Hannah van der Korput
27 september 2024, 10:30

Van demonstraties naar dialogen: oud-Greenpeace boegbeeld helpt nu multinationals verduurzamen

Ze was het boegbeeld van milieuorganisatie Greenpeace. Inmiddels werkt Faiza Oulahsen bij consultancy- en accountantsfirma KPMG. “Bedrijven die veel uitstoten, zijn van harte welkom voor advies. Graag zelfs.”

Faiza Oulahsen liggendfoto Press Media “Een grote schoorsteen komt met een grote verantwoordelijkheid, zeg ik altijd.”

Jarenlang gaf ze bedrijven en overheden ongevraagd advies. Nu doet ze dat op verzoek. Een groot verschil, vindt Oulahsen. “Ik was professioneel activist. Op basis van de klimaatwetenschap confronteerde ik bedrijven met een pakket aan eisen. Mijn boodschap was: deze verduurzamingsslagen zijn nodig, kom in actie. Nu kom ik gevraagd binnen. Organisaties wíllen met mij en mijn collega’s praten. Dat is een andere houding. De bereidheid om te verduurzamen, is er. Als activist rammel je aan de poort. Op het moment dat die poort open is, ga je eigenlijk weer weg. Dan staat een onderwerp op de agenda en is bewustwording gecreëerd. Maar eigenlijk begint het echte werk dan pas. Bedrijven hebben hulp nodig. Dat ga ik nu doen. Op het moment dat de poort open is en een organisatie hulp nodig heeft, ga ik naar binnen.”

Noeste arbeid

Noeste arbeid, noemt ze dat. “Ik heb een fantastische tijd gehad bij Greenpeace, maar de uitwerking miste ik wel. Die volgende stap bij het verduurzamen van onze economie is superinteressant. Moeilijk is het ook, want hoe verduurzaam je een bestaand businessmodel? Wat betekent dat voor een organisatie? Hoe werk je toe naar klimaatneutraal en welke stappen zijn nodig? Daar wil ik bedrijven bij helpen, en dat doe je niet als je bij Greenpeace werkt. In het verleden heb ik vanuit het bedrijfsleven wel eens adviesvragen gekregen, maar dat was toen niet mijn taak. Nu hoef ik daar geen nee meer tegen te zeggen.”

Advies van een activist

Oulahsen werd bekend toen ze in 2013 actievoerde tegen gasboringen van Gazprom in het Noordpoolgebied. Ze werd opgepakt en zat vervolgens twee maanden vast in een Russische cel. Na haar vrijlating werd ze een bekend gezicht van Greenpeace. Ze voerde onder andere actie tegen de vervuiling van Tata Steel, Schiphol en werkte mee aan het Nederlandse Klimaatakkoord. Gaat deze bekendheid voor of juist tegen haar werken?

“Daar heb ik veel over nagedacht. Voordat mijn overstap bekend werd, was dat wel een zorg die ik had. Door de reacties uit het bedrijfsleven is die zorg grotendeels verdwenen. Mensen reageerden namelijk heel positief. Contacten die ik heb, ook bij grote vervuilers, feliciteerden me en zeiden graag eens te praten in mijn nieuwe rol. Dat heeft me aangenaam verrast. Het zijn partijen waar ik in het verleden scherp op ben geweest, dus de reacties hadden heel anders kunnen zijn.

Nu ben ik ook niet naïef. Ik denk heus wel dat er bedrijven zijn die het spannend vinden om te praten met een activist. Ik ben ook niet zomaar een activist. Mensen die me kennen, zullen wellicht ook de Rusland-periode voor zich zien met beelden van mij achter de tralies. Dat is oké. Ik begin gewoon bij de bedrijven die niet bang zijn en open staan voor een gesprek.”

Grote schoorsteen, grote verantwoordelijkheid

Daarbij schuwt ze grote, vervuilende organisaties niet. “Een grote schoorsteen komt met een grote verantwoordelijkheid, zeg ik altijd. Bedrijven die veel uitstoten, zijn van harte welkom voor advies. Graag zelfs. Op het moment dat zij verduurzamen, kan je een grote klapper maken.”

Voor greenwashing is ze niet bang. “Als multinationals met een aanzienlijke milieu-impact bij me aankloppen, dan geloof ik dat ze werk willen maken van de verduurzamingsopgaven die er liggen en het niet voor de bühne doen. Anders kom je niet bij KPMG om advies vragen. We zijn geen PR-bureau die een leuk, groen praatje voor je gaat houden naar de buitenwereld. We komen advies geven om de volgende stap te zetten. Hoe groter de schoorsteen, hoe groter de impact voor mij als consultant kan zijn. Dus ja, plan dat gesprek maar in. Ik geloof dat ik een positief verschil kan maken.”

ImpactFest

Faiza Oulahsen is keynote speaker op ImpactFest 2024. Op ImpactFest komen impactondernemers en -investeerders uit alle hoeken van de wereld op 7 november samen in Den Haag voor inspiratie, verbinding en samenwerking. Deze editie staan de thema’s circulaire economie, voedselsystemen, impact steden & regio’s, energietransitie en tot slot vrede en klimaatrechtvaardigheid centraal.

Lezers van Change Inc. krijgen een korting van 10 procent op de reguliere ticketprijs. Er zijn nog tickets, dus koop direct je kaarten via deze link of gebruik de kortingscode ChangeIncIF10 op de ticketpagina.

Verduurzamen loont

Oulahsen noemt verduurzamen van groot economisch belang. “Ik denk echt dat verduurzamen een manner of survival is voor bedrijven. Op een bepaald punt zagen we een competitief voordeel van duurzame energie tegenover fossiele energie, ondanks het feit dat Nederland jaarlijks ruim 40 miljard euro aan fossiele subsidies uitkeert. Op een zeker moment gaan we zien dat hoe lager de CO2-uitstoot is van een bedrijf, hoe hoger het competitieve voordeel gaat zijn. De uitstoot van CO2 wordt in toenemende mate beprijsd. Het ETS-systeem begint nu echt te bijten en die fossiele subsidies gaan op den duur afgebouwd worden. Er wordt een soort CO2-heffingsysteem aan de grenzen van Europa ontwikkeld: CBAM, een soort van importheffing. Dat is belangrijk, want het creëert een gelijk speelveld voor het bedrijfsleven. Kortom: verduurzamen loont.”

Aanjagers

“Dat maakt dat bedrijfstakken veranderen”, vervolgt ze. “Vergelijk de energiesector van nu met 10, 15 jaar geleden en je ziet dat er een enorme switch is gemaakt. Hetzelfde geldt voor de auto-industrie. De financiële sector is bezig met het uitfaseren van fossiele investeringen. Niet elke bank is al zo ver, maar er is een duidelijke trend te zien.”

Zo investeren banken zoals Triodos en ASN al langer niet meer in fossiel. “Zulke duurzame aanjagers zijn belangrijk en hebben veel impact op een hele sector. Het is natuurlijk eng en spannend om als eerste zo’n rigoureuze beslissing te nemen. Het vergt veel moed van een CEO en raad van bestuur. Anderzijds levert het ook veel op. Bedrijven met een goed verhaal op het gebied van duurzaamheid liggen beter in de arbeidsmarkt en trekken makkelijker jong talent aan. Bovendien ben je al veel verder dan concurrenten die vijf jaar later een soortgelijke keuze maken. Dan heb je toch een sterk competitief voordeel.”

Overheid

Ondanks succesverhalen kan het bedrijfsleven het niet alleen. “Veel bedrijven hebben niet zo’n zin om grote investeringen te doen als er geen duidelijk beleid is. En waarom zouden bedrijven hier vooroplopen als over de grens andere regels gelden? Er is behoefte aan een gelijk speelveld, zoals dat heet. Dan is de politiek aan zet. Creëer dat gelijke speelveld. Kom met vormen van normeren en beprijzen. Wees consistent als het gaat om subsidies, want misschien hoeven bedrijven het financiële risico niet alleen te dragen. Het bedrijfsleven moet weten waar het aan toe is, of het nu leuk is of niet. Dan kunnen ondernemers daarnaartoe werken. Een voorbeeld is de Klimaatwet. Het is goed dat die er is. Dat schept duidelijkheid.”

Regie

Volgens haar ontbreekt het nog te vaak aan een duidelijke regie. “Terwijl daar wel behoefte aan is. Vorig jaar werd het Nationaal Plan Energiesysteem voor Nederland gepresenteerd. Dat is eigenlijk een lang woord voor: wij als overheid pakken eindelijk het voortouw in de energietransitie en gaan het coördineren en organiseren. Dat plan werd gepresenteerd in het bijzijn van allerlei CEO’s. De reactie uit de zaal was: maar dit gaat niet ver genoeg. Daar moest ik destijds om lachen. We hebben heel lang geen regie gewild, en nu vinden we dat het niet ver genoeg gaat. Er is behoefte aan sturing, dus pak die rol dan ook. Dat betekent dat je als overheid best wat macht naar je toetrekt, maar dat is nodig in een crisis. Want we zitten wel degelijk in een klimaatcrisis.”

ImpactFest

Op 7 november spreekt Oulahsen bij ImpactFest in Den Haag. Daar komen impactmakers samen. “Wat ik wil meegeven, is dat iedere rol ertoe doet. Of je nu activist, ondernemer, beleidsmaker, consultant of politicus bent: je kan invloed uitoefenen. Onderschat je waarde niet. Ik ben 13 jaar lang activist geweest. Nu ben ik consultant, maar ik ben ervan overtuigd dat ik ook in deze rol impact kan maken. Ik ga niet meer aan de poort rammelen, maar bedrijven op weg helpen met advies. Iedereen heeft een rol in het verduurzamen van onze samenleving. Daar ga ik op 7 november voorbeelden van geven.

Het is verleidelijk om kritisch te zijn op de rol van een ander. Bijvoorbeeld de activist die in jouw ogen misschien te radicaal is. Of de beleidsmaker die niet met het juiste beleid komt. Het is goed om te onthouden dat het allemaal medestanders zijn in de duurzame transitie. De vraag die we onszelf moeten stellen is: hoe kun je op elkaars werk voortbouwen? Huizen bouw je niet alleen. Je hebt verschillende expertises nodig. Een timmerman, metselaar, elektricien en ga zo maar door. Zo moeten we verduurzamingsopgaven ook zien. We kunnen elkaar écht helpen.”

Op 7 november ontmoeten impactondernemers en -investeerders elkaar bij ImpactFest in Den Haag. | Credit: ImpactFest

Lees ook:

Anders boeren: efficiënt en pesticidevrij telen in verticale kassen

Op een industrieterrein in Den Haag Ypenburg huist het kantoor van Infinite Acres. Omringd door autobedrijven, sportscholen, een grote kringloopwinkel en een vestiging van DHL. Niet de eerste de beste plek waar je aan denkt bij voedselproductie, en dat is ook precies waar het om gaat. Met zijn software wil het bedrijf laten zien dat vers, lokaal eten overal ter wereld kan groeien. In oude kantoren, op daken en zelfs ondergronds. Of, in dit geval, op een Haags bedrijventerrein. De hoogte in Gewassen worden van oudsher verbouwd op horizontale akkers in de buitenlucht. Door in de hoogte te telen, is veel minder land nodig. Dat is geen overbodige luxe in een tijd waarin de wereldbevolking nog altijd groeit. Tegelijkertijd worden delen van de aarde door klimaatverandering minder geschikt voor voedselproductie. Nu al hebben boeren te maken met extreme droogte, regenval of stormen die de oogst bedreigen. De verwachting is dat dit de komende jaren alleen maar zal toenemen. Dat vraagt om een alternatief voor de conventionele landbouw. Bij Infinite Acres zijn ze ervan overtuigd dat verticale teelt het antwoord is. Het Nederlandse-Amerikaanse bedrijf levert de technologie waarop verticale boerderijen over de hele wereld draaien. Minder land, water en geen pesticiden Het telen in een gesloten omgeving heeft veel voordelen, vertelt CEO Tisha Livingston. “We kunnen altijd en waar ook ter wereld voedsel produceren. Het binnenklimaat houden we constant, waardoor 365 dagen per jaar, 24 uur per dag kan worden geteeld. Dat gebeurt op een efficiënte manier. Omdat we in de hoogte werken, verbruiken we vierhonderd keer minder land voor dezelfde opbrengst. We gebruiken 95 procent minder water in vergelijking met telen op het veld. Dankzij de gesloten omgeving hoeven we geen pesticiden te gebruiken. In Amerika zijn meer pesticiden toegestaan dan in Europa. Dat is ernstig, want bestrijdingsmiddelen worden in verband gebracht met kanker en andere ziektes. Pesticiden zijn schadelijk voor mensen, maar ook voor insecten en het bodemleven. Ze zijn funest voor de biodiversiteit. Naar mijn mening is het dus beter om ze niet te gebruiken.” Hoge opbrengsten Verticale boerderijen generen hoge opbrengsten. Enerzijds omdat er jaarrond geteeld kan worden. Anderzijds omdat de uitval laag is. “We geven planten precies datgene wat ze nodig hebben. We bieden de perfecte hoeveelheid licht, voedingsstoffen, CO2, water en temperatuur zodat ze snel op de meest efficiënte manier groeien. Neem ijsbergsla: op het veld neemt de teelt 90 tot 120 dagen in beslag. In onze binnenkas is dat veel minder, namelijk 24 dagen. Met de sensoren, camera’s en technologie die we ontwikkelen, houden we elke groeifase van de planten in de gaten. Waar nodig, sturen telers bij. De uitval is minimaal. En doordat we veel gegevens verzamelen, wordt het teeltproces steeds efficiënter.” Klimaatverandering Bij landbouw in de open lucht is het een heel ander verhaal. Daar worden de opbrengsten steeds minder voorspelbaar door klimaatverandering. “We hebben te maken met meer weersextremen zoals droogte en stormen. Tegelijkertijd gaat de gemiddelde temperatuur omhoog. Dat verwart de planten. Door de temperatuurstijging weten ze niet wanneer het herfst of zomer is. Dat beïnvloedt de oogst. Met onze technologie kunnen boeren binnen telen. Daardoor zijn ze beschermd tegen alles wat er buiten in de open lucht gebeurt”, aldus Livingston. Nog niet mainstream Verticale boerderijen hebben potentie, maar zijn zeker nog niet mainstream te noemen. Dat ligt deels aan het kostenplaatje. Het bouwen van een indoor farm is namelijk niet goedkoop. Onder de naam 80 Acres Farms realiseerde Livingston diverse boerderijen in Amerika. Deze draaien op de technologie en software van zusterbedrijf Infinite Acres. “Bij onze productielocatie in Kentucky is meer dan 100 miljoen dollar gemoeid. Deze genereert jaarlijks zo’n 2,5 miljoen kilogram voedsel: van rucola tot basilicum en van tomaten tot komkommers. Deze vorm van voedselproductie is nieuw. Het is niet zo dat verticale boerderijen elk jaar omzet genereren. In die zin heeft de industrie zich nog niet bewezen. Dat maakt het erg lastig om financiering te krijgen vanuit banken en andere geldverstrekkers. Je begint niet zomaar een productielocatie.” Basilicumteelt in een verticale boerderij van 80 Acres Farms. Deze draait op de technologie van zusterbedrijf Infinite Acres.Nederlandse expertise Daarnaast is het een uitdaging om alle disciplines optimaal met elkaar te laten samenwerken, zegt ze. “We combineren biologie met technologie. Daar komt veel expertise bij kijken. Aan de ene kant over de planten en hun eigenschappen. Anderzijds over technische zaken zoals het binnenklimaat, sensoren en data.” Ze werkt nauw samen met diverse Nederlandse bedrijven. Voor de lichttechnologie bundelt het bedrijf de krachten met Signify uit Eindhoven. Siemens helpt met de software en automatisering. “Er zit zoveel kennis bij die bedrijven. Het zou zonde zijn om dat niet te benutten. Die expertise is cruciaal om de voedselketen te verduurzamen. Wat dat betreft, is er een hoger doel. En laten we eerlijk zijn: de samenwerkingen bieden ook veel kansen op zakelijk vlak. Wanneer het werkt en we kunnen opschalen, plukken alle partijen daar de vruchten van.” Onderzoekscentrum in Den Haag Onlangs opende een nieuw onderzoekscentrum in Den Haag Ypenburg. Het is gelegen op een steenworp afstand van het Westland, het kloppend hart van de Nederlandse glastuinbouw. Daar gaan de mensen van Infinite Acres zij aan zij werken met partnerbedrijven. De plek is niet bedoeld als productielocatie, maar biedt ruimte voor onderzoek. “We hebben genoeg plannen”, licht Livingston toe. “Zo willen we onderzoeken hoe we meer gewassen kunnen produceren met minder hulpbronnen zoals energie en water. Ook willen we meer typen producten telen in de verticale boerderijen, denk aan aardbeien. We zijn in gesprek met veredelaars omdat we zien dat veel zaden zijn gemaakt voor het open veld en voor kassen. Die zaden bevatten eigenschappen die voor ons niet zo relevant zijn. Voor onze boerderijen zijn we niet op zoek naar planten die goed tegen droogte kunnen, want dat is binnen niet aan de orde. Voor ons is het veel interessanter om gewassen te ontwikkelen met het oog op smaak en voedingswaarde.” Het onderzoekscentrum in Den Haag biedt ruimte om nieuwe kennis op te doen.Amerika Alle opgedane kennis wordt vervolgens geïmplementeerd in de verticale bedrijven in Amerika. “Dat is een goede plek om de inzichten toe te passen, want in de VS vindt de voedselproductie veelal buiten plaats. Tijdens de teelt worden veel pesticiden gebruikt. Het land is groot, waardoor voedsel gemiddeld elf dagen reist. De schaptijd is kort, wat voedselverspilling in de hand werkt. In Nederland wordt meer in kassen gekweekt en op een relatief duurzame manier. Het land is compact, waardoor eten sneller in de winkels ligt. Dat maakt de businesscase heel anders. Vooralsnog bouw ik liever verticale boerderijen in de VS en in andere food deserts waar het voedselaanbod onder druk staat. Maar natuurlijk, uiteindelijk willen we opschalen en veel meer productielocaties realiseren. Ik ben er namelijk van overtuigd dat verticale boerderijen bijdragen aan een duurzamer en gezonder voedselsysteem.” Lees ook: In Dinteloord rollen tonnen geüpcyclede eiwitten en vezels van de bandDeze bedrijfscateraar floreert door data en feedback: ‘Leukst als een echte vleeseter het vegetarische gerecht beter beoordeelt’Plantaardig ijs is in trek, zien ze bij IJsbaart: ‘Groei zit er goed in’