André Oerlemans
02 januari 2025, 11:30

Stroom in 2024 voor het eerst meer dan de helft groen, maar tien dagen aan elektriciteit weggegooid

Van alle opgewekte stroom in 2024 was 54 procent groen. Daarmee is in Nederland voor het eerst meer stroom opgewekt met biomassa, wind- en zonne-energie dan met kolen en aardgas. Het aandeel had nog groter kunnen zijn als overschotten opgeslagen hadden kunnen worden. Het afgelopen jaar is er voor tien dagen aan hernieuwbare elektriciteit weggegooid.

Adobe Stock 529143134 Stroom uit wind en zon zorgde voor de grootste groei. | Credits: Adobe Stock

Dat blijkt uit de jaarcijfers van Energieopwek.nl, een samenwerking van het Nationaal Klimaat Platform met EnTranCe/Hanzehogeschool Groningen, Tennet en Gasunie.

Meer wind- en zonne-energie

Hoewel de opwek van groene stroom in de laatste maanden stagneerde vanwege het gebrek aan zon en wind, is de groei over heel 2024 enorm: 11 procent. Vooral de elektriciteitsproductie uit windmolens (+14 procent) en zonnepanelen (+15 procent) droegen daar aan bij. De capaciteit groeide doordat er wind- en zonneparken op zee bijkwamen en het aantal zonnepanelen op land opnieuw toenam. In 2024 leverden zonnepanelen 20,5 procent van alle benodigde stroom, windmolens op land 14,9 procent, windmolens op zee 12,6 procent en biomassa 6,1 procent. Het gebruik van biomassa groeide het afgelopen jaar met 9 procent. Dat kwam niet alleen door het bijstoken in kolencentrales, maar ook door het toenemende gebruik van biobrandstoffen.

Dunkelflaute

In de eerste zes maanden van 2023 werd ook al de helft van alle stroom duurzaam opgewekt. Dat was toen een mijlpaal. Over het hele jaar genomen kwam het aandeel groene stroom toen uit op 49,9 procent. Dat was beduidend meer dan de 41 procent in recordjaar 2022.

In de eerste maanden van 2024 bleef het aandeel ook boven de 50 procent. Met name april was een topmaand. Toen was 68 procent van alle opgewekte elektriciteit groen. In oktober en november stagneerde de groei, toen de zon nauwelijks scheen en het vaak windstil was. In november was slechts 38 procent van alle opgewekte stroom groen. ‘Dunkelflaute’, noemen de Duitsers zo’n periode. In die twee maanden moesten de kolencentrales volop draaien. In december zorgden windturbines weer voor een groei van hernieuwbare energie.

Mijlpaal

Over heel 2024 genomen kwam 54 procent van alle opgewekte elektriciteit in Nederland uit hernieuwbare bronnen. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat de groene stroomproductie op jaarbasis boven de 50 procent uitkomt. Het aandeel had zelfs 56,5 procent kunnen zijn en de groei 13 in plaats van 11 procent, als windturbines en zonnepanelen niet zo vaak uitgeschakeld hadden hoeven worden en de opgewekte stroom tijdelijk opgeslagen zou kunnen worden. Bijvoorbeeld in batterijen of groene waterstof.

Steeds meer overschotten

Dat probleem doet zich steeds vaker voor op dagen dat de zon schijnt en het hard waait. Dan wordt er meer elektriciteit geproduceerd dan er verbruikt of geëxporteerd wordt en wordt de stroomprijs nul of zelfs negatief. Dan valt er voor producenten niets te verdienen en worden turbines en panelen deels of helemaal afgeschakeld (curtailment). Ook als het elektriciteitsnet vol zit door congestie, kunnen ze hun stroom niet kwijt en zetten ze de boel stil. Energieopwek.nl heeft berekend dat het afgelopen jaar voor 3 terrawattuur aan elektriciteit verloren is gegaan door dit afschakelen. Dat is drie keer zoveel als in 2023. Ter vergelijking: Nederland verbruikt zo’n 300 gigawattuur per dag aan stroom, dus hier had het hele land tien dagen op kunnen draaien.

250 miljoen kubieke meter aardgas

Maar met dat overschot aan stroom hadden we ook goedkoop groene waterstof kunnen maken. EnTranCe doet dat in een virtuele elektrolyser. Die had dit jaar ruim 1.500 uur kunnen draaien, bijna 17 procent van het jaar. De elektrolyser had in die tijd 60 miljoen kilo waterstof kunnen maken. Daarmee had Nederland bijna 250 miljoen kubieke meter aardgas kunnen vervangen.

Energieopwek.nl benadrukt steeds dat slechts 20 procent van alle gebruikte energie in Nederland uit elektriciteit bestaat. Warmte (55 procent) en brandstoffen voor transport (25 procent) slokken het grootste deel op.

Lees ook:

Foto Credits: Energieopwek.nl

In 2024 trok het kabinet de handrem aan, in 2025 moet die eraf

Mijn oog viel recent op een niet erg vrolijk lijstje, opgetekend door econoom en journalist Matthijs Bouman. In zijn column in het FD somde hij de geschrapte klimaat- en milieumaatregelen op van het huidige kabinet. Ik noem het de ‘Treurnis Top 20’. Een regelrechte aanval op onze toekomst. Verlies na verlies Neem bijvoorbeeld de Gifwet. Bedoeld om het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen te verminderen, nu foetsie. Kennelijk te veel gevraagd. Of de nestkasten in nieuwbouwwijken, die volgens minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) niet nodig waren. Vogels redden het ook zonder ruggensteuntje, is kennelijk de gedachte. Gelukkig is het besluit inmiddels gecorrigeerd door de Tweede Kamer. En de plannen van provincies voor de natuur-, milieu- en stikstofproblemen? Door de shredder, letterlijk en figuurlijk. Zonder nieuw beleid. De salderingsregeling die zonnepanelen aantrekkelijk maakte, ging zonder overgangsregeling van tafel. Een trap na voor de burger die zelf verantwoordelijkheid neemt. Ook de verplichte overstap naar een hybride warmtepomp bij het vervangen van je cv-ketel is afgeblazen. Alle plannen voor een kilometerheffing of rekeningrijden verdwenen weer in de koelkast. En de wegenbelasting voor elektrische auto’s gaat omhoog, zodat ook vooruitstrevende burgers hun lesje leren. Wie denkt hier vooruit? Dus: waar burgers hun best doen om bij te dragen, is het kabinet nergens te bekennen. Industrie vergroenen? Vastgelopen. Groene waterstof stimuleren? Mislukt, want nieuwe rekenregels maken de productie onrendabel. Het enige wat wél doorgaat, is het pijnlijk voorspelbare patroon: uitstel, afstel en lafheid. Terwijl wetenschappers keer op keer waarschuwen dat we nú moeten handelen en we zien hoe de wereld letterlijk aan het opwarmen is, blijft Nederland met de handrem erop rijden. 130 kilometer per uur in z’n achteruit. Korte termijn, lange schaduw De Treurnis Top 20 is niet alleen treurig, hij is ook angstaanjagend. Want achter elk geschrapt plan schuilt uitstel van verantwoordelijkheid. De gevolgen zijn voorspelbaar: hogere kosten voor klimaatadaptatie, een vervuildere leefomgeving en burgers in slechtere gezondheid. Waarom zonnepanelen plaatsen als de spelregels ineens veranderen? Waarom een elektrische auto kopen als je daar straks méér voor betaalt dan je buurman met een benzineslurper? Het kabinet doet wat veel politici het liefste doen: de moeilijke keuzes vooruit schuiven, in de hoop dat iemand anders het probleem later oplost. Of rekenen de ministers zich rijk met potentiële innovaties? Een mythe die veel vaker uit de kast wordt gehaald als oplossing voor chaos: problemen hoef je niet actief op te lossen, er zullen innovaties komen die als vanzelf de boel gaan oplossen. Maar hoe langer we wachten, hoe harder die keuzes gaan bijten en hoe meer ze kosten.Want wat blijft er over als je systematisch beleid sloopt, ambities ondermijnt en praktische oplossingen afbreekt? Inderdaad: een onbetaalbaar energiesysteem, mest in overvloed, natuur in de knel, autorijden als voorrecht voor de rijken. En bedrijven die ons ziek maken, tot ze verhuizen vanwege een ‘ongunstig klimaat’. Ander lijstje Wat zou het mooi zijn als er over een paar jaar een heel ander lijstje zou verschijnen: de ‘Nederland Gidsland Top 20’. Met onze investeringen in onze toekomst die een voorbeeld zijn voor de wereld. Met mooie innovatieve bedrijven die floreren. Een eerlijk systeem voor mobiliteit van mensen. Een duurzame industrie die werkt voor zowel economie als klimaat. Schone steden en mooie natuur. Maar dat lijstje gaat niet vanzelf ontstaan. Dat komt er alleen wanneer we met lef en visie keuzes maken. Als we de handrem eraf halen en volle vaart vooruit gaan. Harder dan 130, links of rechts inhalend, want we hebben wat goed te maken. Mijn wens voor 2025: dat we kunnen zeggen dat Nederland niet meer achteruit kijkt, maar voorop loopt. Dat we de koers echt hebben verlegd. Van cringe naar change.Nancy Kabalt heeft ruim twintig jaar ervaring in de energiesector en was onder andere algemeen directeur van netbeheerder Stedin. Inmiddels is ze als toezichthouder betrokken bij diverse energiebedrijven, zoals FastNed en Sympower. Ze is ook oprichter van consultancy- en interimbedrijf Windkracht5.Andere columns van Nancy: Wat wereldleiders van ‘gewone’ mensen kunnen leren‘Vrouw, wat zit je nou te zeuren met zo’n prima salaris?’To Tesla or not to to Tesla?