‘We maken poedertjes die eruit zien als bloem. Maar als je die aan een receptuur toevoegt, gedragen ze zich als kippeneiwit waarmee je kunt binden en luchtig kunt maken’, zegt Corjan van den Berg in een nieuw rapport van Invest-NL. Zijn bedrijf Revyve maakt plantaardige ingrediënten die eiwitten kunnen vervangen in verschillende toepassingen, waaronder cakes, pannenkoeken, sauzen en vleesvervangers. De ingrediënten worden gemaakt op basis van micro-organismen zoals gist.
Revyve timmert hard aan de weg. In 2025 haalde de scale-up 24 miljoen euro op, waarmee kan de output tot 2028 verachtvoudigd kan worden. Ook biotechbedrijven The Protein Brewery (30 miljoen euro), Rival Foods (10 miljoen euro) en Mosa Meat (15 miljoen euro) haalden vorig jaar fikse bedragen op om hun technologie verder te ontwikkelen en op te schalen.
Dat klinkt veelbelovend. Toch ziet Invest-NL wat beren op de weg. Als Nederland zijn sterke positie in agrifood-tech wil ‘verzilveren’, zegt de nationale financierings- en ontwikkelingsinstelling, moeten er wel ‘de juiste keuzes’ gemaakt worden.
Langzame procedures
In het rapport, gebaseerd op investeringsdata en gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers, beschrijft Invest-NL hoe die keuzes eruit moeten zien. Daarvoor wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende waardeketens in de voedingssector: biologische landbouwmiddelen, zaadveredeling en genetica, en biotech-ingrediënten (zoals die van Revyve en The Protein Brewery).
Die ketens hebben elk hun eigen uitdagingen. Nederland is – vooral dankzij Wageningen University – bijvoorbeeld sterk in agrifood-onderzoek, maar dat betekent nog niet dat er automatisch innovatieve bedrijven ontstaan, signaleert Invest-NL. ‘Nederland heeft sterke biotechkennis, maar zet die nog onvoldoende om in nieuwe, internationaal concurrerende bedrijven. Vooral in zaadveredeling vraagt dat om nieuwe bedrijven, toegang tot genetica en snellere ontwikkeling met data en AI.’
Of neem biologische gewasbescherming, waarin onder meer het Zuid-Hollandse Koppert een grote speler is. Bedrijven als Koppert hebben te maken met langdurige toelatingsprocedures: voor sommige middelen kan Europese registratie wel acht tot tien jaar duren.
Ontwikkelaars van nieuwe ingrediënten lopen tegen hetzelfde probleem aan. In onder meer Singapore en de Verenigde Staten mag kweekvlees bijvoorbeeld al een tijdje verkocht worden, terwijl Europese bedrijven nog op goedkeuring wachten. Ook Those Vegan Cowboys, dat plantaardige kaas maakt op basis van precisiefermentatie, is in de VS al veel verder dan in zijn thuisland.
‘Nederland heeft alles in huis om een wereldleider te blijven in biotechnologische voedingsingrediënten. De vraag is of we de industriële opschaling hier organiseren, of die waarde overlaten aan landen die sneller overgaan tot commercialisering’, zegt Guido Laman van Foodvalley in het onderzoek.
Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.
Human-led, AI-enabled
De vraag is of al die obstakels zomaar weggenomen kunnen worden. Voor toelatingsprocedures is Nederland bijvoorbeeld afhankelijk van Europa. Wel erkent de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid zelf ook dat de toelating van nieuwe technologieën sneller moet kunnen. Het stelt een ‘human-led, AI-enabled‘ model voor.
Invest-NL ziet het liefst dat nieuwe ingrediënten en technologieën tegen 2030 drie keer zo snel op de markt kunnen komen als nu. Daarnaast moet het aantal agrifood-biotechbedrijven verdubbelen, en moeten honderden miljoenen aan financiering zorgen voor minstens vijf wereldwijd concurrerende ‘kampioenen’.
In dat laatste speelt de nationale financieringsinstelling zelf een rol. Maar ook durfinvesteerders en banken moeten aan boord komen, vindt Invest-NL. Publiek kapitaal kan daarnaast helpen de risico’s van een eerste fabriek te delen.
De markt voor agrifood-biotech wordt tot 2040 naar verwachting zeven tot tien keer zo groot. Gaat Nederland daarin mee, dan levert dat 25 miljard euro per jaar op – tegenover slechts 8 à 9 miljard bij ongewijzigd beleid, berekende Invest-NL.
En, niet onbelangrijk: ‘De technologie kan ook bijdragen aan voedselzekerheid, klimaatbestendige gewassen en minder gebruik van chemische middelen, land en grondstoffen.’



