André Oerlemans
31 mei 2024, 10:30

Nederlandse start-up maakt van de oude batterij uit je telefoon weer een nieuwe

Kleine, afgedankte lithium-ion-batterijen uit smartphones recyclen om er weer nieuwe batterijen van te kunnen maken. Het is een van de meest complexe vormen van recycling, maar de Nederlandse start-up Back-to-Battery heeft er een efficiënte en veilige technologie voor ontwikkeld.

Back to battery Upstream 2024 36 CEO Steven Lans en CTO Cyril Mambote (rechts) van Back-to-Battery pitchten hun start-up tijdens het Upstream festival.

Veel van de lithium-ion-batterijen uit telefoons worden nu verbrand in afvalovens. “Daarbij gaan het lithium en andere waardevolle grondstoffen verloren en wordt CO2-uitgestoten”, zegt chief technology officer Cyril Mambote van Back-to-Battery. “Wij winnen alle waardevolle materialen terug uit deze batterijen. Zonder emissie en zonder afval.”

Urban mining

De batterijmarkt is booming, maar lithium-ion-batterijen zijn niet onomstreden. Lithium-mijnen vervuilen hun omgeving en staan vaak in landen die het niet zo nauw nemen met democratie en mensenrechten of zich zelfs vijandig gedragen. Geen wonder dus dat Europa onafhankelijker wil worden van het buitenland en binnen de eigen grenzen op zoek gaat naar lithium. Om vervuiling door mijnen te voorkomen, kun je het metaal natuurlijk ook terugwinnen door oude batterijen te recyclen. Urban mining heet dat. Dat is wat Back-to-Battery doet. Het bedrijf draagt bij aan het volledig circulair worden van de Nederlandse economie, het doel voor 2050. Dan wordt al het afval opnieuw gebruikt als grondstof.

Meer recycling

Europa eist ook dat er meer batterijen ingezameld en gerecycled worden en nam daar in juli 2023 een verordening over aan. In 2030 moet driekwart van de draagbare batterijen ingezameld worden. Een jaar later moet 61 procent van de batterijen uit lichte voertuigen worden ingezameld. In 2027 moet al de helft van al het lithium uit afgedankte batterijen worden teruggewonnen. Ook moeten batterijproducenten een steeds hoger percentage gerecyceld materiaal in hun batterijen gebruiken. Voor lithium en nikkel is dat momenteel 6 procent. “Met onze technologie overstijgen we de gestelde doelen van de EU nu al”, zegt CEO en oprichter Steven Lans van Back-to-Battery.

Geen laaghangend fruit

Het makkelijkst is om alle waardevolle materialen uit de grote batterijen van elektrische auto’s te halen. “Dat noemen wij het laaghangend fruit”, zegt Lans. Zijn start-up laat dat voorlopig hangen en focust vooral op de kleine batterijen. Die zijn veel gevarieerder en moeilijker te recyclen. “We recyclen de batterijen die andere bedrijven niet recyclen. We doen het ook anders dan andere bedrijven, want we recyclen met een gesloten kringloop”, zegt hij. Dat betekent dat bij het proces geen afval ontstaat en geen materiaal verloren gaat. Al het teruggewonnen lithium wordt weer in nieuwe lithium-ion-batterijen gebruikt.

Zwarte massa

Back-to-Battery haalt zijn waardevolle metalen en mineralen uit de zogeheten black mass, oftewel zwarte massa. Zo wordt het giftige poeder genoemd dat overblijft nadat batterijen worden gesorteerd, ontmanteld, geplet, gescheiden en vervolgens gemalen en vergruisd. Hoewel gevaarlijk, bevat dat zwarte poeder nog veel waardevolle stoffen en metalen. Back-to-Battery haalt aan de ene kant het lithium eruit en aan de andere kant materialen als koper, nikkel en mangaan. Allemaal herbruikbaar in nieuwe producten, als je ze maar kunt scheiden, de giftige stoffen kunt verwijderen en voorkomt dat de batterijen in brand vliegen, iets waar de start-up een oplossing voor heeft gevonden.

Dat scheiden doet de Back-to-Battery via een proces dat hydrometallurgie heet. Daarbij worden de metalen opgelost in zuren of oplosmiddelen. Andere stoffen worden gescheiden door filtratie of centrifugeren. Dat gebeurt onder lage temperaturen en kost relatief weinig energie.

Goed bedrijfsmodel

De ingezamelde batterijen krijgt de start-up van de Stichting Open. Een andere partner sorteert en verpulvert ze daarna. De waardevolle grondstoffen die het uit de zwarte massa wint, verkoopt het bedrijf aan batterijproducenten. Is dat economisch interessant of rendabel? “Ja”, stelt Lans. “We worden betaald voor ons product en voor onze grondstoffen. Dat is een goed bedrijfsmodel.”

Hoeveel precies, hangt af van de marktprijzen van lithium en de andere materialen. De verwachting is dat die flink gaan stijgen de komende jaren, vooral door toenemende schaarste en de dreiging dat landen als China metalen als lithium de komende jaren niet meer gaan leveren.

Klaar voor volgende stap

Back-to-Battery was een van de finalisten in de start-upwedstrijd die MT/Sprout organiseerde tijdens het Upstream Festival in Rotterdam, in de categorie energietransitie. De start-up heeft zijn technologie bewezen in het laboratorium. Het patent is aangevraagd en er is een team geformeerd. Bij de Brightlands Chemelot Campus in Limburg wil Back-to-Battery een pilotfabriek bouwen die volgend jaar 500 kilo materiaal per week gaat produceren. Daar is een miljoen euro voor nodig en daarom is het bedrijf bezig investeerders te zoeken. “We hebben ook al plannen voor een grotere demofabriek, want we willen snel groeien”, zeggen Mambote en Lans.

Lees ook:

Offshore windpark levert altijd stroom dankzij opslagtank op zeebodem

Het Hydro Pneumatische Energie Opslag (HPES)-systeem maakt het mogelijk om grote hoeveelheden elektriciteit bij offshore windparken op te slaan, in plaats van in grote batterijen op het land. Dat is nodig om die parken rendabeler en winstgevender te maken en het aanbod van windenergie meer constant. Net als Sushi “Windenergie is net als sushi. Je moet het consumeren op het moment dat het beschikbaar is. We moeten er dus voor zorgen dat we alle windenergie kunnen consumeren. Maar wat als er geen wind is of geen vraag naar stroom? Dat probleem is een van de grote risico’s van de energietransitie in Nederland”, zegt CEO en medeoprichter Daniel Buhagiar van FLASC. “Onze oplossing slaat energie op waar het opgewekt wordt: bij het windpark. Zo kan de stroom geleverd worden wanneer die nodig is. Wij willen met ons systeem wereldleider worden in de levering van offshore energieopslag.” Tank op de bodem Het systeem komt bij een windturbine te liggen en maakt gebruik van hydraulische pompen, drukvaten, turbines, perslucht en zeewater, die samen een plug & play systeem vormen. Als het windpark meer stroom levert dan nodig is of meer dan wat het elektriciteitsnet aan kan, dan perst een hydraulische pomp op een drijvend platform lucht en zeewater via buizen samen in een stalen tank op de zeebodem, die als drukvat dient. Daardoor loopt de druk in die tank op tot 200 bar. Zo wordt de stroom opgeslagen als hydraulische energie. Als er geen of te weinig wind is, wordt de druk in de tank verlaagd en drijven zeewater en perslucht een turbine aan, die weer elektriciteit opwekt. Op die manier kan het windpark ook stroom leveren als het niet waait. Driekwart van alle elektriciteit die in het systeem wordt opgeslagen, komt er ook weer uit als stroom. 10 megawatt opslaan De tank die als accu dient, kan op een diepte van 40 tot 400 meter liggen. Daardoor is het prima geschikt voor ondiepe zeeën als de Noordzee. Het systeem is modulair opgebouwd, dus hoe meer tanks, buizen, turbines en pompen, hoe meer stroom het op kan slaan. FLASC gaat ervan uit dat het systeem straks vier tot twaalf uur lang 10 megawatt aan stroom kan opslaan. Meer of minder kan ook, dat is afhankelijk van hoeveel units je bij een windpark plaatst. “We kunnen heel veel energie opslaan in ons compacte systeem. Bij een windpark van honderd windturbines heb je er ongeveer acht tot tien nodig, eentje per rij turbines”, zegt Buhagiar. Kijk hier hoe de technologie van FLASC werkt:300 miljoen opbrengst Volgens hem is deze vorm van opslag goedkoper dan opslag in batterijen op land en benut je hiermee de ruimte bij windparken die er al is. Bovendien kan de eigenaar van een windpark zijn stroom tegen hogere prijzen verkopen omdat hij die kan opslaan tot er meer vraag naar is. FLASC heeft al zeven intentieovereenkomsten gesloten met grote windparkontwikkelaars als Ørsted en SSE Renewables. “Zij willen onze technologie kopen om hun opbrengsten met 20 procent te verhogen en de businesscase van hun windparken te verbeteren”, zegt Buhagiar. “Wij focussen nu op de Noordzee, waar onze technologie in 2030 al 300 miljoen euro per jaar kan opleveren.” Meer bedrijven mee bezig Meerdere bedrijven zijn bezig met de opslag van offshore windenergie. Het Schotse bedrijf Verlume slaat overtollige energie op in een onderzeese lithium-ion-batterij. Het Groningense bedrijf Ocean Grazer wil energie opslaan in hogedruk-waterreservoirs onder de zeebodem. Dat laatste lijkt een klein beetje op de technologie van FASC, maar die start-up is al een stuk verder. De technologie van FLASC heeft zich al in 2017 bij een test op Malta bewezen en is gepatenteerd in Europa, China, Japan en de VS. Het Delftse bedrijf heeft al 5 miljoen aan investeringen opgehaald voor de patenten, testen, de bouw van het eerste prototype en de noodzakelijke certificering door DNV. Momenteel is FLASC bezig opnieuw financiering op te halen.Driekwart stroom uit wind Nederland zet voor zijn toekomstige groene stroom vooral in op windparken op zee. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er rond 2030 voor 21 gigawatt aan windparken op zee moet staan. Die turbines leveren dan driekwart van alle stroom en 16 procent van alle energie. De eerste mijlpaal – 4,7 gigawatt aan vermogen – werd eind vorig jaar al bereikt.CEO en medeoprichter Daniel Buhagiar van FLASC nam tijdens Upstream de cheque in ontvangstUitvinder van het jaar FLASC is genomineerd voor de Europese uitvindersprijs die het Europese Patentbureau op 9 juli uitreikt. Ook won het woensdag 29 mei de start-up wedstrijd die MT/Sprout organiseerde tijdens het Upstream in Rotterdam, in de categorie energietransitie. Daar hoorde een cheque van 10.000 euro bij Lees ook:Toekomstig windpark op zee heeft zonnepanelen, een batterij en maakt waterstofNederlandse ‘batterij’ voor op de zeebodem op CES 2022Batterijen bij zon- en windparken: logisch maar nog verliesgevend'In 2030 wordt een derde van alle elektriciteit opgewekt uit zon en wind'