‘Wist je dat je heel eenvoudig kunt zien of een appel goed is bestoven?’, vraagt Matthijs Westerwoudt. ‘Zet je een appel op zijn kont en blijft hij staan, dan is het een goede appel. Dan heeft-ie zich gelijkmatig ontwikkeld en zijn in alle vruchtbladen pitjes gegroeid. Is dat niet het geval, dan is de appel letterlijk uit evenwicht en rolt-ie om.’
Hij zucht. ‘Tegenwoordig rollen appels steeds vaker om.’
Dat komt doordat de populaties van bestuivers, zoals bijen en hommels, in rap tempo achteruit hollen. Het is een van de problemen die Westerwoudt en zijn compagnon Daan van Diepen met hun startup Wilder Land willen aanpakken. Dat doen ze met de verkoop van producten die bijdragen aan natuurherstel: thee, siropen, kombucha’s en ciders waarin zo’n vijftig inheemse planten- en kruidensoorten zijn verwerkt, die het bedrijf inkoopt bij Nederlandse boeren.
Gemene deler: de planten werken als een magneet voor bestuivers en tientallen andere soorten insecten. Westerwoudt: ‘Als je kamille plant, krijg je de kamillevlinder er bijvoorbeeld gratis bij.’ Die insecten lokken weer vogels. Bovendien bieden de kruidenrijke stroken beschutting aan muizen en hazen, die ook weer roofdieren trekken.
Zo kan een ‘doods’ stuk landbouwgrond ineens weer letterlijk zoemen van het leven. En hoe meer soorten, hoe groter de biodiversiteit.
Biodiversiteit holt achteruit
Biodiversiteit gaat over de verscheidenheid aan leven op aarde – planten, dieren, schimmels, bacteriën – en hun onderlinge relaties. Die verscheidenheid daalt met een ‘alarmerend tempo’, waarschuwt het Wereld Natuur Fonds in het meest recente Living Planet Report, dat de wereldwijde staat van de natuur en populaties van gewervelde wilde dieren in kaart brengt. Die populaties zijn tussen 1970 en 2022 gemiddeld met 73 procent afgenomen, met de kanttekening dat het om een gemiddelde gaat, en er ook populaties zijn die stabiel zijn of zich herstellen.
Vier jaar geleden sloten 196 landen – alle VN-leden, met uitzondering van de VS – een akkoord om die achteruitgang een halt toe te roepen. Ze kwamen tot 23 doelen voor 2030, vastgelegd in het Kunming-Montreal Biodiversity Framework, dat ook wel het ‘Parijsakkoord voor de natuur’ wordt genoemd.
De bekendste is de 30 x 30-doelstelling, die voorschrijft dat 30 procent van het land- en wateroppervlak moet worden beschermd in 2030. Ook moeten er tegen die tijd ten minste 500 miljard euro aan ‘financiële prikkels’ zijn afgebouwd die schadelijk zijn voor de biodiversiteit, zoals subsidies voor de industriële landbouw.
Voor geen enkel doel op koers
Bedrijven vragen daar ook om. In de aanloop naar de zeventiende biodiversiteitstop (COP17), die vorige week startte in de Armeense hoofdstad Jerevan, ondertekenden ruim 130 bedrijven en financiële instellingen een open brief waarin ze pleitten voor hervormingen van het stelsel.
Dat gaat nu namelijk tergend langzaam. De wereld ligt zelfs voor geen enkel doel op koers, blijkt uit een rapport dat de VN in de aanloop naar COP17 uitbracht. Tenzij de uitvoering ‘drastisch’ wordt versneld.
Dat is niet alleen slecht nieuws voor de natuur, maar ook voor het bedrijfsleven. Meer dan de helft (55 procent) van de wereldeconomie is matig tot sterk afhankelijk van natuurlijke ecosystemen en de ‘diensten’ die zij leveren, becijfert het World Economic Forum (WEF) in het meest recente Global Risks Report. Zo zijn veel landbouwgewassen – denk nog even aan die omrollende appels – afhankelijk van bestuiving en hebben bedrijven in de drank- en farmaceutische industrie (schoon) water nodig voor hun productie- en koelprocessen.

Meer dan de helft van de wereldeconomie is matig tot sterk afhankelijk van natuurlijke ecosystemen. | Credits: Wilder Land
Crisis in de koffieketen
Het WEF noemt biodiversiteitsverlies en instortende ecosystemen een van de grootste risico’s voor de wereldeconomie in de komende tien jaar. Dat is geen abstract toekomstscenario: de gevolgen zijn nu al voelbaar, bijvoorbeeld op de koffiemarkt.
Vorig jaar mislukte de oogst in de twee belangrijkste productielanden, Brazilië en Vietnam. In Brazilië kwam dat door vorst en aanhoudende droogte, in Vietnam door zware regenval en overstromingen. Daardoor steeg de prijs van groene koffiebonen, de ongebrande variant, in een jaar tijd met bijna 100 procent.
In dit geval versterken de gevolgen van biodiversiteitsverlies en klimaatverandering elkaar, legt Thijs IJsbrandij uit. Als bioloog en adviseur natuur & strategie bij PwC helpt hij bedrijven strategieën voor biodiversiteitsbehoud te ontwikkelen. ‘Koffieplanten zijn extreem gevoelig voor veranderende temperaturen, watertekorten en bodemerosie. Wat dat betreft is koffie de kanarie in de kolenmijn.’
Ondanks de nauwe samenhang vragen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies toch echt om een andere aanpak, vervolgt IJsbrandij. ‘En waar veel bedrijven inmiddels een strategie hebben richting netto nul uitstoot, is biodiversiteit in het bedrijfsleven nog een ondergeschoven kindje.’
Te weinig en te vage plannen
Uit onderzoek van PwC en de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) onder dertig Europese beursgenoteerde bedrijven blijkt dat 73 procent biodiversiteit belangrijk vindt, maar slechts de helft er een strategie voor heeft – en dan zijn die plannen vaak ook veel te vaag geformuleerd. ‘“Geen nettoverlies” is geen ambitie’, zegt IJsbrandij. ‘Een nulmeting, tijdlijnen en meetbare indicatoren wel.’
Volgens hem ligt daar een belangrijk deel van de verklaring voor de kloof tussen ambitie en actie. ‘Klimaatverandering is te vatten in één helder getal: CO₂-reductie. In het Parijsakkoord is afgesproken om de temperatuurstijging onder de 2 en liever nog 1,5 graden te houden. Daarmee zijn een routekaart en een managementtaal gecreëerd waarmee bedrijven aan de slag kunnen. Ze weten dat ze hun huidige CO2-uitstoot in kaart moeten brengen en ze weten dat die over zo veel jaar met zo veel procent verlaagd moet zijn.’
Daarbij is er een duidelijk handelingsperspectief. IJsbrandij: ‘Bedrijven kunnen werken aan energiebesparing en overstappen op hernieuwbare energie. Daar zit bovendien vaak een directe besparing of positieve businesscase aan vast. Dat maakt het haalbaar om die acties te implementeren.’
Biodiversiteitsherstel is voor bedrijven veel complexer. ‘De invloed van bedrijven op de natuur is niet uit te drukken in één universele indicator, en dus ook veel lastiger in kaart te brengen’, legt IJsbrandij uit. ‘Er is een hele rits aan ‘drukfactoren’, waaronder land- en watergebruik en vervuilende stoffen die neerslaan in de natuur. En waar de uitstoot van CO2 overal hetzelfde effect heeft op de atmosfeer, is dat bij deze factoren sterk locatiegebonden. Het kappen van een hectare tropisch regenwoud heeft bijvoorbeeld een grotere ecologische impact dan kappen in een soortenarm gebied. Daarbij zit de impact voor veel bedrijven diep in de keten, bij de boeren of de grondstofwinning.’
Grondstoffen goedkoop onttrekken
Volgens Matthijs Westerwoudt van Wilder Land is dat niet de enige reden waarom bedrijven het lastig vinden om biodiversiteit een plaats te geven in hun strategie. ‘Bedrijven snappen inmiddels dat ze goed met mensen moeten omgaan, al heeft dat ook driehonderd jaar geduurd’, zegt hij. ‘Maar het idee dat je de natuur niet uitbuit, is nieuw.’
Ons huidige economische systeem is er volgens de ondernemer juist op gebouwd om grondstoffen zo goedkoop mogelijk aan de natuur te onttrekken. ‘De natuur beschermen en herstellen druist daar fundamenteel tegenin. Voor veel bedrijven is dat een te pijnlijke stap; dan moeten ze marge inleveren of hun prijzen verhogen. En als ze dat als enige doen, gaan hun klanten naar de concurrent.’
Betalen voor diversere landbouw
Ook in zijn eigen bedrijfsvoering merkt hij dat economische argumenten het zwaarst wegen. Ja, de boeren met wie Wilder Land samenwerkt, hebben last van de krimpende insectenpopulaties en van uitgeputte en geërodeerde landbouwgrond – maar dat is niet de voornaamste reden dat ze bij de startup aankloppen.
Die reden is vooral dat Wilder Land ze goed betaalt voor planten die ze vroeger wegspoten. ‘Het huidige systeem dwingt boeren tot een monocultuur’, zegt Westerwoudt. ‘Ze verdienen meer aan opschalen dan aan diversifiëren. Wij willen dat omdraaien: boeren moeten juist betaald krijgen voor meer diversiteit op hun land.’

Het beschermen van de natuur druist volgens Matthijs Westerwoudt ‘fundamenteel’ in tegen ons economische systeem. | Credits: Wilder Land
Toch constateert IJsbrandij een voorzichtige mentaliteitsverandering. In de biodiversiteitsbenchmark van PwC en VBDO worden ook enkele koplopers genoemd: koffie- en theebedrijf JDE Peet’s, zuivelproducent Danone en supermarkt Carrefour.
‘Dat zijn bedrijven die heel goed weten dat hun kernactiviteiten en waardeketens direct afhankelijk zijn van gezonde ecosystemen’, zegt hij. ‘In plaats van anoniem koffiebonen in te kopen werkt JDE Peet’s daarom bijvoorbeeld direct samen met de boeren in de toeleveringsketen.’ Zo helpt het bedrijf koffieboeren in onder meer Honduras en Vietnam om over te stappen op regeneratieve landbouw.
De juiste data
Het formuleren van een strategie begint volgens de duurzaamheidsadviseur met de juiste data: waar grondstoffen vandaan komen en waar die activiteiten overlappen met kwetsbare ecosystemen. Welke invloed heeft een bedrijf op de natuur en in hoeverre is het zelf afhankelijk van de diensten die de natuur levert?
Vervolgens adviseert hij organisaties ‘een niveau dieper te gaan’ en de gegevens over specifieke ‘drukfactoren’ in kaart te brengen. Hoeveel hectare land wordt er bijvoorbeeld gebruikt en welk deel kan worden omgezet in duurzame of natuurinclusieve teelt? Hoeveel water is er nodig en hoeveel daarvan wordt onttrokken aan gebieden met waterschaarste? Hoeveel stikstof, pesticiden of microplastics komen er vrij in de keten?
Westerwoudt wil daar een vraag aan toevoegen: hoe ‘gezond’ is een gebied, hoeveel leven is er? Om dat in kaart te brengen, richtten hij en Van Diepen samen met een ecoloog en twee data-experts begin dit jaar een tweede bedrijf op: Wilder Insights Lab, een tech- en databedrijf dat de biodiversiteit in (natuur)gebieden met behulp van slimme sensoren en AI in kaart brengt.
Hoe ze dat meten? Op basis van vogelgeluiden. ‘Daaruit kun je afleiden welke dieren en insecten zich nog meer op die plek bevinden’, legt Westerwoudt uit. ‘Die worden weer door die vogels gegeten.’
‘Luistervinken’
Bouwbedrijf Heijmans gebruikt de meetkasten (‘luistervinken’) al om de biodiversiteit op bouwlocaties in kaart te brengen, en gemeenten zetten ze in om natuurgebieden te monitoren. Ook grote cateraars hebben volgens Westerwoudt interesse. ‘Zij kunnen de data gebruiken om bij overheidsaanbestedingen en in duurzaamheidsrapportages aan te tonen wat de impact van hun producten is.’
Volgens IJsbrandij is het ontzettend zonde dat de Europese Commissie de scope van de duurzaamheidsrapportage onder de zogenoemde CSRD twee jaar geleden versoepeld heeft. ‘Daardoor valt 90 procent van de bedrijven die eerder nog wel rapportageplichtig was, er nu niet meer onder. Terwijl het bedrijfsleven de overheid juist hard nodig heeft om wettelijke kaders te stellen en te normeren of te beprijzen. Individuele bedrijven kunnen dit niet alleen oplossen.’



