Expertredactie Change Inc. 23 september 2026, 12:00

Keniaanse Melvin gaat met Alkyl Recycling probleem van 1 miljard wegwerpluiers oplossen

Nederlanders gooien 1 miljard wegwerpluiers per jaar weg en daarvan wordt slechts een klein percentage gerecycled. Melvin Kizito wil dat probleem oplossen met zijn startup Alkyl Recycling. Over enkele jaren bouwt hij een fabriek die een ton aan luiers schoonmaakt, steriliseert en recyclet tot plastic, cellulose en gel.

Melvin Kizito demonstreerde zijn technologie aan koningin Maxima. Melvin Kizito demonstreerde zijn technologie aan koningin Maxima. | Credits: Brightlands Chemelot Campus

‘Wij zijn geen normaal recyclingbedrijf. Wij hebben te maken met de grootste afvalstroom waarvoor nog geen oplossing bestaat’, zegt Kizito. De afgelopen twee jaar heeft de startup zijn technologie in het lab en in een praktijkopstelling getest. Dat gebeurde bij een afvalbedrijf in Sittard, dat ook afval inzamelt.

Alkyl Recycling heeft zijn apparatuur daar opgesteld om de chemicaliën in de praktijk te testen op de luiers van plaatselijke kinderdagverblijven en incontinentieluiers van ouderentehuizen in Maastricht. ‘Met deze experimenten hebben we aangetoond dat de chemie die we in het lab hebben ontwikkeld in de praktijk ook bij grotere hoeveelheden luiers werkt’, zegt Kizito.

Nu is het tijd om de innovatie verder op te schalen. ‘Ons doel is om een fabriek te bouwen die een ton luiers per dag kan verwerken en recyclen’, zegt hij. De eerste stap voor zo’n fabriek wordt eind dit jaar gezet. Die kan over twee jaar al honderden kilo’s aan luiers per dag recyclen.

Hoe recycle je wegwerpluiers vol poep, plas en ziektekiemen?

Gebruikte luiers zijn behoorlijk vervuild. Ze zitten vol met poep en plas, met medicijnresten, bacteriën en andere ziekteverwekkers. Om ze te recyclen zijn drie stappen nodig. Eerst moet de poep en de plas verwijderd en schoongemaakt worden. ‘Dat is een moeilijk chemisch proces, omdat het schoonmaken van super-absorberend materiaal zeer ingewikkeld is. Ons proces is daar heel effectief in’, legt Kizito uit.

In de tweede stap moeten de luiers gesteriliseerd worden, oftewel: de bacteriën en ziekteverwekkers moeten worden gedood en de medicijnresten verwijderd. ‘Dat is doorslaggevend, want in Nederland gelden hiervoor hele strenge normen. Het materiaal dat je verkoopt in de markt moet veilig zijn. Onze technologie voldoet aan de detectiedrempel van het RIVM en voldoet aan die normen’, legt hij uit.

In de derde fase moet het materiaal gescheiden worden. Alkyl Recycling haalt hierbij het plastic, de cellulose en gel uit de luiers. Dat moet in bruikbare hoeveelheden van goede kwaliteit gebeuren. De startup weet zo’n 85 procent van al het materiaal in de luier te recyclen. ‘Het is simpel om te omschrijven maar het is een zeer moeilijk chemisch en mechanisch proces’, stelt Kizito.

Het hele proces is volgens hem duurzaam omdat het weinig energie kost en nauwelijks CO2 uitstoot. ‘Dat maakt het economisch haalbaar. Te veel energiegebruik zou het te duur maken’, zegt hij.

1 miljard luiers per jaar weggegooid

Wereldwijd worden dagelijks 250 miljoen luiers gebruikt en weggegooid. In andere landen worden ze op vuilnisbelten gestort, in Nederland verbrand in afvalovens. Nederlanders gebruiken maar liefst 1 miljard wegwerpluiers per jaar, jaarlijks tussen de 150.000 en 200.000 ton aan afval.

Kizito kreeg het idee om luiers te gaan recyclen in 2019, toen hij nog studeerde aan de universiteit van Nairobi in Kenia. Hij zag hoeveel luiers zijn tante dagelijks gebruikte voor zijn pasgeboren nichtje en daarna weggooide. Omdat afval in Kenia niet zo goed wordt opgehaald zoals hier in Nederland slingeren die luiers overal rond op straat, met alle gevolgen van dien.

Samen met twee medestudenten ontwikkelde hij een chemisch proces om de componenten van luiers te scheiden voor hergebruik. Ze richtten een bedrijf op, wonnen er prijzen mee, maar kwamen in Kenia niet verder.

Betere faciliteiten in Nederland

Kizito was de enige die het aandurfde om met de technologie naar Nederland te gaan en daar een nieuw bedrijf op te zetten. Met een startup-visum kwam hij terecht op de Brightlands Chemelot Campus in Geleen, waar hij Alkyl Recycling oprichtte. ‘Je hebt faciliteiten nodig, zoals een hightech lab, heel veel experts en financiering. Die heb je hier in Nederland veel meer dan in Kenia. Dan nog hebben we veel investeerders nodig. Het is een strijd die we voeren om deze technologie tot leven te wekken. Maar als de markt het wil, zal het lukken’, zegt hij.

Twee jaar geleden ontving de startup een vroege faselening van het LIOF, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van de Provincie Limburg. Kort daarna mocht hij zijn technologie demonstreren aan koningin Maxima. Eerder dat jaar maakte SBS6-programma Doe Maar Duurzaam een item over zijn uitvinding.

Begin dit jaar werd hij door het FD geïnterviewd voor het speciale magazine met 50 talenten voor 2026. Kizito prijkte zelfs op de cover. ‘Daarna kreeg ik veel reacties van nieuwsgierige ambtenaren, investeerders en mensen uit de chemische industrie. Het aantal interacties op mijn LinkedIn-account groeide met 200.000 procent’, vertelt hij lachend.

Begin dit jaar prijkte Melvin Kizito op de cover van het FD Magazine over 50 talenten. Credit: FD

Begin dit jaar prijkte Melvin Kizito op de cover van het FD Magazine over 50 talenten. Credit: FD

Investeerders voor pilotfabriek nodig

In december vorig jaar kreeg de startup een EU-subsidie van 1,7 miljoen euro uit het Just Transition Fund. Om de pilotfabriek van de grond te krijgen is net zo’n bedrag aan aanvullende investeringen nodig. Het LIOF wil meewerken aan de vervolgfinanciering en daarnaast praat Kizito momenteel met andere investeerders. In november of december moet het ontwerp voor de bouw beginnen. Achttien maanden later moeten de eerste luiers gerecycled worden. Over drie jaar moet de fabriek zo zijn uitgebreid dat die een ton luiers per dag kan verwerken.

Er zijn genoeg potentiële klanten voor dit materiaal. De cellulosevezels kunnen hergebruikt worden voor de productie van papier, karton, textiel of bouwmaterialen of als grondstof voor biobased plastic. Het gerecyclede plastic kan gebruikt worden in kunststofmengsels als polypropyleen en polyethyleen voor nieuw plastic. De super-absorberende gel kan gebruikt worden bij de productie van cement, lijmen of coatings.

Toch staat de recyclingindustrie niet te springen. Die industrie gaat momenteel door een moeilijk fase in Nederland. Daarom richt de startup zich op een andere groep klanten. Wegwerpluiers vormen namen een enorm afvalprobleem in de gezondheidszorg. Bijna de helft van al het afval in ouderentehuizen en ziekenhuizen bestaat uit incontinentieluiers. ‘Als wij dat afval recyclen helpen wij de gezondheidszorg hun duurzaamheidsdoelen halen’, zegt Kizito.

Met hulp van Green Chemistry Accelerator naar de markt

Alkyl Recycling is dit jaar een van de deelnemers aan de Green Chemistry Accelerator (GCA) van het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE). Dat programma is samen met Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) opgezet om startups en scale-ups te helpen bij het opschalen van hun innovatie, het zoeken naar investeerders en het bouwen van demofabrieken. Daardoor worden blokkades weggenomen en kunnen ze eerder de markt op.

Tijdens GCA werkt elke deelnemer met experts en partners aan een concreet plan voor ongeveer 200 dagen. Daarin wordt gekeken wat de belangrijkste doelen zijn om te realiseren, of er vraag en klanten zijn voor het product en of de businesscase klopt. Dat is essentieel om investeerders te trekken.

‘In het begin wist ik niet of dit programma nuttig zou zijn, maar elke sessie heb ik iets nieuws geleerd over chemische startups’, vertelt Kizito. ‘Wij moesten bijvoorbeeld leren wie onze klanten zijn. Wie is bereid te betalen voor ons product? Nu hebben we onze klanten gevonden in de gezondheidszorg. Die zijn bereid te betalen voor het oplossen van hun afvalprobleem.’

Klanten gevonden voor gerecycled materiaal

Kizito dacht zijn klanten te vinden in de afval- en recyclingbranche. Dat bleek niet zo. ‘Misschien in de toekomst, maar niet nu’, stelt hij. Toch heeft hij klanten gevonden die de gerecyclede producten willen afnemen. Een paar bedrijven die isolatiemateriaal maken van krantenpapier willen de cellulose als alternatief gebruiken.

De startup praat ook met bedrijven die de suikers uit de cellulose halen om basisstoffen voor chemische producten te maken. Voor het plastic praat Alkyl Recycling met een bedrijf dat ook polypropyleen en polyethyleen recyclet. ‘Daar worden koffers, flessen en een hele reeks aan producten van gemaakt’, weet Kizito. Een ander geïnteresseerd bedrijf maakt er plastic korrels voor nieuwe plastic van.

Voor gerecyclede gel is de markt nog jong. ‘Dat super-absorberende materiaal is nog nooit gerecycled en op de markt gebracht’, zegt hij. ‘Maar wat wij in het lab hebben teruggewonnen is van heel hoge kwaliteit. Als de prijs concurrerend is met fossiele materialen kunnen we het op de markt brengen. Daarom hebben we schaal nodig.’

In Nederland worden per jaar 1 miljard luiers weggegooid. Credit: Alkyl Recycling

In Nederland worden per jaar 1 miljard luiers weggegooid. Alkyl Recycling wil die op grote schaal gaan recyclen.

Pilot met apart inzamelen luiers

Met afvalbedrijf RWM onderzoekt  Alkyl Recycling een mogelijke samenwerking in een pilot, waarmee ze willen bewijzen dat de logistiek voor de inzameling en recycling van luiers kan werken. ‘Zo laten we aan investeerders zien hoe we dit afval apart kunnen inzamelen. Dan wordt het een interessante businesscase’, zegt Kizito.

Tijdens het GCA-programma kwam hij ook tot het inzicht dat Alkyl Recycling niet zelf grote fabrieken moet gaan bouwen om luiers te recyclen. In plaats daarvan wil de startup zijn technologie in licentie verkopen aan grote afvalbedrijven. Dat wordt de volgende stap. ‘Dan kunnen zij onze recyclingsystemen adopteren. Maar voordat we daar zijn moeten we bewijzen dat onze technologie werkt, wat de opbrengst is en dat de gerecyclede producten van hoge kwaliteit zijn.’

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Rutger Schuur van laadpalenfabrikant Flexicharge: 'We mikken op een vertienvoudiging van onze schaal'

‘Van de bijna 400.000 nieuwe auto ’s die jaarlijks worden verkocht in Nederland, heeft inmiddels 95 procent een stekker. De elektrificatie van het wagenpark gaat heel hard en dat betekent ook dat er miljoenen extra laadpunten nodig zijn de komende jaren.’Rutger Schuur opereert als directeur van de Nederlandse laadpalenproducent Flexicharge in het hart van de mobiliteitstransitie. Met alle kansen en uitdagingen die daarbij horen.Afgelopen zomer werd de nieuwe fabriek van het bedrijf in Den Bosch opgeleverd. Dat had flink wat voeten in de aarde door de problemen met netcongestie: ‘Het is best ironisch dat we als partij die infrastructuur levert voor elektrificatie van het wegvervoer, zelf een beroep moesten doen op noodaggregaten bij de bouw van een nieuwe fabriek. Want we konden niet meteen een netaansluiting krijgen.’Toch ziet Schuur vooral kansen, mede omdat Flexicharge zich richt op het zakelijke segment van de laadmarkt: ‘We opereren bewust in het premiumsegment, omdat wij denken je met een focus op kwaliteit en betrouwbaarheid echt onderscheidend kunt zijn.’Eerder in je carrière was je bankier bij ABN Amro, directeur van bouwbedrijf Jan Snel en topman bij parkeerapp Parkbee. Beschouwde je verduurzaming toen al als een belangrijk thema?‘Ik ben daar zo’n vijftien jaar geleden mee aan de slag gegaan. In eerste instantie was dat vooral rationeel. Toen ik bij ABN Amro verantwoordelijk was voor de vastgoedportefeuille, wilde ik iets goeds bedenken voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Ook om iets te doen aan de perceptie van de vastgoedmarkt als conservatieve sector.Door me te verdiepen in de oorzaken van klimaatverandering is mijn motivatie steeds meer van het hoofd naar het hart gegaan. Ik realiseerde me ook steeds beter dat je vanuit rollen binnen het systeem veel impact kunt maken. Zo heb ik bij ABN Amro in eerste instantie samen met een collega een duurzaamheidsplan opgesteld. Uiteindelijk is dat door een heel team uitgerold en onderdeel geworden van de kernstrategie.Vanuit mijn betrokkenheid bij het verduurzamen van gebouwen ben ik me steeds meer op duurzame mobiliteit gaan richten.’Wat maakte je enthousiast om in 2024 als directeur bij Flexicharge te starten?‘Ik zag dat Flexicharge een erg goed product heeft. Het bedrijf deed al veel voor grote installatiebedrijven en specifieke projecten, maar er was tegelijkertijd nog een flink groeipotentieel. Duurzame laadoplossingen worden bijvoorbeeld steeds belangrijker bij aanbestedingen van overheden en grote bedrijven.Persoonlijk was ik ook enthousiast over de mogelijkheden om de dienstverlening en producten van het bedrijf verder te verduurzamen. We zijn inmiddels bezig met de vervanging van dieselbussen door elektrische voertuigen, hebben een zeer duurzaam pand gebouwd en behalen certificeringen voor kwaliteits- en milieumanagement zoals ISO-9001 en ISO-14001.Bovendien werken we aan een materiaalpaspoort voor onze laders. Het doel is om laders te leveren die lang meegaan, circulair zijn en waarvan de onderdelen aan het eind van de levensduur herbruikbaar zijn voor nieuwe laadpalen.’Wat betekent dat voor het ontwerp van de laadpalen?‘Die onderscheiden zich op drie punten. Om te beginnen gebruiken we een gecoate RVS-behuizing die robuust is en langer meegaat dan alternatieve materialen die vaak worden gebruikt voor laadpalen.Vervolgens is er de componentenopbouw. Met slimme keuzes zorgen we ervoor dat het onderhoud van de lader makkelijker wordt, zodat je voor een langere periode ondersteuning kunt bieden. Elke lader is bovendien uitgerust met een MID-gecertificeerde meter.Als derde hebben we ervoor gekozen om te focussen op de hardware. Voor de software werken we intensief samen met een Duitse partner. Die levert kwalitatief hoogwaardige, stabiele en voorspelbare software. We merken dat een dergelijke specialisatie beter uitpakt dan als je beide probeert te doen. De ervaring van concurrenten die dat hebben geprobeerd, zijn niet al te positief.’Op welke manier onderscheidt Flexicharge zich nog meer van andere partijen op de laadmarkt?‘De laadmarkt is een jonge markt waarin groei aanvankelijk zwaarder woog dan kwaliteit. Maar grote afnemers hebben door schade en schande ondervonden dat honderd euro besparen op de inkoop kan leiden tot duizend euro aan gedoe.Flexicharge opereert in het premiumsegment en kiest bewust voor betrouwbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid. De toeleveringsketen bevindt zich binnen een straal van driehonderd kilometer rond het bedrijf, waarbij we ernaar streven om 95 procent lokaal in te kopen. Hoe korter de afstand, hoe minder transport en des te beter we de kwaliteit kunnen borgen, in vergelijking met bijvoorbeeld Chinese producten.’Het laadnetwerk van Nederland is relatief sterk ontwikkeld, maar aan de andere kant zijn we ook kampioen netcongestie. Heeft Flexicharge daar last van?‘Netcongestie vormt zeker een rem op de markt, wat voor ons twee kanten heeft: projecten worden soms uitgesteld, maar het dwingt ook tot innovatie. Dat hebben we zelf ondervonden bij de bouw van de nieuwe fabriek in Den Bosch. Daar moesten we door netcongestie tijdelijk een biodieselaggregaat inzetten voor de stroomvoorziening. Dat schuurt natuurlijk voor een laadpalenproducent.Tegelijk zien we dat problemen met netcongestie veel creativiteit en ondernemerschap losmaken. De ontwikkelingen rond slim energiebeheer gaan hard, onder meer met energiemanagementsystemen voor het aansturen van zonnepanelen, accu's en laadinfrastructuur.Wel is het zo dat losse adviezen van installateurs en consultants nog flink uiteen kunnen lopen. Er is dus grote behoefte aan integrale oplossingen voor energiemanagement.’Is de nieuwe fabriek in Den Bosch voldoende toegerust op groei van de vraag naar laadinfrastructuur?‘Anderhalf jaar geleden zijn we begonnen met de uitrol van een nieuwe strategie. Die is gericht op een vertienvoudiging van onze schaal. Dat is noodzakelijk om op lange termijn te overleven in deze dynamische en competitieve markt en om de kwaliteit en duurzaamheid van onze producten te blijven doorontwikkelen.De nieuwe fabriek is gebouwd op groei, met een bedrijfshal die zeven keer groter is dan de vorige. De locatie is ingericht om jaarlijks meer dan 10.000 laadpalen te produceren voor zowel de Nederlandse als de buitenlandse markt.Deze week ronden we de certificering voor de Duitse markt af en in oktober starten we met een marktverkenning in Frankrijk. Er zit dus veel in de pijplijn.’Toch hebben diverse partijen op de laadmarkt het zwaar vanwege de hevige concurrentiedruk. Hoe gaat Flexicharge daarmee om?‘De afgelopen jaren zijn meerdere grote marktpartijen failliet gegaan of ze moesten ingrijpend reorganiseren. Onze strategie is gebaseerd op scherpe focus. We richten ons uitsluitend op de bovenkant van de publieke en zakelijke markt. Thuislaadpalen en snelladers voor snelwegen laten we bewust links liggen.Een thuislader wordt gemiddeld drie keer per week gebruikt, terwijl een zakelijke laadpaal drie keer per dag intensief wordt benut door verschillende gebruikers. Dat vraagt om een heel ander kwaliteitsniveau. We bouwen in feite de 'Miele’ onder de laadpalen, een product dat minimaal tien jaar meegaat.’Hoe kijk je aan tegen de ontwikkelingen rond bidirectioneel laden, waarbij een elektrisch wagenpark als bedrijfsbatterij kan dienen?"We volgen de ontwikkelingen uiteraard op de voet, maar kiezen ervoor om met bidirectioneel laden geen overhaaste stappen te zetten. Er zijn nog flink wat zaken die zich moeten uitkristalliseren. Zo is de vraag of de aansturing van bidirectioneel laden primair vanuit de auto of vanuit de externe laadpaal gaat plaatsvinden. En netbeheerders geven specificaties van netcodes pas medio volgend jaar vrij. Veel apparatuur die nu op de markt wordt gebracht, zal daarom over een paar jaar al verouderd blijken.Wij wachten liever tot de kaders rondom vehicle-to-grid (V2G, terugleveren van stroom aan het net, red.) helemaal duidelijk zijn. Maar we zorgen er bij de productontwikkeling wel voor dat onze laadpunten technisch volledig zijn voorbereid op V2G en teruglevering voor eigen gebruik.’Met wie zou je nog meer willen samenwerken?‘Onze kerndoelgroep bestaat uit een vijftigtal partijen in Nederland, waaronder exploitanten van laadpleinen en zakelijke installatiebedrijven. Dat zijn partners waarmee we intensief samenwerken en waarvoor we maatwerk leveren.Blijven investeren in dergelijke relaties vind ik super belangrijk. Want het is de menselijke factor die echt het verschil maakt. Een laadpaal en de componenten zijn belangrijk, maar het zijn onze mensen die zorgen voor tevreden klanten.’ Lees ook:Met Lego-blokjes en hoop wil Frank Holleman het voedselsysteem veranderen Klaske Postma brengt boer en bouwer samen: 'Terug naar vroeger, maar wel geautomatiseerd' Voormalig inkoopdirecteur gooide het roer om en helpt nu industrie verduurzamen: 'Bewustwording leidt niet altijd tot actie'