André Oerlemans
11 juli 2024, 10:50

Met windmolens het elektriciteitsnet in balans houden? Vandebron bewijst dat het kan

Vanwege een verschil tussen vraag en aanbod van stroom moet het Nederlandse elektriciteitsnet continu in balans worden gehouden. Anders ontstaan er stroomstoringen. Tot nu toe doen vooral gascentrales dat. Vandebron heeft toestemming gekregen van netbeheerder Tennet om het ook met windmolens te doen. Dan krijgen boeren bijvoorbeeld betaald als ze hun windturbines uitzetten.

Rick Bitter en Vandebron Rick Bitter: “Wij krijgen bij Vandebron ook wel eens de vraag: we gaan toch geen groene energie uitzetten?” | Credits: Vandebron

De hele dag door leveren elektriciteitscentrales, zon- en windparken en andere producenten stroom aan het net en nemen consumenten en bedrijven stroom af. Nu er steeds meer zon- en windenergie wordt opgewekt – afgelopen april bijvoorbeeld driekwart van alle opgewekte stroom – wordt het steeds moeilijker om te voorspellen hoeveel stroom er geleverd wordt. Simpelweg omdat het weer moeilijk te voorspellen is.

Strak gespannen touw

Toch moet het elektriciteitsnet altijd in balans zijn. Er moet elk moment van de dag evenveel stroom verbruikt als geleverd worden. Netbeheerder Tennet moet zorgen dat vraag en aanbod in balans zijn. Als er te weinig of te veel stroom wordt geleverd ontstaat onbalans, dat kan leiden tot black-outs en stroomstoringen. “Je hebt leveranciers en afnemers, producenten en consumenten. Het elektriciteitsnet is eigenlijk een touw tussen die twee groepen en dat touw moet altijd strak staan”, zegt Rick Bitter van groene energieaanbieder Vandebron. “Hoewel die twee groepen steeds onafhankelijk van elkaar bewegen, moet het touw toch strak blijven staan. Daarom heb je in beide groepen spelers nodig die daarvoor zorgen. Dat betekent dat als er te veel elektriciteit is, iemand meer moet consumeren of iemand minder moet produceren en andersom.”

Betaald door veroorzaker

Om het net in balans te houden heeft Tennet reservecapaciteit aan stroomproductie nodig. Daarvoor zijn moeilijke namen bedacht als Frequency Containment Reserve (FCR), het primaire reservevermogen, en de automatic Frequency Restoration Reserve (aFRR), het secundaire regelvermogen. Tennet gebruikt vooral de aFRR om de balans op het net te handhaven. Dat werkt relatief eenvoudig. Als er onbalans ontstaat, bieden producenten aan meer of minder stroom te leveren om het touw strak te houden. Zij worden betaald door de veroorzaker van die onbalans: de elektriciteitscentrale of het wind- of zonnepark die te veel of te weinig stroom levert of het energiebedrijf dat te veel of te weinig afneemt. “Dus degene die het probleem oplost wordt betaald door de veroorzaker van het probleem”, zegt Bitter.

Onbalans wordt groter

Omdat stroomproducenten op de onbalansmarkt 24 uur per dag stroom moeten kunnen leveren, zijn batterijen nog niet inzetbaar. Die kunnen maximaal 4 uur stroom leveren. Ook wind- en zonneparken waren tot nu toe te onvoorspelbaar om hier aan mee te kunnen doen. Dus zijn het vooral gascentrales die deze taak oppakken. Omdat er meer groene stroom uit onvoorspelbare bronnen als zon en wind komt, wordt het probleem van de onbalans groter. Tegelijkertijd wil Nederland van het gas af en komen er steeds minder gascentrales om het net in balans te houden. Daarom wil Vandebron balanceringsdiensten gaan leveren met zon- en windparken.

Groene stroom weggegooid

Hoe dan? Die zijn toch per definitie onvoorspelbaar en dus niet bruikbaar voor de onbalansmarkt? In 2021 bewees Scholt Energy bij een pilot van Tennet al dat windmolens flexibel genoeg zijn om een rol te spelen op de onbalansmarkt. Misschien niet om per direct extra stroom te leveren als dat nodig is, maar wel om meteen minder stroom te leveren als het aanbod te groot is, stelt Vandebron. Simpelweg door windmolens stil te zetten en zonnepanelen af te schakelen. Dat heet curtailment. Dan gaat er dus groene stroom verloren. Het afgelopen kwartaal werd er door curtailment al voor 1700 gigawatt aan groene stroom weggegooid. Genoeg om heel Nederland bijna zes dagen lang op te laten draaien.

Af en toe uitzetten

Is dat erg? “Nee”, stelt Bitter. “Wij krijgen bij Vandebron ook wel eens de vraag: we gaan toch geen groene energie uitzetten? Maar in het verleden stonden in Nederland ongeveer 20 gasturbines opgesteld, waarvan regelmatig de helft uit stond. Die helft ging pas aan als het buiten heel hard vroor of als er heel veel behoefte was aan die elektriciteit. Dat vond iedereen normaal. Als je over gaat naar een systeem op groene energie dan is het niet onlogisch dat je de groene productie overdimensioneert en dat je af en toe iets uit hebt staan. Dat deden we vroeger ook.”

Vandebron wil zowel wind- als zonneparken gaan inzetten om het net in balans te houden. | Credit: Adobe Stock

Kostenefficiënter

Uiteraard ziet ook hij liever dat de overtollige groene stroom in batterijen wordt opgeslagen of via elektrolysers wordt omgezet in groene waterstof. “Maar wind- en zonneparken uitzetten als er te veel stroom is, is misschien qua oplossing kostenefficiënter dan allerlei batterijen en elektrolysers installeren”, oppert Bitter. “Het is heel goed mogelijk dat we in de toekomst een deel van de energie opslaan voor later gebruik en een deel uitzetten. Dat is in een onvoorspelbaar systeem de logische oplossing.”

Verdienmodel

Vandebron loopt daarop vooruit door bij ongeveer honderd producenten van windenergie – variërend van boeren met een windturbine op het erf met een vermogen van 0,5 megawatt tot eigenaren van windparken met een vermogen van 40 megawatt – gezamenlijk aan te sturen en in te zetten op de onbalansmarkt. Voor hen is dit een extra verdienmodel. Door overaanbod is de stroomprijs vaker negatief. Ook moeten producenten hogere onbalanskosten betalen. “Daardoor neemt de waarde van hun elektriciteit af en worden de verdiensten van het balanceren van het net steeds belangrijker in hun businesscase. Wij willen dit ook mogelijk maken voor een grote groep kleinere producenten”, zegt Bitter. “Daarnaast wordt het gezien de groeiende netcongestieproblemen interessanter als je op heel veel plekken in Nederland kleine productiemiddelen hebt die je kunt sturen in plaats van een heel groot windpark op de Noordzee.”

Op- en afregelen

Vandebron heeft van Tennet toestemming gekregen om al zijn windmolens in te zetten op de aFRR-markt. Die worden centraal aangestuurd via Vandebrons ‘Green Power Plant’ en kunnen op verzoek van Tennet minder stroom leveren. Via windmeters wordt gemeten hoeveel stroom de windmolen geproduceerd zou hebben als hij niet was uitgezet en hoeveel stroom hij daadwerkelijk heeft geproduceerd. Het verschil tussen die twee is wat er minder geleverd is en waarvoor een vergoeding wordt betaald. Zo krijgt de boer met een of een paar windturbines op zijn erf dus geld als hij die uitzet. Direct extra stroom leveren als er een tekort is, kan het windpark in principe niet. Of toch? “Dat zullen andere partijen moeten doen”, erkent Bitter. “Wel kun je een windpark uitzetten en weer aanzetten als er toch te weinig stroom is. Zo kun je de meeste uren per dag zowel op- als afregelen.”

Minder gascentrales

Omdat er de komende jaren veel meer vermogen aan groene stroom bij komt, ontstaat volgens hem een overaanbod en kan een deel van die productie achter de hand gehouden worden om het net te balanceren. “In de toekomst zal het grootste deel van de tijd de balans gestuurd worden door zon en wind. Het percentage tijd dat gascentrales of batterijen bij moeten springen wordt in de toekomst steeds kleiner”, voorspelt Bitter. Nu zet Vandebron dus al windmolens in om het net in balans te houden, binnenkort kunnen ook zonneparken die rol gaan vervullen. Daar moet de niet geleverde zonne-energie nog beter gemeten worden. “Maar dat gaat niet lang meer duren, misschien hooguit een paar maanden”, zegt Bitter.

Lees ook:

Katinka Abbenbroek (directeur Springtij) pleit voor ander leiderschap: ‘Er zou meer respect voor twijfel moeten komen’

“We hebben ons de afgelopen tijd een beetje vastgezet op doelstellingen, zoals over de energietransitie en stikstofnormen”, zegt Abbenbroek. “Bij Springtij willen we dit jaar stimuleren dat niet altijd het doel je drive moet zijn. De beweging ernaartoe is al een driver op zich.” Niet voor niets dus dat het thema van Springtij dit jaar ‘De kunst van bewegen’ is. In plaats van het hebben over de hele energietransitie of de staat van de gehele natuur in Nederland, hoopt Abbenbroek dat er meer aandacht komt voor lokale projecten. “Hoe ziet de lokale energiehub in de nieuwe Hoekenwijk in Almere er straks uit? Wat kun je doen voor het bos waar jij de hond uitlaat? Het gaat om concrete stappen die beweging in gang zetten. Beweging concreet maken, dat is ons doel voor dit jaar.” Dilemma’s Daarnaast pleit Abbenbroek over het bespreekbaar maken van dilemma’s die de transitie in de weg staan. Die worden in haar optiek namelijk lang niet altijd openlijk gedeeld, waardoor er onbegrip en polarisatie ontstaat. “Moeten we bijvoorbeeld onderdelen voor transformatorhuisjes voor ‘onze energietransitie’ uit India halen? Voor India is het een verdienmodel, maar mogelijk laten de arbeidsomstandigheden daar te wensen over. Of moet een boer de waterstand van zijn akkers verhogen om droogte te bestrijden, met als gevolg dat zijn zware machines er niet meer op kunnen rijden? Het zijn vragen waar niet direct een goed of fout antwoord op bestaat. Daar moeten we mee om leren gaan en dat is moeilijk.” Afpellen als een ui Op Springtij hoopt Abbenbroek dergelijke dilemma’s van mensen bespreekbaar te maken volgens een speciaal ontwikkeld protocol. Daarbij worden de dilemma’s gevisualiseerd aan de hand van objecten, voorzien van linten die de onderlinge relaties van de belanghebbenden weergeven. Abbenbroek: “Vervolgens gaan we het dilemma dansen. De kunst van bewegen is ook niet praten, maar bewegen rond de objecten. Hoe doe je dat? Hoe voel je je daarbij? Hoe dans je daaromheen?” Vervolgens hanteert Abbenbroek de Socratische gespreksmethode, waarin het dilemma wordt ‘afgepeld als een ui’ en alle invalshoeken, overtuigingen en afwegingen op tafel komen. “Uiteindelijk gaat het er niet om dat we je aan het eind van de sessie vertellen wat je moet doen met je dilemma. Het doel is dat je beter leert begrijpen hoe je dilemma’s deelt en ontvangt.” Nieuwe politieke werkelijkheid Abbenbroek heeft zelf ook dilemma’s waarmee ze heeft moeten leren omgaan, die raken aan ‘de nieuwe politieke werkelijkheid’. “Gaan wij met alle politieke stromingen samenwerken of zijn er stromingen die zo fundamenteel tegen ons gedachtegoed ingaan, dat samenwerking onmogelijk is? Of moeten we juist samenwerken, zodat we tenminste nog invloed hebben? Wie neemt de telefoon op als Faber belt (minister van Immigratie en Asiel, red.)?” Volgens Abbenbroek zijn het vooral haar eigen angsten die in de weg kunnen zitten bij de beantwoording van die vraag. En die angsten voelen en begrijpen, maken dat je beter met het dilemma kunt omgaan. “Dus ja, ik neem die telefoon wel op en zal proberen te zoeken naar de samenwerking die wél mogelijk is.” Dilemma’s in het bedrijfsleven Abbenbroek ziet ook dat leiders in het bedrijfsleven nog te vaak de dilemma’s voor zichzelf houden. “In Nederland wordt twijfelen gekoppeld aan niet duidelijk of straightforward zijn. Terwijl twijfelen helemaal niet slecht is. Het betekent gewoon dat je ziet dat er afwegingen zijn. Wij pleiten er juist voor dat twijfels gedeeld worden. Je kunt het alsnog niet eens zijn met een bepaalde beslissing. Maar als je wordt meegenomen in de afwegingen, zie je op z’n minst dat erover is nagedacht.” Volgens Abbenbroek willen we aan de ene kant leiders als Trump die ‘staan te gillen dat ze alles weten’. “Maar aan andere kant hebben we juist behoefte aan leiders die zeggen ‘ik weet het nog niet, ik moet er nog eens over nadenken’. Dat is een veel betere leider, maar ergens worden mensen daar onzeker van. Er zou eigenlijk meer respect voor de twijfel moeten komen.” Twijfel normaliseren Op Springtij kunnen deelnemers dit jaar dus actief aan de slag met hun eigen dilemma’s. In speciale ‘oefenkringen’ zetten mensen in groepen van vijftien onder begeleiding van getrainde moderatoren, al dansend en overpeinzend, hun tanden vast in de onderwerpen waar ze tegenaan lopen. Ook krijgen ze handvatten mee, zodat ze achteraf met dilemma’s aan de slag kunnen. Op die manier hoopt Abbenbroek dat ‘de twijfel’ genormaliseerd wordt en zo onderdeel wordt van beslissingsprocessen. Is Abbenbroek niet bang dat mensen terughoudend zijn met het delen van dilemma’s als er gedanst moet worden? (Lachend:) “Nee joh, helemaal niet. Laatst deed ik de oefening met een stel partners van grote kantoren. Eén had de schoenen al uit voordat we begonnen, waarna de rest snel volgde. Ze hebben de rest van de dag de schoenen niet meer aan gehad.”Springtij 2024 Springtij is een driedaags evenement op Terschelling (dit jaar 24 t/m 26 september) waar met een programma vol sprekers, workshops en excursies wordt nagedacht over en gewerkt aan een mooier, schoner en gezonder Nederland. De ware kunst is om de ruimte voor beweging binnen jezelf te vinden en te activeren. Jouw persoonlijke inzet is het startpunt. Dit jaar staat Springtij in het teken van  De Kunst van Bewegen, waarbij deelnemers niet alleen het hoofd en hart, maar ook de handen inzetten.  Lezers van Change Inc. krijgen een korting van 100 euro excl. BTW op reguliere tarieven, met kortingscode* CHANGEINC-SPF24. De code is geldig tot en met 31 juli 2024. Registreren voor het event doe je hier. *Vul de code in, in het vak 'Korting' direct aan het begin van het registratieformulier. Klik dan op ‘Toepassen’.Lees ook:Changemaker Sacha Göddeke-Mulder (NS): 'Als je elke dag met de trein reist, weet je dat we niet zo vaak stilstaan' Spelenderwijs leren over de energietransitie met GigaWatt Zes sigaretten per dag aan fijnstof is voor het kabinet oké, voor gemeenten niet