Sebastian Maks
09 januari 2025, 15:30

Gemengde reacties op Klimaatplan overheid: ‘Goede elementen, maar weinig nieuwe maatregelen’

In een nieuw plan heeft het kabinet haar klimaatbeleid voor de komende tien jaar geschetst. De nadruk komt te liggen op een ‘rechtvaardige’ transitie waarbij extra wordt ingezet op het filteren van CO2 uit de atmosfeer en het klimaatneutraal maken van het elektriciteitssysteem. Hoe reageert Nederland op de plannen?

Getty Images 1231885054 Het kabinet streeft naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2035. | Credits: Getty Images

Om de Nederlandse klimaatdoelen te halen – waaronder 55 procent CO2-reductie in 2030 – heeft de overheid afgesproken elke vijf jaar een Klimaatplan te presenteren. Het Klimaatplan is een pakket van aandachtspunten en maatregelen voor de komende tien jaar. Het vorige plan stamde uit 2020, het nieuwe plan is opgesteld voor de periode 2025-2035.

Het kabinet legt in haar Klimaatplan een duidelijke focus op de sociale en economische kant van de duurzame transitie. Principes als ‘rechtvaardigheid’, ‘economisch perspectief’ en ‘ruimte voor maatschappelijke initiatieven’ moeten centraal staan bij het meerjarig klimaatbeleid van de overheid. Dat betekent dat het kabinet gaat inzetten op een eerlijke verdeling van de ‘lusten en lasten’ van het klimaatbeleid, door te zorgen dat wetten en regels voor iedereen betaalbaar en haalbaar blijven, en dat verduurzaming voor ondernemers en bedrijven aantrekkelijk is.

Klimaatdoelen

In lijn met de Europese Unie wil het kabinet nog steeds streven naar klimaatneutraliteit in 2050. Dat wil zeggen dat Nederland in 2050 netto geen broeikasgasuitstoot meer op zijn naam heeft staan. Ter sprake ligt ook een tussendoel voor 2040 in aanloop naar die klimaatneutraliteit. Hoewel het kabinet expliciet vermeldt geen specifiek reductiegetal te willen koppelen aan het jaar 2040, spreekt het steun uit voor het tussendoel dat de Europese Commissie heeft voorgesteld: 90 procent reductie in 2040. Het doel zal alleen niet opgenomen worden in de Nederlandse Klimaatwet.

CCS

Essentieel om klimaatneutraliteit te bereiken, meent het kabinet, is koolstofverwijdering. Dat wordt ook wel Carbon Capture and Storage (CCS) genoemd, en is een verzamelnaam voor technieken om CO2 uit de atmosfeer te filteren en tijdelijk of permanent op te slaan. Hoewel er volgens het kabinet nog veel onzeker is over de kosten en capaciteit van CCS, is de methode onmisbaar bij het terugdringen van CO2-emissies. Daarom is het plan om de CCS-capaciteit de komende jaren op te schalen, parallel aan de inspanningen om de CO2-uitstoot in Nederland terug te brengen.

Minder regels

Dat laatste moet volgens het kabinet gebeuren met een gebalanceerde ‘beleidsmix’ van subsidies, beprijzing en normerende regels (bijvoorbeeld het verbieden van niet-duurzame activiteiten). Op dit moment is die mix onvoldoende in balans. In het plan wordt gesteld dat er relatief veel subsidies zijn, maar onvoldoende normerende regels en beprijzing in sectoren met veel uitstoot. Zonder normering en beprijzing hebben subsidies niet altijd zin, en daarom wil het kabinet ‘bezien’ hoe de balans in de komende jaren kan worden hersteld. De vraag is in hoeverre dit ook daadwerkelijk zal gebeuren. Het is namelijk vooral het huidige kabinet dat besloten heeft niet verder te normeren als het om klimaatbeleid gaat. Bovendien gaven de coalitiepartijen in het hoofdlijnenakkoord aan ‘geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid’ te willen zetten.

De overheid streeft naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2035, waarvoor het de komende jaren concretere maatregelen wil gaan opstellen. Die zullen onder meer de modernisering van het elektriciteitsnet moeten gaan versnellen. Ook wil het kabinet het aandeel van kernenergie in de energiemix gaan vergroten door verder te bouwen aan twee kerncentrales en in te zetten op twee extra centrales. Ook moet de productie van waterstof gestimuleerd worden door de elektrolysecapaciteit in Nederland te vergroten. Gestreefd wordt naar een capaciteit van 4 gigawatt in 2030.

Gemengde reacties

Officieel is het Klimaatplan een conceptdocument dat open staat voor aanpassingen. Individuen en organisaties kunnen tot en met februari reageren op de maatregelen. Meerdere grote organisaties hebben al van die gelegenheid gebruik gemaakt. De reacties geven een gemengd beeld.

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is grotendeels tevreden met de richting van het kabinet. Zo zegt de NVDE blij te zijn met het streven om de elektriciteitssector CO2-neutraal te maken in 2035, de uitgesproken steun voor het Europese 2040-doel en de intensivering van CCS-capaciteit.

Wel vindt de NVDE dat het tussendoel van 2040 in nationale wetgeving opgenomen moet worden, aangezien het bedrijfsleven daarmee geholpen is. Klimaatneutraliteit vergt grote investeringen en bedrijven hebben daarbij baat bij duidelijkheid vanuit de overheid. Het verankeren van het tussendoel zou hen het vertrouwen geven om die investeringen te doen. Ook benadrukt de NVDE dat het Klimaatplan een goed startpunt is, maar weinig concrete, nieuwe beleidsmaatregelen bevat die het reductiedoel van 2030 in zicht brengen, laat staan klimaatactie versnellen richting het jaar 2040.

Geen middel voor compensatie

De actiegroep Milieudefensie deelt deze kritiek, en gaat een stap verder door te stellen dat het plan laat zien hoe ambitieloos het huidige kabinet is. Volgens Milieudefensie zou Nederland klimaatneutraliteit moeten nastreven voor het jaar 2040 in plaats van 2050, moet het kabinet een einde maken aan fossiele subsidies en moet er meer aandacht komen voor de eiwittransitie in de landbouw.

Ook vindt de milieuorganisatie dat CCS geen middel moet zijn om huidige emissies te compenseren, maar juist om negatieve emissies te creëren. Het klimaatbeleid zou zich er dus op moeten richten om de absolute CO2-uitstoot terug te dringen naar nul, zonder het gebruik van CCS. Pas als die uitstoot nul is, moet CCS gebruikt worden om de nog aanwezige hoeveelheid CO2 in de atmosfeer te verwijderen.

Geen zwabberend beleid

Ook vanuit brancheverenigingen komen er reacties binnen, bijvoorbeeld van Transport en Logistiek Nederland (TLN). TLN erkent de waarde van een rechtvaardige transitie waarbij haalbaarheid en betaalbaarheid voorop staan, maar benadrukt wel het belang om voor nationale CO2-doelen te blijven knokken. Ook zegt de brancheorganisatie dat stabiel en consistent meerjarig beleid essentieel is, en dat mensen hinder ondervinden van zwabberend beleid. Als voorbeeld noemt TLN het politieke tumult rondom zero-emissiezones, dat bij ondernemers voor veel onzekerheid heeft gezorgd.

De Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) erkent
ook de urgentie van het terugdringen van de CO2-uitstoot, en geeft aan dat de agrarische sector daar een belangrijke bijdrage aan wil leveren. Maar het Klimaatplan bevat onvoldoende concrete aanknopingspunten om landbouwbedrijven daarbij te helpen, stelt LTO. De organisatie stelt dat er vanuit het nationale Klimaatfonds financiering (8 miljard euro) moet komen voor boeren en tuinders om hun bedrijven te verduurzamen.

Lees ook:

Straks heeft elke stad zijn eigen, lokale broodje

De broodjes zijn een initiatief van MVO Nederland. De nieuwste variant uit Nijmegen is net gelanceerd en tot stand gekomen met de hulp van Radboud Universiteit en Radboudumc. “Vanuit die organisaties zijn een paar koks betrokken. Later is ook de souschef van sterrenrestaurant De Nieuwe Winkel aangehaakt”, zegt Gerard Teuling. Hij is sectormanager agrifood bij MVO Nederland. “Zij zijn bij elkaar gaan zitten met de vraag: wat kunnen we maken? Daarvoor zijn ze in de historie van de stad gedoken. In Nijmegen werden vroeger veel soorten kool gegeten. Het broodje dat er nu ligt, is onder andere belegd met gefermenteerde kolen.” Natuurlijk boeren Een ander ingrediënt zijn waterkersen afkomstig van kwekerij Klispoel. De broodjes zelf worden gemaakt door een natuurinclusieve graanboer, Graangeluk. Alle ingrediënten zijn afkomstig van regionale boeren die werken met oog voor natuur en milieu. “We merken dat inkopers op zoek zijn naar telers die een stapje extra zetten. Mensen die actief bezig zijn met het herstel van de bodem en de biodiversiteit. Met dit broodje geven we hen een podium. We brengen telers en inkopers met elkaar in contact en pakken een verbindende rol.” Met MVO Nederland mobiliseert Teuling verschillende grote inkopers zoals ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en bedrijfskantines. Dat is nodig, zegt hij. “In de praktijk komen vraag en aanbod lastig bij elkaar. Onze toegevoegde waarde is dat we een soort ecosysteem bouwen. We laten boeren zien dat ze er niet alleen voor staan en dat er genoeg marktpartijen zijn die ook meewerken aan de transitie.” Vraagstuk Als het over de landbouwtransitie gaat, wordt er volgens hem nog te vaak alleen naar de boer gekeken. “Stikstof is daar een voorbeeld van. Boeren moeten het probleem maar oplossen, anders kan er niet worden gebouwd. Dat is scheef. We hebben met elkaar een efficiënt en intensief landbouwsysteem opgezet. Dat heeft gevolgen, onder andere voor de biodiversiteit, de bodem- en waterkwaliteit. Het vraagstuk is groot en breed. Dat is niet alleen aan de boer om op te lossen. Willen we tot een houdbaar voedselsysteem komen, moeten we het samen doen. Zo’n lokaal broodje is superlekker en tegelijkertijd een manier om dit verhaal aan te kaarten.” Utrecht Dat blijkt in Utrecht, waar het broodje goed wordt ontvangen. Inmiddels is er een achttal recepten ontwikkeld. Het aanbod is naast diverse broodjes uitgebreid met yoghurt en granola. Op de bestelpagina broodjeutrecht.nl staan alle recepten. “Je kiest een maaltijd, bestelt het aantal, rekent af en het is geregeld. Dat bestelgemak is erg belangrijk. In Nijmegen werken we ook samen met zo’n partner, Oregional. Zo is het broodje gemakkelijk te bestellen.”De broodjes worden gemaakt door een natuurinclusieve graanboer, Graangeluk.Elke stad een broodje Als het aan Teuling ligt, zijn Utrecht en Nijmegen nog maar het begin. “We willen nog veel meer inkopers en lokale boeren betrekken bij dit plan. Hoe fantastisch zou het zijn als iedere stad straks zijn eigen broodje heeft? We verwachten dat broodje Amsterdam en broodje Rotterdam in de eerste helft van dit jaar het licht gaan zien. En het concept kan worden uitgebreid, zoals nu in Utrecht gebeurt. Wat voor een broodje kan, kan natuurlijk ook voor soep, salades en zuivel. Het is een hapklare oplossing voor lokaal en eerlijk eten. Mensen begrijpen het.” Het doel is uiteindelijk niet om zo veel mogelijk gerechten te verkopen, benadrukt hij. “Ons doel is om de markt voor natuurinclusieve landbouw te ondersteunen en te vergroten. Boeren die al zo ver zijn, helpen we aan afnemers voor hun producten. Gangbare boeren die nog niet op dat punt zijn, willen we meenemen in dit verhaal. We laten zien hoe collega’s natuurlijk boeren en dat er wel degelijk vraag is naar dit soort landbouwproducten.” Foodservice De uitdaging zit hem niet zozeer in het aanbod, maar in de vraag. “De beweging van regeneratieve boeren is niet zo gek groot. Dat is niet omdat boeren niet willen. Ik heb diverse gesprekken gehad met boerencoöperaties die zeggen: als we die afzetzekerheid hebben, krijgen we die maatregelen voor de natuur wel geregeld. Veel boeren willen best duurzamer werken, maar dan moet de markt er wel om vragen. En de prijs moet ernaar zijn.” Wat dat betreft zijn foodservicepartijen geschikte afnemers. “Zij werken met langetermijncontracten. Partijen zoals Radboudumc hebben contracten die vier, zes en acht jaar lopen. Dan kan je echt een stuk afzetzekerheid bieden aan boeren. Bovendien werkt foodservice vaak met verschillende partijen. Er is dus best wat vrijheid om met nieuwe leveranciers en nieuwe producten aan de slag te gaan. Neem lupine of boekweit. Die gewassen zijn goed voor de biodiversiteit, maar worden in professionele keukens nog niet massaal gebruikt. Als bedrijfsrestaurants het introduceren in het menu, vindt het zijn weg naar de markt. Dat zet wat in gang.” Lees ook: CFO Josefien Kursten (UMC Utrecht): ‘Binnen de bestuurskamer zijn er altijd vooroordelen over duurzaamheid’ Minder voedsel verspillen? Het Nederlandse Merqato doet het met data en AI Anders boeren: deze ondernemers doen het al, met succes