De oorlog in het Midden-Oosten, en de daardoor gestegen energieprijzen, hebben Nederlandse EV-rijders gesterkt in hun keuze. Twee op de drie gebruikers van elektrische auto’s is door de hoge brandstofprijzen enthousiaster geworden over elektrisch rijden, blijkt uit het Nationaal Laadonderzoek 2026.
Nederlanders staan hierin niet alleen. Wereldwijd hebben stijgende prijzen van benzine en diesel geleid tot hogere verkopen van elektrische voertuigen.
Van de nieuw verkochte auto’s was wereldwijd bijna één op de vijf volledig elektrisch in de eerste acht maanden van dit jaar, meldt energiedenktank Ember in een deze week verschenen rapport. Van de 56 landen waarvoor Ember de verkopen van EV’s bijhoudt, ligt het aandeel van volledig elektrisch in twaalf landen boven de 33 procent.
In Nederland lag het verkoopaandeel van volledig elektrisch in de eerste negen maanden van dit jaar op 42 procent. In september was zelfs meer de helft van de nieuwe auto’s een EV.
Toename elektrisch rijden beperkt olie-import
De snelle stijging van de verkopen van elektrische modellen heeft voor olie-importerende landen een extra voordeel: ze hoeven minder benzine en diesel in te kopen. En dat zorgt voor flinke besparingen, blijkt uit het rapport van Ember.
In periode van maart tot en met augustus scheelde de inzet van elektrische voertuigen in olie-importerende landen volgens Ember wereldwijd 20 miljard dollar. Dat wil zeggen: als je volledig elektrische modellen én plug-in hybrides samenneemt.
Het grootste deel van de besparing op de inkoop van olie (16,5 miljard dollar) was te danken aan volledig elektrische auto’s, berekende Ember.
In China en Europa zijn deze effecten het sterkst. EU-landen bespaarden van maart tot en met augustus 3,1 miljard dollar op de import van olie. Voor China was dat liefst 14 miljard dollar. Daarbij is geschat hoeveel brandstof vervangende brandstofauto’s nodig zouden hebben gehad als er geen elektrisch alternatief was geweest.
Omvang elektrisch wagenpark in China en Europese landen
Hoe dit effect per land uitpakt, hangt af van het aandeel van volledig elektrische auto’s en plug-in hybrides in het wagenpark en de plaatselijke ontwikkeling van brandstofprijzen.
Voor China telt Ember een elektrisch wagenpark van zo’n 52 miljoen auto’s per september dit jaar. In Europa zitten Duitsland en Frankrijk op respectievelijk 3,6 en 2,8 miljoen deels of geheel elektrisch aangedreven auto’s. In Nederland gaat het om ongeveer 1,4 miljoen stuks. Daarbij geldt dat in Nederland het aandeel van plug-in hybrides met 43 procent relatief hoog is, tegenover 57 procent volledig elektrisch.
In Europa was de absolute financiële besparing op de olie-import van maart tot en met augustus het grootst in het VK, Duitsland en Frankrijk (tussen de 560 en 790 miljoen dollar), terwijl Nederland naar schatting 250 miljoen dollar op de olie-import bespaarde.
Nederland kan op jaarbasis half miljard besparen op olie-import
De cijfers van Ember gaan over het afgelopen halfjaar, maar de denktank heeft op basis daarvan ook een doorrekening op jaarbasis gemaakt. Uitgangspunt is een gemiddelde olieprijs van 100 dollar per vat (de gemiddelde prijs van het afgelopen halfjaar).
Volgens deze berekening (te zien in onderstaande grafiek) leveren elektrische auto’s en plug-in hybrides dan in Nederland een besparing op de olie-import van 540 miljoen dollar op. Omgerekend is dat 485 miljoen euro.
Lees ook:
- Fiscale regels voor elektrische auto in 2027: zo werkt extra heffing op fossiele leaseauto
- Waarom de elektrische auto zo snel oprukt in Nederland: beter betaalbaar, hogere actieradius en sneller laden
- Blijft Tesla elektrische auto’s leveren aan consumenten? Focus ligt op cybertaxi en autonoom rijden




