Sebastian Maks
10 juni 2024, 15:57

Elektrische bedrijfsauto al vanaf 2025 goedkoper voor werkgevers

Voor werkgevers is een elektrisch wagenpark al vanaf 2025 goedkoper dan een wagenpark dat bestaat uit fossiel aangedreven auto’s. Dat blijkt uit een studie van onderzoeksbureau CE Delft. Hoewel de aanschaf van EV’s nog duurder is dan van benzine- en dieselauto’s, zijn de totale eigendomskosten al vanaf volgend jaar lager. Werknemers daarentegen zijn naar verwachting wel duurder uit met een elektrische wagen van de zaak.

Getty Images 1151450738 De onderzoekers benadrukken wel dat het bonnetje voor werknemers juist hoger zal zijn. | Credits: Getty Images

CE Delft voerde zijn studie uit in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). Het onderzoeksbureau bekeek de optie van het verplicht stellen van een nul-emissievlootnormering voor werkgevers. Dat houdt in dat alle zakelijke auto’s emissievrij moeten zijn. Volgens de onderzoekers kan de maatregel een flinke broeikasgasbesparing opleveren; zo’n 0,7 megaton CO2-equivalenten per jaar wanneer de normering in 2027 wordt ingesteld. Dit is te vergelijken met de uitstoot die gepaard gaat met het jaarlijkse energieverbruik van zo’n 467.000 Nederlanders.

De NVDE is dan ook van mening dat het een effectief middel is om de klimaatdoelen voor de mobiliteitssector te halen. Het demissionaire kabinet heeft de optie van een nul-emissievlootnormering onderzocht, maar besloot er uiteindelijk tegen. De maatregel zou namelijk zorgen voor lagere inkomsten uit accijns en dus lagere belastinginkomsten.

Lagere eigendomskosten

Volgens CE Delft leidt een elektrisch zakelijk wagenpark niet tot hogere kosten voor werkgevers. In veel gevallen zouden de eigendomskosten voor elektrische auto’s vanaf 2025 al lager liggen dan voor fossiele auto’s. Het gaat dus niet alleen om de aanschafkosten, maar ook bijvoorbeeld energie-, onderhouds- en verzekeringskosten. Als de auto’s in het bezit van werkgevers zelf, leidt dat direct tot lagere kosten. CE Delft neemt aan dat werkgevers met leaseauto’s ook goedkoper uit zijn, aangezien de leasetarieven naar verwachting zullen dalen.

Voor elektrische auto’s in het B-segment (compacte auto’s) liggen de eigendomskosten waarschijnlijk pas in de loop van 2026 lager. Dat komt omdat het aanbod van elektrische auto’s in dit segment relatief laag is, waardoor fossiele auto’s in het begin nog goedkoper zullen zijn. Voor de C- en D-segmenten (middenklasse- en gezinsauto’s) zijn de kosten van een elektrische auto al in 2025 lager dan de fossiele variant.

De eigendomskosten van elektrische auto’s versus fossiele auto’s (bij een eigendom van vijf jaar). | Credit: CE Delft

Duurder voor werknemers

De onderzoekers benadrukken dat het bonnetje voor werknemers juist hoger zal zijn. Die zijn naar verwachting namelijk meer kwijt aan bijtelling voor een zakelijke EV. Tot 2026 geldt nog een belastingvoordeel voor elektrische auto’s, maar hierna stopt dit. En omdat de aanschafkosten van EV’s hoger zijn dan fossiel aangedreven auto’s, zal ook de bijtelling hoger zijn.

Omdat een nul-emissievlootnormering voor werknemers dus duurder uitpakt, geeft CE Delft aan dat de overheid hier zou kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld door het in stand houden van een lager bijtellingspercentage. In het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen PVV, VVD, NSC en BBB is te lezen dat ‘de aanschaf van elektrische auto’s ondersteund blijft worden’. Dit wordt niet specifiek gemaakt. Tegelijk wordt ook genoemd dat alle subsidies voor elektrische auto’s stoppen per 2025 en dat ‘de elektrische rijder eerlijk bij gaat dragen’.

Lees ook:

Hoe een verbindingsstuk voor een revolutie zorgt in de offshore windenergie

Offshore windparken in Nederland en Europa hebben momenteel een capaciteit van 30 gigawatt, maar om massaal over te kunnen stappen op groene stroom is tien keer zoveel nodig. Om dat te bereiken moeten steeds grotere windturbines in steeds dieper water worden gebouwd. Daarvoor zijn enorme stalen constructies nodig, die op de zeebodem worden geplaatst: zogeheten jackets. Die hebben een groot nadeel: complexe lasverbindingen. “Die zijn erg duur, kosten veel tijd, omdat het werk handmatig wordt gedaan, en ze verzwakken de constructie, waardoor je meer staal nodig hebt. Daarom is de beste las helemaal geen las”, zegt directeur Eline Spek van Tree Composites. Ruimtevaart Dat is precies wat de start-up uit Delft levert: verbindingsstukken voor stalen constructies die lassen overbodig maken. In plaats van aan elkaar lassen worden de verbindingsstukken - de joints - tussen alle stalen buizen omwikkeld en ingepakt met compositiemateriaal van koolstofvezel. Dat sterke lichtgewicht materiaal wordt gebruikt in ruimtevaartuigen en vliegtuigen. Het maakt ook de stalen draagconstructies van windturbines sterker en duurzamer. Minder staal en CO2 Uit testen blijkt dat die verbindingen vijfduizend keer langer meegaan dan lasverbindingen. Bij het bouwen van jackets gaat de meeste tijd in het lassen zitten. Het staal in de constructies is verantwoordelijk voor 70 tot 80 procent van de CO2-voetafdruk. Bestaande werven kunnen de constructies met de composietverbindingen bouwen met 50 procent minder staal en CO2-emissies, in de helft van de tijd, met een kwart minder kosten. Uit testen is gebleken dat het materiaal de zware Noordzeestormen makkelijk kan doorstaan. “Daarom zijn we zo opgewonden om dit naar de markt te brengen”, zegt Spek. Kijk hier hoe de technologie van Tree Composites werkt:Geïnspireerd door boom Uitvinder van de technologie is Marko Pavlovic, universitair docent staal en composietconstructies aan de TU Delft. Hij liet zich inspireren door een eeuwenoude boom in zijn geboorteplaats Belgrado in Servië. Inwoners ondersteunden die boom met stalen palen om hem te laten groeien. Tientallen jaren daarna vormde de boom natuurlijke knobbels rond die stalen buizen om ze te verbinden met de takken. Zo kwam hij op het idee om met natuurlijke materialen op dezelfde manier verbindingen te maken tussen stalen buizen in grote constructies, lees offshore windturbines. Verschillende funderingen Windturbines op zee kunnen op verschillende funderingen worden gebouwd. Veel molens staan op één grote stalen funderingsbuis met een diameter van vier tot zeven meter, die diep in de zeebodem wordt geheid: de monopile. In ondiepe zeeën met een rotsbodem wordt een betonnen fundering gebruikt, waar de turbine in wordt gezet. Een andere veelgebruikte manier van funderen is met een zogeheten jacket. Die stalen constructie bestaat uit meerdere dikke palen die in de zeebodem staan. Die worden met dwarsverbindingen - joints - aan elkaar gelast, waarna de windturbine erop komt te staan. Jackets worden ook vaak gebruikt voor de offshore stroomstations van waaruit de windenergie naar land wordt getransporteerd. Om grotere windturbines in diepere zeeën te kunnen bouwen zijn jackets de beste oplossing.Met de joint van Tree Composites hoeven buizen niet aan elkaar gelast te wordenWachten op certificering De eerste prototypes werden in 2017 gebouwd, waarna de verbindingstukken uitgebreid werden getest bij de TU Delft. Onder meer met de Hexapod, ook wel het Beest van de TU Delft genoemd, die de sterkte testte onder de allerzwaarste omstandigheden, druk en krachten. Hiervoor stelde RVO een subsidie van 5,5 miljoen euro beschikbaar. In 2020 werd Tree Composite opgericht en inmiddels bestaat het team uit twintig mensen uit elf verschillende landen. In 2023 werd de technologie voor het eerst in de praktijk getest bij de bouw van Seavolt, het eerste drijvende testplatform voor zonne-energie in de Noordzee. De start-up zit in een R&D-consortium waarin het samenwerkt met toekomstige klanten zoals bouwers van jackets en windparkontwikkelaars als Parkwind, Vattenfall en Shell. Nu is het wachten op de certificering van keuringsinstantie DNV, waarna de start-up ermee de markt op kan en ontwikkelaars van windparken de oplossing kunnen gaan gebruiken. Opschalen Daarop vooruitlopend heeft Tree Composites eind mei een productielocatie van 800 vierkante meter geopend in Delft. Tot nu is de start-up vooral gefinancierd met overheidssubsidies en bijdragen van partners. Nu zoekt het bedrijf investeerders om te kunnen opschalen. In de toekomst hoopt de start-up de productie van de joints samen met de jackets op de werven zelf te laten plaatsvinden. Spek wil daarvoor lassers omscholen. “Er is nu een kleine groep lassers die dit allemaal maken. We kunnen ze leren om de composietverbindingen te maken, zodat we een tweede groep mensen krijgen die dit ook kunnen”, zegt ze. Driekwart stroom uit wind Nederland zet voor zijn toekomstige groene stroom vooral in op windparken op zee. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er rond 2030 voor 21 gigawatt aan windparken op zee moet staan. Die turbines leveren dan driekwart van alle stroom en 16 procent van alle energie. De eerste mijlpaal – 4,7 gigawatt aan vermogen – werd eind vorig jaar al bereikt. De EU-landen hebben in de Green Deal afgesproken dat ere in 2030 voor minimaal 60 gigawatt aan offshore windturbines moeten staan en 300 gigawatt in 2050.Directeur Eline Spek mocht de verbindingsstukken van Tree Composites promoten tijdens het Upstream festival in RotterdamLees ook:Offshore windpark levert altijd stroom dankzij opslagtank op zeebodemStandaardisatie van windturbines: een ‘Zwitsers zakmes’ voor de toekomst van wind op zeeWindturbines zetten zichzelf in elkaar met ‘klimmende kranen’Windmolenbouwer Vestas gaat windturbines maken van emissiearm staal