Jeroen de Boer
10 september 2026, 14:27

Nu energiekosten stijgen, loont verduurzamen met warmtepomp, zonnepanelen en thuisbatterij juist extra

Hogere nettarieven, extra heffingen op gas en afschaffing van de salderingsregeling voor zonnepanelen zorgen de komende jaren voor hogere energiekosten voor huishoudens. Tegelijkertijd loont investeren in verduurzaming meer dan ooit.

woningen auto energiekosten huishoudens EV warmtempomp zonnepanelen | Credits: Christian Rebero Twahirwa / Unsplash.com

Diverse ontwikkelingen zorgen ervoor dat de energierekening van huishoudens in de periode tot 2030 hoger kan uitvallen. Tegelijk heeft investeren in verduurzaming juist een groter effect bij het verlagen van energiekosten, concludeert onderzoeksbureau CE Delft in een nieuwe analyse over de energiekosten voor huishoudens.

Het onderzoek werd gedaan in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), Holland Solar, Energie-Nederland en Energy Storage NL.

Trends in energiekosten: hogere nettarieven, plus CO2-heffing op gas en motorbrandstoffen

In het onderzoek signaleert CE Delft dat er grofweg zes ontwikkelingen die de energiekosten van huishoudens de komende jaren opdrijven. De rode lijn is dat gasverbruik sowieso duurder wordt en dat daarnaast onder meer de nettarieven voor elektriciteit en gas hogere kosten meebrengen.

Nettarieven: dit zijn vaste kosten die netbeheerders rekenen voor het gebruik van het gasnet en het elektriciteitsnet.

Voor het gasnet stijgen de nettarieven naar verwachting als het aantal gasaansluitingen daalt doordat meer huishoudens van het gas afgaan. De kosten van het gasnet worden dan verdeeld over een kleinere groep. De vaste netkosten voor gas kunnen voor een doorsnee huishouden stijgen van de huidige 266 euro op jaarbasis naar 287 euro in 2030.

Voor elektriciteit geldt dat netbeheerders fors moeten investeren in het stroomnet, dat kampt met netcongestie. Dat kan per huishouden zorgen voor een stijging van de jaarbedragen van 475 euro in 2026 naar 637 euro in 2030.

Daarnaast willen netbeheerders nettarieven deels afhankelijk maken van het tijdstip van gebruik, zodat veel stroom gebruiken tijdens piekuren in de vroege avond meer kost. Dit moet vanaf 2029 worden ingevoerd. CE Delft heeft hiervoor een schatting meegenomen in zijn kostenprognose, waarbij het dus uitmaakt of een huishouden met slimme sturing van het stroomverbruik de piekuren kan mijden.

ETS 2: dit is een nieuwe, Europese CO2-heffing op het gebruik van fossiele brandstoffen voor wegvervoer en de gebouwde omgeving. Het ETS 2-systeem moet in principe vanaf 2028 in werking treden. Daarmee wordt dan ook de CO2-impact van het gebruik van motorbrandstoffen als diesel en benzine belast, en het gasverbruik in woningen en gebouwen.

Voor de gasprijs heeft dat naar schatting een verhogend effect van 15 cent per kuub in een middenscenario dat CE Delft gebruikt. Voor benzine gaat het om een kostenverhoging van 20 cent per liter.

Leveringskosten gas en elektriciteit: hier gaat het om de ontwikkeling van gas- en stroomprijzen,  dus wat je per kuub of kilowattuur betaalt.

Dit jaar zijn gasprijzen hard gestegen door de crisis in het Midden-Oosten. Op de groothandelsmarkt liggen kale prijzen voor aardgas (zonder belastingen) op ongeveer 50 cent per kuub. CE Delft gaat voor de komende jaren uit van lagere prijzen van 0,25 euro per kuub, maar dat is hoogst onzeker vanwege de onvoorspelbare geopolitiek.

Waarschijnlijk is wel dat er vanaf 2027 een bijmengverplichting komt voor groen gas, wat naar verwachting een prijsverhogend effect heeft van zes cent per kuub op de gasprijs van huishoudens.

Voor elektriciteit liggen groothandelsprijzen momenteel rond de 10 cent per kilowattuur (exclusief belastingen). CE Delft rekent op een daling van stroomprijzen richting 2030 doordat er steeds meer goedkope, hernieuwbare energie beschikbaar komt.

Energiebelasting gas en elektriciteit: dit is het vaste bedrag dat boven op de kale verbruiksprijzen van gas en stroom komt. Voor gas ligt de energiebelasting momenteel op 60 cent per kuub en de aanname in het onderzoek is dat dat de komende jaren gelijk blijft.

Voor elektriciteit is de verwachting dat de energiebelasting de komende jaren daalt van 8,9 cent per kilowattuur in 2026 naar 7,6 cent in 2030.

•  Afschaffing salderingsregeling, terugleververgoeding en terugleverkosten: vanaf 1 januari 2027 wordt de zogenoemde salderingsregeling afgeschaft. Dat zorgt voor een fors lager financieel voordeel van zonnepanelen voor huishoudens.

Momenteel krijgen huishoudens die stroom terugleveren aan het net een vergoeding die even hoog is als wat ze betalen aan hun energieleverancier (inclusief belastingen). Met het afschaffen van de salderingsregeling daalt deze terugleverergoeding fors. Bovendien rekenen energieleveranciers ook terugleverkosten, omdat zonnestroom deels wordt teruggeleverd op momenten dat er al veel aanbod is op het het.

Huishoudens met zonnepanelen die een groot deel van de opgewekte stroom zelf consumeren, zijn dus voordeliger uit. Hiervoor kan het wel nodig zijn om bijvoorbeeld een thuisbatterij aan te schaffen, of de batterij van een elektrische auto te gebruiken voor tijdelijke opslag.

Brandstofauto versus elektrisch auto: benzine- en dieselauto’s krijgen te maken met extra kosten als de nieuwe Europese CO2-heffing in 2028 in werking treedt. Voor het overige rekent CE Delft met de huidige prijsniveaus van benzine en diesel.

Voor EV-rijders geldt sinds dit jaar dat het laden van elektrische auto’s met groene stroom een financieel voordeel kan opleveren via zogenoemde ERE-certificaten. Dat is door de onderzoekers van CE Delft niet meegenomen, maar kan laadkosten met naar schatting 7 tot 9 cent per kilowattuur drukken.

Stijging energiekosten dempen met verduurzaming

Investeringen in verduurzaming gaan volgens het rapport meer lonen voor huishoudens, omdat het zwaartepunt van de stijgende energiekosten bij fossiele brandstoffen komt te leggen.

Voor elektriciteitsgebruik geldt weliswaar dat nettarieven zowel voor gas als stroom fors stijgen, maar huishoudens die van het gas afgaan hoeven geen netkosten meer te betalen voor gas. Daarnaast gaat slimme sturing van stroomgebruik een grotere rol spelen en neemt het voordeel van eigen verbruik van zelf opgewekte stroom toe.

Wat betreft concrete verduurzamingsopties concludeert CE Delft:

Zonnepanelen zorgen voor lagere energiekosten doordat je minder stroom hoeft in te kopen bij de energieleverancier. Vanaf 2030 zorgt dat ook voor lagere tijdsafhankelijke nettarieven als het gebruik van zonne-energie slim wordt ingezet;
• De kosten voor een (hybride) warmtepomp nemen wel toe, maar relatief gezien worden warmtepompen aantrekkelijker vergeleken met blijven stoken op gas;
• Een thuisbatterij zorgt voor lagere energiekosten door de mogelijkheid om meer zelf opgewekte stroom op gunstige momenten te verbruiken;
•  Voor een elektrische auto stijgen de kosten van laden tijdens piekuren door de nieuwe nettarieven. Maar bij slimme aansturing kan dat effect geneutraliseerd worden. Het verruilen van een brandstofauto voor een EV kan een forse besparing op de energiekosten van een huishouden opleveren.

Voor een middelgroot huishouden met een gasketel ziet het financiële effect van verschillende verduurzamingsopties er zo uit:

Credits: CE Delft

De donkerblauwe balken laten de absolute besparing zien in de huidige situatie (waarbij afschaffing van de salderingsregeling al is verwerkt). De lichtblauwe balken tonen de besparing in 2030, waarbij de percentages het verschil aangeven met de huidige besparing. Te zien is dat elektrisch rijden het grootste besparingseffect heeft: momenteel is dat zo’n 1.350 euro op jaarbasis met slim laden en dat kan nog 5 procent meer worden.

Het goede nieuws is bovendien dat Nederlanders steeds meer bereid lijken om hun woning te beschermen tegen klimaatrisico’s. Uit een nieuwe peiling van Centraal Beheer over Klimaatbewust Wonen blijkt dat inmiddels zeven op de tien Nederlanders bereid is om zelf maatregelen te nemen tegen klimaatrisico’s, tegen 62 procent een jaar geleden.

Verduurzamen met kleine netaansluiting

Verduurzaming betekent in algemene zin minder gasgebruik en een sterkere elektrificatie van woningen. Maar inmiddels stijgen ook huishoudens op wachtlijsten bij netbeheeerders, als ze de capaciteit van hun netaansluiting willen vergroten.

Veel huishoudens hebben een aansluiting van 1 x 25 ampère of 1 x 35 ampère, wat een vermogen van respectievelijk 5,8 kilowatt of 8 kilowatt geeft. Het volgende niveau is meestal een 3-fasenaansluiting van 3 x 25 ampère, die 17,3 kilowatt aan vermogen geeft.

De onderzoekers van CE Delft stellen dat het vaak al wel mogelijk is om met een 1 x 35 ampère-aansluiting te verduurzamen, bijvoorbeeld door een hybride warmtepomp te nemen. Voorwaarde is wel dat je dan gebruikmaakt van slimme software die de vermogensvraag van verschillende apparaten in huis op elkaar afstemt. Vaak gebeurt dat in combinatie met een dynamisch energiecontract, waarbij prijzen op dagbasis veranderen.

Lees ook:

Boeren zoeken naar manieren om water op te slaan: 'Dat we hier gewoon datacenters neer moeten zetten, is onzin'

1959, 1976: de jaren staan in zijn geheugen gegrift. Het waren een paar van de droogste jaren van de twintigste eeuw, zegt Otto Smit. Destijds was droogte meer uitzondering dan regel. 'We dachten: met het IJsselmeer in de buurt hebben we nooit een tekort aan water.'Maar de tijden zijn veranderd. Inmiddels heeft zoon Gertjan Smit het akkerbouwbedrijf van zijn vader overgenomen. In de Wieringermeerpolder teelt hij pootaardappelen, uien, witlof, suikerbieten en granen. Een deel van zijn land bestaat uit natuurakkers. Smit krijgt wel degelijk te maken met droogte, zegt hij. Normaal beregent hij zijn witlof en uien nauwelijks, deze zomer moest hij het wel vier keer doen. Droge zomers, natte winters Vanavond ontvangt de familie Smit beleidsmakers en andere onderzoekers op de boerderij om te praten over droogte en verzilting in de landbouw. De avond is een initiatief van kenniscluster Salta. Met een subsidie van de provincie Friesland werken zo'n zestig publieke en private partijen aan praktische oplossingen voor verzilting en droogte, die ze delen met ondernemers in de land- en tuinbouw.[caption id="attachment_185758" align="aligncenter" width="901"] Gertjan Smit teelt pootaardappelen, uien, witlof en suikerbieten in de Wieringermeerpolder. | Credits: Maaike Kooijman[/caption]Even voor de duidelijkheid: een algeheel watertekort is er niet in Nederland. Gemiddeld neemt de regenval jaarlijks zelfs iets toe, zegt Salta-directeur Peter Prins. Het verschil met vroeger is dat klimaatverandering ervoor zorgt dat dat minder goed verdeeld is. Droge periodes duren langer en zijn heviger, en datzelfde geldt voor periodes met veel neerslag.De uitdaging is vooral om water in natte perioden beter vast te houden, zodat je daar in droge zomers van kunt profiteren. Een gezonde bodem is daarvoor heel belangrijk: een bodem die rijk is aan schimmelnetwerken en ander leven houdt water beter vast. Ook kijken boeren naar zogenoemde peilgestuurde drainage, waarmee je overtollig water kunt afvoeren, maar ook kunt benutten om zoet water in de bovengrond te houden. Prins: 'We moeten het zoete water in de bovenste meter van de grond koesteren.' Minder geld voor de oogst Tijdens een rondje over het land schopt een collega-boer met zijn laars in de grond. 'Het lijkt hier nog wel redelijk vochtig', concludeert hij. 'Dat kan ik van mijn eigen land niet zeggen.'Toch heeft Smit wel degelijk last gehad van de droogte. Sommige van zijn pootaardappelen zijn kleiner dan normaal, andere zitten vol schurft. Hoewel dat met name een uiterlijk kenmerk is, krijgt hij daardoor minder geld voor zijn teeltopbrengsten. 'En als er te veel schurft op zit, wordt het veevoer.'[caption id="attachment_185759" align="aligncenter" width="900"] Sommige van de pootaardappelen zijn kleiner dan normaal, andere zitten vol schurft. | Credits: Maaike Kooijman[/caption]Smit is actief op zoek naar manieren om zoet water op te vangen en vast te houden. Dat heeft niet zozeer effect op de volumes van zijn oogst, maar wel op de kwaliteit ervan, denkt hij. Eén van de mogelijkheden die hij onderzoekt is een zogenoemde zoetwaterlens. Zoet water, bijvoorbeeld uit het IJsselmeer, wordt in dat geval opgeslagen in een laag zand tussen twee lagen klei in. Omdat zoet water lichter is dan zout water, mengen die twee bijna niet in de grond.In de winter is er een overschot aan zoet water in het IJsselmeer, legt Smit uit. 'Dat water wordt dan geloosd op de Waddenzee. Maar als ik het dan juist opsla, heb ik als boer in de zomer bijna geen water uit het IJsselmeer meer nodig.'Of dat plan gaat lukken is nog maar de vraag. Deels omdat er hier maar weinig klei in de bodem zit en het nog niet zeker of het technisch mogelijk is om water op te slaan in een zandlaag. Opkomend zout grondwater (kwel) vormt ook een uitdaging. Maar ook omdat er veel onduidelijkheid bestaat over vergunningen, kosten en kwaliteitseisen. In het ergste geval moet Smit niet alleen betalen voor een eigen filterinstallatie, maar kost ook de kwaliteitscheck duizenden euro's per maand, zegt hij. 'Maar het is vraag aan welke normen het überhaupt moet voldoen.' Regenwater opslaan Een andere optie is het opvangen van regenwater. Bijkomend voordeel is dat Smit dat niet alleen voor uien en witlof, maar ook voor het beregenen van zijn aardappelen kan gebruiken. Pootaardappelen mogen niet worden beregend met oppervlaktewater vanwege risico's op bruinrot.Voor het opvangen van regenwater kan Smit gebruikmaken van het dak van zijn buurman. 'Die heeft straks drie hectare aan schuren', zegt hij. 'Met 800 millimeter neerslag per jaar levert dat flink wat op.' Maar om het op te slaan, moet hij een waterbassin van tientallen meters breed aanleggen. Ook dat kost geld én ruimte.Toch zijn er steeds meer boeren die die ruimte ervoor overhebben, ziet Peter Prins van Salta. 'Boeren zijn de afgelopen decennia anders gaan denken over water. Als je vijfentwintig jaar geleden met Zeeuwse boeren sprak, peinsden ze er niet over om een deel van hun kostbare grond op te geven voor wateropslag. Nu verschijnen er toch steeds meer waterbassins, vooral om uien te kunnen blijven telen. "Het gaat wel ten koste van land, maar we moeten ook overleven", zeggen ze dan.'Het helpt daarbij om efficiënt met water om te gaan. Wie de sproeier op zijn land aanzet, verbruikt al snel veel water. Maar er zijn veel alternatieven. Denk aan slangen waar het water langzaam uit druppelt en waarmee ook zuinig meststoffen kunnen worden toegediend. Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.Concurrentie om zoet water Boeren in kustgebieden hebben naast droogte nog een ander probleem: verzilting. Zowel het grondwater als meren en kanalen worden steeds zouter. Dat komt deels doordat rivieren 's zomers minder zoet water leveren. Maar ook door de zeespiegelstijging, waardoor de druk op grondwater groter wordt. Zout dat duizenden jaren geleden in de bodem is geïnfiltreerd, komt daardoor sneller naar boven.Vooral in de polders die meters onder zeeniveau liggen is dat een probleem. Nu al worden polders regelmatig 'doorgespoeld' met zoet water om te hoge zoutgehaltes te voorkomen. Maar daar is steeds meer zoet water voor nodig, en dat is niet altijd beschikbaar. Zeker in droge zomers is de concurrentie om zoet water − met bijvoorbeeld industrie en scheepvaart − moordend.[caption id="attachment_185760" align="aligncenter" width="900"] Een Salta-medewerker meet het zoutgehalte op de grond van Gertjan Smit. 'We weten precies het zoutgehalte in al ons water, maar hebben we geen idee hoe zout de Nederlandse bodem is.' | Credits: Maaike Kooijman[/caption]Is de polder daarmee ongeschikt voor akkerbouw? Nee, vindt Prins. 'Juist aan zee is de grond doorgaans vruchtbaar. Er wordt hier al eeuwenlang succesvol geboerd. Bovendien zijn er verschillende manieren om met verzilting om te gaan. Er is nog veel mogelijk als we ons tijdig aanpassen met slimme maatregelen, beter bodembeheer en robuuste gewassen. Dat we hier maar gewoon datacenters neer moeten zetten omdat de grond mogelijk verzilt, is onzin.' Zeekraal in plaats van uien Dat neemt niet weg dat verzilting een uitdaging is voor onder meer de akkerbouw en bollenteelt. Er zijn pioniers die experimenteren met zilte landbouw: in plaats van uien of aardappelen telen ze bijvoorbeeld zeekraal of schelpdieren. Maar dat is slechts een zeer select gezelschap, zegt Prins: de meeste gewassen hebben nu eenmaal zoet water nodig. ' De markt voor zoute producten is zeer klein. En bovendien is het helemaal niet gezond als heel Nederland ineens een zoutrijk dieet krijgt.'Daarom wordt gekeken naar verschillende manieren om zout water af te voeren. Salta doet bijvoorbeeld proeven met twee drains boven elkaar: de onderste voert zout water af, de bovenste vangt zoet water op.Ook extra kennis is onmisbaar. Over verzilting is nog veel onduidelijk, zegt Prins. 'We weten precies het zoutgehalte in al ons water, maar hebben we geen idee hoe zout de Nederlandse bodem is. Daar wordt nu gelukkig onderzoek naar gedaan. Want sla en aardappelen worden niet in de sloot geteeld, maar op de grond.' Op een proeflocatie in Friesland doet Salta ook onderzoek naar verschillende zoutgehaltes in irrigatiewater, en wat voor invloed dat heeft op gewassen.Dat sommige gewassen meer onder druk staan dan andere, is al wel bekend. Uien zijn slechte wortelaars, die hebben regelmatig water nodig en kunnen ook niet goed tegen zout. Suikerbieten kunnen wat meer hebben. 'En quinoa kan ook wel tegen een stootje. Daar zit misschien potentie in.' Lees ook:Datacenter levert meer water dan het verbruikt − en andere manieren waarop bedrijven zich aanpassen aan droogte Bacteriën, schimmels en gisten kunnen de grote problemen in de landbouw oplossen (én voor nieuwe verdienmodellen zorgen) Na netcongestie dreigt ook 'watercongestie': hoe voorkomen we een file voor het waternet?