Sebastian Maks
06 september 2024, 09:52

Uit de startblokken en over de hordes: deze bedrijven zetten zich in voor een duurzamere sportwereld

Sporten is gezond, vermakelijk om naar te kijken en een toonbeeld van het oprekken van menselijke grenzen. Maar de inspanningen van sporters wereldwijd hebben ook een keerzijde. Grootschalige sportevenementen en de verkoop van sportartikelen gaan gepaard met een grote CO2-uitstoot. Daarom staan steeds meer bedrijven op om de sport een beetje duurzamer te maken. Change Inc. sprak dit jaar met drie sportieve voorlopers.

Getty Images 457893099 Change Inc. sprak dit jaar met drie initiatieven om de sportwereld duurzamer te maken. | Credits: Getty Images

Renewaball

Op tennisclubs wordt blik na blik tennisballen opengereten. En daar blijft het niet bij – met de opkomst van de sport padel nemen die aantallen alleen maar toe. Geschat wordt dat we jaarlijks meer dan 350 miljoen tennisballen gebruiken, en daar komen de – net iets andere – padelballen nog eens bij. Een groot deel daarvan belandt in de verbrandingsoven. Dat moet afgelopen zijn, vindt het Nederlandse bedrijf Renewaball.

“De ecologische voetafdruk van tennis- en padelballen is dus gigantisch”, zei CEO Hélène Hoogeboom tegen Change Inc. “Ook komen er bij iedere slag ontelbare deeltjes microplastics vrij, die we inademen of bij wedstrijden buiten in de grond komen.”

Renewaball bedacht een idee om oude tennis- en padelballen in te zamelen en te gebruiken voor de productie van nieuwe ballen. “Op dit moment staan op meer dan tweehonderd Nederlandse tennis- en padelverenigingen ballenverzamelbakken. Hier halen we periodiek alle afgedankte ballen op waarna we ze sorteren op merk. Daar volgt een geheim proces om de verschillende materialen van een bal van elkaar te scheiden, zodat we er nieuwe ballen van kunnen maken. Onze Renewaball-ballen zijn gemaakt van een combinatie van gerecycled en virgin rubber voorzien van vilt van biologische wol en katoen uit Europa. Op dit moment kunnen we van vier afgedankte ballen één Renewaball-bal maken. Al het overige materiaal wordt voor 100 procent gerecycled voor bijvoorbeeld rubberen tegels of meubilair.”

Sinds 2022 zijn de ballen van Renewaball goedgekeurd door internationale tennis- en padelfederaties. Ze mogen dus gebruikt worden op officiële toernooien. De ambitie is daarom verruimd: uitgroeien tot het nummer één merk ter wereld. Eerder dit jaar werd bekend dat de investeerder Rubio Impact Ventures ruim 3 miljoen euro in het bedrijf stopte. Daarmee wil Hoogeboom de productie opschroeven. “Met het geld willen we Renewaball verder uitrollen in Europa. We willen op meer plekken ballen ophalen die in Nederland gerecycled kunnen worden.”

Lees hier het hele interview met Renewaball.

CIRCULR.

Niet alleen tennisballen belanden in de verbrandingsoven, ook andere gebruikte sportartikelen worden met de vleet weggegooid. Denk aan shirts, bidons of pionnen. Oud-hockeyster Kim Lammers startte daarom samen met Floris Verheij en Fleur Nijland het bedrijf CIRCULR.

Net als Renewaball, zamelt CIRCULR. oude sportmaterialen in en maakt er nieuwe van. Verheij: “Renewaball legt de focus op één product. Wij richten ons op meerdere artikelen en meerdere sporten. We kijken welke reststromen er op clubs aanwezig zijn en hoe we die circulair kunnen maken. Dat betekent dat we samenwerken met diverse partijen: sportverenigingen, recyclingbedrijven, merken, en producenten. We blijven niet op ons eigen eilandje.”

CIRCULR. zamelt zelf het sportafval in, en werkt samen met het Tilburgse bedrijf Wolkat om er nieuwe artikelen van te maken. “Bij Wolkat wordt het afval gesorteerd en deels hergebruikt. Wat niet bruikbaar is, wordt mechanisch gerecycled tot stoffen. Daar maken wij bijvoorbeeld weer sporttassen van. Een andere stroom is polyester, een belangrijk materiaal voor de sportwereld. Miljoenen kilo’s polyester worden na een paar seizoenen dragen of sponsorwissels vervangen door nieuwe tenues. De oude recyclen we tot nieuwe garens. Dat gebeurt in Emmen, bij CuRe Technology.” Oude pionnen en bidons worden eerst vermalen tot korrels en daarna gebruikt voor nieuwe exemplaren.

Onder eigen naam worden die verkocht aan retailers en sportverenigingen. “Het assortiment bestaat onder andere uit circulaire sokken, shirts, bidons en pionnen. Aan wedstrijdtenues en trainingshesjes wordt nog gewerkt”, zegt Verheij.

Lees hier het hele interview met CIRCULR.

BEAT Cycling Club

Vaak wordt de fiets gezien als oplossing voor problemen. Ze voorkomen drukte op de snelweg, veroorzaken minder geluidsoverlast en stoten bovendien geen CO2 uit. Maar in het geval van professioneel wielrennen vórmt de fiets juist een probleem. Althans, dat vindt de wielerploeg BEAT Cycling Club. “Er wordt gekoerst over de hele wereld”, vertelde
mede-oprichter Geert Broekhuizen. “Daarbij wordt elk team gedurende een rit gevolgd door volgauto’s. En iedere rit verslijten renners fietsen, bidons, shirts, voedselverpakkingen, enzovoorts.” Het gevolg: een grote impact op het milieu.

BEAT gelooft, en bewijst, dat dit anders kan. Sinds 2022 heeft de wielerploeg, bestaande uit vijftien profrenners die meedoen op het twee na hoogste niveau, zich voornamelijk ingezet op twee grote initiatieven. Allereerst: structureel rijden met elektrisch vervoer. “Dat zijn dus de volgauto’s en auto’s van onze verzorgers”, aldus duurzaamheidsman Twan van Schie. “Helaas lukt het ons nog niet om onze vrachtwagen en camper te elektrificeren. Dat is simpelweg omdat we nog niet de juiste technologie hebben gevonden die ons kan ondersteunen. Maar we hebben dus wel bewezen dat het rijden met elektrische auto’s bij touretappes mogelijk is.”

Daarnaast gaat de ploeg steeds vaker met de trein naar hun trainingskampen. “We zijn met de trein naar Girona in Spanje afgereisd. Al het materiaal ging in een container en reisde mee met een goederentrein. En alle renners reisden met Interrail-passen.” De ervaringen waren positief. “Enerzijds waren de renners huiverig, en dat snap ik heel goed. Je doet en laat alles om de beste wielrenner mogelijk te zijn, en dan kan je best schrikken van een reis van twaalf uur. Maar ze stonden open voor innovatie en waren welwillend, dat vond ik heel cool van ze. En uiteindelijk merkte iedereen: je hebt veel beenruimte en het treinreizen is ontspannen. Dus de jongens waren achteraf erg positief. Zelfs zo positief, dat ze voorstelden om de Ronde van Oostenrijk ook met de trein te doen. Dat hebben we toen ook gedaan.”

Lees hier het hele interview met BEAT Cycling Club.

Meer klimaatinnovatie uit Nederland:

Biobased bouwen zit in de lift, maar houten wolkenkrabbers kosten te veel bomen

Naast de energiesector moet ook de bouwsector een transitie maken. De bouw is verantwoordelijk voor zo’n 11 procent van de CO2-uitstoot en is goed voor bijna 50 procent van het materiaalgebruik in Nederland. Voor beton wordt cement gebruikt en wereldwijd is de cementindustrie verantwoordelijk voor bijna 8 procent van alle broeikasgassen. Behalve materialen hergebruiken door circulair te bouwen, moet er meer gebouwd worden met natuurlijke materialen die biobased zijn. Vezelrijke materialen als olifantsgras, zonnekroon, sorghum en hennep. Eind 2023 introduceerde de overheid hiervoor de Nationale Aanpak Biobased Bouwen en stelde 200 miljoen euro subsidie beschikbaar om het grootschalig gebruik van biobased bouwmaterialen te stimuleren. Natuurhuizen en CO2-certificaten Grote bouwbedrijven als Ballast Nedam en de BAM bouwen er al mee. De BAM kondigde tijdens vastgoedbeurs Provada aan alleen nog maar houten woningen te gaan verkopen. Ballast Nedam heeft samen met andere partijen als LTO en de Rabobank het platform WeGrow opgezet. Dat brengt boeren die gewassen telen samen met bouwers die biobased willen bouwen. Eind vorig jaar begon het als eerste bouwbedrijf ter wereld met CO2-certificaten voor biobased materialen. De gedachte daarachter is dat CO2-opslag in natuurlijke bouwmaterialen voor woningen geld waard is en als certificaten verhandeld kan worden. Net als CO2-emissierechten.Ballast Nedam past het nieuwe systeem voor het eerst toe in zijn zogeheten natuurhuizen. Dat zijn klimaatpositieve woningen die voor meer dan 95 procent uit biobased materialen bestaan, zoals prefab stropanelen. Daarmee slaat zo’n woning 90 ton CO2 op. In het Brabantse Heeze komen de eerste acht energiepositieve rijtjeshuizen van biobased materialen. Ook bouwbedrijf Van Wijnen lanceerde in juli het eerste renovatieproject met hennep van Groningense boeren, dat gevalideerd is met koolstofcertificaten. Geen wolkenkrabbers Landbouwgewassen zijn goed bruikbaar als isolatie- en plaatmateriaal. Voor constructief bouwmateriaal bij biobased bouwen is hout de eerste keuze. Houtbouw is al langer gemeengoed in Nederland. In 2022 werd in Amsterdam de eerste houten woontoren van Nederland geopend: Haut. Recent heeft de WUR onderzocht waar de grenzen van houtbouw liggen. Bij hoogbouw worden nu vaak nog betonnen kolommen in het midden van het gebouw gebruikt. Als die vervangen worden door hout, zijn er voor een gebouw van vijf verdiepingen grofweg 250 bomen nodig, heeft de WUR berekend. Bij tien woonlagen zijn dat er al 1.000 en bij veertien woonlagen meer dan 4.000. Dat zijn gebouwen van 60 meter hoog.Zoveel bomen gebruiken is dus niet meer duurzaam. “Bij gebouwen die hoger reiken, ligt een soort omslagpunt waarbij biobased bouwen minder rendabel wordt vanwege de enorme hoeveelheid hout die nodig is”, zegt projectmanager biobased economy Arjen van Kampen van de WUR. Om voldoende hout te laten groeien voor biobased nieuwbouw en het vervangen van gesloopte huizen, zou Nederland volgens het onderzoek 250.000 hectare extra bos moeten planten, bovenop de 364.000 hectare die er nu is. Massief hout uit pallets TNO kwam deze zomer met een nieuwe uitvinding op het gebied van biobased bouwen op de markt. Het kennisinstituut is erin geslaagd om van afvalhout, zoals hout van pallets, een volwaardig circulair, massief hout te maken dat ook voor constructieve doelen gebruikt kan worden. Jaarlijks verdwijnt er in Nederland zo’n 1,5 miljoen kubieke meter afvalhout in de verbrandingsovens. TNO kan daar nu het zogeheten Circulaire Cross Laminated Timber (C-CLT) van maken door het te ontdoen van metalen delen en te verlijmen. Zo ontstaan kruislings verlijmde panelen die uit meerdere lagen hout bestaan, een variant op multiplex, maar dan met dikkere houtlagen. Het massieve hout uit pallets van TNO wordt voor het eerst gebruikt bij de bouw van The Urban Woods Delft. Eerste wooncomplex TNO verwacht dat naar schatting tussen de 20 en 25 procent van het afvalhout als massief hout kan worden hergebruikt. In plaats van CO2 uit te stoten bij de verbranding wordt die nu dus opgeslagen in gebouwen. Het bedrijf The Urban Woods gaat er in Delft als eerste een innovatief houten appartementencomplex van tien verdiepingen met 102 woningen mee bouwen. Een primeur. “1 miljard pallets werden jaarlijks weggegooid en nu gaan we er gewoon in wonen”, zegt medeoprichter Tim Vermeend. Biobased bouwen in de lift Dat biobased bouwen in de lift zit, blijkt uit diverse voorbeelden en projecten. In Zuidoost-Brabant hebben onlangs achttien boeren zich aangesloten bij de Telers Coöperatie Agrarische Bouwmaterialen. Veel woningcorporaties daar gaan hun huizen isoleren met stro en hennepvezels, zoals in juni in Uden al is gebeurd. In Midden-Nederland oogstten de Bouwboeren vorig jaar voor achttien huizen aan bouw- en isolatiemateriaal van het land. Dit jaar hebben ook grootgrondbezitters Achmea Real Estate en ASR zich bij dit initiatief aangesloten. In West-Noord-Brabant gaan de komende drie jaar elf partners onder leiding van TNO aan de slag om met lokale plantaardige reststromen groene bouwstenen te maken via het Better Biobased Building Blocks-project. Bijvoorbeeld lijm maken uit gras, verf uit suikerbietenpulp of isolatieschuim van houtsnippers. De provincie Noord-Brabant maakt de komende jaren 1,53 miljoen euro vrij om de biobased (land)bouweconomie aan te jagen. Dit gebeurt in samenwerking met het landelijke transitieprogramma Building Balance, dat als doel heeft om het gebruik van biobased grondstoffen in de bouw versneld op te schalen. Jaarcongres Veel van deze ontwikkelingen zijn te zien op het platform van WeGrow. Dat houdt maandag 9 september zijn jaarcongres in het Openluchtmuseum in Arnhem. Daar komen bestuurders, boeren en bouwers uit de bouw- en landbouwsector bijeen om over de kansen van biobased bouwen te praten. Prioriteit 1 is het creëren van een markt waarbij boeren hun producten kwijt kunnen aan bouwers. Vorig jaar bleek al dat ruim de helft van de Nederlandse boeren denkt binnen vijf jaar vezelgewassen te telen waarmee aannemers en projectontwikkelaars biobased kunnen bouwen. Steeds meer boeren stappen over op de teelt van gewassen voor biobased bouwen. Biobased versnelt TNO onderscheidt vijf ontwikkelingen die het biobased bouwen in Nederland versnellen. Ten eerste komen nieuwe biobased materialen sneller op de markt, al voldoen ze nog niet allemaal aan de gestelde eisen. Naast bekende en al toegepaste biobased materialen zoals hout en stro, ziet TNO ook andere materialen zoals leem, zeewier, hennep, bagger, versnipperde resten van paprikaplanten en schimmeldraden van paddenstoelen als veelbelovend. Wat ook meehelpt, is dat de overheid met de Nationale Aanpak Biobased Bouwen het voortouw neemt. Een derde ontwikkeling is de betere benutting van afvalhout, zoals hierboven benoemd. Verder bouwen bedrijven huizen vaker als gestandaardiseerde prefab, waardoor meer biobased materialen toegepast kunnen worden. Als laatste ontwikkelt TNO rekenmethodes waardoor biobased bouwmaterialen makkelijker te vergelijken zijn met traditionele. Lees ook:Steeds meer boeren oogsten huizen van het land Certificaten voor CO2-opslag in woningen kunnen voor revolutie in de bouw zorgen Hollands hout maakt houtbouw nog een stukje duurzamer Gerrit Hiemstra bouwde zelf een biobased huis, bouwbedrijf BAM gaat er duizenden neerzetten