Bij netcongestie gaat de aandacht vaak uit naar mkb’ers en grote bedrijven die in de wachtrij staan voor stroomaansluitingen. Maar dat probleem treft sinds 1 juli ook huishoudens en bedrijven die tot de zogenoemde ‘kleinverbruikers’ behoren.
Dat is geen toeval, want huishoudens en kleinere bedrijven zorgen voor extra drukte op het stroomnet. Daarom willen netbeheerders niet meer iedereen automatisch een grotere netaansluiting geven.
Huishoudens en bedrijven zijn hun energieverbruik (met goede redenen) aan het elektrificeren met de aanschaf van warmtepompen, thuisbatterijen, inductiekookplaten, EV-laadpalen en zonnepanelen. Die verduurzaming zorgt er wel voor dat er bijvoorbeeld in de vroege avond hogere vraagpieken ontstaan, en op zonnige zomerdagen in de middag juist hogere aanbodpieken op het stroomnet.
In een nieuw rapport van Netbeheer Nederland zet de koepelorganisatie uiteen hoe het elektriciteitsgebruik van huishoudens en kleine bedrijven het stroomnet de komende jaren belast. De netbeheerders geven ook aan wat er gedaan kan worden om de druk op het elektriciteitsnet te beperken.
Zonnepanelen, warmtepompen en EV’s
Kleinverbruikers zijn actief op het laagspanningsnet. De grens voor deze groep wordt getrokken bij netaansluitingen van maximaal 3 x 80 ampère (vermogen van 55 kilowatt).
Veel huishoudens met oudere huizen hebben een aansluiting van maximaal 1 x 35 ampère (vermogen van 8 kilowatt). Kleinere bedrijven zitten met hun aansluiting vaak tussen de 17 en 55 kilowatt.
Kleinverbruikers dragen op twee manieren bij aan aan netcongestie. Met zonnepanelen leveren ze op piekmomenten veel stroom terug aan het net. Met de vraag van onder meer warmtepompen en elektrische auto’s zijn er ook momenten waarop ze juist veel elektriciteit afnemen.
Huishoudens en kleine bedrijven vergroten druk op het stroomnet
De groei van het gebruik van EV’s, warmtepompen en zonnepanelen leidt dus tot sterkere schommelingen van vraag en aanbod op het laagspanningsnet. Dat werkt ook door op het midden- en hoogspanningsnet.
De drie netniveaus zijn met elkaar verbonden door transformatorstations waar het spanningsniveau wordt aangepast: enerzijds tussen laagspanning (meestal tot zo’n 400 volt) en middenspanning (tussen de 3.000 en 23.000 volt), en aan de andere kant tussen middenspanning en hoogspanning (vanaf 110.000 volt). Op momenten dat er lokaal niveau veel vraag of juist veel aanbod is vanuit een groep gebruikers op het laagspanningsnet, drukt dat op middenspanningsstations die daaraan gekoppeld zijn.
Onderstaande grafiek uit het rapport van Netbeheer Nederland laat zien hoe pieken bij kleinverbruikers (lichtgroene vlakken) de belasting van middenspanningsstations van de regionale netbeheerder Liander beïnvloeden.

Credits: Netbeheer Nederland
Grotere groep krijgt te maken met storingsrisico’s
De netbeheerders hebben adoptiescenario’s gemaakt voor zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s. Op basis hiervan voorzien ze de komende jaren een verhoogd risico op stroomstoringen bij huishoudens en kleinere bedrijven. Als op piekmomenten overbelasting dreigt, kunnen openbare elektriciteitskabels beschadigd raken. Om veiligheidsredenen kunnen delen van het stroomnet dan worden afgeschakeld. Huishoudens en bedrijven zitten dan even zonder stroom, totdat de storing verholpen is.
Daarnaast krijgt een groeiend aantal ondernemingen en huishoudens naar verwachting te maken met spanningsproblemen, waarbij het voltage tijdelijk te hoog of te laag is. Dat heeft gevolgen voor de werking van apparaten.
Een te laag voltage (onderspanning) kan ontstaan als de vraag naar stroom sterk toeneemt. Gevolg is dat bijvoorbeeld warmtepompen minder snel verwarmen en elektrische auto’s minder snel of niet laden. Een te hoog voltage (overspanning) kan ontstaan als zonnepanelen te veel stroom aan het net leveren. Het gevolg is doorgaans dat omvormers zichzelf uitschakelen en zonnepanelen uitvallen.
In de grafiek hieronder is te zien dat het aantal huishoudens en bedrijven met een verhoogde kans op stroomstoringen de komende tien jaar naar verwachting verdubbelt, van ongeveer 400.000 naar bijna 800.000. Het aantal huishoudens en bedrijven dat te maken krijgt met spanningsproblemen stijgt de komende vijf jaar van 500.000 naar 700.000, maar neemt daarna iets af.

Credits: Netbeheer Nederland
Slimmer gebruik stroomnet
Netbeheerders denken aan een vijftal oplossingen om de problemen die kleinverbruikers veroorzaken, te beperken. Het gaat om technische normering, inzicht, prijsprikkels, marktoplossingen en gedwongen ingrepen door netbeheerders (‘netbescherming’).
Wat betreft de techniek en normering gaat het onder meer om het uitrollen van standaarden voor het laden van elektrische auto’s. Zeker als batterijen van EV’s ook de mogelijkheid krijgen om elektriciteit terug te leveren aan het net. Hier horen ook protocollen bij voor energiemanagementsystemen die het gebruik van zonnepanelen, thuisbatterijen en laadpalen slim op elkaar afstemmen.
Netbeheerders zijn voorstander van subsidies voor apparaten die netcongestie kunnen beperken. Denk aan thuisbatterijen die stroom leveren aan het net als er veel vraag is en juist stroom opslaan als er veel aanbod is.
Inzicht en prijsprikkels om piekverbruik te ontmoedigen
Van belang is ook dat kleinverbruikers beter inzicht krijgen in het beslag dat hun elektrische apparaten leggen op netstroom. Dat kan helpen bij het stimuleren van gedragsaanpassingen. Bijvoorbeeld door tijdstippen waarop de wasmachine draait beter af te stemmen op momenten dat eigen zonnepanelen stroom leveren.
De derde oplossing ligt bij prijsprikkels. Netbeheerders steunen plannen om vanaf 2029 zogenoemde tijdafhankelijke nettarieven in te voeren. Het wordt dan duurder om de netaansluiting te gebruiken in de vroege avond, als er veel vraag naar stroom is. Op andere momenten van de dag kost gebruik van de netaansluiting juist minder.
Collectieve aansturing en noodingrepen door netbeheerders
Een vierde oplossing is om marktpartijen zoals energieleveranciers te betrekken bij collectieve sturing van het stroomgebruik van klanten. Energieleveranciers kunnen hun klanten bijvoorbeeld een vergoeding bieden als ze toestemming geven om thuisbatterijen op afstand te laten aansturen ter vermindering van netcongestie.
De vijfde en laatste optie draait om gedwongen ingrepen door netbeheerders als overbelasting van het net dreigt. Momenteel is het laagspanningsnet nog niet zo ingericht dat netbeheerders daar direct kunnen ingrijpen om vraag en aanbod bij te sturen.
Als overbelasting dreigt, kunnen middenspanningsstations worden uitgeschakeld, maar dat heeft dan meteen gevolgen voor een hele groep kleinverbruikers. Het alternatief is dat netbeheerders in noodgevallen het ingezette vermogen op afstand kunnen bijsturen om storingen te voorkomen. Dit betekent wel dat kleinverbruikers dan even de controle verliezen over de interactie van hun zonnepanelen, warmtepomp of laadpaal met het net.
Lees ook:
- Wat heb je aan een thuisbatterij? Van effectiever gebruik van zonnepanelen tot hulpje bij netcongestie
- Nederland is met netcongestie de proeftuin van Europa: deze aanbieder van slimme energiesoftware ziet dat juist als een kans
- Energie-expert Peter Molengraaf over elektrificatie en netcongestie: ‘Stroomnet is fysiek niet vol, alleen op papier




