Teun Schröder
09 oktober 2024, 14:00

Peter Bakker (World Business Council for Sustainable Development): ‘De tijd van CEO’s die mooie beloftes doen is nu wel voorbij’

Tijdens de Climate Week in New York stond de internationale duurzaamheidsagenda volop in de schijnwerpers. Peter Bakker, CEO van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), blikt terug op een week vol discussies over klimaatverandering, innovatie en de invloed van geopolitieke ontwikkelingen op duurzaamheidsbeleid.

V1 projectcoördinatoren template 9 Bakker kijkt positief terug op de Climate Week in New York, maar ziet ook dat het bedrijfsleven zich zorgen maakt. | Credits: WBCSD/Getty Images

Het was een drukke week in New York. Voor de algemene vergadering van de VN waren veel wereldleiders in de stad aanwezig, waar gelijktijdig allerlei andere evenementen georganiseerd werden, zoals de Summit for the Future en Grow Africa. Daarnaast nam Climate Week een prominente plek in op de agenda; buiten de COP de grootste bijeenkomst op het gebied van klimaat.

“New York Climate Week trekt veel bedrijven, financiële instellingen en NGO’s die vaak buiten de VN-vergaderingen in hotels en boardrooms verspreid door de stad samenkomen”, zegt Bakker. “Op maandag hadden we bijvoorbeeld een vergadering van de World Business Council for Sustainable Development, waar zo’n 170 CEO’s aanwezig waren. En door de week heen hebben we zo’n veertig evenementen georganiseerd. Die gaan over uiteenlopende onderwerpen: van fysieke risico’s in toeleveringsketens tot de circulaire economie en landbouw. Dat zijn interessante meetings waar we soms ook wetenschappers en ngo’s bij betrekken en die bijdragen aan ons doel: bedrijfsleiders nieuwe inzichten en praktische toepassingen bieden om zo de verduurzaming van bedrijven te versnellen.”

Kwetsbare ketens

Hoewel Bakker tevreden terugkijkt op de Climate Week, benadrukt hij dat de zorgen binnen het bedrijfsleven groot zijn. Zo werd het, mede door de recente natuurrampen zoals tornado’s en overstromingen, eens te meer duidelijk dat bedrijven kwetsbaar zijn voor klimaatverandering en dat actie nodig is. Bakker: “Het wordt steeds belangrijker om toeleveringsketens beter bestand te maken tegen deze risico’s. Ook moeten bedrijven zaken als milieu-impact, biodiversiteit en de circulaire economie integreren in de strategie en de bedrijfsvoering. Daarnaast was er ook veel aandacht voor innovatie, zoals regeneratieve landbouw en andere initiatieven die de transitie kunnen versnellen.”

Kampioen aanpassen

Boven deze gesprekken hing volgens Bakker de schaduw van de Amerikaanse verkiezingen op 5 november. “Het bedrijfsleven is kampioen aanpassen”, zegt Bakker. “Maar met name de zorgen van NGO’s zijn groot als Trump wint. Ook is het afwachten wat er in dat geval met een instrument als de Inflation Reduction Act (IRA) gebeurt. Dit programma lijkt vooralsnog namelijk wel te werken en heeft veel geld en stimulansen naar duurzaamheid gebracht.”

Het is nog steeds afwachten wat het Europese antwoord op de IRA gaat worden, zegt Bakker. “Op dit moment vormt Von der Leyen een nieuwe commissie en werkt de EU aan een Green Industrial Deal, als onderdeel van de Green Deal. Bedrijven doen nadrukkelijk de oproep om met iets te komen dat de Europese concurrentiepositie versterkt. Europa lijkt soms gevangen te zitten tussen politieke en industriële belangen, iets wat in de VS en Azië minder het geval is.”

Duurzame beslissingen

Een ander belangrijk thema tijdens Climate Week was de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), de duurzaamheidsrapportageverplichting voor bedrijven. Bakker ziet dat grote bedrijven de middelen hebben om hier actief mee aan de slag te gaan. Maar als klein bedrijf is dat een stuk lasterig. Bakker: “Wij proberen bedrijven er voortdurend van bewust te maken dat ze de CSRD niet enkel gebruiken zodat ze kunnen voldoen aan de minimale voorwaarden. Gebruik het juist zodat je beter en sneller duurzame beslissingen kunt maken en je zo van duurzaamheid een competitief voordeel maakt.” Toch vraagt Bakker zich af of de CSRD voldoende zal zijn om een duurzaamheidsagenda te sturen. “Zonder de steun van de kapitaalmarkt zal vergroening niet versnellen. Het is nog afwachten of de CSRD-rapportages door investeerders meegewogen gaan worden in hun investeringsbeslissingen.”

Anti-ESG

Waar in Europa bedrijven die hun duurzaamheidsdoelstellingen niet halen onder het vergrootglas liggen, worden duurzame bedrijven in de VS in sommige gevallen juist verguisd omdat ze ‘te groen’ zouden zijn. Het wordt de anti-ESG movement genoemd. “Helaas zijn ESG en duurzaamheid in de VS enorm gepolitiseerd en gepolariseerd”, zegt Bakker daarover. “Daar moeten partijen als wij een weg omheen zien te vinden. We leggen uit dat door klimaatverandering het financiële risico in je toeleveringsketen dichterbij is dan je denkt. Dan gaat het over geld en is het ineens een economische discussie. Europa heeft in mindere mate met anti-ESG te maken. Maar ook hier heb je natuurlijk populistische partijen die het debat beïnvloeden.”

Koolstofboekhouding China

In Azië is duurzaamheid daarentegen vrijwel geen discussiepunt, zegt Bakker. “Het is veel meer een logische stap richting de toekomst. In een land als China is een heel sterke top-down-benadering. De partij zegt dat het zich gaat committeren aan een CO2-vrije industrie, dus dan heeft iedere CEO de taak om daaraan bij te dragen. In enorm tempo, waar wij in het Westen met ons hoofd niet bij kunnen, wordt daar nu koolstofboekhouding uitgerold. Vanaf 2027 zijn 17 miljoen bedrijven verplicht te rapporteren. De EU komt met protectionistische maatregelen die voor een tijdje kunnen werken, maar het belangrijkste is dat we concurrerend blijven. Duurzaamheid gaat allang niet meer over het redden van de ijsbeer.”

Tijd van beloftes voorbij

Medio 2020 sprak Change Inc. ook met Peter Bakker, te midden van de coronacrisis. De tendens in veel media was toen dat bedrijven wel móésten inzien dat het oude kapitalistische systeem genoodzaakt was te veranderen; duurzamer en met meer oog voor de natuur en elkaar. “Dat optimisme heeft de laatste jaren wel wat schokken gekregen, alleen al door de forse oorlogen en economische onzekerheid. Transities zijn niet lineair. Als ik kijk naar hoe bedrijven verduurzamen, denk ik dat we niet snel genoeg gaan. De wetenschap, ook weer in New York, wordt alleen maar alarmerender. Kijk alleen maar naar het weer.”

Bakker sluit af: “Maar ik zie ook dat geen enkel bedrijf zich volledig terugtrekt van de duurzaamheidsagenda’s. Ze worden wel pragmatischer. Soms blijkt dat financiering en implementatie lastiger is dan werd gedacht. Maar de tijd van CEO’s die mooie beloftes doen is nu wel voorbij. Laat nu maar zien of je die beloften kunt waarmaken.”

Lees ook:

Aanmelden Nationaal Sustainability Congres

Peter Bakker is een van de sprekers op het Nationaal Sustainability Congres dat plaatsvindt op 21 november in Den Bosch. Het congres kent een rijke historie met vele hoogtepunten. Als toekomstmakers bij verschillende organisatie willen we elkaar eraan herinneren waar we het allemaal voor doen.

Een nieuwe periode van innovatie komt eraan, waarbij harmonie een belangrijke rol speelt. Alleen zo kunnen we vanuit het bedrijfsperspectief positieve invloed hebben op het bestaansrecht. Kunnen we later trots op onszelf zijn als we terugkijken naar de impact die we hebben gemaakt?

Keynote lezingen worden verzorgd door Peter Bakker (WBSCD), Bénédicte Ficq (Ficq & Partners), Edwin van Houten (ACM), Louise Vet (NIOO-KNAW). Ben jij de manager, beleidsmaker of professional die het verschil wil maken? Registreren kan via deze link.

Changemaker Pol Knops (Paebbl): ‘Ik had minder moeten praten, en meer moeten dóén’

Wat doet Paebbl precies? “Drie jaar geleden heb ik samen met een aantal medeoprichters het idee ontwikkeld om CO2 niet als afvalstof, maar als grondstof te gebruiken. Als je CO2 laat reageren met het mineraal olivijn, ontstaan de steenpoeders magnesiumcarbonaat en silica. Als je dus CO2 afvangt uit de atmosfeer, kun je die permanent opslaan in vaste stoffen. Maar die vaste stoffen hebben ook nuttige toepassingen. Je kunt er namelijk cement mee maken, en dus ook beton.” Hoe ben je op dat idee gekomen? “Dat gaat al een hele tijd terug. Ik ben opgeleid als natuurkundige en kende een professor die onderzoek deed naar olivijn als materiaal dat CO2 kan opnemen. Ik kwam erachter dat je er op twee manieren mee om kunt gaan. Je kunt het uitstrooien naast bijvoorbeeld spoorlijnen. Het bedrijf greenSand doet dat. Het duurt dan alleen wel tien tot twintig jaar voordat het olivijn CO2 heeft opgenomen. Je kunt het daarom ook verhitten en onder hoge druk brengen. Dan gaat het proces veel sneller. Nadat ik dat had ontdekt, vond ik een investeerder, in wiens kelder we een reactor hebben gebouwd en zijn gaan experimenteren. Vervolgens hebben we met de Katholieke Universiteit Leuven samengewerkt om het proces verder te onderzoeken en de technische details te verfijnen. Toen kwamen we er ook achter dat het eindproduct belangrijker is dan het CO2 afvangen alleen. Je moet er namelijk iets mee kunnen. En toen ontdekten we dat het maken van bouwmaterialen met CO2 veel potentie had.” Filteren jullie zelf ook CO2 uit de atmosfeer? “Nee, en dat gaan we ook niet doen. Dat kunnen andere bedrijven veel beter dan wij, en daar werken we inmiddels ook intensief mee samen. Denk aan Climeworks of Skytree.” In een eerder interview heb je gezegd dat de techniek van Paebbl dusdanig opgeschaald kan worden om uiteindelijk miljoenen tonnen CO2 op te slaan in cement. Is dat nog steeds realistisch? “Zeker. Het heeft absoluut een megatonnen-potentie, want de markt van beton is er namelijk één van gigatonnen. Er wordt jaarlijks zo’n 3 tot 4 gigaton cement geproduceerd, en die productie is goed voor ongeveer 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Megatonnen cement zijn dan nog maar een promille van de hele markt. De uitdaging is alleen dat verduurzaming in de bouw traag verloopt. Heel lang was de betonsector nauwelijks in beweging te krijgen vanwege strenge certificeringseisen. En die zijn ook logisch, aangezien men bouwprojecten ontwikkelt met in het hoofd een tijdlijn van dertig tot zestig jaar. Dan wil je zeker zijn dat alles goed is. Gelukkig zien we wel dat er langzaam meer innovatie in de sector komt.” Je hoort het keer op keer: de bouwsector houdt graag vast aan bekende werkwijzen. Hoe zorg jij er als duurzame ondernemer voor dat je toch een voet tussen de deur krijgt? Lachend: “Nou, dat zal ik je even laten zien.” Knops loopt door zijn woning en opent de deur naar een kamer die volhangt met keycords met zijn naam erop. “Ik heb enorm veel congressen, beurzen en workshops bezocht om ons verhaal te vertellen, en heb ook meegewerkt aan de ontwikkeling van het Betonakkoord (afspraken tussen bedrijven om de bouwsector te verduurzamen, red.). En voor ik dat verhaal kon vertellen, moest ik natuurlijk zeker weten dat het klopt. Ik heb daarom veel academisch onderzoek gedaan naar de techniek van Paebbl. Het is een ontwikkeling die al vijftien jaar bezig is.” Wat voor reacties krijg je op zulke beurzen? Zijn mensen enthousiast over de techniek? “In het verleden kreeg ik veel schouderklopjes, zoals ik die noem. Mensen zeggen: fantastische techniek, ga zo door. Maar vervolgens gebeurt er eigenlijk niets. Het ding is: de markt moet er klaar voor zijn, en dat kost tijd. Je krijgt vaak te horen: we doen het al dertig jaar zo, waarom moeten we veranderen?! Dat is natuurlijk hartstikke frustrerend omdat je zelf ziet dat het sneller kan en moet.” Welke struikelblokken ben je tijdens de uitrol van Paebbl nog meer tegengekomen? “Er zijn heel erg veel haalbaarheidsstudies gedaan, maar wat ik vaak mis is een klant die gewoon zegt: ik kóóp het, klaar. Ik zie dat vaak bij provincies. Die laten dan meerdere ingenieursbureaus een haalbaarheidsstudie uitvoeren, terwijl ik denk: ik kan het gewoon máken. Maar dat kan dan niet zomaar, zeggen ze. Dat is frustrerend. Ook zie je dat veel ondernemers in Nederland zich bezighouden met het ontwikkelen van apps en software. Daarbij komt natuurlijk een totaal andere kapitaalbehoefte kijken dan bij technieken als de onze, waar veel laboratoriumwerk en hardware mee gemoeid gaat. Je merkt dat investeerders die vooral softwarebedrijven hebben gefinancierd niet goed kunnen inschatten wat het betekent om iets fysieks te bouwen.” Hoe bedoel je dat? Schrikken ze van de kosten? “Precies, de investeringsbehoefte is veel groter. Bovendien is de ontwikkeltijd veel langer. Als je in de software zit, kun je binnen een jaar een bedrijf opbouwen en explosief laten groeien. Maar bij ons kan alleen al het bestellen van de apparatuur een jaar duren. En dan moet je nog beginnen met bouwen.” Zijn er dingen die je achteraf anders aangepakt zou hebben? “Ja, ik had minder moeten proberen om gevestigde bedrijven te faciliteren. Ik had me sneller moeten richten op partijen die écht vooroplopen. Een voorbeeld is brancheorganisaties, die zijn in mijn ogen killing voor innovatie. Ze zijn gebonden aan hun leden en kunnen daarom niet te ver vooruitlopen. Als ze dat wel doen, raken ze die leden namelijk kwijt. Ik heb in het verleden met brancheorganisatie samengewerkt, en het voelde soms alsof alles werd tegengehouden. Daarom zou ik, terugkijkend, eerder de koplopers eruit hebben willen pikken. Ook had ik eerder willen beginnen met minder te praten, en meer te dóen. Minder haalbaarheidsstudies uitvoeren en papierwerk produceren, en gewoon dingen maken en testen of het werkt. Eigenlijk wat meer de start-up-mentaliteit.” Met wie zou je nog eens willen samenwerken? “Je focust je als ondernemer natuurlijk snel op je directe klanten. In ons geval zijn dat de bouwbedrijven. Maar ik ben me gaan realiseren dat het niet alleen om onze directe klanten draait, maar ook om hún klanten. Als wij de eindklanten gaan benaderen, gaan zij vragen om ons product en komt de hele sector sneller in beweging. Het is namelijk een kwestie van push and pull. Je kunt proberen om technologie te pushen, maar als de markt begint te pullen, wordt het allemaal een stuk eenvoudiger. De eindklant komt pas in beweging als die zeker weet dat het materiaal voldoet aan kwaliteits- en veiligheidseisen, en beschikbaar is. Daarom is het voor ons belangrijk om met praktijkvoorbeelden te laten zien wat er mogelijk is.” Meer Changemakers: Changemaker Elisah Pals (Zero Waste Nederland): ‘Het is waanzin om te denken dat je alles tegelijk kunt aanpakken’Changemaker Peter Paul Kleinbussink (Intratuin): ‘Spijt dat ik zo lang heb geluisterd naar de chemische bestrijdingsindustrie’Changemaker Daniel Rosen Jacobson (Elysian): ‘Onze vliegtuigen kunnen de helft van de vluchten in 2040 emissievrij maken’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.