Sebastian Maks
08 juli 2024, 13:30

Grootschalig nationaal laadnetwerk voor vrachtwagens aangekondigd in Duitsland

Duitsland heeft plannen aangekondigd om een nationaal snellaadnetwerk voor vrachtwagens aan te leggen. Met zo’n 350 laadpunten moet het netwerk ervoor zorgen dat de Duitse mobiliteitssector een verduurzamingsslag kan maken. Tenders voor de eerste honderd daarvan worden deze zomer al verwacht.

Getty Images 1158183979 Volgens de Duitse overheid kan het snellaadnetwerk worden omschreven als een 'mammoetproject'. | Credits: Getty Images

Onlangs nam het Europees Parlement een wet aan die voorschrijft dat vrachtwagens minder CO2 moeten uitstoten; 45 procent minder in 2030 en 65 procent minder in 2035. Vanaf 2040 moet de uitstoot zelfs gereduceerd zijn met 90 procent. Voor vrachtwagenbouwers betekent dit dat ze de verkoop van emissievrije modellen flink moeten opschalen.

Hoewel Duitsland lang dwarslag in het steunen van de EU-wetgeving, beseffen onze oosterburen ook dat er werk aan de winkel is. Het aandeel elektrische trucks in het land is namelijk nog laag, ongeveer 2 procent. Dit zal in de toekomst flink moeten stijgen. Vandaar dat de Duitse overheid gaat starten met de bouw van een nationale snellaadinfrastructuur voor vrachtwagens. Daarmee wil Duitsland niet alleen op de groei van elektrisch vrachtvervoer voorbereid zijn, maar hem ook aanwakkeren.

95 procent van de snelwegen

Het project heet ‘Power to the Road’ en moet een netwerk van 350 laadpunten gaan omvatten, verspreid over heel Duitsland. De overheid wil daarmee 95 procent van alle snelwegen in het land dekken. Gepaard met inspanningen om het aandeel hernieuwbare energie op te krikken, wil Duitsland vaart maken met een vrachtsysteem dat voor een groot deel op groene stroom rijdt.

“Met het snellaadnetwerk voor vrachtwagens lanceren we een mammoetproject”, zegt minister Volker Wissing (Digitale Zaken en Verkeer) in een persbericht. “De netaansluitingsopdracht is de eerste fundamentele uitvoeringsstap. Daarmee creëren we planningszekerheid voor de industrie- en transportsector en zetten we nieuwe standaarden voor de levering van laadcapaciteit. Laden in het megawatt-bereik, direct langs de snelweg, wordt de technische standaard en dagelijkse praktijk.”

Tenders

Wanneer de infrastructuur af moet zijn, is niet duidelijk. Wel vinden voor de eerste 130 laadpunten naar verwachting deze zomer al tenders plaats waar ontwikkelaars zich voor kunnen inschrijven.

Lees ook:

Nieuwe wijk in Doetinchem wordt duurzaam hoogstandje: ‘Er wordt al duizenden jaren biobased gebouwd’

Bij de start van het woonproject was niet afgesproken dat het een van de duurzaamste wijken van Nederland moest worden, vertelt Nard Everdij, projectleider bij de gemeente Doetinchem. “Maar al doende kwamen de verschillende mogelijkheden langs.” Door veel tijd te steken in het bij elkaar brengen van de juiste mensen wist Everdij een groep regionale bouwers, architecten en bewoners bij elkaar te brengen met ‘een persoonlijke drive’ om van De Kwekerij een natuurinclusieve wijk te maken die als voorbeeld kan dienen voor andere projecten. Het gebied Wijnbergen, waar De Kwekerij moet komen, typeert zich door de aanwezigheid van een grote ecologische zone. Everdij: “Het zou zonde zijn om dat groen weg te halen als er woningen komen. Ook kent het gebied veel hoogteverschillen. We vinden het juist mooi als de kwaliteit van die elementen bewaard blijft.” Energieneutraal en groene daken Tegelijkertijd groeide het besef bij de gemeente om wijken klaar te maken voor de gevolgen van klimaatverandering. Zo kunnen groen en schaduw soelaas bieden bij steeds warmer wordende steden. “Daarbij kwam dat we in dezelfde periode een workshop hadden over circulair bouwen”, zegt Everdij. “Dus ik dacht: waarom doen we dat ook niet?” Verder krijgen alle woningen een groen dak en worden, waar kan, biobased en circulaire materialen gebruikt. Bovendien worden alle woningen energieneutraal. “En we wilden geen rolcontainers voor afval in het plangebied, omdat anders twee dagen per week de straat hiermee vol staat. Dus komen er ondergrondse containers.” Lokale ontwikkelaars In de praktijk bleek het nog best lastig om een duurzaam project als De Kwekerij goed in de markt te zetten. Everdij: “Je hebt te maken met een hoop verschillende bouwers, omdat we ook veel verschillende wensen hadden. De uitdaging is om iedereen op het juiste moment bij elkaar te brengen.” Daarvoor keek Doetinchem bewust ook naar de eigen omgeving. “Voor een van de percelen was een vereiste dat de ontwikkelaar binnen een straal van 25 kilometer van het project gevestigd is. We wilden de regionale markt de kans geven, maar ook de uitdaging bieden van dit project.” Naast alle duurzame ambities wordt het woningaanbod ook zo gevarieerd mogelijk. Gemeente Doetinchem geeft 39 vrije kavels voor vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en tiny houses uit. BAM Wonen bouwt volgens het Flow-concept 41 koopwoningen met een houtskelet. Regionale bouwer Welling Bouw bouwt 18 houtskelet-woningen. Daarnaast bouwt BAM Wonen ook nog 32 sociale huurwoningen. Tuinen Everdij heeft zelfs nagedacht over alle tuinen, als de woningen er straks staan. “We vinden het belangrijk dat de toekomstige bewoners nu al nadenken over hun tuin. Daarom bieden we ze de mogelijkheid om in gesprek te gaan met lokale tuinontwerpers.” De huizen staan al in een groene omgeving met veel schaduwrijke plekken. Als het aan Everdij ligt, sluiten de tuinen daarop aan met zoveel mogelijk inheemse beplanting. “En er moeten coniferen komen in het openbaar gebied”. Het is een knipoog naar de naam van het project. “Naast De Kwekerij stond vroeger de oude stadskwekerij waar onder andere coniferen voor het openbaar groen werden gekweekt. In dat gebied staan nu mooie, flink uitgegroeide exemplaren. Mussen en eekhoorns zitten daar graag in, dus dat heeft ook weer meerwaarde.” ‘We moeten wel’ Uiteindelijk hoopt Everdij dat andere gemeenten kunnen leren van een project als De Kwekerij. Wat volgens hem de voornaamste les is? “Dat het niet eng is. Het lijkt nieuw, maar dat is het totaal niet. Er wordt al duizenden jaren gebouwd met biobased materialen, alleen zijn we het de laatste tweehonderd jaar een beetje vergeten. En je hoeft een project van tevoren niet volledig verzonnen te hebben. Als je maar begint, dan kom je er wel.” Volgens Everdij is de bouwsector in beweging. “Als je tien jaar geleden op de Provada keek, was er nog minimale aandacht voor biobased en circulair. Nu zie je dat steeds meer partijen ermee naar buiten treden. En daarbij hoeft duurzaam bouwen ook echt niet duurder te zijn dan traditioneel bouwen. Ja, een groen dak heeft meer onderhoud nodig. Maar je houdt wel de hitte en kou beter buiten. We moeten ook wel, nu weersextremen steeds vaker voorkomen. Daar moeten we op voorbereid zijn.” Lees ook: Changemaker Mirjam Schmüll opent deuren in de circulaire bouw: ‘Wanneer een weg doodloopt, ben ik altijd bezig met wat er wél kan’ Gerrit Hiemstra bouwde zelf een biobased huis, bouwbedrijf BAM gaat er duizenden neerzettenHoe kunnen we blijven bouwen in tijden van netcongestie?