Jeroen de Boer
07 oktober 2026, 15:10

Elektrificatie gaat razendsnel, maar hardnekkige fossiele energie houdt netto nul CO2-uitstoot buiten bereik

De komende decennia zorgt elektriciteit voor een steeds groter deel van de energievoorziening in de wereld. Het belang van fossiele brandstoffen neemt af, maar dat gaat te traag om in 2050 op netto nul uitstoot van CO2 te komen. Dat blijkt uit de nieuwe Energy Transition Outlook van adviesbureau DNV.

elektrificatie wereld outlook | Credits: Solarsystemscope.com via Getty Images

Elektrificatie is dit jaar het belangrijkste buzzword als wereldleiders het over de energietransitie hebben. Turkije promoot als gastheer van de aanstaande klimaatconferentie COP31 een mondiaal doel om het aandeel van elektriciteit in de totale energievraag op 35 procent te krijgen in 2035. En de Europese Unie mikt wat dat betreft op 46 procent in 2040.

Dergelijke doelen zijn ambitieus, maar de beweging richting sterke elektrificatie van het energiesysteem is onmiskenbaar, blijkt uit een nieuw rapport van technisch adviesbureau DNV.

Tegelijk blijft snelle elektrificatie vanuit klimaatperspectief maar een deel van het verhaal. Om klimaatdoelen zoals het beperken van de opwarming van de aarde tot 2 graden Celsius te halen, is ook een versnelde afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen nodig. En daar schort het nog aan.

We bespreken hieronder aan de hand van zes grafieken de belangrijkste bevindingen uit de Energy Transition Outlook 2026 van DNV.

Europa na China snelst met elektrificatie

In de prognoses van DNV is China de komende decennia kampioen op het gebied van elektrificatie. Naar verwachting kan elektriciteit in 2055 liefst 55 procent van de eindvraag naar energie dekken in China. Europa is dan een goede tweede met een aandeel van 49 procent. Het wereldwijde gemiddelde ligt over dertig jaar naar verwachting op 40 procent.

Met deze prognoses is DNV is voorzichtiger dan de recent uitgesproken ambities van Turkije om als werelddoel in 2035 al op 35 procent te zitten. De analisten van het adviesbureau rekenen voor dat jaar met een mondiaal aandeel van 27 procent voor elektriciteit.

Totale energievraag stabiel bij stijgend aandeel elektriciteit

Credits: Energy Transition Outlook 2026, DNV

De totale eindvraag naar energie blijft redelijk stabiel. In de prognoses van DNV tot 2060 is zelfs sprake van een lichte daling vanaf 2040. Die stabilisering van de energievraag treedt op ondanks bevolkingsgroei en stijging van de mondiale welvaart.

Dat heeft alles te maken met de verdringing van het gebruik van fossiele brandstoffen door elektriciteit (paarse vlak in de grafiek). Het grote voordeel daarvan is efficiënter gebruik van energie.

Zo werkt een elektromotor die gevoed wordt door een batterij in een elektrische auto efficiënter dan een brandstofmotor. Bij het verbranden van benzine of diesel gaat namelijk een flink deel van de energie verloren als warmte.

Dit effect is nog veel sterker in de gebouwde omgeving, als je de efficiëntie van warmtepompen vergelijkt met die van cv-ketels die op gas draaien. Elektrificatie zorgt daarom vanwege de efficiëntiewinst voor een rem op groei van de totale eindvraag naar energie.

Meer nuttig gebruik van energie door elektrificatie

Credits: Energy Transition Outlook 2026, DNV

In de bovenstaande grafiek van DNV is het effect van toenemend nuttig gebruik van energie weergegeven voor het transport, de gebouwde omgeving en de industrie. Te zien is dat de toename van nuttig gebruik van energie het sterkst is in de gebouwde omgeving. Dit komt door de combinatie van warmtepompen voor stroom plus de inzet van warmtenetten, als alternatief voor fossiel stoken.

Op de tweede plaats komt de industrie, waar de grote opgave ligt bij het vervangen van het gebruik van aardgas voor proceswarmte door elektriciteit, ondersteund door warmtebatterijen.

Het transport staat op de derde plaats. Aan de ene kant liggen er grote kansen voor het wegtransport met de opkomst van EV’s, maar daar staat tegenover dat de luchtvaart naar verwachting de komende 35 jaar nog sterk afhankelijk blijft van (fossiele) kerosine.

Jaarlijkse CO2-uitstoot: nog meer dan 20 miljard ton in 2050

Credits: Energy Transition Oulook 2026, DNV

Olie, gas en kolen zullen in 2050 naar verwachting nog altijd goed zijn voor ruim 40 procent van de eindvraag naar energie. Hoewel technieken als de afvang van CO2 dan ook verder ontwikkeld zijn, rekent DNV voor 2050 nog altijd op een jaarlijkse CO2-uitstoot van meer dan 20 miljard ton.

Dit betekent dat de wereld over vijfentwintig jaar nog ver verwijderd zal zijn van netto nul uitstoot. Volgens de analisten van DNV is de kans hierdoor groot dat de opwarming van de aarde in de tweede helft van deze eeuw op 2,3 graden Celsius zal uitkomen, met aanzienlijke risico’s.

Wind en zon dominant bij opwekking elektriciteit

Credits: Energy Transition Outlook 2026, DNV

De drijvende kracht achter de elektrische revolutie wordt gevormd door hernieuwbare energie uit zon en wind. Deze bronnen zullen volgens DNV vanaf 2050 meer dan 80 procent van de mondiale elektriciteitsvoorziening dekken.

Het belang van waterstof en kernenergie bij de elektriciteitsopwekking neemt wel toe, maar blijft relatief beperkt.

Batterijrevolutie voor duurzaam energiesysteem

Het afstemmen van de stijgende productie van stroom van zonnepanelen en windmolens op de energievraag vergt enorme aanpassingen. Om aanbod en vraag over de tijd beter op elkaar te laten aansluiten, wordt batterijopslag steeds belangrijker.

De analisten van DNV hebben dat in de grafiek hierboven weergegeven door verwachtingen over de groei van batterijcapaciteit te koppelen aan de productie van elektriciteit. In 2025 was er per gigawattuur aan stroomproductie gemiddeld 14 kilowattuur aan opslagcapaciteit van batterijen beschikbaar.

De verwachting is dat dat in 2030 al op 100 kilowattuur aan batterijcapaciteit per gigawattuur stroomproductie zal liggen. En in 2060 zal dat nog eens zeven keer zo hoog zijn. De opmars van zon en wind gaat zo gepaard met een ongekende batterijrevolutie.

Lees ook:

FoamBloxx is bezig de markt te veroveren met plantaardig en gerecycled schuim

De schuimmarkt is redelijk conventioneel en wil slechts mondjesmaat vergroenen. ‘Wij willen graag de hele markt disrupten en als voorloper laten zien: doe gewoon mee. Gooi er nou echt groene materialen in en laten we de hele markt verduurzamen. Dat is ons oprechte doel’, zegt Suzanne Berghuis, oprichter en directeur van FoamBloxx. ‘Daar zijn we in ons eentje te klein voor en daarom willen we alle andere schuimproducenten, maar ook klanten en leveranciers hierin meenemen.’ 100 procent nog niet haalbaar Dat doet de startup door zelf het goede voorbeeld te geven. De kunststof schuimen van FoamBloxx worden voor de helft gemaakt van biobased- of gerecyclede- grondstoffen. Alleen als die minimumgrens van 50 procent wordt gehaald, heet het ecologisch geproduceerd schuim: ECOfoam. ‘100 procent is ons doel, maar dat kan helaas nog niet,’ zegt Berghuis.‘Dan schuimt het niet. Je hebt grondstoffen nodig die samen een schuim vormen en daar zitten nu nog fossiele chemicaliën bij waarvoor nog geen alternatief is. Of het wordt te duur. We zijn continu aan het innoveren om dat percentage zo hoog mogelijk te krijgen. We kunnen al hoger, maar de klant is nog net niet bereid daarvoor te betalen, dus gaan we mee met de klant. Als we klanten hebben die wel een hoger percentage willen en daarvoor willen betalen, dan hebben we die mogelijkheid al. We maken maatwerk.’ Vooroplopen in duurzaamheid FoamBloxx is een spin-off van familiebedrijf Uxem, dat dit jaar 52 jaar bestaat. Toen haar vader en oprichter Allard Berghuis - die eerder dit jaar overleed - het bedrijf begin deze eeuw naar Lelystad verhuisde, voelde hij al de urgentie om op een duurzamere manier schuim te maken. Toen ging het in de industrie vooral over het gebruik van alternatieve blaasmiddelen voor CFK’s, die een gat in de ozonlaag veroorzaken, en HFK’s, die het klimaat opwarmen. Inmiddels zijn die verboden.Uxem kocht vooral schuim in om te verwerken, maar haar vader wilde dat zelf gaan ontwikkelen. ‘Hij liep qua duurzaamheid ver voorop en wilde schuim maken zonder blaasmiddelen’, vertelt zijn dochter. ‘Hij haalde de eerste innovatiesubsidie van Flevoland binnen en is gewoon begonnen.’Berghuis senior ontwikkelde een eigen machine op basis van een vacuümproces en bewees dat je schuim kon maken zonder blaasmiddelen. ECOfoam-tak afgesplitst van moederbedrijf Ook begon hij in 2007 met de ontwikkeling van een innovatief, duurzaam schuim: ECOfoam. Nog niet met een commercieel oogmerk. De doelstelling was dat minimaal de helft van de grondstoffen voor dat schuim uit de natuur zou komen. Het duurde jaren voordat dit lukte.Toen Suzanne Berghuis het bedrijf zestien jaar geleden overnam, wilde ze verder verduurzamen en zette ze die ontwikkeling door. In 2024 werd de ECOfoam-tak afgesplitst als FoamBloxx. ‘Dan kunnen de bedrijven los van elkaar groeien. In een bedrijf als Uxem, dat al heel lang bestaat, heerst een andere sfeer dan in een startup, waar de mentaliteit anders is. Daar gaat het over duurzaamheid, innovatie en impact maken’, legt ze uit. ‘Ook zou FoamBloxx wel eens heel groot kunnen worden. Daar horen andere investeerders bij, daar horen andere klanten bij, zelfs concurrenten van Uxem. Dan moet je onafhankelijk zijn van elkaar.’ Veel vraag naar gerecycled schuim Polyurethaan (PU) schuim maken van plantaardige of gerecyclede grondstoffen is niet eenvoudig, zo leerde Berghuis de afgelopen jaren. ‘We hebben wel honderd verschillende opties geprobeerd. Dat gaat van plantaardige oliën tot hele gekke grondstoffen. Je kunt die grondstoffen uit de natuur niet zomaar verwerken in een schuim, want dan doet het niks. Je moet die ombouwen naar een bio-polyool. Wij doen dat omzetproces zelf in huis en daarin zijn wij uniek. Wij zijn wat dat betreft echt groene chemie.’Daarnaast houdt ze heel erg van gerecyclede grondstoffen. ‘Daarom zetten we in op én-én’, zegt ze. ‘Dus we gebruiken niet alleen biobased-, maar ook gerecyclede grondstoffen. Zo worden bijvoorbeeld matrassen gerecycled tot een polyool. Die kunnen wij weer verwerken in ons schuim. Verder maken we van alle resten die terugkomen of die we over hebben van het ECOfoam weer 100 procent gerecycled schuim. Dat noemen wij ECO rebonded foam. Daar is momenteel heel veel vraag naar, omdat mensen in allerlei industrieën op zoek zijn naar duurzame alternatieven voor schuim. Er is veel meer vraag dan we aankunnen. Daarom moeten we snel opschalen.’Het gerecycled schuim heet ECO rebonded foam. Credit: FoamBloxx Opschalen met nieuwe demofabriek Met dat opschalen loopt FoamBloxx voor op traditionele startups. Het kon jaren profiteren van de faciliteiten, de ervaring en de schaal van Uxem, waarmee het nog steeds nauw samenwerkt. ‘Het kost jaren om te innoveren en om dit op te zetten en daarvan hebben wij er al heel wat nuttig gebruikt’, zegt Berghuis.Het moederbedrijf was de eerste klant, testte de duurzame schuimblokken van FoamBloxx en gaf feedback. Net zo lang tot ze optimaal waren. De eerste pilotfabriek kon binnen Uxem gebouwd worden en ook de opschaling van de demofabriek vindt binnen de vertrouwde muren in Lelystad plaats. ‘Wij huren nu twee hallen van het Uxem-pand. Daar zijn we een tweede machine aan het bouwen die drie tot vier keer zoveel capaciteit aan kan’, vertelt ze. ‘De bouw start in oktober en die moet medio 2027 operationeel zijn.’De capaciteit van zo’n fabriek wordt uitgedrukt in tonnen, maar bij schuim is dat nog niet zoveel. ‘Het klinkt altijd heel zielig wat wij maken, omdat het 90 procent lucht is. We gaan nu opschalen naar een productie van een kiloton per jaar’, legt ze uit. Financiering nodig voor eerste commerciële fabriek Voor die grotere demofabriek heeft FoamBloxx 1,2 miljoen aan financiering binnengehaald. De volgende stap is de bouw van een eerste commerciële fabriek. Hiervoor heeft de startup al grond gekocht in Lelystad, naast Uxem. ‘We blijven zusterbedrijven. Wij kunnen het afval van Uxem gebruiken en Uxem kan de blokken van ons gebruiken. Dat scheelt ook transportkosten’, zegt ze.Die nieuwbouw zou in 2027 moeten starten en in 2028 klaar zijn. Daar zijn enkele miljoenen voor nodig en daarvoor zoekt het bedrijf nog financiering. Klanten die voorop willen lopen Het schuim van FoamBloxx wordt gebruikt in allerlei toepassingen, onder andere voor akoestiek en geluidsisolatie, afdichtingen, verpakkingen, vergader-cubes, kinderspeelhallen, sponzen, schoonmaakmiddelen en diverse technische toepassingen. ‘Onze klanten hebben duurzaamheid als identiteit en willen vooroplopen in hun markt’, zegt Berghuis.Ook de verpakkingsmarkt ziet ze als een potentiële klant. Sinds augustus is in de EU de zogeheten Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) van kracht. Die verordening stelt onder meer dat verpakkingen vanaf 2030 een bepaald percentage gerecycled materiaal moeten bevatten. ‘De verpakkingsindustrie is echt een branche waarin je ziet dat klanten dit alternatief willen hebben, snappen dat ze er wat meer voor over moeten hebben, maar ook snappen dat ze geen keus hebben. Daar lopen wij goed in mee’, zegt ze. Met hulp van Green Chemistry Accelerator naar de markt FoamBloxx is dit jaar een van de deelnemers aan de Green Chemistry Accelerator (GCA) van het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE). Dat programma is samen met Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) opgezet om startups en scale-ups te helpen bij het opschalen van hun innovatie, het zoeken naar investeerders en het bouwen van demofabrieken. Daardoor worden blokkades weggenomen en kunnen ze eerder de markt op.Tijdens GCA werkt elke deelnemer met experts en partners aan een concreet plan voor ongeveer 200 dagen. Daarin wordt gekeken wat de belangrijkste doelen zijn om te realiseren, of er vraag en klanten zijn voor het product en of de businesscase klopt. Dat is essentieel om investeerders te trekken. Bijzonder netwerk van experts Berghuis noemt het programma ‘waardevol en inspirerend. Je zit in een omgeving waarin je alles bespreekbaar maakt. Ook wat er niet goed gaat. Zo kun je van elkaar leren. Het is echt een soort groeiversneller.’Met name de contacten met andere startups motiveerden haar. ‘Het is heel bijzonder dat ze ons in dit traject bij elkaar brengen’, zegt ze. ‘Groene chemie is heel breed en de meeste bedrijven weten dat ze het als startup alleen moeten doen. Hier krijg je een netwerk van experts tot je beschikking dat je helpt om een boost te maken. Iedere deelnemer brengt wat mee. Ik heb bijvoorbeeld wat meer ondernemerservaring en ben misschien wat realistischer.’Het GCA-programma hamert erg op het vinden van klanten en op haalbare businesscases. In tegenstelling tot andere deelnemende startups is FoamBloxx daarin al een stuk verder. Berghuis: ‘Wij zijn al in 2007 begonnen met deze innovatie en hebben al mijlpalen behaald in de pilotfase. Wij konden groeien binnen het familiebedrijf, waar ruimte was voor innovatie. Wij hebben al veel klanten, maar die vinden het nog soms wel wat duur. De uitdaging is: hoe vinden wij klanten die meer over hebben voor duurzaamheid? Dit soort initiatieven zijn nooit goedkoper. Een bio-tomaat is ook nooit goedkoper. Daarom helpt het als er meer regulering komt. Dat klanten wel moeten verduurzamen en dat er geen goedkopere alternatieven uit China tussendoor schieten.’ Lees ook:Back to Battery houdt kritieke grondstoffen binnen EU door ze uit afgedankte batterijen te halen Keniaanse Melvin gaat met Alkyl Recycling probleem van 1 miljard wegwerpluiers oplossen Phoenix Metals haalt vanadium uit de staalslakken van Tata Steel voor veiligere batterijen Nieuwe strategieën kunnen groene startups in de chemie sneller de markt op helpenDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.