Sebastian Maks
14 juni 2024, 10:30

Hogere importtarieven voor Chinese EV’s slecht voor transitie: ‘Ze gaan vertragend werken’

De Europese Commissie heeft hogere importtarieven aangekondigd voor Chinese auto’s die naar ons continent worden verscheept. Zulke auto’s zouden een gevaar vormen voor de concurrentiepositie van de Europese EV-markt omdat ze tegen bodemprijzen worden verkocht. Vanuit bedrijfseconomisch perspectief wordt er wisselend op de aankondiging gereageerd. Maar wat voor effect hebben zulke tarieven op de verduurzaming van het wagenpark?

NIEUW V2 2 Hoogleraar Maarten Steinbuch: “Het gaat vertragend werken voor de transitie. Dat vind ik een belangrijk nadeel aan het besluit.”

Op basis van een eigen onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd
dat Chinese producenten van elektrische auto’s profiteren van ‘oneerlijke subsidiëring’ vanuit hun overheid. Daardoor zouden de bouwers hun EV’s voor bodemprijzen kunnen verkopen in Europa. Het resultaat, zo meent de Commissie: ‘dreigende economische schade voor EV-producenten in de EU’. Om hun concurrentiepositie te verbeteren, gaat de EU hogere importtarieven rekenen voor Chinese batterij-elektrische auto’s. Nu ligt het tarief nog op 10 procent, maar dit zal stijgen naar een hoogte van tussen de 17,4 en 38,1 procent. Welk tarief uiteindelijk gehanteerd wordt, is afhankelijk van de fabrikant. Wel volgt eerst nog een dialoog tussen China en de Unie om te kijken of ze samen tot meer ‘WHO-conforme’ afspraken kunnen komen. Lukt dat niet, dan gaan de hogere heffingen al over drie weken in.

Niet veel goedkoper

Als het inderdaad zo is dat Chinese fabrikanten staatssteun krijgen om EV’s tegen bodemprijzen Europa binnen te krijgen, dan vindt Maarten Steinbuch het gerechtvaardigd om maatregelen te treffen. Steinbuch is hoogleraar automotive bij de TU Eindhoven en bekleedt daar de leerstoel Systems & Control. “Maar ik heb wel de indruk dat Chinese auto’s eigenlijk niet veel goedkoper zijn dan Europese. Als je een goede Chinese auto koopt met een goed bereik, dan ben je meer dan 40.000 euro kwijt. Dat is vergelijkbaar met de Volkswagen e-Golf, de ID3 en een Tesla. Dat Chinese auto’s voor dumpprijzen worden verkocht, zie ik dus niet zo. Het prijsverschil is niet significant groot.”

Traagheid van de transitie

Steinbuch is voorstander van het beschermen van de Europese industrie, maar niet als dat ten koste gaat van de transitie naar elektrisch vervoer. En dat dreigt volgens hem met de maatregelen wel te gebeuren. “Ik denk dat hogere importtarieven de traditionele autobouwers beschermen, inclusief hun traagheid om de conversie te maken naar elektrische voertuigen”, zegt Steinbuch. “Dat laatste is het echte zorgpunt. Het gaat vertragend werken voor de transitie. Dat vind ik een belangrijk nadeel aan het besluit.”

Het is namelijk plausibel dat autobouwers de hogere importtarieven zullen doorberekenen in de prijs van hun auto’s. En hoewel het aandeel Chinese auto’s in Europa momenteel nog relatief klein is (zo’n 8 procent), zijn er ook Europese fabrikanten die hun auto’s in China produceren. Als er geen uitzonderingen worden ingesteld, dreigen ook zij geraakt te worden door de maatregelen van de Europese Commissie.

Marktaandeel

De Duitse fabrikanten BMW, Daimler-Mercedes en Volkswagen lieten zich al kritisch uit over de zet van de Europese Commissie. Samen met de Chinese autobouwers hebben ze in Europa een marktaandeel van zo’n 20 procent. Als ze gezamenlijk de prijzen van hun EV’s verhogen, is dat uiteindelijk nadelig voor consumenten. Steinbuch: “En uiteindelijk ook voor de transitie. Dat zou jammer zijn.”

Bovendien werkt concurrentie op de EV-markt juist als stimulans voor fabrikanten om sneller hun vloot te elektrificeren. Kijk maar naar de komst van Tesla, zegt Steinbuch. “Tesla heeft enorm veel teweeggebracht, juist omdat die auto’s zo snel op de markt kwamen. Toen moesten de traditionele bouwers wel aan de slag met EV’s. Als we Tesla niet hadden gehad, zaten die nog te rommelen met oude dieselmotoren. Dus hoe minder concurrentie vanuit de elektrische kant, hoe langer de transitie duurt.”

Oplossingen

Vanuit duurzaamheidsoogpunt zijn de hogere tarieven volgens Steinbuch dus ongewenst. Wat zou dan wél kunnen werken om de eigen industrie te beschermen, maar de transitie naar schoner vervoer niet in de weg te zitten? “Als de EU het geld wat ze verdient met de hogere importtarieven zou doorsluizen naar extra subsidies van Europese merken, waardoor de totale prijs hetzelfde blijft of zelfs zakt, dan zou ik er voorstander van zijn. Dan geloof ik de goede bedoelingen.”

Een ander idee is om een systeem op te tuigen vergelijkbaar met dat van de Verenigde Staten. Daar krijgen autobouwers die in hun eigen land produceren subsidie van de overheid. Het leidt er volgens Steinbuch toe dat veel fabrikanten zich in de VS vestigen. “Zoiets zouden we ook in Europa kunnen doen. Of we tuigen een subsidie op voor consumenten die een elektrische auto van een Europees merk kopen. Dat zou me een goed idee lijken.”

Volwassen markt

Niet alleen op het gebied van mobiliteit worstelt Europa als continent met haar concurrentiepositie. Ook wat betreft zonne-energie groeien de zorgen. Voor de productie van zonnepanelen zijn we sterk afhankelijk van China. Veruit het grootste gedeelte van de wereldwijde capaciteit wordt daar geproduceerd, en Europa is hoofdafnemer
met een exportaandeel van ruim 50 procent. In het vorige decennium golden er voor zonnepanelen ook hogere importtarieven, maar die zijn inmiddels al lang niet meer van kracht. Waarom voor panelen dan niet en voor elektrische auto’s wel? “De markt van zonnepanelen is al volwassen”, meent Steinbuch. “En we hebben in Europa simpelweg niet de capaciteit om grootschalig zonnepanelen te maken voor een concurrerende prijs.” Bij elektrische auto’s is dat een ander verhaal, is de gedachte, omdat we in Europa wel eigen EV-bouwers hebben die de elektrificering van het wagenpark aankunnen. Maar of dat ook daadwerkelijk het geval is, moet nog blijken.

Lees ook:

Hoe kunnen we blijven bouwen in tijden van netcongestie?

Netbeheerder Enexis weet maar al te goed dat het elektriciteitsnet uit zijn voegen barst. Enerzijds omdat we steeds meer gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon. Wanneer de wind hard waait of de zon schijnt, moet al die opgewekte stroom tegelijkertijd het net op. Anderzijds is stroom voor steeds meer burgers en bedrijven de belangrijkste energiebron. We vragen om veel capaciteit van het net. En die capaciteit is er simpelweg niet, zegt Ton van Cuijk van Enexis. “Er wordt hard gewerkt aan de uitbreiding van ons net, maar dat kost tijd. Daarom zetten we ook in op tijdelijke oplossingen totdat het net verzwaard is.” Congestiemanagement Congestiemanagement, noemt hij dat. Het houdt in dat bedrijven met een zware aansluiting tijdens de piekmomenten hun productie wat terugschroeven. “We gaan nu uit van de piekmomenten om te bepalen of er nog ruimte is om nieuwe klanten aan te sluiten. Want ook op die piekmomenten moet het net betrouwbaar zijn. Komen die piekmomenten lager te liggen, komt er meer capaciteit beschikbaar. Dat kan ertoe leiden dat andere partijen toch een aansluiting kunnen krijgen.” Bedrijven die hun productieproces tijdelijk verlagen, krijgen daar een vergoeding voor. “Met grootverbruikers spreken we af hoe vaak en tegen welke vergoeding zij helpen bij het verlagen van de piek. Vervolgens stellen we een contract op.” Energiehubs Ook wijst Van Cuijk naar energiehubs. Bedrijven stemmen energieverbruik op elkaar af. “Diverse partijen delen het gecontracteerde vermogen met elkaar. De capaciteit wordt onderling verdeeld. Op die manier maken we efficiënter gebruik van het net.” Al is het opzetten van zo’n hub in de praktijk vaak nog lastig. “Er is veel kennis voor nodig en het vraagt ook om onderling vertrouwen. Bedrijven moeten er samen voor zorgen dat ze binnen de afgesproken netcapaciteit blijven. Als bedrijf X eroverheen gaat, heeft bedrijf Y ook een probleem. Ook vinden bedrijven het vaak lastig om te bepalen wat hun energiebehoefte is. Vaak is dat nu al niet helder, laat staan hoe het over vijf jaar gaat zijn. Er zijn dus partijen nodig die hierin kunnen bemiddelen. Daar ligt een kans voor energieadviesbureaus.” Het Utrechtse Merwede Ook in Utrecht is netcongestie een probleem. Het bracht de bouw van de nieuwe stadswijk Merwede in de knel. Die duurzame wijk aan het Merwedekanaal wordt groen, autovrij en geheel gasloos. Er komen 6.000 woningen en diverse commerciële en maatschappelijke ruimten. Gebouwen die allemaal een aansluiting nodig hebben. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zegt projectmanager Finn van Leeuwen (Gemeente Utrecht). “Netcongestie maakt het vooral voor grootverbruikers lastig om een aansluiting te krijgen. Maar zonder supermarkten, winkels, scholen en sporthallen is een wijk niet leefbaar. Die voorzieningen zijn simpelweg nodig.” Trukendoos Voor de wijk Merwede is een capaciteit van 5,2 megawatt beschikbaar. “Maar inclusief de piekmomenten in de ochtenden en avonden, kwamen we uit op een benodigd vermogen van 8 megawatt. Daar zit dus een gat.” Om toch aansluitingen te kunnen realiseren, is een set aan maatregelen bedacht. Van Leeuwen: “De hele trukendoos ging open.” Zo gaat de buurt gebruikmaken van zonnepanelen en buurtbatterijen waarin de opgewekte energie tijdelijk kan worden opgeslagen. Ook gaat het profiteren van thermische energie dankzij water uit het aanliggende Merwedekanaal. Met warmtepompstations wordt het water op temperatuur gebracht voor gebouwverwarming en warm water. Een andere maatregel is dat laadpalen tijdens piekmomenten automatisch niet op volle kracht zullen draaien. Door netcongestie kwam de bouw van de Utrechtse stadswijk Merwede in de knel.Warmtenet Aan Essent de taak om alle initiatieven in goede banen te leiden. Dit gaat het onder andere doen met het warmtenet genaamd ectogrid, vertelt Minke Goes, werkzaam bij Essent. “Ectogrid is een energiesysteem dat warmte en koude benut uit externe bronnen”, legt ze uit. “Het systeem bestaat uit een warme en een koude buis. Met behulp van pompen wordt het koude of warme water in de goede richting gepompt. Elk aangesloten gebouw heeft een installatie die de temperatuur afhankelijk van de behoefte verhoogt of verlaagt.” Volgens haar is het een efficiënt systeem. “Doordat gebouwen met elkaar verbonden zijn, wordt er zoveel mogelijk energie uitgewisseld. Hierdoor kan een hoop energie worden bespaard, tot wel 75 procent. Een ander voordeel is de digitale laag. Ons dataplatform kijkt continu naar de slimste manier voor de verdeling van warmte en koude en het gebruik van energie. Ook wordt voorspeld wanneer de zon schijnt en wanneer het dus slim is om energie in de buurtbatterij op te slaan of vrij te geven.”Zo werkt Ectogrid. 1) Warmtepomp of koelmachine 2) Laag temperatuur netwerk 3a) Passieve uitwisselingsunit 3b) Actieve uitwisselingsunit 4) Data gedreven platformLees ook:Oude kantoren, nieuwe kansen: grootste vastgoedbedrijf van Nederland zet in op circulaire renovatieOpmerkelijk: een kilometer hoge wolkenkrabber die energie opslaat met zwaartekrachtGrondstoffen efficiënter benutten? Geef elk gebouw zijn eigen paspoort