André Oerlemans
23 januari 2025, 11:55

Tientallen nieuwe snelladers maken zero-emissiezones in grote steden mogelijk

TotalEnergies gaat dit jaar ruim vijftig nieuwe snellaadstations plaatsen in en rond de grote steden. Daarmee stimuleert de laadpaalexploitant de groei van het elektrisch wagenpark in Nederland en helpt het ondernemers die sinds 1 januari alleen met elektrische busjes en trucks de zero-emissiezones in mogen rijden.

Reinout Sterk en snellader Total Energies Reinout Sterk is verantwoordelijk voor de uitrol van de snellaadstations van TotalEnergies in Nederland. | Credits: TotalEnergies

Zonder een uitbreiding van de snellaad-infrastructuur zou de invoering van de zero-emissiezones een moeilijk verhaal worden. Waar zouden al die ondernemers dan moeten laden? TotalEnergies voorziet in die behoefte en biedt oplossingen door in binnensteden of daarbuiten snellaadstations te realiseren. “Als je die ondernemers vraagt om een grote aanschaf te doen – bijvoorbeeld een elektrische bestelbus –, dan moet je ze ook faciliteren om die bestelbus op te laden op de plek waar ze die gebruiken. Als ze helemaal de stad uit moeten rijden, vraag je wel heel veel van ondernemers en wordt het nog lastiger”, zegt Reinout Sterk, verantwoordelijk voor de uitrol van de snelladers van TotalEnergies in Nederland.

Vijftig nieuwe locaties

De laadpaalexploitant heeft inmiddels vijf concessies gewonnen. In de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA), die de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland omvat. TotalEnergies zoekt daar naar goede locaties voor zijn snellaadstations. “We zoeken continu naar nieuwe locaties”, zegt Sterk. “Inmiddels is een tiental snellaadstations operationeel. Daar komen er dit jaar ruim vijftig bij.”

Netcongestie omzeilen

In en rond Rotterdam komen er vijftien tot twintig van die stations bij. Zowel in het havengebied als in de stad zelf. Op de website Waarwiljijladen.nl is te zien waar die al gerealiseerd zijn en waar die nog in ontwikkeling zijn. In die regio is het een behoorlijke uitdaging om nieuwe locaties te vinden. Netbeheerder Stedin heeft namelijk voor het grootste deel van Rotterdam en omliggende gemeenten netcongestie afgekondigd. Dat betekent dat het stroomnet vol zit en dat grootverbruikers – dus ook snellaadstations – geen nieuwe elektriciteitsaansluiting krijgen.

Voor een deel van de locaties heeft TotalEnergies al eerder een aanvraag ingediend, dus die krijgen nog stroom. Voor de nieuwe locaties heeft het bedrijf alternatieve oplossingen bedacht. Bijvoorbeeld door snelladers met een geïntegreerde batterij te plaatsen, die de elektrische auto’s en busjes oplaadt. Die batterij wordt dan weer opgeladen als er geen klanten zijn. “Dan kunnen we met een hele kleine consumentenaansluiting toch een hoop vermogen aan de klant leveren”, legt Sterk uit.

Zonnepanelen boven snelladers

De stroom die TotalEnergies levert is 100 procent groen. Het bedrijf heeft zelfs eigen zonneparken om zijn laadstations van stroom te voorzien. Maar ook die stroom moet over het bestaande volle elektriciteitsnet en kan dus alleen lokaal gebruikt worden. Daarom installeert het bedrijf zo vaak als mogelijk een luifel met zonnepanelen boven snellaadstations, die de batterijen extra opladen. “We hebben een kleine aansluiting, dus elk beetje zonne-energie helpt”, zegt Sterk.

Opladen in de tijd van een kop koffie

Wat is het verschil tussen snel laden via gelijkstroom (DC) en ‘gewoon’ laden via wisselstroom (AC)? Wisselstroom is de elektriciteit die uit het stopcontact komt, uit de laadpalen op straat en bij mensen voor de deur. Die wisselstroom wordt door de lader van de auto omgezet in gelijkstroom, want daar werken de batterijen van elektrische auto’s op. Daarom duurt het laden wat langer, gemiddeld een uurtje of acht. Met gelijkstroom kan dat sneller, want die stroom hoeft niet omgezet te worden. Bovendien hoeven auto’s niet altijd 100 procent opgeladen te worden. Met 80 procent kan de auto weer verder. Dat duurt bij een snellader vaak maar een kwartiertje tot twintig minuten; de tijd voor het drinken van een kop koffie of om even de benen te strekken.

Zero-emissiezones

Dit jaar hebben veertien steden en gemeenten een zero-emissiezone ingevoerd. Sinds begin dit jaar gelden daar beperkingen voor bedrijfsauto’s die op benzine of diesel rijden. Dat moet de luchtkwaliteit verbeteren en de CO2-uitstoot verminderen. Het gaat om grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, maar ook om kleinere steden zoals Assen, Delft, Gouda, Zwolle, Eindhoven of Maastricht. Tot 2030 komen er nog zeker zestien zero emissiezones bij. Alleen busjes en vrachtwagens die geen CO2 uitstoten mogen nog de stad in. In de praktijk betekent dit dat ondernemers hun dieselbus moeten inruilen voor een elektrische.

Snelladers bij ziekenhuis en winkelcentra

TotalEnergies gaat er daarom vanuit dat de stadslogistiek in Nederland elektrisch zal worden. Dat geldt niet alleen voor vrachtwagens en bestelbusjes, maar ook voor taxi’s. Daar wordt de keuze voor de locaties van snelladers op afgestemd. Ze komen bijvoorbeeld langs grote wegen, bij drukke kruispunten, maar ook bij grote winkelcentra en ziekenhuizen. “Plekken die goed zichtbaar zijn of waar mensen sowieso heen gaan. Dan kunnen ze tijdens het winkelen hun auto opladen”, verduidelijkt Sterk. “Vaak kunnen we de vraag combineren. Dat is aantrekkelijker dan dat we voor alle doelgroepen aparte laadinfrastructuur neer moeten zetten.”

Leuk detail: de vrachtwagen die het eerste nieuwe elektriciteitshuisje in Rotterdam kwam plaatsen was een elektrische, waardoor de installatie volledig uitstootvrij was. Voor elektrische taxi’s in Rotterdam staat bij het Erasmus ziekenhuis (EMC) al een snellader op vier van de zestien taxi-standplaatsen. Dan kunnen de chauffeurs laden tijdens het wachten en hoeven ze niet de hele stad door te rijden voor een volle batterij.

TotalEnergies gaat dit jaar 50 nieuwe snellaadstations installeren. | Credit: TotalEnergies

Vooral overdag en ‘s avonds

Een groot deel van de elektrische bestelbussen en trucks zal ’s nachts op het depot of bij een publieke laadpaal worden opgeladen. De snelladers zijn vooral bedoeld om overdag bij te springen. Sterk: “Als een chauffeur een lange rit heeft en hij moet ergens laden, dan wil je kunnen faciliteren dat hij na vijftien minuten weer door kan met zijn rit. Ook particulieren die ’s avond nog even naar de supermarkt gaan, hebben zo de volgende dag als ze naar hun werk moeten een volle accu.”

Uitbreiden tot honderd laadpunten

In en rond Rotterdam is TotalEnergies het verst met het uitrollen van zijn nieuwe snellaad-infrastructuur. Het was volgens Sterk nog een hele puzzel om goede locaties te vinden, maar dat is in samenwerking met de gemeente gelukt. “We hebben er nu vijftien gevonden. Het streven is om dit in Rotterdam en het havengebied uit te breiden tot honderd laadpunten, zo’n acht per laadstation”, zegt hij.

600 locaties in MRA

TotalEnergies heeft onlangs ook de concessie in Utrecht gewonnen. Daar komen dit jaar zeventien locaties bij. De zero-emissiezone is daar kleiner dan in Rotterdam, dus ligt de nadruk behalve op ondernemers ook op consumenten. Daarom komen de snelladers vooral bij sportparken en winkelcentra. In Den Haag heeft het bedrijf al een aantal laadlocaties, waarvan er twee verzwaard worden naar een hoger vermogen om te kunnen snelladen. In het MRA-elektrisch gebied werkt TotalEnergies samen met twee andere aanbieders. Gezamenlijk realiseren de drie maximaal 600 snellaad-locaties. De eerste is net gerealiseerd in Diemen en dit jaar komen er tientallen bij. “Het wordt dus een druk jaar. We zijn flink aan het opschalen”, zegt Sterk.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner TotalEnergies. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Kan de bouwsector zonder cement? ‘Als we willen, kunnen we er écht vanaf’

‘Bouwen, bouwen, bouwen’, klinkt het vaak in politiek Den Haag. De vraag naar woningen is hoog, maar het aanbod relatief laag. Volgens ABF Research is het woningtekort in 2024 opgelopen tot ruim 400.000 woningen. Met een nog altijd groeiende bevolking moeten er daarom in rap tempo honderdduizenden woningen bijgebouwd worden om iedereen te kunnen huisvesten. Maar in een dichtbevolkt land als Nederland is dat zo makkelijk nog niet. Bovendien is er nog een ander groot probleem: de klimaatdoelstellingen hijgen in de nek. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent moet zijn afgenomen. En in 2050 moet de Nederlandse bouwsector volledig CO2-neutraal zijn. Een flinke uitdaging, want de impact van de bouw op het milieu is groot. Geschat wordt dat wereldwijd zo’n 38 procent van de CO2-uitstoot toe te schrijven is aan de bouw. CO2-intensief beton De grote boosdoener is beton, ’s werelds meest gebruikte bouwmateriaal. Beter gezegd: het cement dat gebruikt is om dat beton te maken. In 2022 stootte de cementindustrie wereldwijd 1,6 miljard ton CO2 uit, goed voor 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. “Je kunt het daarom bijna vergelijken met olie en gas”, vertelt Thijs Huijsmans, programma-manager duurzaamheid bij bouwbedrijf Heijmans. “Als er niet snel iets gebeurt om de CO2-uitstoot van cement omlaag te brengen, krijgt het werken in de cementindustrie nog dezelfde reputatie als werken bij fossiele bedrijven.” Huijsmans gaf eind vorig jaar tijdens een conferentie in de Van Nelle-fabriek in Rotterdam een presentatie over de ontwikkelingen in de betonsector en de rol die Heijmans daarbij speelt. Hoewel beton duidelijke voordelen heeft – het is goedkoop, flexibel, hittebestendig en ruim voorhanden – is het voor het klimaat wenselijk om over te stappen op biobased bouwmaterialen. Maar die transitie loopt nog niet storm, ziet Huijsmans. “We zijn als samenleving nog zwaar verslaafd aan technische materialen als beton. Slechts 3 procent van de huidige materiaalvoorraad is biobased, dus we zullen er de komende tijd ook nog wel afhankelijk van blijven.” Daarom is het zaak om nu te focussen op het drastisch reduceren van de CO2-uitstoot die met betonproductie gepaard gaat. Want: de klimaatdoelen moeten hoe dan ook gehaald worden, met of zonder beton.Thijs Huijsmans, programma-manager duurzaamheid bij bouwbedrijf Heijmans.Kiloknallers van de industrie Eén manier om dat te doen is door het afvangen en ondergronds opslaan van CO2 (CCS). Het is een techniek die in veel sectoren wordt ingezet of aanbevolen, ook in de bouw. Met grote ‘stofzuigers’ wordt CO2 uit de lucht gefilterd en de deeltjes worden dan in tanks of oude gasvelden permanent opgeslagen. Maar velen zien dit slechts als symptoombestrijding waarmee het echte probleem niet wordt aangepakt. Huijsmans: “Je blijft dan namelijk de kiloknallers van de industrie in stand houden, dus CCS is niet dé oplossing.” Beter is het om te kijken naar manieren om de betonproductie te verduurzamen. Dit kan door anders om te gaan met één of meerdere van de hoofdbestanddelen van beton. Dat zijn er drie: water, een bindmiddel (vaak cement) en een toeslagmateriaal, bijvoorbeeld grind of zand. De CO2-uitstoot van beton kan met name omlaag gebracht worden door andere bindmiddelen te gebruiken. Maar ook het recyclen van toeslagmateriaal kan al een flinke winst opleveren. Gerecycled grind en zand Heijmans heeft al aan verschillende projecten gewerkt waar duurzamer beton een rol speelde. Bijvoorbeeld de renovatie van het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. De begane grond, eerste verdieping en twee parkeerlagen werden grondig onder handen genomen. Circulariteit was daarbij een belangrijk agendapunt, en samen met bouwbedrijf Rutte Groep werd daarom geëxperimenteerd met duurzaam beton. Het beton bestaat voor 100 procent uit gerecycled grind en voor 64 procent aan gerecycled zand. Daarmee bespaarden de bouwers 36 procent CO2, terwijl ze wel voldeden aan geldende veiligheidsvoorschriften voor beton. Eenzelfde project wordt momenteel uitgevoerd in Arnhem, bij rijkskantoor De Nieuwe Post. Daar wordt 500 kuub duurzaam beton gestort, dat voor 70 procent bestaat uit gerecycled materiaal. Al het afval dat vrijkomt bij de sloop van het oude gebouw, heeft Heijmans een tweede leven proberen te geven bij andere bouwprojecten in de buurt. Duurzaam cement-alternatief In ’s Gravensande werkte Heijmans met zogeheten geopolymeerbeton. Dat is beton waarbij het cement vervangen is door een alternatieve binder. In dit geval waren dat hoogovenslak en vliegas – restproducten uit de staalindustrie – die scheikundig geactiveerd werden door alkalische vloeistoffen in plaats van door water. Heijmans gebruikte het geopolymeerbeton voor het bouwen van twee woningen, wat leidde tot een CO2-besparing van ruim 50 procent. “We wilden graag een pilot doen met een gebouw waarbij we helemaal geen gebruik maakten van cement. Het project is een mooi voorbeeld om te laten zien dat we écht af kunnen van cement, als we dat willen”, vertelde Huijsmans tijdens zijn lezing in de Van Nelle-fabriek. Biobased materialen De lezer vraagt zich misschien af: waarom zijn zulke duurzamere toepassingen dan niet al de standaard? Het is een veelgestelde vraag, weet Huijsmans. “Er zit een grote traagheidsfactor in de bouwsector. Vaak vind ik die heel charmant. We denken namelijk goed na over hoe we mensen zo lang mogelijk kunnen laten genieten van de dingen die we maken. Maar het nadeel is dat we traag innoveren. En dat terwijl de maatschappij van ons vraagt om snel te acteren. Dat is dus wel echt een probleem.” Tot slot benadrukt Huijsmans dat alleen circulariteit in betonsector niet genoeg is om de bouw CO2-neutraal te maken. Daarvoor is ook een flinke opschaling van biobased materialen nodig. “We gebruiken momenteel in de bouw vier keer meer materiaal dan er aan bruikbaar afval bij komt. Als we in de komende jaren het aandeel biobased kunnen opschalen naar 10 tot 15 procent, zou dat heel erg mooi zijn.” Lees ook: Heijmans gaat bomen planten om milieu-impact houtbouw te compenseren‘Miljardeninvestering in meer natuur levert 8 tot 38 keer zoveel op’Nederlandse 3D-betonprinter trekt aandacht van Amerikaanse huizenbouwerDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Heijmans. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.