Hannah van der Korput
01 augustus 2024, 11:34

Een digitale trip naar het duurzame Denemarken

Wie net terug is van vakantie of juist nog even moet wachten, is van harte uitgenodigd voor een uitstapje naar Denemarken. Het land staat bekend als klimaatkoploper. Waar heeft Denemarken zijn duurzame imago aan te danken? En klopt het ook? Laat de tocht beginnen.

Getty Images 602223409 Waar de aanleg van warmtenetten in Nederland met horten en stoten verloopt, gaat het in Denemarken een stuk voortvarender. | Credits: Getty Images

We trappen af in Kopenhagen. De Deense hoofdstad staat bekend om de goede fietspaden. Met een netwerk van 400 kilometer is de hele stad goed bereikbaar per fiets. Dat maakt het een populair vervoermiddel voor de Denen: 62 procent reist ermee naar school of werk. Kopenhagen beschikt ook over zogenoemde Supercykelstier, wat het beste te omschrijven is als snelwegen voor de fiets. De verbindingen tussen de voorsteden en het stadscentrum tellen nauwelijks stoplichten en kruispunten, zodat er lekker doorgetrapt kan worden.

Groene daken

We blijven nog even de hoofdstad, waar groene daken al vanaf 2010 verplicht zijn. Het houdt in dat bouwers van alle nieuwe platte daken verplicht groendaken maken. Dit zorgt voor meer groen in de stad. Ook houden de daken de neerslag vast die erop valt. Dat zorgt voor verkoeling in de zomer, waardoor de stad minder opwarmt. Door de daken te voorzien van groen, gaan ze ook nog eens veel langer mee. De beplanting beschermt namelijk tegen uv-stralen, wind en neerslag. Dat verlengt de levensduur aanzienlijk: Groene daken gaan twee tot drie keer langer mee dan een gewone dakbedekking.

Koeientaks

De kans is groot dat Denemarken als eerste land ter wereld de uitstoot van broeikasgassen in de landbouw financieel gaat belasten. De nieuwe belasting wordt in 2030 ingevoerd en zal met name melkveehouders raken. Koeien stoten namelijk veel methaan uit – een sterk broeikasgas. Per koe gaan veehouders straks ruim 100 euro per jaar betalen. Dat bedrag moet in 2035 opgelopen tot ruim het dubbele, is het idee. De aankomende maatregel wordt bestempeld als de koeientaks.

Hernieuwbare energie

Denemarken is dé koploper op het gebied van hernieuwbare energie. Het land is de grootste exporteur van windturbinetechnologie en bijna elke grote Deense universiteit heeft een afdeling gericht op onderzoek naar hernieuwbare energie. Denemarken is een grote speler op het gebied van windenergie. Deense bedrijven zoals Vestas en Ørsted zijn wereldleiders in de ontwikkeling, productie en installatie van windturbines. Dit leidt tot nieuwe technologieën, efficiënte energie opwek en een verlaging van de kosten. Daardoor kan hernieuwbare energie goed concurreren met fossiel.

Warmtenetten

Waar de aanleg van warmtenetten in Nederland met horten en stoten verloopt, gaat het in Denemarken een stuk voortvarender. Maar liefst 65 procent van de Deense huishoudens is aangesloten op zo’n net. De warmtenetten in Denemarken zijn aangesloten op diverse bronnen. Kolen en gas spelen nog een rol, maar de mix wordt meer en meer aangevuld met windmolens, zonnewarmte, biomassa en restwarmte afkomstig van bedrijven. Die combinatie van warmtebronnen maakt de Denen niet afhankelijk van één leverancier. De warmtenetten zijn in handen van de gebruikers of de overheid. Er mag geen winst worden gemaakt en alle kosten die worden gemaakt zijn transparant. Hierdoor blijven de kosten bescheiden en groeit het vertrouwen van de Deense bevolking.

In Nederland is het heel anders: hier is stadsverwarming vaak in handen van commerciële partijen. Die zijn niet transparant over de kosten van warmtenetten en welke prijs ze doorberekenen aan de eindgebruiker. Daarom wilde voormalig Klimaatminister Rob Jetten de netten verplicht in handen van de gemeenten geven. Dat plan werkt vooralsnog averechts. Commerciële warmtebedrijven spreken van onteigening en weigeren nog te investeren in warmtemetten. Vattenfall kondigde na het voorstel van Jetten aan geen nieuwe warmtenetten meer te gaan ontwikkelen. Eneco trok onlangs de stekker uit een warmtenet in Utrecht. Uit een rondgang van Nieuwsuur blijkt dat momenteel 90 procent van de aanleg van warmtenetten in Nederland stil ligt.

Energieneutraal eiland

Diep in Denemarken ligt het eiland Samsø. Met een oppervlakte van 114 vierkante kilometer is het nog kleiner dan Schiermonnikoog. Desondanks is het wereldberoemd omdat het eiland energieneutraal is. Eerder had de plek geen eigen energievoorziening. Elektriciteit en fossiele brandstoffen werden oorspronkelijk geleverd vanaf het vaste land. Nu wekt het eiland de eigen stroom op. Dit doet het voor 50 procent met zon en wind. Samsø telt meer dan 20 windmolens, stookinrichtingen en veel zonnepanelen. Het eiland draait deels op fossiele brandstoffen, voornamelijk voor de veerboten naar het vasteland varen en het lokale wegverkeer zoals auto’s. Dat fossiele deel wordt gecompenseerd met de export van groene stroom naar het vaste land.

De groenste gemeente van Denemarken heeft ambitieuze plannen om uiterlijk in 2030 fossielvrij te zijn. Zo komt er een tweede ferry met elektrisch aangedreven schroeven. Vooralsnog wordt de ferry aangedreven door een LNG-motor, waarbij omschakeling naar biogas in de toekomst mogelijk is. Ook pendelt een elektrisch aangedreven voetgangersferry heen en weer. Het overige verkeer moet ook zo snel mogelijk elektrisch gaan rijden. Hiervoor gaat het eiland nog meer groene stroom opwekken.

Biologische voeding

Om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen terug te dringen, heft de Deense overheid een extra belasting op deze pesticiden. Dat maakt de middelen voor telers minder interessant om ze te gebruiken. Er worden er dan ook minder van verkocht. Het geld dat met de belastingen wordt opgehaald, komt in een subsidiepot terecht. Daarmee wordt de belasting op de grond van de boeren verlaagd. De belasting op bestrijdingsmiddelen ondersteunt dus de boeren die op veel land, zo min mogelijk schadelijke middelen gebruiken. Voor hen is deze subsidiepot dus zeer voordelig.

De aanpak lijkt te werken, want Denemarken heeft wereldwijd de grootste markt voor biologisch voedsel. De onbespoten producten zijn de afgelopen jaren gepromoot, mede dankzij de hulp van de overheid. Supermarkten leggen biologische producten prominent in de schappen en communiceren de voordelen.

Reis verder:

Nederlands bedrijf helpt boeren met fabriek voor cacaovruchtensap in Afrika, en Chocolonely betaalt mee

De chocolade-industrie heeft nooit interesse gehad in de vrucht. Alleen in de bonen, die als pitten in de vrucht zitten. “Dat alles om de boon draait, is heel raar. In landen als Ghana en Ivoorkust alleen al wordt jaarlijks 2 miljard liter heerlijk cacaovruchtensap verspild”, weet journalist Lars Gierveld, oprichter van Kumasi Drinks. Armoede Tien jaar lang maakte hij documentaires voor de Nederlandse televisie. Tijdens een documentaire voor RTL en Videoland over de cacaoproductie in westelijk Afrika zag hij met eigen ogen de armoede onder de boeren. “Zij verdienen aan de cacaoboon alleen te weinig om rond te kunnen komen”, zegt hij. Tijdens het filmen van een groep boeren proefde Gierveld het sap uit de cacaovrucht, waar die bonen in zitten. De smaak verraste hem: een mix van lychee, mango en limoen, maar dan net even anders. Zo kreeg hij een wild idee: wat als we iets met dit sap zouden kunnen doen? Tot 30 procent meer inkomen Hij begon samen met de boeren te experimenteren, smokkelde flessen cacaovruchtensap naar Nederland en richtte uiteindelijk Kumasi Drinks op. Het bedrijf groeit snel. Het drankje - een mix van cacaovruchtensap en ander fruit - is inmiddels te koop in 1.200 winkels en supermarkten in Nederland. In augustus lanceert Kumasi samen met likeurmaker De Kuyper een cocktail met cacaofruit. Door die verkopen krijgen inmiddels meer dan 450 cacaoboeren tot 30 procent meer inkomen per kilo cacao. Meteen betaald Kumasi haalt het sap direct bij de boeren op met rijdende persen. De vrucht moet namelijk binnen twee uur na de oogst geperst worden. Bij het persen worden de cacaobonen eruit gehaald en teruggeven aan de boeren. Het grote voordeel voor hen is dat ze meteen betaald krijgen voor de vruchten en het sap. “De cacaobonen moeten daarna zes tot acht weken drogen en in die tussentijd moeten de boeren het geld voor hun werknemers voorschieten. Zo bouwen ze een schuld op. Door ons kunnen ze hun mensen meteen betalen, zodat ze geen schuld opbouwen”, vertelt Gierveld. Kijk hier hoe Kumasi de armoede onder cacaoboeren in Afrika aanpakt:Nieuwe fabriek Het sap wordt na het persen gekoeld, gepasteuriseerd, verpakt en getransporteerd naar Nederland. Tot nu haalde Kumasi vooral cacaovruchtensap op bij boeren in Ghana. De komende tijd gaat het bedrijf zich meer focussen op Ivoorkust, de grootste producent van cacao ter wereld. Daar bouwt medeoprichter Linda Klunder - die in 2023 naar Ivoorkust emigreerde - een nieuwe, eigen fabriek, waar de vruchten van 5.000 boeren ter plekke geperst en verwerkt kunnen worden. “Daarmee kunnen we in één keer een hele grote stap maken”, zegt Gierveld. Steun van Tony’s Kumasi krijgt hierbij financiële steun van diverse partners zoals ETG en RVO, maar ook van de Chocolonely Foundation. De laatste wordt grotendeels gefinancierd door Tony’s Chocolonely, die tot haar missie heeft gemaakt om op allerlei manieren het inkomen van cacaoboeren te verhogen en hun leefsituatie te verbeteren. Volgend jaar in bedrijf Binnenkort wordt de grond gekocht, waarop de fabriek komt te staan. Dat heeft in Afrikaanse landen altijd veel voeten in de aarde. De machines zijn al besteld en volgend jaar augustus of september moet de fabriek operationeel zijn. Dan begint het oogstseizoen. “Het gaat hard nu”, zegt Gierveld. “De fabriek komt op een strategische plaats te staan, zodat zoveel mogelijk boeren er omheen binnen een uur hun cacaovruchten bij ons kunnen brengen.” 1+1=3 De fabriek gaat niet alleen het sap uit de cacaovruchten persen, hij gaat ook de schillen van de cacaovrucht verwerken. Die schillen heten ‘husk’ en kunnen verwerkt worden tot vezels in textiel, pigmenten en de zoetstof xylitol. Ook die schillen worden nu weggegooid. Kumasi denkt verder aanwijzingen te hebben dat de cacaobonen na het persen van het sap uit de vrucht sneller en beter fermenteren, wat de kwaliteit van de chocolade kan verhogen. Dat moet nog onderzocht en aangetoond worden. “Maar als het zo is, dan geldt 1+1=3”, zegt Gierveld. “Dan hebben de boeren extra inkomen, wordt de vrucht gebruikt voor sap in plaats van weggegooid en wordt de kwaliteit van de chocolade beter en de cacaoboon dus meer waard, al is dat laatste nog een toekomstdroom.” Kijk hier hoe je uit cacaovruchten sap kunt halen:Lees ook:Tony’s Chocolonely wil met Albert Heijn traceerbare cacaoketen verder opschalenFrisdrank van restproduct cacao geeft Ghanese boeren extra inkomstenChocolade zonder cacaoboon: deze start-up heeft het receptTony’s Chocolonely niet meer op lijst slaafvrije chocolade