oogst
Tijdens een rondje over het land schopt een collega-boer met zijn laars in de grond. ‘Het lijkt hier nog wel redelijk vochtig’, concludeert hij. ‘Dat kan ik van mijn eigen land niet zeggen.’
Toch heeft Smit wel degelijk last gehad van de droogte. Sommige van zijn pootaardappelen zijn kleiner dan normaal, andere zitten vol schurft. Hoewel dat met name een uiterlijk kenmerk is, krijgt hij daardoor minder geld voor zijn teeltopbrengsten. ‘En als er te veel schurft op zit, wordt het veevoer.’

Sommige van de pootaardappelen zijn kleiner dan normaal, andere zitten vol schurft. | Credits: Maaike Kooijman
Smit is actief op zoek naar manieren om zoet water op te vangen en vast te houden. Dat heeft niet zozeer effect op de volumes van zijn oogst, maar wel op de kwaliteit ervan, denkt hij. Eén van de mogelijkheden die hij onderzoekt is een zogenoemde zoetwaterlens. Zoet water, bijvoorbeeld uit het IJsselmeer, wordt in dat geval opgeslagen in een laag zand tussen twee lagen klei in. Omdat zoet water lichter is dan zout water, mengen die twee bijna niet in de grond.
In de winter is er een overschot aan zoet water in het IJsselmeer, legt Smit uit. ‘Dat water wordt dan geloosd op de Waddenzee. Maar als ik het dan juist opsla, heb ik als boer in de zomer bijna geen water uit het IJsselmeer meer nodig.’
Of dat plan gaat lukken is nog maar de vraag. Deels omdat er hier maar weinig klei in de bodem zit en het nog niet zeker of het technisch mogelijk is om water op te slaan in een zandlaag. Opkomend zout grondwater (kwel) vormt ook een uitdaging. Maar ook omdat er veel onduidelijkheid bestaat over vergunningen, kosten en kwaliteitseisen. In het ergste geval moet Smit niet alleen betalen voor een eigen filterinstallatie, maar kost ook de kwaliteitscheck duizenden euro’s per maand, zegt hij. ‘Maar het is vraag aan welke normen het überhaupt moet voldoen.’
Regenwater opslaan
Een andere optie is het opvangen van regenwater. Bijkomend voordeel is dat Smit dat niet alleen voor uien en witlof, maar ook voor het beregenen van zijn aardappelen kan gebruiken. Pootaardappelen mogen niet worden beregend met oppervlaktewater vanwege risico’s op bruinrot.
Voor het opvangen van regenwater kan Smit gebruikmaken van het dak van zijn buurman. ‘Die heeft straks drie hectare aan schuren’, zegt hij. ‘Met 800 millimeter neerslag per jaar levert dat flink wat op.’ Maar om het op te slaan, moet hij een waterbassin van tientallen meters breed aanleggen. Ook dat kost geld én ruimte.
Toch zijn er steeds meer boeren die die ruimte ervoor overhebben, ziet Peter Prins van Salta. ‘Boeren zijn de afgelopen decennia anders gaan denken over water. Als je vijfentwintig jaar geleden met Zeeuwse boeren sprak, peinsden ze er niet over om een deel van hun kostbare grond op te geven voor wateropslag. Nu verschijnen er toch steeds meer waterbassins, vooral om uien te kunnen blijven telen. “Het gaat wel ten koste van land, maar we moeten ook overleven”, zeggen ze dan.’
Het helpt daarbij om efficiënt met water om te gaan. Wie de sproeier op zijn land aanzet, verbruikt al snel veel water. Maar er zijn veel alternatieven. Denk aan slangen waar het water langzaam uit druppelt en waarmee ook zuinig meststoffen kunnen worden toegediend.
Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.
Concurrentie om zoet water
Boeren in kustgebieden hebben naast droogte nog een ander probleem: verzilting. Zowel het grondwater als meren en kanalen worden steeds zouter. Dat komt deels doordat rivieren ‘s zomers minder zoet water leveren. Maar ook door de zeespiegelstijging, waardoor de druk op grondwater groter wordt. Zout dat duizenden jaren geleden in de bodem is geïnfiltreerd, komt daardoor sneller naar boven.
Vooral in de polders die meters onder zeeniveau liggen is dat een probleem. Nu al worden polders regelmatig ‘doorgespoeld’ met zoet water om te hoge zoutgehaltes te voorkomen. Maar daar is steeds meer zoet water voor nodig, en dat is niet altijd beschikbaar. Zeker in droge zomers is de concurrentie om zoet water − met bijvoorbeeld industrie en scheepvaart − moordend.

Een Salta-medewerker meet het zoutgehalte op de grond van Gertjan Smit. ‘We weten precies het zoutgehalte in al ons water, maar hebben we geen idee hoe zout de Nederlandse bodem is.’ | Credits: Maaike Kooijman
Is de polder daarmee ongeschikt voor akkerbouw? Nee, vindt Prins. ‘Juist aan zee is de grond doorgaans vruchtbaar. Er wordt hier al eeuwenlang succesvol geboerd. Bovendien zijn er verschillende manieren om met verzilting om te gaan. Er is nog veel mogelijk als we ons tijdig aanpassen met slimme maatregelen, beter bodembeheer en robuuste gewassen. Dat we hier maar gewoon datacenters neer moeten zetten omdat de grond mogelijk verzilt, is onzin.’
Zeekraal in plaats van uien
Dat neemt niet weg dat verzilting een uitdaging is voor onder meer de akkerbouw en bollenteelt. Er zijn pioniers die experimenteren met zilte landbouw: in plaats van uien of aardappelen telen ze bijvoorbeeld zeekraal of schelpdieren. Maar dat is slechts een zeer select gezelschap, zegt Prins: de meeste gewassen hebben nu eenmaal zoet water nodig.’ De markt voor zoute producten is zeer klein. En bovendien is het helemaal niet gezond als heel Nederland ineens een zoutrijk dieet krijgt.’
Daarom wordt gekeken naar verschillende manieren om zout water af te voeren. Salta doet bijvoorbeeld proeven met twee drains boven elkaar: de onderste voert zout water af, de bovenste vangt zoet water op.
Ook extra kennis is onmisbaar. Over verzilting is nog veel onduidelijk, zegt Prins. ‘We weten precies het zoutgehalte in al ons water, maar hebben we geen idee hoe zout de Nederlandse bodem is. Daar wordt nu gelukkig onderzoek naar gedaan. Want sla en aardappelen worden niet in de sloot geteeld, maar op de grond.’ Op een proeflocatie in Friesland doet Salta ook onderzoek naar verschillende zoutgehaltes in irrigatiewater, en wat voor invloed dat heeft op gewassen.
Dat sommige gewassen meer onder druk staan dan andere, is al wel bekend. Uien zijn slechte wortelaars, die hebben regelmatig water nodig en kunnen ook niet goed tegen zout. Suikerbieten kunnen wat meer hebben. ‘En quinoa kan ook wel tegen een stootje. Daar zit misschien potentie in.’
Lees ook:
- Datacenter levert meer water dan het verbruikt − en andere manieren waarop bedrijven zich aanpassen aan droogte
- Bacteriën, schimmels en gisten kunnen de grote problemen in de landbouw oplossen (én voor nieuwe verdienmodellen zorgen)
- Na netcongestie dreigt ook ‘watercongestie’: hoe voorkomen we een file voor het waternet?



