Sebastian Maks
05 juni 2024, 13:00

Changemaker Vincent van der Holst redt broeken en mensenlevens: ‘Toen ik met het idee kwam, zag ik iedereen met hun ogen rollen’

Met zijn start-up BOAS geeft Vincent van der Holst oude spijkerbroeken een tweede leven. De winst gaat naar goede doelen die strijden tegen voorkombare ziektes als malaria. Daarmee slaat hij twee vliegen in één klap: het verduurzamen van de kledingindustrie en het redden van mensenlevens. “Mensen zijn altijd tegen het veranderen van de status quo.”

Vincentvanderholst “Er wordt bij grote modebedrijven gigantisch veel winst gemaakt die ze niet met de wereld delen.”

Hoe zorg jij voor verduurzaming?

“Met BOAS redden we gebruikte spijkerbroeken van de verbrandingsovens en verkopen die als vintagebroeken op onze webshop en in onze winkel in Amsterdam. 90 procent van de winst die we daarbij maken, doneren we aan goede doelen. De kledingindustrie is verantwoordelijk voor ongeveer 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Daarmee is het een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Binnen die industrie is denim
een stof die veel water kost, veel CO2-uitstoot en waar veel land voor nodig is. Er wordt veel met die stof geproduceerd, dus hoe langer je die producten kunt gebruiken, repareren en upcyclen, hoe beter. Maar helaas belandt er nog te veel in de verbrandingsoven.

Het redden en verkopen van spijkerbroeken die nog mooi en populair zijn, is natuurlijk makkelijk. Moeilijker is het verkopen van spijkerbroeken met gaten erin. Ik heb een hekel aan spullen weggooien, dus daarom zijn we naar de Amsterdam Fashion Academy gestapt. We gaven alle spijkerbroeken die we niet konden verkopen aan creative designers en zeiden: maak hier maar wat moois mee. Ze hebben er fantastisch mooie producten van gemaakt die wij weer kunnen verkopen. Voor wat eerst dus eigenlijk afval was, hebben we nu op onze webshop een goede prijs gekregen.”

Op jullie webshop gebruiken jullie een veilingmodel. Gedurende de dag worden jullie broeken steeds goedkoper. Is jouw afkeer tegen het weggooien van spullen ook de reden dat jullie voor dat model hebben gekozen?

“Klopt, het is eigenlijk het model dat bloemenveilingen gebruiken. Dat is ontworpen om zo snel mogelijk al je voorraad te kunnen verkopen. Bloemen zijn namelijk niet lang houdbaar, dus willen verkopers daar dezelfde dag nog vanaf. Dat wilden wij ook met vintagekleding voor elkaar krijgen. We willen al onze broeken kwijt, dat is goed voor het milieu en lost bovendien het probleem van een restvoorraad op. Daar hebben veel modewinkels namelijk moeite mee. Bovendien vinden we dat klanten veel beter weten wat een product waard is dan wij, dus daarom mogen ze in feite zelf de prijs bepalen. De eerste persoon die op de koopknop drukt, krijgt de broek voor de prijs die op dat moment geldt.”

Je wil de kledingindustrie verduurzamen en de winst doneren aan goede doelen. In dat geval zou je ervoor kunnen kiezen om bij een bestaand kledingmerk te gaan werken en daar te knokken voor die doelen. In plaats daarvan begon je een eigen bedrijf. Waarom eigenlijk?

“Er wordt bij grote modebedrijven gigantisch veel winst gemaakt die ze niet met de wereld delen. Hun aandeelhouders zullen het nooit goed vinden dat de bedrijven meer dan een fractie van hun winsten doneren aan goede doelen. Daarom kan ik eigenlijk niet meer voor ze werken. Ik heb in het verleden wel voor corporates gewerkt, en ook voor ngo’s als War Child en Save the Children. Het jaarbudget van die ngo’s werd soms binnen een dag bij de corporates bij elkaar verdiend. Ik vroeg me dan altijd af: hoe krijgen we het geld van de ene plek naar de andere? Die vraag heeft me nooit meer losgelaten en daarom ben ik zelf een bedrijf begonnen dat wél als doel heeft om 90 procent van de winst te doneren aan goede doelen.”

Naar welke goede doelen gaat jullie winst?

“Er sterven nog veel te veel mensen in andere delen van de wereld aan voorkombare ziektes. Ziektes die we in Nederland niet meer kennen, omdat we daar vaccinaties of medicatie voor hebben. Een voorbeeld is malaria, waar jaarlijks 600.000 mensen door sterven, terwijl preventie ervan heel makkelijk is. We maken genoeg winst op de wereld om daar wat aan te kunnen doen. Bij BOAS zien we dat dus als laaghangend fruit om mensenlevens te redden.”

BOAS bestaat iets langer dan een jaar. Hoeveel geld hebben jullie al kunnen doneren?

“Heel eerlijk gezegd, maken we op dit moment met BOAS nog geen winst. We zijn dus hard bezig met het aantrekken van financiering. We hebben één grote financier binnengehaald en zijn iets verder in het proces met twee andere. Tot het moment dat we winst maken, moeten we dus creatief zijn met onze manieren om geld te doneren. Daarom ga ik op 7 juni een recordpoging doen om geld op te halen voor de Against Malaria Foundation. Ik ga proberen het record van fietsen zonder handen te verbreken. Ik ben een wielrenner en heb daar mijn fysieke en mentale gezondheid aan te danken. Ik bekeek een lijstje met records en zag dat het record zonder handen fietsen momenteel op 130 kilometer staat. Natuurlijk is dat ver, maar ik denk dat het niet onmogelijk is. Al zeg ik niet dat ik het ga halen, er kan natuurlijk veel misgaan.”

Meer dan 100 kilometer op een racefiets zonder je handen te gebruiken, dat lijkt me niet prettig.

Met een glimlach: “Nee, maar een recordpoging hoeft natuurlijk ook niet prettig te zijn. Ik rijd wel op een gravelfiets, die heeft dikkere banden waardoor je iets stabieler bent. En ik ga het op een afgesloten parcours doen, het mag namelijk niet op de openbare weg. Ik heb dit soort absurde uitdagingen in het verleden vaker gedaan, want ze werken zo goed. Mensen kunnen mij uitlachen, maar geven daarbij wel geld aan een goed doel. Die kans wil ik niet laten liggen.”

Tegen welke struikelblokken loop je als duurzame ondernemer aan?

“Even kort door de bocht: het meest duidelijke struikelblok voor bedrijven die hun winst aan goede doelen willen geven, is dat niemand in ze wil investeren. Als ik naar een investeerder stap en zeg dat ik spijkerbroeken van de afvalstapel wil redden en dat ik daarmee geld kan verdienen, vinden ze dat een leuk idee. Maar het moment dat ik opbreng dat de winst voor 90 procent naar het goede doel gaat, haken ze af. Dus we vissen uit een minuscule vijver aan echte impactinvesteerders of zelfs filantropen. Dat is lastig.

Een ander struikelblok is dat mensen écht in je moeten geloven. In het begin is het natuurlijk alleen nog maar een idee. Toen ik met het idee van BOAS kwam, zag ik iedereen met hun ogen rollen. Heb je Vin weer met zijn gekke plannen, dachten ze. Mensen zijn altijd tegen verandering van de status quo. Ze denken dat iets niet kan omdat het nog nooit gedaan is. Daar zijn we in het begin enorm tegenaan gelopen. Uiteindelijk is het een kwestie van volhouden.”

Met wie zou je nog eens willen samenwerken?

“Het zou voor ons heel mooi zijn om met grote broekenmerken te werken. We zijn nu bijvoorbeeld een samenwerking met MUD Jeans aangegaan. Er is bij kledingmerken een groot probleem met retourzendingen. Die worden nu vaak nog gedumpt en verbrand. Daar moeten we echt vanaf. Binnenkort moet dat ook, omdat regelgeving het niet meer toestaat dat kleding wordt verbrand. Maar er is zoveel mee mogelijk. Ik zou daar graag met die merken samen aan werken.

En wat mijn bedrijf natuurlijk het meest nodig heeft, zijn filantropen die zeggen: wij vinden BOAS een goed idee, we gaan hierin investeren omdat het goed is voor de wereld. Filantropen die bereid zijn om hun geld niet meer terug te zien, omdat ze weten dat ze er levens mee hebben gered. We hopen dat ze inzien dat ze hun geld kunnen vermeerderen voor een goed doel in plaats van de derde Ferrari of een extra nul op de bankrekening.”

Lees ook:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Bioplastic maken zoals de natuur het bedoeld heeft: deze start-up bewijst dat het kan

Poly lactic acid (PLA) – een bioplastic - maken uit melkzuur gebeurt al. Daarbij worden suikers - oftewel koolhydraten - via fermentatie omgezet in melkzuur, waarna het als een chemische grondstof kan dienen voor plastic. Die fermentatieprocessen werken met zogeheten geraffineerde suikers, die in een suikerfabriek worden gezuiverd en gesteriliseerd. Dat kost veel energie en water en maakt het proces duur. Gemiddeld kost een ton melkzuur die op traditionele wijze is gemaakt tussen 900 en 1.200 euro. Goedkoper Nature’s Principles heeft een nieuwe, gepatenteerde technologie ontwikkeld om melkzuur te maken uit suikers die niet geraffineerd zijn. Dus uit ruwe grondstoffen, zoals de restanten van suikerbieten, aardappels of de cellulose uit houtachtige gewassen, zaagsel of oud papier. Daardoor daalt de prijs per ton melkzuur met 30 procent tot ongeveer 700 euro. Daardoor dalen ook de kosten van PLA en kan dit bioplastic beter concurreren met plastic gemaakt van aardolie. “Wij zijn veel flexibeler om verschillende grondstoffen te gebruiken en die om te zetten in suiker. Dat is een kostenefficiëntere manier om melkzuur te maken. Bovendien concurreren we niet meer met de voedselproductie, waarvoor ook suiker nodig is, en landgebruik. Niet voor niets is er een discussie of suiker wel door de chemie gebruikt mag worden voor bioplastics”, zegt CEO en medeoprichter Jan Pieter van Tilburg. “Dat is wat wij de markt te bieden hebben.” Op natuurlijke wijze Medeoprichter Jules Rombouts ontwikkelde de fermentatietechniek tijdens zijn promotieonderzoek aan de TU Delft, samen met zijn toenmalige partner. Hij gebruikte daarbij verschillende bacteriën die een mix van suikers kunnen fermenteren. Die worden op natuurlijke wijze geselecteerd tijdens het proces, vandaar de naam van de start-up. Dat is anders dan in bestaande processen. In 2020 richtte hij met zijn toenmalige partner Nature’s Principles op. Toen die afhaakte, hield Rombouts tijdens een bijeenkomst op de TU een pitch over bioplastics waarmee hij een nieuwe medeoprichter hoopte te vinden. Daar ontmoette hij Van Tilburg, bij wie hij een gevoelige snaar raakte. Vanaf dat moment werken de twee samen. Opschalen Het laboratorium en de proefinstallatie waar ruwe suikers gefermenteerd worden staat nu in Plant One in Rotterdam, een broedplaats voor duurzame bedrijven in de Botlek. Die installatie kan nu 100 kilo melkzuur per batch produceren. “De volgende stap is 50 tot 200 keer groter. Dan praat je over een productie van 10.000 tot 100.000 ton melkzuur per jaar. Dan zitten we op een commerciële schaal. Dat doel willen we de komende twee jaar bereiken”, zegt Van Tilburg. De opschaling tot het ontwerp van een fabriek kost twee tot drie miljoen euro. Daarvoor zoekt Nature’s Principles investeerders. In licentie verkopen Nature’s Principles is niet van plan zelf melkzuur te gaan produceren, maar wil de technologie in licentie verkopen. De start-up is na drie jaar de pilotfase voorbij en heeft bewezen dat de techniek werkt met suikerbieten. Van Tilburg: “Nu willen we ook andere grondstoffen testen om de businesscase te verbeteren. We geloven dat we bezig zijn met iets innoverends en gamechanging zijn voor de maatschappij, maar het hangt er erg vanaf wat onze klanten willen.”De techniek om melkzuur te maken is het bewezen in het laboratoriumBioplastics De melkzuur die met hun technologie geproduceerd wordt, kan gebruikt worden om PLA van te maken, op dit moment het meest gebruikte bioplastic. Dat betekent dat het van biologische bronnen wordt gemaakt en niet van fossiele bronnen zoals olie of gas. “Het is biobased, composteerbaar, biologisch afbreekbaar bij 55 graden en recyclebaar”, zegt Van Tilburg. PLA is bijvoorbeeld heel goed bruikbaar om plastic producten via 3D te printen, omdat het een laag smeltpunt heeft en in veel verschillende en complexe vormen is te gieten. Daar wordt het bioplastic dan ook het meest voor gebruikt. Onnatuurlijk Melkzuur is daarnaast voor vele andere toepassingen bruikbaar, van schoonmaakmiddelen tot cosmetica, van voedselproducten tot oplosmiddelen. “Maar de belangrijkste markt voor melkzuur is PLA”, zegt Van Tilburg. Daarmee levert de start-up een bijdrage aan het vergroenen van de chemische industrie. Van Tilburg komt uit Brazilië en werkte een tijdje als engineer voor oliebedrijf Petrobas op een offshore boorplatform. “Daar zag ik hoe schadelijk en onnatuurlijk oliewinning is voor het milieu”, zegt hij. “Met onze techniek maken we het goedkoper en veiliger om van melkzuur PLA te maken, zodat het een vervanging kan worden voor chemicaliën gemaakt van fossiele brandstoffen. Daarvoor is opschalen belangrijk. Dat is mogelijk als we meer dan alleen suikerbieten als grondstof kunnen gebruiken. Zo kunnen we de hele economie van fossiele grondstoffen vervangen.”De deelnemende start-ups aan de Green Chemistry Accelerator en hun begeleidersGreen Chemistry Accelerator Nature’s Principles was dit jaar een van de vijf deelnemers aan het Green Chemistry Accelerator programma (GCA) van Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE). Dat platform streeft naar een circulaire chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brand- en grondstoffen en zonder CO2-uitstoot in 2050. Het GCA-programma is samen met Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) opgezet om start-ups te helpen op te schalen tot een volwaardig bedrijf. Zodat ze proeffabrieken kunnen bouwen, de markt op kunnen en uiteindelijk duizenden tonnen grondstoffen voor gerecycled of biobased plastic kunnen produceren. Zelfde uitdagingen Nature’s Principles wist tijdens het programma zijn netwerk te vergroten, kreeg meer inzicht in het bouwen van een businesscase en wat daarin prioriteit moet hebben. “De goede contacten met andere start-ups waren voor ons het meest waardevol. Omdat ze veel op ons lijken en dezelfde uitdagingen hebben, konden we daar goed over discussiëren”, zegt Van Tilburg. Lees ook:Deze start-up kan plastic uit elektronica en auto’s wél recyclenDeze revolutionaire reactor maakt van afval weer gas en andere nuttige grondstoffenGroene chemie schiet uit de startblokken, maar heeft lange weg te gaanChemie vervangt straks Shell, Exxon en BP door boeren en bosbouwersDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.