Tussen 19 en 30 oktober vindt in Armenië de zeventiende VN-conferentie over biodiversiteit plaats. Met onder meer vertegenwoordigers van overheden, ngo’s, wetenschappers en het bedrijfsleven. Wat kunnen we van COP17 verwachten? Zes vragen.
Waar gaat de VN-top COP17 over?
Begin jaren ’90 werd de Conventie voor Biologische Diversiteit getekend, een wereldwijd verdrag om dieren- en plantensoorten en hun onderlinge relaties te behouden. Sindsdien komen alle ondertekenaars − dat zijn alle VN-leden, behalve de VS − elke twee jaar bijeen op een zogenoemde Conference of the Parties (COP). Dit jaar gebeurt dat in Jerevan, de hoofdstad van Armenië.
COP17, zoals de bijeenkomst van dit jaar heet, is extra belangrijk. Vier jaar geleden werd namelijk het zogenoemde Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework aangenomen, ook wel ‘het Parijs-akkoord voor de natuur’ genoemd. Daarin werden 23 doelen voor 2030 geformuleerd. Landen hadden dus acht jaar om die te behalen; we zijn nu op de helft.
Hoe staat het nu met de wereldwijde biodiversiteit?
In een uitgebreid rapport vatten de VN samen hoeveel vooruitgang landen de afgelopen jaren hebben geboekt bij het behalen van de 23 doelen. ‘Hoewel het Framework veel innovatie, samenwerking en actie op gang heeft gebracht, worden de doelen voor 2030 niet behaald − tenzij collectieve implementatie snel toeneemt’, is de conclusie.
Slechts één van de 23 doelen kleurt groen op de scorecard: de impact van klimaatverandering op de biodiversiteit verlagen.
Op vijf doelen is er enige vooruitgang (30 procent van de beschadigde ecosystemen herstellen; de handel in wilde dieren tegengaan; landbouw en visserij natuurinclusief maken; de impact van natuur op de mens verbeteren; kennis over biodiversiteit toegankelijk maken). De rest van de doelen scoort (zeer) ondermaats.
Carbon Brief maakte een handig overzicht met de samenvattingen per doel.
Bij ‘biodiversiteit’ denken mensen vooral aan het aantal planten- en dierensoorten ter wereld. Maar de term is vooral bedoeld om de relatie tussen al die levende dingen aan te duiden: het hele ecosysteem. Als één insectensoort uitsterft, kan dat immers leiden tot planten die niet meer bestoven worden of andere dieren die geen voedsel meer hebben. Die biodiversiteit ligt ook aan de basis van veel systemen waar mensen afhankelijk van zijn, waaronder ons voedselsysteem.
Wat gaat er wel goed?
Meer dan 90 procent van de landen heeft nationale streefcijfers opgesteld voor verbeterde biodiversiteit. Dat wordt al als een prestatie op zich gezien, hoewel de streefcijfers nog tot weinig concrete actie leiden. Marcel Kok, die namens het Planbureau voor de Leefomgeving meewerkte aan het voortgangsrapport, zegt tegen de Volkskrant: ‘De betrokkenheid bij dit onderwerp is enorm gegroeid. Delegaties bij de internationale toppen worden steeds groter.’
Een recent rapport van het Wereld Natuur Fonds laat bovendien zien dat veel soorten zich goed kunnen herstellen als ze actief beschermd worden. Zoogdieren, vogels, vissen en andere gewervelde diersoorten zijn de afgelopen vijftig jaar weliswaar met gemiddeld 73 procent afgenomen, maar onder meer tijgers en blauwvintonijnen nemen juist in aantallen toe.
Wat zijn de uitdagingen voor de komende vier jaar?
Het Framework uit 2022 bevat wereldwijde doelstellingen, die landen vervolgens hebben vertaald naar nationale doelen. Maar die zijn lang niet altijd even ambitieus of volledig als de wereldwijde doelen, stelt het rapport, dat daarin dus nog flinke verbeterpunten ziet.
De doelen zijn één, maar daarna volgt de implementatie daarvan. Ook die laat nog te wensen over. Minder dan de helft van de landen zegt op schema te liggen voor het behalen van één of meer van de 23 doelen. Financiering speelt daarbij een grote rol. Private financiering van biodiversiteitsherstel moet op gang moet komen, subsidies die (indirect) de biodiversiteit schaden moeten worden afgebouwd. Alleen al in Nederland gaat dat om zo’n 10 miljard euro per jaar.
Het rapport stelt verder dat overheden biodiversiteit meer moeten integreren in bijvoorbeeld gezondheids- en voedselbeleid, dat onder meer burgers en bedrijven actiever moeten worden betrokken en dat er meer data beschikbaar moet komen om de vooruitgang goed te kunnen monitoren.
Waar gaan de gesprekken tijdens COP17 over?
Ambitieuze landen zullen de top gebruiken om méér actie voor het herstel van biodiversiteit op gang te brengen. De gesprekken gaan naar verwachting vooral over de doelen waarvoor landen nog (lang) niet op schema liggen.
De financiële afspraken zijn daar een belangrijk onderdeel van. Naast het schrappen van schadelijke subsidies is er bijvoorbeeld ook afgesproken om jaarlijks 200 miljard dollar uit te trekken voor het herstel van biodiversiteit. Momenteel is dat nog niet eens de helft. De EU zegt wel op koers te liggen om zijn internationale financiering van natuurherstel te verdubbelen van 3,5 naar 7 miljard euro.
Wat gaat Europa doen?
De Europese Unie onderhandelt als één blok op COP17, onder aanvoering van de Zweedse Eurocommissaris Jessika Roswall. Zij zet naar verwachting in op meer actie en bindende biodiversiteitsdoelstellingen.
Tijdens de top lanceert Roswall het EU-initiatief Friends of Credits for Nature and Biodiversity. Zogenoemde natuurcredits moeten particulier geld voor biodiversiteit mobiliseren. Klimaatactiegroepen hebben echter kritiek op die financieringsmethode. Zij stellen dat bedrijven aangekochte natuurcredits kunnen gebruiken als excuus om de natuur zelf te blijven beschadigen.
Lees ook:
- Biodiversiteit verbeteren met AI: ‘Om natuur te beheren moet je eerst goed in kaart brengen hoe die eruit ziet’
- Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit
- Lichtvervuiling kost onnodig veel energie en schaadt de biodiversiteit, maar het kan ook anders



