Wereldwijd is zonne-energie veruit de snelst groeiende bron van hernieuwbare energie. De afgelopen twaalf jaar was elke drie jaar sprake van een verdubbeling van de elektriciteitsproductie uit zonnepanelen. Ook in Nederland is zonne-energie lange tijd hard gegroeid, maar in de periode tot 2040 ligt de grootste ambitie bij wind op zee.
Op Prinsjesdag bracht het kabinet-Jetten een nieuwe versie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) naar buiten. Daarin staan aangepaste prognoses voor de groei van hernieuwbare energie en kernenergie die tot 2040 lopen.
Voor wind op zee was eerder sprake van een doel van 40 gigawatt aan vermogen, maar in het rapport van afgelopen week is de toon voorzichtiger. Het kabinet spreekt van een richtwaarde van 30 gigawatt in 2040, en tegelijkertijd een ‘verkenning doorgroei naar 40 gigawatt rond 2040.’
Forse groei bij wind op zee en kernenergie
Als je uitgaat van minimaal 30 gigawatt aan vermogen voor windparken op zee over vijftien jaar, betekent dat nog steeds zeer sterke groei.
Dat wordt duidelijk als je de huidige capaciteit voor respectievelijk wind op zee, wind op land, zonne-energie en kernenergie afzet tegen de doelen uit het NPE.
In de grafiek hieronder is dat weergegeven. Voor doelen waarvoor een bandbreedte wordt gehanteerd, hebben we de middenwaarde genomen. Bij zonne-energie mikt het kabinet bijvoorbeeld op 75 tot 95 gigawatt aan vermogen in 2040. In de grafiek is dat als 85 gigawatt weergegeven.
Het totale vermogen van wind, zon en kernenergie in Nederland kan de komende vijftien jaar ruim drie keer zo groot worden en boven de 130 gigawatt uitkomen.
Opvallend hierbij is dat wind op zee en kernenergie beide ruim 6 keer zo groot worden. Al betekent dit voor kernenergie dan een vermogen van circa 3,2 gigawatt in 2040 en voor wind op zee ongeveer het tienvoudige daarvan.
Het vermogen van zonnepanelen wordt bijna drie keer zo groot, terwijl wind op land bijna verdubbelt.
Grafiek van de week
Voor de transitie naar een duurzame economie is meer nodig dan alleen rationele argumenten. Maar cijfers zeggen wél heel veel. In een wereld waarin je wordt overspoeld met informatie is het vaak lastig om te bepalen wat echt belangrijk is. In de rubriek ‘Grafiek van de week‘ licht Change Inc. op een visuele manier een onderwerp uit dat substantiële impact heeft op duurzame transities.
Vermogen duurzame energie versus productie elektriciteit
Per energiebron zijn er sterke verschillen tussen de elektriciteitsopbrengst van het vermogen. Zo geldt voor de kerncentrale in Borssele dat die afgelopen jaar met een vermogen van iets minder dan een halve gigawatt in totaal 3,7 terawattuur aan stroom produceerde. Dus de verhouding ligt hier op een jaarproductie van stroom die ongeveer 7,5 keer het vermogen bedraagt (in terawattuur per gigawatt).
Voor zonnepanelen leverde het opgestelde vermogen van 29 gigawatt afgelopen jaar een stroomproductie van ongeveer 26 terawattuur. Dus een factor van ongeveer 0,9. Bij wind op zee en wind op land is deze factor respectievelijk 3,4, en 2,4 over 2025.
Meeste duurzame stroom uit wind op zee en zonne-energie
Als je dit principe toepast op de prognoses voor het opgestelde vermogen per energiebron in 2040, kan de totale elektriciteitsproductie van wind, zon en kernenergie ongeveer vier keer zo groot worden. In de onderstaande grafiek is dit per bron uitgesplitst.
De schatting voor de elektriciteitsproductie in 2040 is niet heel precies, want die kan per jaar uiteraard schommelen. Dat hangt onder meer af van het aantal zon- en winduren en bijvoorbeeld het onderhoud van kerncentrales. Maar de cijfers in de grafiek geven wel een indicatie van de orde van grootte.
Te zien is dat zonnepanelen in 2025, met een productie van 26 terawattuur, de meeste CO2-arme elektriciteit leverden. De nummer twee was wind op land, op de voet gevolgd door wind op zee. Kernenergie zat daar ver achter.
Als de huidige prognoses voor 2040 uitkomen, is wind op zee tegen die tijd de grootste leverancier van CO2-arme elektriciteit in Nederland (ruim 100 terawattuur op jaarbasis).
Zonne-energie staat dan op de tweede plaats, gevolgd door wind op land en kernenergie. Dit betekent overigens wel dat kernenergie over vijftien jaar ongeveer evenveel elektriciteit levert in een jaar als zonnepanelen nu doen.
Lees ook:
- Grafiek: de energietransitie is niet duur
- Prinsjesdag 2026: dit zijn de opvallendste maatregelen van het kabinet-Jetten op het gebied van klimaat en duurzaamheid
- Grafiek van de week: Grotere windmolens op land in opkomst




