Wilke Wittebrood
13 oktober 2026, 15:34

Procureur-generaal Sue Preenen over leiderschap en inclusie: 'Ik weet dat je de regie kunt pakken'

Procureur-generaal Sue Preenen strijdt tegen huiselijk geweld en femicide, en voor meer vrouwelijke boegbeelden aan de top. De in Zuid-Korea geboren Topvrouw van het Jaar is zelf zo’n rolmodel, al besefte ze dat jarenlang niet. ‘Ik ben een vrouw van kleur, maar ik ben heel Hollands opgevoed.’

Sue Preenen Procureur-generaal Sue Preenen is topvrouw van het jaar 2026. | Credits: Loes Spruijt = Van der Meer

Procureur-generaal Sue Preenen (51) lacht graag, en veel. Als ze uitlegt waarom ze voor een rechtenstudie koos bijvoorbeeld, de eerste stap op een weg die haar in 2023 tot het hoogste bestuursorgaan van het Openbaar Ministerie (OM) bracht.

De opleiding kon haar, in alle eerlijkheid, op dat moment niet zoveel schelen. Het ging haar om de plek. ‘Ik woonde in Nijverdal, een dorp in Twente. En ik wist één ding heel zeker: ik wilde naar de hoofdstad. Daar gebeurde het. Wat precies, daar had ik totaal geen beeld bij natuurlijk. Maar ‘het’ gebeurde zeker niet in Nijverdal.’

Tijdens een open dag van de UvA bezocht ze de Oudemanhuispoort, in de binnenstad. ‘Ben je daar weleens geweest? Het is een oud hofje, een prachtige plek.’ Ze was op slag verliefd. ‘Ik dacht: hier wil ik studeren. En in dat pand zat dus de rechtenfaculteit.’

Strijd tegen femicide

Het is rustig op het Parket-Generaal in Den Haag, het landelijke hoofdkantoor van het OM, als we Preenen op een zonnige vrijdagmiddag bezoeken. Het eerste wat we zien, is de foto die collega’s op haar deur hebben geplakt: een stralende Preenen, gehuld in kobaltblauw, op de avond dat ze Topvrouw van het Jaar 2026 werd. Weer een lach. ‘Iedereen hier is supertrots.’ Zelf vindt ze het ‘ongelooflijk eervol’. ‘Dit is niet alleen een persoonlijke waardering. Het is ook een enorme erkenning voor het OM en het werk dat we hier doen.’

Preenen ontving de titel voor haar leiderschap, haar inzet voor diversiteit en inclusie binnen het OM én haar strijd tegen huiselijk geweld en femicide. Ze wil de veiligheid van vrouwen vergroten: in de publieke ruimte, op de werkvloer en achter de voordeur. Daar is nog een wereld te winnen, want de realiteit is dat in Nederland gemiddeld elke acht dagen een vrouw wordt vermoord.

Sue Preenen (midden) werd vorige maand uitgeroepen tot Topvrouw van het Jaar 2026. Ook Charlotte Hanneman (cfo Philips, links) en Hester Bijl (rector magnificus TU Delft) waren genomineerd. Credit: Paul Tolenaar.

In ongeveer de helft van de gevallen is de dader een partner of ex. Dat cijfer is al vijftien jaar hetzelfde. Het is ook nog eens veel hoger dan in omliggende landen. Hoe dat komt?

‘Dat weten we dus niet’, zegt Preenen. Al denkt ze dat cultuur en traditionele rolpatronen meespelen. ‘Ik denk dat de rol van de vrouw in Nederland nog steeds met een patriarchale blik wordt bekeken. Het hardnekkige idee dat vrouwen thuis moeten blijven, bij de kinderen, is nog steeds springlevend. Dat zie je aan onze deeltijdcultuur. Dat culturele systeem werkt afhankelijkheid en onveilige situaties in de hand.’

OM kan meer doen

Lange tijd was de heersende gedachte: wat achter gesloten deuren gebeurt, is privé, daar had de overheid zich niet mee te bemoeien. Dat is gelukkig ten goede veranderd, ziet Preenen. Het gaat de staat namelijk wél aan. ‘Huiselijk geweld werkt generaties lang door. Mensen die daar als kind getuige van zijn, hebben een verhoogde kans later zelf dader of slachtoffer te worden. Ik kan er geen bedrag op plakken, maar dat kost de samenleving enorm veel geld.’

Zelf kwam ze een paar jaar geleden tot de conclusie dat ook het OM meer kan doen om vrouwen te beschermen. ‘Het strafrecht moet niet alleen straffen, het kan ook iets toevoegen. Bij zaken waar sprake is van een afhankelijkheidsrelatie – huiselijk geweld, maar ook jeugd- en zedenzaken – zit die toegevoegde waarde in het beschermen van de slachtoffers. Niet alleen achteraf leed vergelden, maar ook groter leed voorkomen.’

En femicide kán worden voorkomen, daar gelooft ze heilig in. Mits de signalen op tijd worden herkend. Die signalen zijn er: aan femicide gaat vrijwel altijd een vast patroon vooraf. Eerst worden vrouwen door hun partner overspoeld met cadeaus, daarna geïsoleerd, vervolgens steeds meer gecontroleerd en afhankelijk gemaakt. En dan begint het geweld. Het OM traint officieren van justitie om die ‘rode vlaggen’ beter te herkennen.

‘Vroeger werd een zaak bijvoorbeeld gestaakt als een vrouw haar aangifte introk’, vertelt Preenen. ‘Dat gebeurt veel, omdat er kinderen in het spel zijn of ze nergens naartoe kunnen. Nu kijken we veel breder. Als we een patroon van controle of geweld herkennen, kan de vervolging alsnog worden doorgezet.’

Publieke belang dienen

Preenen studeerde in 2000 af in het ondernemingsrecht, doorgaans de weg naar de advocatuur. Maar advocaat ging ze echt niet worden. ‘En al helemaal niet op een commercieel kantoor. Ik wil iets bijdragen aan de samenleving, het publieke belang dienen. Dat heb ik altijd gehad.’ Ze heeft het met de paplepel ingegoten gekregen. ‘En dat is in mijn geval best gek om te zeggen, want die lepel kwam steeds van een andere verzorger.’

Haar jeugd is, om het zo te zeggen, versnipperd. Preenen werd in 1974 geboren in Zuid-Korea en op vierjarige leeftijd ter adoptie aangeboden, samen met haar jongere broer. De twee kwamen bij een communistisch echtpaar in Friesland terecht. Glimlachend: ‘Dat is misschien de bron voor dat gelijkheidsideaal.’

Het gezin woonde in een dorp waar iedereen wit was. Gediscrimineerd werd ze niet – of beter gezegd, ze kreeg weleens opmerkingen, maar die heeft ze nooit als discriminatie of racisme ervaren. ‘Misschien is het een copingsmechanisme, maar ik kan me de ontroerende momenten beter herinneren dan de negatieve. Zo zat ik ooit in de trein tegenover een jongetje dat me aankeek, zijn ogen dichtkneep en vervolgens in volle verwondering vroeg: “Kun je daar nou wat door zien?”’ Ja, antwoordde ze. ‘Ik vond het mooi dat hij dat vroeg. Het was heel feitelijk.’

Weggelopen van huis

Toen haar ouders een paar jaar later scheidden, gingen Preenen en haar broertje bij hun moeder wonen. Er brak een moeilijke periode aan. ‘Door de scheiding hadden we het thuis niet breed. En toen mijn moeder een nieuwe relatie kreeg en we van Friesland naar Hengelo verhuisden, was er doorlopend ruzie. Echt, continu conflict.’

De dertienjarige Preenen besefte: ik kan hier niet langer blijven. ‘Ik heb mijn tas gepakt en ben van huis weggelopen. We hadden intussen een maatschappelijk werker toegewezen gekregen, Marieke, en die kwam toen bij mij op de lijn. In de jeugdzorg is de hulpverlening gericht op herstel van de relatie met de ouder. En dat wist ik. “Ik ga echt niet terug naar huis”, heb ik tegen Marieke gezegd. “Dat is niet goed voor me.” Marieke was haar tijd ver vooruit, want ze luisterde naar het kind, naar mij.’

Ze hebben altijd contact gehouden. ‘Ze leeft nu niet meer, maar Marieke was erbij toen ik, jaren later, als officier van justitie geïnstalleerd werd. Ze was apetrots.’

Preenen ontwikkelde door haar jeugd een sterk innerlijk kompas. ‘Ik weet dat ik op mezelf kan vertrouwen. En ik weet dat je de regie kunt pakken en uit een moeilijke situatie kunt stappen. Daar ligt ook de link met de vrouwen die ik nu wil helpen. Ik zoek een manier om ze te empoweren. Ik denk dat je daar gelukkiger van wordt dan wanneer iemand anders je redt.’

Patriarchale patronen

Zelf kwam ze door de regie naar zich toe te trekken in Nijverdal terecht, bij een dienstbaar protestants-christelijk pleeggezin. ‘Dat dienende zit ook in mij’, zegt Preenen. ‘Je hebt maar één leven en dat probeer ik zo goed mogelijk in te vullen.’

Dus gaat ze na haar rechtenstudie opnieuw in de leer als rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio). Daarna wordt ze officier van justitie bij het parket Amsterdam. In die periode beginnen de ‘patriarchale patronen’ bij het OM haar op te vallen. ‘Op de raio-opleiding was het merendeel vrouw, en in Amsterdam kwam ik in een team met heel veel vrouwelijke officieren van justitie. Maar onze leidinggevenden waren allemaal mannen. Op één vrouw na, de plaatsvervangend hoofdofficier.’

Na zes jaar maakt ze zelf de stap naar leidinggevende functies. De reden is dat ze meer inhoudelijke invloed wil uitoefenen – maar Preenen beseft dat ze haar positie ook kan gebruiken om haar werkgever diverser en inclusiever te maken. Zo neemt ze deel aan een ‘spiegelsessie’ met Amsterdamse rechtenstudenten om te vragen waarom ze na hun studie wel of juist niet voor het OM zouden kiezen.

‘Nou nee, zeiden die studenten: het is hier veel te corporaal. Een wit mannenbolwerk. Met de aanbevelingen die we van ze kregen, hebben we onder andere onze vacatureteksten aangepast.’

Heel Hollands opgevoed

Zelf stuitte ze bij het parket Amsterdam, waar ze inmiddels in het management zat, op een ander knelpunt: de sollicitatiebrieven. ‘Als juristen letten wij op goed geschreven brieven. Maar wat als je de eerste in je familie bent die is gaan studeren en je niemand in je netwerk hebt – pappie, mammie of een van hun vrienden – die je brief even naloopt voor je ‘m opstuurt?’

Ze heeft er veel discussies over gehad met de rest van het management. ‘Dat kon flink schuren. Dan werd er bijvoorbeeld gezegd dat we bij de werving en selectie ‘niet op kwaliteit moesten inboeten’. Waarop ik vroeg: wat is kwaliteit dan volgens jou? Iemand die een goede brief kan schrijven? Hoe weten we dan wat we niet zien?’

Het duurt jaren voor ze ontdekt dat ze niet alleen verschil kan maken door dingen te benoemen, maar dat haar persoon er ook toe doet. Niet alleen omdat ze een vrouw is, maar vooral ook omdat ze een vrouw van Aziatische afkomst is. ‘Ik ben een vrouw van kleur, maar ik ben heel Hollands opgevoed’, zegt ze. ‘Daardoor heb ik me nooit zo gerealiseerd dat mijn aanwezigheid iets kan betekenen voor mensen met een andere culturele achtergrond.’

Dat besef kwam in 2018, toen ze plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Holland werd, en opnieuw in 2023, toen ze lid werd van het College van procureurs-generaal. ‘Beide keren werd ik overstelpt met felicitaties’, vertelt Preenen. ‘Op Linkedin kwamen berichten uit alle hoeken en gaten, van mensen die ik niet kende.’ Gemene deler: de meeste gelukswensers waren, net als zij, niet wit. ‘Zij zeiden: “Wat fantastisch dat dit kan in Nederland!”

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.

Lees ook:

Bij steward-owned bedrijven staat niet rendement, maar de missie voorop, ook al lachen durfinvesteerders je soms uit

De Amsterdamse aandelenbeurs wordt gezien als de oudste ter wereld. De 'Beurs van Hendrick de Keyser' opende in 1611 in onze hoofdstad. 'Daarom is het extra bijzonder dat we hier nu staan om het economische systeem opnieuw in te richten', zegt Gijsbert Koren op het eerste 'steward-ownershipfestival' van Nederland. In Amsterdam, dus.De nieuwe bedrijfsvorm wil korte metten maken met het aandeelhouderskapitalisme. Is een organisatie steward-owned, dan zijn zeggenschap en economische belangen gescheiden. Niet de aandeelhouders, maar onafhankelijke 'stewards' bepalen de koers van het bedrijf. De missie staat centraal. Als er aandeelhouders zijn, krijgen die een beperkt rendement.Waarom je dat zou doen? Simpel, zegt Koren. Hij is oprichter van We Are Stewards, een stichting die de bedrijfsvorm in Nederland promoot. 'Bijna de helft van de mensen die een bedrijf start, doet dat om iets nuttigs bij te dragen aan de maatschappij. Steward-ownership stelt hen in staat te blijven ondernemen met die missie in het vizier.'In Nederland zijn er inmiddels meer dan 200 steward-owned bedrijven. En dat zijn niet de minste. Bouwbedrijf TBI is al enkele decennia steward-owned, net als cateraar Albron en attractiepark De Efteling. Hetzelfde geldt voor steeds meer impactbedrijven, waaronder KnopOm, Sprinklr en Lenteland. Internationaal gaat het bijvoorbeeld om Patagonia.Maar zo enthousiast als bedrijven zijn, datzelfde geldt niet altijd voor zittende aandeelhouders of potentiële nieuwe investeerders niet altijd. Een steward-owned bedrijf is immers niet van hen, maar van zichzelf. Aandeelhouders overtuigen Bestaande bedrijven die steward-owned willen worden, moeten vaak eerst met aandeelhouders in gesprek. Zoals Sprinklr, dat online biologische planten en zaden verkoopt. Het bedrijf werd in 2016 opgericht en is sinds 2023 steward-owned.Toen Sprinklr voor een nieuwe organisatievorm wilde kiezen, was een deel van de aandelen in handen van negen investeerders. En die stonden niet allemaal te springen om een limiet op hun rendement. 'De reacties waren gemengd', zegt medeoprichter Suzanne van Straaten. 'De impactinvesteerders waren gelukkig enthousiast. Die hebben ons toen geholpen om de financieel gedreven investeerders uit te kopen.'In februari 2026 betaalde Sprinklr ook alle overgebleven investeerders terug, waarmee het bedrijf nu geheel van zichzelf is. Van Straaten: 'Nu kunnen we zo activistisch zijn als we zelf willen.'Dat economische belangen en stemrechten bij steward-owned bedrijven zijn gescheiden, betekent trouwens niet dat aandeelhouders per definitie geen zeggenschap hebben. Ondernemers kunnen ervoor kiezen om ze toe te laten tot de groep stewards die de missie van het bedrijf bewaakt. En sommige bedrijven zijn deels steward-owned en deels beursgenoteerd, zoals het Deense Novo Holdings. Uitgelachen door investeerders Naast bestaande investeerders kunnen ook nieuwe investeerders een probleem vormen. Of eigenlijk: het gebrek daaraan. 'Ik heb eens op een podium gezeten in een zaal vol durfinvesteerders', herinnert Sjanett de Geus zich. 'Toen ik zei dat ik investeerders zocht voor mijn steward-owned bedrijf, lachten ze me allemaal uit.'De Geus is eigenaar van Yūgen Forest, een regeneratief beheerd natuurgebied in Flevoland waar evenementen en retraites georganiseerd worden. Het bedrijf is sinds de start steward-owned. Ze hoefde dus geen oude aandeelhouders te overtuigen om een bestaande juridische structuur te veranderen, maar dat betekent niet dat steward-owned ondernemen voor haar van een leien dakje ging. 'Vooral juridisch is het ingewikkeld', zegt ze. 'Neem voorbeeldcontracten: die zijn zelden van toepassing op steward-owned bedrijven. Het kost veel tijd om alles uit te zoeken. En ook veel geld, als ik niet het geluk had gehad dat een jurist me pro bono wilde helpen.'Durfinvesteerders en steward-owned ondernemingen zijn vaak 'geen match', zegt De Geus eufemistisch. Wat overblijft zijn impactinvesteerders of angel investors, die niet enkel geld in bedrijven steken voor het rendement, maar juist om de missie te steunen. Steward-ownership als onderscheidende kwaliteit Een steward-ownership bedrijf is vaak ook aantrekkelijk voor klanten en partners, merken ondernemers op het steward-ownershipfestival op. Zoals Joek Hondius, directeur van REM Automatisering. Zijn bedrijf ontwikkelt software voor overheden. Hondius: 'Onze klanten zijn een grote drijfveer geweest om ons bedrijfsmodel aan te passen. Zij willen niet dat we overgenomen worden en dat hun data in andere handen vallen, of de prijzen enorm omhoog gaan. Nu kunnen we niet meer verkocht worden.'Mike Odenhoven van sociale onderneming Sumthing voegt toe: 'Voor ons is steward-ownership echt een USP. Het heeft eraan bijgedragen dat we zijn toegelaten tot 1 procent for the Planet, waardoor aangesloten bedrijven een deel van hun bijdrage via Sumthing inzetten voor natuurherstel. Met onze bedrijfsvorm laten we iedereen zien: we're in it for the long run.' Lees ook:Dit bedrijf wil meer natuur herstellen dan verloren gaat, dus logisch dat het steward owned werd Steward ownership als nieuwe rechtsvorm? It’s about time In dit circulaire mini-dorp gaat de Nederlandse bedrijfstop de nieuwe economie uitvinden