Wilke Wittebrood
27 oktober 2026, 15:13

Biodiversiteit is ondergeschoven kindje bij bedrijven: nieuwe 'managementtaal' voor de natuur zou helpen

Bedrijven hebben wel een strategie voor het klimaat, maar voor de natuur ontbreekt die vaak nog. Dat is riskant, want ruim de helft van de wereldeconomie is afhankelijk van natuurlijke ecosystemen en de ‘diensten’ die zij leveren. ‘Het idee dat je de natuur niet uitbuit, is nieuw.’

Wilder Land oogst Wilder Land is opgericht om monoculturen 'wilder' te maken: in de kern betaalt de startup boeren om meer verschillende planten- en kruidensoorten in te zaaien. | Credits: Wilder Land

‘Wist je dat je heel eenvoudig kunt zien of een appel goed is bestoven?’, vraagt Matthijs Westerwoudt. ‘Zet je een appel op zijn kont en blijft hij staan, dan is het een goede appel. Dan heeft-ie zich gelijkmatig ontwikkeld en zijn in alle vruchtbladen pitjes gegroeid. Is dat niet het geval, dan is de appel letterlijk uit evenwicht en rolt-ie om.’

Hij zucht. ‘Tegenwoordig rollen appels steeds vaker om.’

Dat komt doordat de populaties van bestuivers, zoals bijen en hommels, in rap tempo achteruit hollen. Het is een van de problemen die Westerwoudt en zijn compagnon Daan van Diepen met hun startup Wilder Land willen aanpakken. Dat doen ze met de verkoop van producten die bijdragen aan natuurherstel: thee, siropen, kombucha’s en ciders waarin zo’n vijftig inheemse planten- en kruidensoorten zijn verwerkt, die het bedrijf inkoopt bij Nederlandse boeren.

Gemene deler: de planten werken als een magneet voor bestuivers en tientallen andere soorten insecten. Westerwoudt: ‘Als je kamille plant, krijg je de kamillevlinder er bijvoorbeeld gratis bij.’ Die insecten lokken weer vogels. Bovendien bieden de kruidenrijke stroken beschutting aan muizen en hazen, die ook weer roofdieren trekken.

Zo kan een ‘doods’ stuk landbouwgrond ineens weer letterlijk zoemen van het leven. En hoe meer soorten, hoe groter de biodiversiteit.

Biodiversiteit holt achteruit

Biodiversiteit gaat over de verscheidenheid aan leven op aarde – planten, dieren, schimmels, bacteriën – en hun onderlinge relaties. Die verscheidenheid daalt met een ‘alarmerend tempo’, waarschuwt het Wereld Natuur Fonds in het meest recente Living Planet Report, dat de wereldwijde staat van de natuur en populaties van gewervelde wilde dieren in kaart brengt. Die populaties zijn tussen 1970 en 2022 gemiddeld met 73 procent afgenomen, met de kanttekening dat het om een gemiddelde gaat, en er ook populaties zijn die stabiel zijn of zich herstellen.

Vier jaar geleden sloten 196 landen – alle VN-leden, met uitzondering van de VS – een akkoord om die achteruitgang een halt toe te roepen. Ze kwamen tot 23 doelen voor 2030, vastgelegd in het Kunming-Montreal Biodiversity Framework, dat ook wel het ‘Parijsakkoord voor de natuur’ wordt genoemd.

De bekendste is de 30 x 30-doelstelling, die voorschrijft dat 30 procent van het land- en wateroppervlak moet worden beschermd in 2030. Ook moeten er tegen die tijd ten minste 500 miljard euro aan ‘financiële prikkels’ zijn afgebouwd die schadelijk zijn voor de biodiversiteit, zoals subsidies voor de industriële landbouw.

Voor geen enkel doel op koers

Bedrijven vragen daar ook om. In de aanloop naar de zeventiende biodiversiteitstop (COP17), die vorige week startte in de Armeense hoofdstad Jerevan, ondertekenden ruim 130 bedrijven en financiële instellingen een open brief waarin ze pleitten voor hervormingen van het stelsel.

Dat gaat nu namelijk tergend langzaam. De wereld ligt zelfs voor geen enkel doel op koers, blijkt uit een rapport dat de VN in de aanloop naar COP17 uitbracht. Tenzij de uitvoering ‘drastisch’ wordt versneld.

Dat is niet alleen slecht nieuws voor de natuur, maar ook voor het bedrijfsleven. Meer dan de helft (55 procent) van de wereldeconomie is matig tot sterk afhankelijk van natuurlijke ecosystemen en de ‘diensten’ die zij leveren, becijfert het World Economic Forum (WEF) in het meest recente Global Risks Report. Zo zijn veel landbouwgewassen – denk nog even aan die omrollende appels – afhankelijk van bestuiving en hebben bedrijven in de drank- en farmaceutische industrie (schoon) water nodig voor hun productie- en koelprocessen.

Meer dan de helft van de wereldeconomie is matig tot sterk afhankelijk van natuurlijke ecosystemen. | Credits: Wilder Land

Crisis in de koffieketen

Het WEF noemt biodiversiteitsverlies en instortende ecosystemen een van de grootste risico’s voor de wereldeconomie in de komende tien jaar. Dat is geen abstract toekomstscenario: de gevolgen zijn nu al voelbaar, bijvoorbeeld op de koffiemarkt.

Vorig jaar mislukte de oogst in de twee belangrijkste productielanden, Brazilië en Vietnam. In Brazilië kwam dat door vorst en aanhoudende droogte, in Vietnam door zware regenval en overstromingen. Daardoor steeg de prijs van groene koffiebonen, de ongebrande variant, in een jaar tijd met bijna 100 procent.

In dit geval versterken de gevolgen van biodiversiteitsverlies en klimaatverandering elkaar, legt Thijs IJsbrandij uit. Als bioloog en adviseur natuur & strategie bij PwC helpt hij bedrijven strategieën voor biodiversiteitsbehoud te ontwikkelen. ‘Koffieplanten zijn extreem gevoelig voor veranderende temperaturen, watertekorten en bodemerosie. Wat dat betreft is koffie de kanarie in de kolenmijn.’

Ondanks de nauwe samenhang vragen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies toch echt om een andere aanpak, vervolgt IJsbrandij. ‘En waar veel bedrijven inmiddels een strategie hebben richting netto nul uitstoot, is biodiversiteit in het bedrijfsleven nog een ondergeschoven kindje.’

Te weinig en te vage plannen

Uit onderzoek van PwC en de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) onder dertig Europese beursgenoteerde bedrijven blijkt dat 73 procent biodiversiteit belangrijk vindt, maar slechts de helft er een strategie voor heeft – en dan zijn die plannen vaak ook veel te vaag geformuleerd. ‘“Geen nettoverlies” is geen ambitie’, zegt IJsbrandij. ‘Een nulmeting, tijdlijnen en meetbare indicatoren wel.’

Volgens hem ligt daar een belangrijk deel van de verklaring voor de kloof tussen ambitie en actie. ‘Klimaatverandering is te vatten in één helder getal: CO₂-reductie. In het Parijsakkoord is afgesproken om de temperatuurstijging onder de 2 en liever nog 1,5 graden te houden. Daarmee zijn een routekaart en een managementtaal gecreëerd waarmee bedrijven aan de slag kunnen. Ze weten dat ze hun huidige CO2-uitstoot in kaart moeten brengen en ze weten dat die over zo veel jaar met zo veel procent verlaagd moet zijn.’

Daarbij is er een duidelijk handelingsperspectief. IJsbrandij: ‘Bedrijven kunnen werken aan energiebesparing en overstappen op hernieuwbare energie. Daar zit bovendien vaak een directe besparing of positieve businesscase aan vast. Dat maakt het haalbaar om die acties te implementeren.’

Biodiversiteitsherstel is voor bedrijven veel complexer. ‘De invloed van bedrijven op de natuur is niet uit te drukken in één universele indicator, en dus ook veel lastiger in kaart te brengen’, legt IJsbrandij uit. ‘Er is een hele rits aan ‘drukfactoren’, waaronder land- en watergebruik en vervuilende stoffen die neerslaan in de natuur. En waar de uitstoot van CO2 overal hetzelfde effect heeft op de atmosfeer, is dat bij deze factoren sterk locatiegebonden. Het kappen van een hectare tropisch regenwoud heeft bijvoorbeeld een grotere ecologische impact dan kappen in een soortenarm gebied. Daarbij zit de impact voor veel bedrijven diep in de keten, bij de boeren of de grondstofwinning.’

Grondstoffen goedkoop onttrekken

Volgens Matthijs Westerwoudt van Wilder Land is dat niet de enige reden waarom bedrijven het lastig vinden om biodiversiteit een plaats te geven in hun strategie. ‘Bedrijven snappen inmiddels dat ze goed met mensen moeten omgaan, al heeft dat ook driehonderd jaar geduurd’, zegt hij. ‘Maar het idee dat je de natuur niet uitbuit, is nieuw.’

Ons huidige economische systeem is er volgens de ondernemer juist op gebouwd om grondstoffen zo goedkoop mogelijk aan de natuur te onttrekken. ‘De natuur beschermen en herstellen druist daar fundamenteel tegenin. Voor veel bedrijven is dat een te pijnlijke stap; dan moeten ze marge inleveren of hun prijzen verhogen. En als ze dat als enige doen, gaan hun klanten naar de concurrent.’

Betalen voor diversere landbouw

Ook in zijn eigen bedrijfsvoering merkt hij dat economische argumenten het zwaarst wegen. Ja, de boeren met wie Wilder Land samenwerkt, hebben last van de krimpende insectenpopulaties en van uitgeputte en geërodeerde landbouwgrond – maar dat is niet de voornaamste reden dat ze bij de startup aankloppen.

Die reden is vooral dat Wilder Land ze goed betaalt voor planten die ze vroeger wegspoten. ‘Het huidige systeem dwingt boeren tot een monocultuur’, zegt Westerwoudt. ‘Ze verdienen meer aan opschalen dan aan diversifiëren. Wij willen dat omdraaien: boeren moeten juist betaald krijgen voor meer diversiteit op hun land.’

Het beschermen van de natuur druist volgens Matthijs Westerwoudt ‘fundamenteel’ in tegen ons economische systeem. | Credits: Wilder Land

Toch constateert IJsbrandij een voorzichtige mentaliteitsverandering. In de biodiversiteitsbenchmark van PwC en VBDO worden ook enkele koplopers genoemd: koffie- en theebedrijf JDE Peet’s, zuivelproducent Danone en supermarkt Carrefour.

‘Dat zijn bedrijven die heel goed weten dat hun kernactiviteiten en waardeketens direct afhankelijk zijn van gezonde ecosystemen’, zegt hij. ‘In plaats van anoniem koffiebonen in te kopen werkt JDE Peet’s daarom bijvoorbeeld direct samen met de boeren in de toeleveringsketen.’ Zo helpt het bedrijf koffieboeren in onder meer Honduras en Vietnam om over te stappen op regeneratieve landbouw.

De juiste data

Het formuleren van een strategie begint volgens de duurzaamheidsadviseur met de juiste data: waar grondstoffen vandaan komen en waar die activiteiten overlappen met kwetsbare ecosystemen. Welke invloed heeft een bedrijf op de natuur en in hoeverre is het zelf afhankelijk van de diensten die de natuur levert?

Vervolgens adviseert hij organisaties ‘een niveau dieper te gaan’ en de gegevens over specifieke ‘drukfactoren’ in kaart te brengen. Hoeveel hectare land wordt er bijvoorbeeld gebruikt en welk deel kan worden omgezet in duurzame of natuurinclusieve teelt? Hoeveel water is er nodig en hoeveel daarvan wordt onttrokken aan gebieden met waterschaarste? Hoeveel stikstof, pesticiden of microplastics komen er vrij in de keten?

Westerwoudt wil daar een vraag aan toevoegen: hoe ‘gezond’ is een gebied, hoeveel leven is er? Om dat in kaart te brengen, richtten hij en Van Diepen samen met een ecoloog en twee data-experts begin dit jaar een tweede bedrijf op: Wilder Insights Lab, een tech- en databedrijf dat de biodiversiteit in (natuur)gebieden met behulp van slimme sensoren en AI in kaart brengt.

Hoe ze dat meten? Op basis van vogelgeluiden. ‘Daaruit kun je afleiden welke dieren en insecten zich nog meer op die plek bevinden’, legt Westerwoudt uit. ‘Die worden weer door die vogels gegeten.’

‘Luistervinken’

Bouwbedrijf Heijmans gebruikt de meetkasten (‘luistervinken’) al om de biodiversiteit op bouwlocaties in kaart te brengen, en gemeenten zetten ze in om natuurgebieden te monitoren. Ook grote cateraars hebben volgens Westerwoudt interesse. ‘Zij kunnen de data gebruiken om bij overheidsaanbestedingen en in duurzaamheidsrapportages aan te tonen wat de impact van hun producten is.’

Volgens IJsbrandij is het ontzettend zonde dat de Europese Commissie de scope van de duurzaamheidsrapportage onder de zogenoemde CSRD twee jaar geleden versoepeld heeft. ‘Daardoor valt 90 procent van de bedrijven die eerder nog wel rapportageplichtig was, er nu niet meer onder. Terwijl het bedrijfsleven de overheid juist hard nodig heeft om wettelijke kaders te stellen en te normeren of te beprijzen. Individuele bedrijven kunnen dit niet alleen oplossen.’

Lees ook:

De innovatieve watertechnologie van Sensiblue kan de energietransitie drastisch versnellen

Water desinfecteren met chloor wordt al decennialang gedaan. Waarom Jan Tholen aan het begin van de 21e eeuw dan nog een DSM Innovatieprijs won voor zijn 'Turbokiller'? Zijn apparaat had iets unieks: je hebt er geen elektriciteit voor nodig, omdat het water die zélf opwekt.Inmiddels heeft het apparaat een andere naam (de 'Sensiblue S4') en staat niet Jan, maar zoon Wirijn aan het hoofd van Sensiblue. Hij kocht het bedrijf in 2020 terug van de Utrechtse producent die het inmiddels had overgenomen. De geestesvader van het bedrijf is trouwens nog altijd betrokken. 'Ik bel mijn vader nog elke dag om te sparren', zegt Wirijn Tholen grijnzend.Sommige toepassingen van het desinfectieapparaat liggen voor de hand. Het apparaat kan bijvoorbeeld prima gebruikt worden om de 2,1 miljard mensen die nu geen toegang hebben tot schoon drinkwater, daar wel van te voorzien.De Sensiblue S4 is bijvoorbeeld geïnstalleerd op 23 scholen in Oeganda, waar grond- en regenwater wordt gedesinfecteerd voor duizenden kinderen. En in landen waar mensen drinkwater nu in de winkel of op straat moeten kopen, zou de Sensiblue veel plastic kunnen besparen. Inmiddels wordt het apparaat in elk werelddeel verkocht, en volgende maand wordt het apparaat zelfs gebruikt om schoon tapwater te kunnen verzorgen op de Jeugd Olympische Zomerspelen in Senegal.Maar Tholen denkt verder dan dat. Hij ziet bijvoorbeeld een grote rol voor zijn desinfectieapparaat in de energietransitie. Water desinfecteren met zoutelektrolyse De Sensiblue werkt met een zogenoemde zoutelektrolysecel. In het apparaatje wordt stroom opgewekt door een kleine waterturbine. Die stroom wordt gebruikt om zoutmoleculen (natriumchloride) te splitsen, waardoor actief chloor ontstaat. Dat kan bacteriën in water doden, zoals legionella.[caption id="attachment_188284" align="alignnone" width="900"] Zelf opgewekte stroom wordt gebruikt om zoutmoleculen te splitsen, waardoor actief chloor ontstaat.  | Credits: Hugo de Wolf[/caption]Het water dat eruit komt is veilig als drinkwater. Het kleine beetje chloor dat erin zit proef je niet, belooft Tholen. 'Onderzoek heeft aangetoond dat een heel kleine dosis chloor − 0,2 tot 0,5 milligram per liter − genoeg is om water te desinfecteren, zonder dat je het proeft.'Als bewijs zet hij twee flessen water voor ons neer: één met gewoon Nederlands kraanwater, dat geen chloor bevat, en één met Sensiblue-water. Of we kunnen proeven welke fles welke inhoud heeft? Spoiler: nee. 'Zelf proef ik het wel, maar alleen omdat ik weet waar ik op moet letten', zegt Tholen. 'Omdat ons water een heel klein beetje zout bevat, voelt het iets zachter op de tong. De meeste mensen vinden dat lekkerder.'Het gebruik van elektriciteit uit water heeft in dit geval meerdere voordelen. Het zorgt er niet alleen voor dat de Sensiblue ook off-grid gebruikt kan worden, maar maakt ook dat er nooit meer chloor wordt aangemaakt dan de bedoeling is. 'De hoeveelheid chloor is afhankelijk van de hoeveelheid stroom, en die is in ons geval dus afhankelijk van de hoeveelheid water.' Overstap van gas naar warmtenet Maar hoe helpt dit de energietransitie? Dat heeft alles te maken met het warme water in onder andere appartementencomplexen en sportclubs. Dat moet continu worden opgestookt tot minstens 60 graden, zodat legionella niet de kans krijgt in de leidingen te groeien. Maar dat kost heel veel gas, legt Tholen uit.Nu alle gebouwen in Nederland van het gas af moeten, worden warmtenetten als goed alternatief gezien. Maar water in een warmtenet bereikt de 60 graden niet. Tholen: 'Dat betekent dat elke woning een boiler zou moeten krijgen om het water verder op te stoken. Onzin, want het water hoeft helemaal niet zo warm te zijn voor de douche of om een huis te verwarmen. En die legionellabesmetting kun je prima voorkomen met onze oplossing, zonder dat er onnodig energie wordt gebruikt.'Een desinfectieapparaat bespaart op die manier ongeveer een kwart van het energiegebruik van huishoudens. Dat kan een huishouden niet alleen 83 kilo CO2-uitstoot per jaar besparen, maar ook veel geld, weet Tholen.De 60 graden-eis is weliswaar wettelijk vastgelegd, maar met een speciale verklaring mag de Sensiblue wel als alternatief worden verkocht. Sensiblue voert de daarvoor benodigde tests nu uit met een subsidie, opgehaald met behulp van het programma ImpactCity van de gemeente Den Haag. Voorbij de 'valley of death' Tholen is overtuigd van unieke werking van zijn product, maar de weg erheen was hobbelig. 'Nadat mijn vader de eerste versie van het product ontwikkelde, kwamen er twee andere varianten, ontwikkeld in samenwerking met een Utrechtse producent. De ene was goed, die erna liep totaal niet. Ze stonden op het punt de stekker eruit te trekken. Dat vond ik zonde van mijn vaders werk en van de potentie van het product. Ik dacht dat er gewoon meer focus moest komen. Tot bleek dat er echt gebreken waren, waaronder lekkage.'[caption id="attachment_188282" align="alignnone" width="900"] Elk apparaat wordt 24 uur getest voor het wordt geleverd. | Credits: Hugo de Wolf[/caption]Hij besloot het apparaat uit productie te halen en opnieuw te beginnen. Jarenlang werkte hij aan de Sensiblue S4, die sinds vorig jaar op de markt is. 'Door de eerdere problemen hebben we misschien te lang gewacht met de lancering, maar nu weten we wel zeker dat alles goed is. Nog steeds testen we elk apparaat 24 uur voordat het ons magazijn verlaat.'Die productkwaliteit ziet Tholen als dé manier om de door ondernemers gevreesde valley of death te overleven. 'Ik kan nog niet zeggen dat de vallei een gepasseerd station is, maar we zitten heel dicht bij het einde. Er liggen aanvragen voor tienduizenden stuks. Volgend jaar moeten we voor het eerst break-even draaien.'Wat de ondernemer ook heeft geholpen is zijn nieuwe sales-team, die met meer focus kan verkopen dan hij zelf had. 'En tot slot helpt het als er een gerespecteerde instantie achter je staat. Vorig jaar stonden we op Change NOW in Parijs, als één van de veelbelovende oplossingen uit Nederland. ImpactCity had ons daarvoor aangedragen. Daar zijn heel veel mooie samenwerkingen uit voortgekomen.'Bekijk hier hoe ImpactCity ook jouw impactbedrijf vooruit kan helpen. Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ImpactCity. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier. Lees ook:Deze Friese startup gaat drinkwaterverspilling tegen door lekkages in het waternet op te sporen ‘Bliksemwater’ van Eindhovense startup is alternatief voor pesticiden: ‘Voor oplossingen naar de natuur kijken’ Vanuit Den Haag spreekt dit bedrijf met mensen in crisissituaties, van Bangladesh tot Syrië: 'Betrekken hen bij belangrijk beleid'