Zonder biodiversiteit geen leven. Complexe ecologische systemen maken het immers mogelijk om voedsel te verbouwen en zorgen dat bronnen van drinkwater intact blijven. Ook zijn veel van de moleculen die we gebruiken voor het maken medicijnen, oorspronkelijk in planten en schimmels geïdentificeerd. De helft van de wereldwijde economie (zo’n 58.000 miljard dollar in 2023) is zelfs afkomstig van werk dat op de een of andere manier afhankelijk is van de natuur, stelt het WWF in de zestiende editie van zijn Living Planet Report.
Het WWF meet jaarlijks de zogenoemde Living Planet Index: de gemiddelde verandering in de wereldwijde omvang van gemonitorde populaties van gewervelde diersoorten (zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en amfibieën). De resultaten zijn niet mals: tussen 1970 en 2022 zijn de populaties met gemiddeld 73 procent afgenomen.
Dat levert een ingewikkeld vraagstuk op. Want hoewel veel economische activiteiten afhankelijk zijn van biodiversiteit, brengen ze er ook fikse schade aan toe. Dat geldt vooral voor de energie-, voedsel- en financiële systemen, blijkt uit het rapport.

Credit: WWF
Invloed van energie, voedsel en financiën op de natuur
De schade die ons energiesysteem aanbrengt aan biodiversiteit, laat zich raden. De verbranding van fossiele brandstoffen zorgt voor uitstoot van broeikasgassen, de belangrijkste aanjager voor klimaatverandering. En daar lijden veel dieren onder, bijvoorbeeld doordat hun leefgebied onleefbaar wordt of doordat er te weinig voedsel voor hen is.
Ook het verbouwen van voedsel zorgt voor de uitstoot van broeikasgassen, bijvoorbeeld het methaan dat koeien uitstoten en dat vrijkomt bij onder meer rijstteelt. Maar de relatie tussen voeding en biodiversiteit is complexer dan dat. Zo wordt er veel oerwoud − een soortenrijk leefgebied − gekapt voor veehouderij en de teelt van onder meer veevoer en palmolieplantages. Intensieve monoteelten en de opkomst van kunstmest hebben bodems flink uitgeput.
Tegelijkertijd is landbouw juist bij uitstek afhankelijk van dieren, waaronder bestuivers en micro-organismen in de bodem.
Tot slot noemt het WWF de financiële sector als een grote aanjager van natuurverlies. Banken, verzekeraars en andere financieringsinstellingen bepalen immers welke activiteiten groeien en welke krimpen. Momenteel gaat er veel meer geld naar activiteiten die schadelijk zijn voor de natuur dan naar activiteiten die natuur herstellen: 7.300 miljard dollar tegenover slechts 220 miljard dollar.
Net als de landbouw heeft ook de financiële sector echter veel baat bij een sterk natuurlijk systeem. De Nederlandsche Bank berekende in 2020 al dat de Nederlandse financiële sector door het verlies aan biodiversiteit wereldwijd een risico loopt van 510 miljard euro. Dat zijn de financieringen die Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen wereldwijd uit hebben staan bij bedrijven die zeer afhankelijk zijn van een of meerdere ecosysteemdiensten.
Positief kantelpunt bereikt in energiesysteem
Maar de energie-, voedsel- en financiële systemen zijn niet in beton gegoten. Ze kunnen op zo’n manier worden veranderd dat ze de natuur niet schaden, maar herstellen, stelt het WWF. Daarvoor moet eerst een ‘positief kantelpunt’ worden bereikt, waarna positieve ontwikkelingen sneller gaan, goedkoper worden en moeilijker terug te draaien zijn.
De energietransitie is daar een heel zichtbaar voorbeeld van. Hoe meer energie uit zon en wind er wordt opgewerkt, hoe minder rendabel nieuwe olie- en gasvelden op lange termijn worden. Bovendien stijgen de productiekosten van onder meer batterijen voor elektrische auto’s en energieopslag rap.

Het energiesysteem heeft al een ‘positief kantelpunt’ bereikt, waarbij technologische ontwikkelingen en gedragsverandering elkaar versnellen. | Credits: WWF Living Planet Report 2026
Financieringsgat voor biodiversiteit
Waar het positieve kantelpunt in de energietransitie al is bereikt, geldt dat voor landbouw en financiën nog niet. ‘De vooruitgang lijkt traag omdat de zichtbare resultaten nog moeten komen’, schrijft het WWF. ‘Maar dit is juist dat deel van het proces waarin de basis voor versnelling wordt gelegd en waarin het van het grootste belang is om betrokken te blijven.’

In de voedseltransitie is het kantelpunt nog niet bereikt, hoewel er wel belangrijke stappen zijn gezet. | Credits: WWF Living Planet Report 2026
Als het om voedsel gaat, moet die basis vooral bestaan uit regeneratieve landbouw en duurzamere voedingspatronen met meer plantaardige eiwitten. Voor de financiële sector noemt het WWF onder meer het stopzetten van de financiering van activiteiten die de natuur schaden, een verplichting om natuur en klimaat als wezenlijke financiële risico’s te beschouwen en het dichten van een financieringsgat voor biodiversiteit. Het gaat om ongeveer 942 miljard dollar per jaar die nodig is om de schade aan biodiversiteit te herstellen.
Wereldwijd wordt jaarlijks zo’n 470 miljard dollar uitgegeven aan landbouwsubsidies die milieuschade veroorzaken, en zo’n 7.000 miljard dollar gaat naar fossiele brandstoffen, benadrukt het WWF. ‘Als zelfs maar een deel van die geldstromen zou worden omgebogen, zou dat de hele omslag financieel veel haalbaarder maken.’
Lees ook:
- Biodiversiteit verbeteren met AI: ‘Om natuur te beheren moet je eerst in kaart brengen hoe die eruit ziet’
- Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit
- Miljardendeal voor biodiversiteit, maar ‘het beschermen van de natuur is geen taak specifiek voor overheden’



