Hannah van der Korput
08 mei 2024, 10:30

Changemaker Kadir van Lohuizen legt met zijn camera de wereldwijde voedselketen vast: ‘Beelden zeggen veel’

Kadir van Lohuizen is fotograaf en filmmaker. De afgelopen tijd richtte hij zijn camera op ons internationale voedselsysteem. Onder de naam Food for Thought maakte hij een expositie, fotoboek en documentaireserie.

Todays Change Makers Kadir Van Lohuizen “Eten doen we iedere dag, maar onze voedselkennis is beperkt.” | Credits: Stanley Greene / NOOR

Je fotografeerde eerder al de stijgende zeespiegel en afvalverwerking in megasteden. Nu is de voedselindustrie aan de beurt. Wat spreekt je aan in deze maatschappelijke thema’s?

“Journalisten moeten een bepaalde nieuwsgierigheid hebben. Dat geldt ook voor mij als fotojournalist en filmmaker. Ik wist weinig van deze onderwerpen af, maar wilde er meer van weten. Ik werk op freelancebasis. Het voordeel is dat niemand me vertelt wat ik moet doen, hoewel het ook onzekerheid met zich meebrengt. Ik ben vrij in mijn onderwerpkeuze en houd me bezig met de thema’s die ik belangrijk vind. Ik wil producties maken die wat bijdragen. Vaak stuit ik tijdens het ene project al op een volgend onderwerp. Toen ik afval in wereldsteden fotografeerde, viel me op hoeveel voedsel er werd weggegooid. En terwijl ik me verdiepte in de stijgende zeespiegel, zag ik hoe het land van boeren in kustgebieden meer en meer verzilt raakt. Tijdens die projecten werd het zaadje voor het onderwerp voedsel al geplant.”

Waarom is het belangrijk om de wereldwijde voedselketen in kaart te brengen?

“Eten doen we iedere dag, maar onze voedselkennis is beperkt. Waar komen al die producten vandaan? Hoe worden ze gemaakt? Ik weet dat vaak niet, en ik ben zeker niet de enige. Ik had er bijvoorbeeld geen idee van dat een maaltijd gemiddeld 30.000 kilometer reist voordat het op ons bord ligt. Nederland heeft enorme distributiecentra, kassen en veeteeltbedrijven, maar we komen er niet. In die zin is de voedselindustrie best een schimmige wereld. Er wordt veel aan marketing gedaan met keurmerken, mooie verpakkingen en eierdozen waarop blije kippen te zien zijn. Dat beeld strookt niet altijd met de werkelijkheid. Dat wilde ik laten zien.”

In een Chinese kippenhouderij worden kuikens gesorteerd op geslacht. De haantjes leggen geen eieren en worden vernietigd. | Credit: Kadir van Lohuizen

In de expositie, het boek en de serie wordt het verhaal feitelijk verteld, terwijl de beelden soms best heftig zijn. Is dat bewust?

“Ja, dat is bewust. Ik wilde op een neutrale manier verslag doen en mijn mening niet laten doorklinken. In het voedseldomein zijn al veel hokjes, neem de veganisten, vegetariërs en vleeseters. Tijdens dit project dacht ik: laat ik er meer dan ooit op letten dat ik niet met een opgeheven vinger sta. Achteraf ben ik blij dat ik die keuze heb gemaakt. Het is ook niet dat ik op zoek was naar misstanden in de voedselindustrie. Ik was gewoon benieuwd. Na het zien van Food for Thought moeten mensen hun eigen conclusies maar trekken. Ik ga niet vertellen wat ze moeten doen. Wel hoop ik dat het stof geeft tot nadenken.”

Je bent onder andere in Amerika, China, Kenia en de Verenigde Arabische Emiraten geweest. Wat is je het meest bijgebleven van de reis?

“Van huis uit ben ik fotograaf, maar de afgelopen jaren ben ik meer en meer gaan filmen. Van dit project had ik uiteindelijk zo veel materiaal dat er een serie uit voortkwam. Dat was niet het oorspronkelijke plan. Ik reisde samen met alleen mijn co-regisseur, dus een minimale crew. Dat heeft ook voordelen. Met zijn tweetjes is het makkelijker om bij bedrijven binnen te komen en met zo’n kleine camera vergeten mensen wel eens dat ze worden gefilmd. Daardoor spraken ze vrijuit.

Het hele proces was bijzonder. Ik heb me zeker over dingen verbaasd. Neem de grootte van de bedrijven: Amerikaanse ranches met 200.000 vleeskoeien zijn geen uitzondering. De enige manier om meer geld te verdienen, is opschalen. Er zit nogal een kloof in de prijs van producten en wat ze eigenlijk zouden moeten kosten. De gesneden stukken mango uit Kenia zijn daar goed een voorbeeld van. Dat is alleen mogelijk omdat het loon daar ontzettend laag ligt. Zouden we in Nederland mango’s laten snijden, dan kost een doosje waarschijnlijk 15 euro. Dat is veel te duur. Niemand zou het kopen.”

Een koeienranche in Amerika. | Credit: Kadir van Lohuizen

Er verschijnen veel rapporten over klimaatverandering en studies waaruit blijkt dat dieren in de bio-industrie wel degelijk stress ervaren en lijden. Toch lijkt de boodschap niet echt over te komen. Zijn deze verhalen beter over te brengen met fotografie en film?

“Als beeldenmaker zeg ik volmondig, ja. Ik werk regelmatig samen met wetenschappers. Zij geven aan dat gedegen, wetenschappelijk onderbouwde rapporten lang niet altijd effectief zijn. Ze worden namelijk amper gelezen. Beeld daarentegen zegt veel. Het kan ontroeren, de aandacht trekken en aanzetten tot nadenken. Ik kreeg eens de kritiek dat ik een slachthuis te mooi in beeld had gebracht. Het was toch gruwelijk wat daar gebeurde? Ik vind die contradictie juist krachtig. Een soort schoonheid in al zijn gruwelijkheid. Daarbij denk ik ook: hoe mooier de foto, hoe groter de kans dat mensen ernaar kijken.”

Ben je zelf met andere ogen naar voedsel gaan kijken?

“Zeker. Al is het er niet smakelijker op geworden. Het goede nieuws is dat we de wereld theoretisch gezien kunnen voeden, ook als we straks met tien miljard mensen zijn. De efficiëntie waarop en de technologie waarmee voedsel wordt geproduceerd zijn bewonderenswaardig. In de praktijk is het een lastiger verhaal. Het klimaat kan het simpelweg niet aan. Misschien moeten we wel terug naar het oude normaal. Ik ben grootgebracht met groente en fruit uit het seizoen. Vlees eten deden we niet dagelijks, omdat het simpelweg te duur was. Tegenwoordig zijn we eraan gewend geraakt dat alles het hele jaar door beschikbaar is. Op het moment dat een schap in de supermarkt leeg is, zijn we al geïrriteerd. Ik vraag me af of we al die producten altijd maar nodig hebben. Moeten we bijvoorbeeld echt zo nodig mango eten met kerst? Ik denk het niet.”

De expositie Food for Thought is tot en met 5 januari 2025 te zien in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. De documentaireserie is te bekijken via NPO Start en het fotoboek is hier verkrijgbaar.

Volg Change Inc. ook via WhatsApp.

Meer Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Drijvende radar voorkomt dat vogels en vleermuizen botsen met windparken op zee

Wanneer grote zwermen vogels het toekomstige windpark Ecowende - zo’n 53 kilometer voor de Nederlandse kust bij Wijk aan Zee - naderen, kunnen windturbines automatisch worden stopgezet of vertraagd. Om vogelsterfte door botsingen te voorkomen, werd Robin Radar Systems door de ontwikkelaar van het windpark gevraagd om een radarsysteem te leveren en dat te combineren met een alarmsysteem, camera en software, dat uiteindelijk op de Noordzee zal worden ingezet. Juiste balans “Hiermee kunnen ze op drukke momenten tijdens de vogeltrek de turbines real-time stilleggen. Met deze tools kunnen operators de juiste balans vinden tussen het maximaliseren van de energieproductie van het windpark en tegelijkertijd het minimaliseren van het risico op botsingen met vogels of vleermuizen”, zegt Sibylle Giraud, VP wind, milieu en burgerluchtvaart bij Robin Radar Systems. Impact verkleinen Er worden momenteel meer windparken gebouwd dan ooit tevoren. Alleen al het Nederlandse deel van de Noordzee had eind 2023 een totale opwekcapaciteit van 4,7 gigawatt. “De exponentiële groei van windparken in Nederland is enorm. De hoeveelheid investeringen in Europa en wereldwijd is ongekend”, zegt Giraud. Volgens haar bedrijf is er een dringende noodzaak om de impact van windmolenparken op vogels en vleermuizen te verkleinen en dood door botsingen te voorkomen. Dat houdt in: monitoren en stopzetten als vogels of vleermuizen de turbinebladen naderen. “Er is een groot risico op botsingen. Veel vogels migreren ‘s nachts, hebben geen zicht en vliegen ter hoogte van de turbines. Dan kunnen er botsingen plaatsvinden, ook met beschermde vogelsoorten”, zegt ze. Moeilijk in te schatten Meten hoeveel vogels en vleermuizen tegen turbinebladen botsen is lastig. Verschillende onderzoeken – meestal uitgevoerd bij windparken op land in de VS – schatten dat jaarlijks tussen de 140.000 en 679.000 vogels sterven als gevolg van botsingen met windturbines. In andere onderzoeken lopen de schattingen uiteen van vier tot achttien gedode vogels per turbine per jaar. Vooral jan-van-gents zouden zich te pletter vliegen tegen de rotors. Een studie van de internationale koepel van natuurorganisaties IUCN concludeerde dat de meeste schattingen van botsingen met zeevogels tot nu toe gebaseerd zijn op theorie en niet op empirisch bewijs, vanwege de moeilijkheden bij het monitoren en verzamelen van karkassen op zee. Over de sterfte van vleermuizen bestaan vrijwel geen betrouwbare gegevens, maar het is duidelijk dat windparken ook een gevaar vormen voor migrerende vleermuizen.De geavanceerde 3D-vogeldetectieradars in combinatie met de AI-softwarealgoritmen van DHI kunnen vogels en vleermuizen in het luchtruim nauwkeurig identificeren en monitoren.Sterfte terugdringen Om vogelsterfte te voorkomen en te vermijden is door radar ondersteunde stopzetting zeer effectief gebleken, zo blijkt uit onderzoek in Portugal. Vijf jaar lang stierven er tijdens de vogeltrek in de herfst bijna geen vogels. De perioden dat de turbines stilstonden varieerden van 0,2 tot 1,2 procent van de tijd dat het windpark jaarlijks in bedrijf was. IUCN stelt dat een combinatie van detectie van camera’s en radarsystemen, gecombineerd met geautomatiseerde analyse van de beelden door AI, en gevolgd door stopzettingen, effectief kan zijn in het terugdringen van de vogel- en vleermuissterfte bij offshore windmolenparken. Dat is precies waar Robin Radar Systems en zijn partners MIDO en DHI naar streven. Wereldprimeur De drie bedrijven combineren hun geavanceerde detectiesystemen en data over diverse vogels en vleermuizen. Dat omvat de MAX vogel- en vleermuisradarsystemen van Robin Radar, de camera’s van het Deense bedrijf DHI, sensoren met de door kunstmatige intelligentie (AI) aangestuurde soortenherkenning MUSE, en een drijvend platform van het Spaanse bedrijf MIDO. Dat wekt golfenergie op en levert alle benodigde stroom die de systemen nodig hebben. De technologieën zullen worden ingezet bij het Nederlandse offshore windpark Ecowende, een joint venture van Shell, Eneco en Chubu. Eind dit jaar zal het drijvende platform met het vogel- en vleermuismonitoringsysteem operationeel zijn. Het drijvende platform zal worden gebruikt voor basislijnmonitoring. Het wordt het eerste drijvende systeem ter wereld met een dergelijke radar. Zodra het windpark van Ecowende operationeel is, wordt het monitoringsysteem aan de windturbines gekoppeld.Volg Change Inc. ook via WhatsApp. Toonaangevend in het volgen van kleine objecten Robin Radar is toonaangevend in de technologie voor het volgen en classificeren van kleine objecten en groeit snel. In zes jaar tijd groeide het bedrijf van zeventien naar honderdzestig medewerkers. De geavanceerde 3D-vogeldetectieradars in combinatie met de AI-softwarealgoritmen van DHI kunnen vogels en vleermuizen in het luchtruim nauwkeurig identificeren en monitoren. Dezelfde radar die wordt ingezet op het drijvende platform bij Ecowende is met succes ingezet in de luchtvaartsector, bijvoorbeeld op tal van luchthavens en onshore en offshore windmolenparken. Tegenwoordig werkt Robin Radar over de hele wereld voor de belangrijkste partijen in de windenergie, van Chili tot Australië. Waarschuwing creëren “Onze MAX-radar zendt een signaal uit. Alles in de lucht reflecteert dat signaal", zegt Sibylle Giraud van Robin Radar. "We kunnen een signaal tot op vleermuisniveau detecteren. We kunnen een volledig inzicht geven in het gedrag van vogels en vleermuizen en kunnen vogelpatronen in een specifiek gebied volgen, zodat exploitanten van windparken actie kunnen ondernemen. Wij creëren de waarschuwing, zodat ze de turbine kunnen stopzetten. Of dat ook gebeurt, wordt bepaald door de intensiteit en het aantal vogels of vleermuizen. Je gaat de turbine niet stoppen omdat er één vogel aankomt tijdens een drukke vogeltrek. Wat een aanvaardbaar risiconiveau is, wordt bepaald door de overheid of de windparkeigenaar. Over het algemeen is vogeltrek het grootste risico. Die kan de radar vrij eenvoudig observeren en volgen.” Kijk hier hoe de techniek van Robin Radar werkt:Beschermde vogelsoorten Het systeem kan zelfs tot in zekere mate vaststellen of de naderende vogels beschermde soorten zijn “In principe weerspiegelt het systeem de lichaamsmassa van het doelwit. Een kleine zangvogel kan op een afstand van 2 tot 3 kilometer worden waargenomen. Een gans op 5 of 6 kilometer afstand van de radar, afhankelijk van de weersomstandigheden. Dat is best een behoorlijke afstand”, zegt Giraud. Wanneer deze gegevens worden gecombineerd met waarnemingen van de DHI-camera, kunnen specifieke vogelsoorten worden geïdentificeerd. Samen zorgen ze voor dubbele controle en validatie. Bewegen is een uitdaging Robin Radar wil zijn systeem over de hele wereld inzetten. Veel landen die nieuwe offshore windparken installeren, kunnen hiervan profiteren, stelt Giraud. “De kwaliteit van de data die we uit ons MAX-systeem moeten halen, kan behoorlijk indrukwekkend zijn. Het is ook een uitdaging, omdat radar en beweging niet hand in hand gaan. Je hebt een zeer stabiel platform nodig. We hebben eerder aan drijvende turbines gewerkt, maar nog nooit aan drijvende platforms”, zegt ze. Lees ook: Duizenden slachtoffers of nul geraakt: hoe zit het nu met windmolens en botsingen met vogels?Shell en Eneco mogen windpark bij Hollandse Kust West gaan bouwenWindpark Hollandse Kust Noord helpt Jetten aan zijn doelNatuur-inclusieve windparken op zee als oplossing tegen dove zeehonden en dode vogels