Hannah van der Korput
17 juni 2024, 08:00

Gerrit Hiemstra bouwde zelf een biobased huis, bouwbedrijf BAM gaat er duizenden neerzetten

Biobased woningen zijn duurzamer en sneller gerealiseerd dan huizen van steen en beton. Gerrit Hiemstra heeft zijn intrek al genomen in een huis dat bestaat uit natuurlijk materiaal. Ook BAM is overtuigd: tijdens vastgoedbeurs Provada liet het bouwbedrijf weten alleen nog maar houten woningen in de markt te gaan zetten.

NIEUW V2 slash andere kant op 1 Met de Flow-woningen zet BAM in op houtbouw. “We zijn ervan overtuigd dat dit de toekomst is.” | Credits: ANP, BAM

Dat klimaatverandering een serieus probleem is, hoef je oud-weerman Gerrit Hiemstra niet te vertellen. “Wie kijkt naar grafieken die de temperatuurstijgingen weergeven, ziet dat de lijnen omhoog schieten. Gaan we op dezelfde voet door, dan hebben we de opwarming van anderhalve graad in 2033 bereikt. En dat gaan we merken. We zullen meer extreme weersomstandigheden gaan zien. Die trend is al in gang gezet. Kijk naar de recente overstromingen in het zuiden van Duitsland of de warme zomers in het zuiden van Europa. Ook in Nederland komen deze extremen voor: het beeld van een onder water gelopen Limburg kunnen we vast nog wel voor de geest halen.”

Biobased bouwen

“Het klimaat verandert snel”, vervolgt hij. “Dat komt door ons. Elke kilo fossiele brandstoffen die wij gebruiken, draagt bij aan klimaatverandering. Dat betekent dat we ons gedrag moeten aanpassen. Hoe we eten, hoe we op vakantie gaan en ook hoe we wonen. De cementproductie alleen is verantwoordelijk voor ongeveer 8 procent van de jaarlijkse wereldwijde CO2-uitstoot. Dat percentage kunnen we naar beneden brengen door niet met stenen, maar met natuurlijke materialen te bouwen. Oftewel, biobased bouwen.”

Comfortabel wonen

Hiemstra heeft daar zelf ervaring mee. Hij bouwde zijn eigen, biobased huis. “Het skelet is gemaakt van hout en de buitenmuren zijn opgebouwd met hennepblokken. Naast duurzaam is het vooral ook comfortabel wonen. Hout is een natuurlijk materiaal dat warmte en kou gemakkelijk opslaat. Het voelt warm aan en zorgt voor een gezond binnenklimaat. Ik zou niet anders meer willen.”

De toekomst is hout

Ook bij BAM zien ze de vele voordelen van houtbouw. “Hout is een van de duurzaamste bouwmaterialen die er zijn”, zegt commercieel manager Romy Ran. “Het komt uit de natuur en is onuitputtelijk. Na de oogst groeit het weer aan, zeker met duurzaam bosbeheer. Hout is sterk, goed isolerend en licht in gewicht. Dat laatste is belangrijk voor de bouw, omdat het de weg vrijmaakt voor elektrisch bouwen. Dat voorkomt CO2-uitstoot op de bouwplaats.”

“Over die uitstoot gesproken”, vervolgt ze, “houtbouw zorgt voor een CO2-reductie van 50 procent. Een traditionele woning van steen stoot 50 ton CO2 uit tijdens het bouwproces. Bij het bouwen van een houten woning is dat 25 ton. Maar dat niet alleen: een houten woning slaat ook CO2 op.”

Flow-woningen

Het is dus niet gek dat het bouwbedrijf inzet op houten huizen. Dat doet het met het woonconcept Flow, wat bestaat uit een combinatie van houtskeletbouw en massieve houtbouw. Er is gekozen voor cellulose als biobased isolatiemateriaal. De gevels van de woningen bestaan uit minerale gevelstrips. Deze worden gebakken op 70 graden in plaats van de 1.000 graden die nodig is voor bakstenen.

Fabriek in Noord-Holland

Flow-woningen worden digitaal ontworpen, waarna de bouwtekeningen naar de fabriek in Oudkarspel worden gestuurd. Daar wordt het ontwerp daadwerkelijk geproduceerd. Volgens Ran biedt het ontwerpproces meer dan genoeg keuzevrijheid. De indeling, dakvorm, keuken, een mogelijke uitbouw of dakkapel: het kan allemaal worden ingetekend.

De houten elementen van de Flow-woningen worden gemaakt in de fabriek in Oudkarspel. | Credit: BAM

Losse modules

De houten huizen bestaan uit losse modules die op de bouwplaats in elkaar worden gezet. Een groot voordeel is dat deze achteraf weer uit elkaar kunnen worden gehaald. “Met beton werken we met zogenoemde natte verbindingen, waardoor het lastig is om de materialen weer uit elkaar te halen en te hergebruiken”, licht Ran toe. “Deze houten woningen bestaan uit droge verbindingen, waardoor alle elementen uit elkaar te halen zijn en de grondstoffen dus niet verloren gaan.”

Modulair bouwen levert een aanzienlijke tijdwinst op. “De bouwtijd is zo’n drie maanden. Dat is 75 procent sneller dan de traditionele bouwtijd. Doordat de huizen in de fabriek worden geproduceerd, wordt het bouwproces sneller en efficiënter. Dat verlaagt de kosten aanzienlijk en komt de betaalbaarheid van de woningen ten goede.”

Alleen nog maar hout

Inmiddels worden er Flow-woningen gerealiseerd in onder andere Doetinchem en Barendrecht. Dat BAM vol inzet op dit concept, blijkt uit het feit dat het voortaan enkel nog deze huizen in de markt gaat zetten. “Alle nieuwe conceptuele projecten die we doen, bestaan uit deze duurzamere woningbouw. We werken nog oude projecten af, waardoor we nu in een soort overgangsperiode zitten. Dit woonconcept is duurzamer, sneller en bovendien betaalbaarder. We zijn ervan overtuigd dat dit de toekomst is.”

Lees ook:

Explosieve groei windparken op Noordzee snel voorbij als industrie niet meer stroom kan gaan gebruiken

Op het congres heerste een bescheiden jubelstemming. Windparkontwikkelaars Vattenfall (samen met het Deense investeringsfonds IPC) en SSE (samen met pensioenfonds ABP) werden gefeliciteerd met het winnen van de tender voor de offshore windparken IJmuiden Ver Alpha en Beta, samen goed voor 4 gigawatt aan windenergie capaciteit. Dat is bijna een verdubbeling van de huidige capaciteit van 4,7 gigawatt, die eind vorig jaar werd bereikt. En de volgende parken komen er al weer aan. In zijn Kamerbrief van mei meldt demissionair minister Rob Jetten van Klimaat en Energie dat hij de volgende twee kavels IJmuiden Ver Gamma en Nederwiek I gaat vergunnen, samen goed voor nog eens 4 gigawatt. Snelste groei in Europa Wind is nu al de grootste stroomproducent in Nederland. In 2032 komt driekwart van alle stroom van de Noordzee en staat daar voor 21 gigawatt aan capaciteit. “Dat zijn gigantische getallen. We moeten teruggaan tot de tijd van de veenkoloniën dat iets zo dominant was in de energieproductie”, zegt voorzitter Jan Vos van branchevereniging NedZero (voorheen de Nederlandse Wind Energie Associatie, NWEA). De productie van windenergie groeit in Nederland het snelst van heel Europa. Tussen 2018 en 2023 steeg Nederland van de tiende naar de vijfde plaats op het continent. Al die groene energie is volgens Vos, maar ook volgens het nieuwe kabinet, niet alleen nodig om de CO2-uitstoot terug te dringen - vorig jaar lukte dat in de energieproductie met 17 procent - maar ook om onafhankelijk te worden van landen als Rusland. Donkere wolken Toch hangen er donkere wolken boven de sector. De marktomstandigheden zijn het afgelopen jaar behoorlijk verslechterd. De prijs voor materialen als staal en koper is fors gestegen. De rente op financieringen steeg, net als de kosten van arbeid en voor onderhoud. Dat maakt de bouw van windparken een stuk duurder. “De sector heeft het niet gemakkelijk gehad”, geeft Vos toe. “Er zitten heel hoge pieken en dalen in de orders van windturbines, maar de trend is nog duidelijk omhoog. Het afgelopen jaar zijn we met 268 procent gegroeid.” Kostendaling spectaculair Diederik Samsom – als rechterhand van Frans Timmermans mede-architect van de Europese Green Deal – wijst op de spectaculaire kostendaling in de sector in het afgelopen decennium. In zijn tijd als PvdA-leider kregen ontwikkelaars nog 16 cent subsidie per kilowattuur voor windparken. Dat daalde in vijf jaar tijd naar 4,6 cent en twee jaar later werd het eerste offshore windpark zonder subsidie gebouwd. Tegenwoordig betalen ontwikkelaars er zelfs voor. “Een spectaculaire ontwikkeling. Dit is in de geschiedenis maar heel weinig sectoren in zo’n korte tijd gelukt”, zegt hij.Volgens de branche is die kostenreductie weer teniet gedaan door de huidige prijsstijgingen. Samson denkt dat de sector ook de huidige marktproblemen kan overwinnen. Bijvoorbeeld met innovatie. Het aantal windparken op zee groeit spectaculair. Vraag groene stroom stokt Maar kostenstijgingen zijn niet de enige reden dat minder ontwikkelaars zich inschrijven voor de tenders op de Noordzee. Het allergrootse risico ligt niet in de stijging van hun kosten, maar in de afname van hun stroom. De Nederlandse industrie, vooral de chemische-, kunstmest- en staalindustrie, moet stoppen met olie en gas en massaal overstappen op elektriciteit. Maar dat stokt doordat er door netcongestie geen ruimte is op het elektriciteitsnet. “Zonder die elektrificatie kunnen wij onze energie niet kwijt en loopt het ergens na 2032 spaak”, zegt branchevoorzitter Vos. Hij pleit dan ook voor forse netverzwaring. Elektrificatie strandt De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), die de belangen van de grote energieverbruikers behartigt, betwijfelt zelfs of die grootschalige elektrificatie haalbaar is. “Op dit moment stranden alle elektrificatieprojecten in de industrie op netcongestie. Er is een inventarisatie gemaakt van 250 grote bedrijven; grote afnemers van elektriciteit in het hele land, die met elkaar 650 projecten in kaart hebben gebracht die ze willen uitvoeren. Van die 650 projecten kan 80 procent niet doorgaan, omdat het net dat niet aankan. Op die manier haalt de industrie zijn doelen voor 2030 niet. En zonder vraag is het jammer van de bouw van al die windparken”, zegt voorzitter Gertjan Lankhorst van de VEMW. “Als de netcongestie niet opgelost wordt zal een deel van de industrie na 2030 niet overleven of elders in de wereld gaan investeren.” Vraag naar stroom aanjagen Als er veel windenergie op de markt komt en er is geen vraag naar, dan daalt de elektriciteitsprijs. Die prijs is op dagen als het hard waait en de zon schijnt al negatief. Ditt jaar gebeurde dat meer dan ooit. Dan worden parken stilgezet en gaat groene stroom verloren. Met name wind op zee gaat daar vanwege de enorme geplande capaciteitsgroei flink last van krijgen, want met lage stroomprijzen kun je geen winstgevende offshore windparken bouwen. Momenteel heeft Nederland een capaciteit van bijna 50 gigawatt om elektriciteit op te wekken: 18 gigawatt aan gas- kolen- en kerncentrales en 31 gigawatt aan wind- en zonneparken of biomassa. Dat is meer dan de 15 gigawatt die nodig is voor de gemiddelde vraag naar stroom en ook meer dan de 24 gigawatt die nodig is voor de piekvraag naar stroom. “Die vraag stijgt de laatste jaren niet. Mijn belangrijkste bezwaar is dat er tot nu toe vooral aanbodbeleid is geweest en onvoldoende beleid op het ontwikkelen van vraag. We hebben een regisseur nodig die de vraag naar groene energie gaat aanjagen”, zegt Ruben Dijkstra, directeur Benelux van de Deense windparkbouwer Ørsted. Alle ogen op Tennet De grote vraag is: hoe jaag je de vraag naar groene stroom aan? Dat moet vooral de overheid doen, vindt de branche. Die kan bedrijven duidelijkheid geven, zodat ze investeringsbeslissingen voor de lange termijn kunnen nemen. Die kan de CO2-belasting op fossiele stroom verhogen. Of de aansluittarieven voor windparken, batterijen en elektrolysers verlagen, waardoor de prijs daalt. Maar de vraag wordt pas echt aangejaagd als de netcongestie wordt opgelost. Daarvoor zijn alle ogen gericht op de netbeheerder van het hoogspanningsnet: Tennet. Die investeert de komende jaren miljarden in de uitbreiding van het net. “We denken wel eens: waren we maar tien jaar geleden begonnen. Dan hadden we nu niet die congestie gehad. Maar terugkijken heeft niet zoveel zin, dus laten we vooruit kijken,” zegt hoofd strategie Margriet Rouhof van Tennet.Dat vooruitkijken deed de netbeheerder vorig jaar in zijn visie op het elektriciteitsnet van 2045. Dat zogeheten Target Grid wordt groot genoeg om de elektrificatie van Nederland aan te kunnen. Dan zijn er supersnelwegen voor gelijkstoom die energiehubs verbinden en groene stroom over enorme afstanden kunnen transporteren, ook vanaf de Noordzee naar de industrie. Ook het bestaande net voor wisselstroom wordt verbeterd.Kijk hier hoe dat Target Grid van Tennet eruit ziet:https://www.youtube.com/watch?v=q-tSujW2qus Meer dan alleen windpark Maar daarmee is niet alles opgelost. Volgens Tennet moet verzwaring van het net gelijk op gaan met meer groene stroom omzetten in waterstof, opslag in batterijen en flexibeler en efficiënter gebruik van elektriciteit. Dat zijn volgens experts allemaal puzzelstukjes van het energiesysteem van de toekomst. Waterstof is niet alleen belangrijk als energiedrager, maar ook als brandstof voor sectoren als de scheepvaart, die niet kunnen elektrificeren. Daarom bouwt Vattenfall voor zijn windpark een elektrolyser op de Maasvlakte in Rotterdam. Die zet windstroom om in groene waterstof. Ook die productie moet de overheid aanjagen, vindt de branche. Daarnaast zullen windparken in de toekomst niet alleen windstroom leveren, maar ook zonnestroom en waterstof. Vattenfall bouwt bijvoorbeeld naast de turbines een drijvend zonnepark van 50 megawatt. Ook voor opslag van offshore windenergie in batterijen zijn diverse innovaties ontwikkeld, zoals een de opslagtank op de zeebodem van FLASC, die ervoor zorgt dat een windpark altijd stroom levert. Door deze combinaties blijven levering en dus prijzen stabiel. Efficiënter stroomverbruik Een andere oplossing is efficiënter en flexibeler gebruikt van elektriciteit. Dat kan door wind- en zonnestroom te gebruiken als die wordt opgewekt en bedrijven in energiehubs aansluitingen te laten delen en groene stroom van hun daken aan elkaar te leveren. Niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland. Door netten te koppelen kunnen Engelsen of Noren op andere tijden Nederlandse stroom gebruiken, vanwege het tijdsverschil. Ook kan de Duitse industrie dan elektrificeren met Nederlandse stroom. Tennet heeft die interconnectie opgenomen in zijn toekomstvisie. “We moeten overschotten weg kunnen transporteren in Europa. We kunnen niet alle gigawatts in Nederland consumeren”, zegt Rouhof. Tendersysteem op de schop Het Nederlandse tendersysteem, waarbij ontwikkelaars een voorstel voor de bouw van windparken kunnen indienen, is een voorbeeld voor heel Europa, stellen de experts. Daarin kijkt de overheid niet alleen naar de hoogste opbrengst, maar ook naar maatregelen voor de natuur, circulair bouwen, oplossingen voor netcongestie door batterijen en elektrolysers voor groene waterstof. Zo wordt innovatie gestimuleerd. Toch kan ook een aanpassing van dit systeem een rol spelen in de oplossing. Nu worden kavels van 2 gigawatt gegund, maar die zouden in de toekomst kleiner moeten zijn. “Je kunt beter terug naar 1 gigawatt, want 2 is echt heel veel. Op 1 gigawatt worden de risico’s kleiner en de kapitaallasten lager”, stelt Ireen Geerbex, directeur marktontwikkeling van Vattenfall. Jetten akkoord De branche heeft diverse verbeterpunten aangedragen, die minister Jetten heeft overgenomen, zo blijkt uit zijn Kamerbrief. Zo onderzoekt hij of het in de toekomst inderdaad beter is om kleinere tenders van maximaal 1 gigawatt uit te schrijven. De winnaars van de afgelopen tenders krijgen meer tijd om hun parken aan te sluiten op de platforms van Tennet, wat de realisatiekosten verlaagt en de risico’s van vertraging wegneemt. Ook wil hij de stijgende nettarieven en transportrechten bekijken en de bouw van elektrolysers op land stimuleren. Allemaal om de prijs van groene stroom beter te laten concurreren met die van fossiel. Hij overweegt zelfs weer subsidie te gaan geven als dat nodig is. Ook kan de overheid tweezijdige contracten afsluiten. Bij zo’n Contract for Difference (CfD) spreekt de ontwikkelaar een vaste stroomprijs af. Als de marktprijs daaronder duikt, legt de overheid bij, duikt die erboven dan betaalt de ontwikkelaar het overschot terug aan de overheid. De branche is heel blij met die brief. Op WindDay was de hele Nederlandse windenergiesector aanwezig. Wind op land levert meeste energie En dan is er nog wind op land, nog steeds de grootste leverancier van windenergie. Die groei stokt, met name door alle bezwaren van omwonenden en de rechtszaken die ze tegen vergunningen voeren. Branchevoorzitter Vos wijst ook op het hoofdlijnenakkoord van het kabinet, dat windmolens zoveel mogelijk op zee wil bouwen. “Dat betekent niet dat we klaar zijn met wind op land. Alle bestaande plannen worden gewoon uitgevoerd, maar er zullen waarschijnlijk niet veel nieuwe plannen komen”, zegt hij. Lees ook:Toekomstig windpark op zee heeft zonnepanelen, een batterij en maakt waterstof Het is hommeles in de markt van windenergie: ‘We hebben te maken met een kip-ei-probleem’ Offshore windpark levert altijd stroom dankzij opslagtank op zeebodem Hoe een verbindingsstuk voor een revolutie zorgt in de offshore windenergie