Teun Schröder
08 oktober 2024, 09:15

Arbeidsmarkt komt groene vaardigheden tekort: soft skills cruciaal om duurzaamheidsdoelen te halen

In de steeds veranderende wereld van duurzaamheid is het cruciaal dat professionals over de juiste vaardigheden beschikken om organisaties effectief te veranderen. Maar waar de kennis over duurzaamheidswetgeving en nieuwe verdienmodellen groeit, zien we een aantal cruciale vaardigheden over het hoofd. “Als je niet kunt overtuigen of om kunt gaan met weerstand, is het heel moeilijk om een transitie te maken.”

DSCF8249_edited Trainingsbureau We Are Robin leert duurzaamheidsprofessionals de vaardigheden die nodig zijn om een organisatie te veranderen.

We hebben te maken met een ‘green skills gap’. De vraag naar werknemers met vaardigheden die bijdragen aan de duurzame transitie stijgt harder dan het aanbod, bleek onlangs nog uit een onderzoek
van LinkedIn. Volgens Peter van der Reijden, oprichter van het kersverse trainingsbureau We Are Robin, bestaat die green skills gap uit verschillende factoren. “In de eerste plaats moeten mensen het besef hebben dat er iets moet veranderen. Duurzaamheid heeft namelijk een bepaalde urgentie. Ten tweede is het de vraag of iemand specifieke duurzaamheidskennis heeft. Begrijpt iemand bijvoorbeeld wat circulaire businessmodellen zijn of weet hij of zij wat de CSRD is? De derde vaardigheid die mensen moeten hebben om verandering tot stand te brengen gaat veel meer over soft skills. Is iemand in staat om de mensen om zich heen te beïnvloeden en om te gaan met weerstand?”

Urgentie en kennis

In de praktijk ziet Van der Reijden dat er bij de green skills gap vaak aandacht uit gaat naar die eerste twee punten, terwijl die derde nu vaak vergeten wordt. Daarom richt We Are Robin zich op het bijbrengen van deze soft skills bij mensen die werken aan het verduurzamen van hun organisatie. “Duurzaamheidsprofessionals hebben een loodzware baan. Bij hen heerst de urgentie en zij weten vaak al heel goed welke acht dingen ze kunnen doen om hun bedrijf te verduurzamen. Maar de uitdaging is om die veranderingen daadwerkelijk uit te voeren met de mensen binnen een organisatie. Dan wordt het taai.”

Volgens Van der Reijden komt het geregeld voor dat duurzaamheidsmanagers binnen hun organisatie stuiten op weerstand. “Nog maar al te vaak is duurzaamheid ‘die afdeling’ op een bedrijf, die de rest moet zien mee te krijgen. Dan helpt het ook niet dat duurzaamheid nog wel eens wordt geassocieerd met drammerig en prekerig.”

Meestribbelaars

In duurzaamheidstrajecten hebben mvo-managers dan ook nog eens te maken met wat hij ‘meestribbelaars’ noemt. “Aan het begin van een proces is iedereen nog enthousiast: iedereen wil iets met duurzaamheid en denkt dat het belangrijk is. Aan plannen en energie geen gebrek. Maar daarna wordt het interessant. Want als mensen daadwerkelijk moeten veranderen, gaan de hakken in het zand. Of blijkt het hogere management het eigenlijk toch niet zo belangrijk te vinden. Dat levert een uniek soort weerstand op.”

Voor duurzaamheidsprofessionals is dan ook vaak de grootste uitdaging hoe ze de juiste mensen mee kunnen krijgen. Van der Reijden: “Het is cruciaal om de juiste stakeholders aan boord te krijgen en die enthousiast te maken voor verandering. Als je niet kunt overtuigen of om kunt gaan met weerstand, is het heel moeilijk om een transitie te maken.”

Marathon, geen sprint

Met We Are Robin – een knipoog naar de trouwe hulp van Batman – wil Van der Reijden precies die vaardigheden bijbrengen. Elke opleiding begint met een gedegen theoretische basis. Maar daarnaast gaan cursisten ook aan de slag met acteurs die verschillende vormen van weerstand binnen een organisatie kunnen vertolken. “Ook hebben we gemerkt dat het vasthouden van motivatie een belangrijk aspect is”, zegt Van der Reijden. “Het is vrij normaal dat je in een duurzaamheidstraject soms in een dip komt. Veel mensen voelen de druk en urgentie, maar hebben tegelijkertijd te maken met frustraties in hun werk. Terwijl het behouden van een positieve mindset cruciaal is. Het besef dat duurzaamheid een marathon is en geen sprint, is belangrijk. Ook gaat aandacht uit naar sustainable storytelling en duurzaam verandermanagement.” Daarbij omschrijft Van der Reijden het opleidingsprogramma als ‘anti-saai’. “Kandidaten gaan niet passief luisteren naar een docent. Op trainingsdagen ga je actief aan de slag met prikkelende oefeningen, rollenspellen, discussies en games.”

Community van duurzaamheidsmanagers

Uiteindelijk hoopt Van der Reijden dat We Are Robin meer wordt dan alleen een trainingscentrum en ziet hij ongelofelijk veel meerwaarde als er een community ontstaat van de duurzaamheidprofessionals die de opleiding hebben volbracht. “Op de korte termijn zullen we verschillende bijeenkomsten regisseren waarop deze mensen samenkomen, bijvoorbeeld door ervaringen uit te wisselen en interessante sprekers uit te nodigen. Maar als ik echt mag dromen, regelen deze mensen dat straks zelf en zijn wij slechts facilitator. Het mooie is ook dat er in duurzaamheidstrajecten weinig concurrentiegevoelige informatie ligt. De spanning zit vooral in hoe open je durft te zijn over hoe belangrijk duurzaamheid is. Een collega zei laatst dat het soms lijkt alsof iedereen bezig is zijn eigen vleesvervanger uit te vinden. Terwijl er zoveel potentie ligt in samenwerking. Bovendien maakt dat het werk ook veel leuker.”

Iedereen krijgt ermee te maken

Maar als we de green skills gap echt volledig willen overbruggen, moet er nog veel meer gebeuren, zegt Van der Reijden. “Ten eerste moeten er nog veel meer duurzaamheidsprofessionals bij komen. Maar zelfs dan gaan we het nog niet redden, want zelfs als iedere afgestudeerde kiest voor een baan in duurzaamheid komen we tekort. De echte stappen worden pas gezet als ‘de rest van ons’ ook groene vaardigheden krijgen. Er is een moment geweest dat iedereen moest leren Word en Excel te gebruiken. Zo zal het ook gaan met groene vaardigheden: in iedere baan krijg je ermee te maken.”

STAP-budget voor duurzaamheid

Volgens Van der Reijden is het belangrijk dat werkgevers veel meer geld en tijd beschikbaar maken voor bijscholen. En daarnaast is het belangrijk duurzaamheidsmanagers te blijven bijscholen en hen de ruimte te geven om hun missie in de organisatie uit te dragen. “Ook kan de overheid meer doen om bij- en omscholing te bevorderen.” Nog niet zo lang geleden had de overheid zo’n instrument in handen met het STAP-budget. Hiermee konden burgers voor een bedrag van maximaal 1.000 euro trainingen volgen om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Sinds dit jaar bestaat dit budget niet meer. “Het afschaffen van het STAP-budget is in mijn ogen een fout geweest. Daarvoor is niets in de plaats gekomen. Bied bij wijze van spreken dan een groen STAP-budget aan en maak duurzaamheid onderdeel van het curriculum van scholen. Tot slot moeten opleiders, inclusief wijzelf, beter worden in mensen verleiden met green skills aan de slag te gaan. Het is carrière-technisch namelijk een bijzonder slimme move om te gaan voor een baan in duurzaamheid.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner We Are Robin. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Vegetarische hamburgers zijn ook hamburgers, oordeelt Europees Hof

De zaak was aangespannen door het bedrijf Beyond Meat, bekend van zijn vleesvervangers, en de drie belangenorganisaties Protéines France, de European Vegetarian Union en de Association Végétarienne de France. De partijen maakten bezwaar tegen een Franse maatregel die vorig jaar werd ingevoerd. Die verbood om vleesalternatieven te bestempelen als ‘biefstuk’ of ‘worstjes’, ook als er plantaardig of vegetarisch aan werd toegevoegd. Zo’n etiket zou tot verwarring leiden bij de consument, was de motivering van de Franse overheid. Oordeel Het Europees Hof oordeelt dat een vleesvervanger de naam mag dragen van het product dat hij vervangt. Daarmee krijgen de aanklagers gelijk. Lidstaten kunnen het gebruik van termen die traditioneel geassocieerd worden met dierlijke producten voor plantaardige alternatieven niet verbieden, zo luidt het oordeel. De voorwaarde is wel dat de ingrediënten duidelijk op het etiket moeten staan. Volgens het Europees Hof is een vegetarische hamburger dus ook een hamburger. Lidstaten De uitspraak geldt voor alle lidstaten, benadrukten de Europese rechters. Dat betekent dat de nationale maatregelen van de lidstaten het EU-kader voor etikettering niet kunnen overrulen. Afzonderlijke lidstaten kunnen wel zaken aanvechten waarin voedselmarketing consumenten zou kunnen misleiden. Ze moeten dit echter aantonen binnen het EU-regelgevingskader. Zuivel Voor zuivel zit het anders, oordeelde het Europese Hof in 2017. Room, kaas, boter en melk zijn beschermde namen die enkel voor zuivelproducten mogen worden gebruikt. In zuivel moet een minimaal percentage melkvet worden verwerkt. Om die reden is de naam havermelk officieel niet toegestaan en moet er worden uitgeweken naar benamingen zoals haverdrink of haverdrank. Droomboter Onlangs kreeg het Nederlandse merk Mister Kitchen het aan de stok met de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) over de naam Droomboter: een plantaardig alternatief voor roomboter. Daan Faber, een van de oprichters, vindt het hoog tijd dat de oude wet wordt herzien. “Die wet stamt uit 1899. Ik vind dat we deze discussie anno 2023 niet zouden moeten voeren. De wereld staat in de fik. We moeten als maatschappij in transitie. Dit gesteggel helpt daar niet bij”, zei hij eerder tegen Change Inc. Naar eigen zeggen wisten de producenten dat ze met de naam een risico namen. Toch is er bewust voor gekozen. “Consumenten hebben een bepaalde referentie nodig als het gaat om plantaardige alternatieven. Door de naam Droomboter weten mensen precies wat het product inhoudt. Zouden we ons product plantaardig vetsmeersel hebben genoemd, dan begrijpen consumenten niet wat ze ermee moeten en kopen ze het niet. Nieuwe producten hebben een bepaalde mate van herkenbaarheid nodig. Dat geldt voor havermelk, vleesvervangers en dus ook voor plantaardige boter.” Lees ook: Anders boeren: zeewier kweken tussen windmolens op de Noordzee The Good Spice verkoopt eerlijke, kwalitatieve specerijen: ‘Ik dacht: waarom doet nog niemand dit?!’Opmerkelijk: door ziektes bedreigde bananen gered door nieuwe variant uit de Betuwe