Teun Schröder
02 mei 2024, 13:30

Dit Nederlandse bedrijf bedacht 's werelds eerste circulaire tennis- en padelbal

Elk jaar worden er wereldwijd meer dan 350 miljoen tennisballen gebruikt. En als afgedankte ballen niet in de bek van een hond terechtkomen, belanden ze vrijwel allemaal in de verbrandingsoven. Maar niet als het aan Renewaball ligt. Het bedrijf bedacht ’s werelds eerste circulaire tennis- en padelbal.

Schermafbeelding 2024 05 01 131443 Inmiddels staan op meer dan tweehonderd Nederlandse tennis- en padelverenigingen ballenverzamelbakken. | Credits: Renewaball

Die 350 miljoen tennisballen gaan de hele wereld over voordat ze in de handen van spelers terechtkomen, weet Hélène Hoogeboom, een van de oprichters en CEO van Renewaball. Vaak worden ze gemaakt van rubber uit Azië, voorzien van wol uit Nieuw-Zeeland en vilt uit weer een ander continent. En dan hebben we het nog niet eens gehad over padelballen, die weer net even anders zijn dan tennisballen. Padel is razend populair aan het worden, maar het is onbekend hoeveel ballen hiermee gemoeid gaan. Vanwege het vele gemep, gestuit tegen glazen en stalen wanden weet Hoogeboom wel dat een padelbal nog eerder wordt afgedankt dan een tennisbal.

Duurzamer tennistoernooi

“De ecologische voetafdruk van tennis- en padelballen is dus gigantisch”, zegt Hoogeboom. “Ook komen er bij iedere slag ontelbare deeltjes microplastics vrij, die we inademen of bij wedstrijden buiten in de grond komen.” Renewaball wil daar verandering in brengen en bedacht een proces waarmee van afgedankte ballen nieuwe tennis- en padelballen gemaakt kunnen worden. Het idee ontstond na een vraag van ABN Amro dat zijn tennistoernooi wilde verduurzamen. Na een onderzoeksperiode van tweeënhalf jaar werd op het toernooi van 2021 voor het eerste de Renewaball-tennisbal als relatiegeschenk weggegeven.

Gerecyclede ballen

Inmiddels heeft Renewaball een ambitie die een stuk verder gaat dan dat, namelijk het nummer één tennis- en padel ballenmerk van de wereld worden. Hoogeboom: “Op dit moment staan op meer dan tweehonderd Nederlandse tennis- en padelverenigingen ballenverzamelbakken. Hier halen we periodiek alle afgedankte ballen op waarna we ze sorteren op merk. Daar volgt een geheim proces om de verschillende materialen van een bal van elkaar te scheiden, zodat we er nieuwe ballen van kunnen maken. Onze Renewaball-ballen zijn gemaakt van een combinatie van gerecycled en virgin rubber voorzien van vilt van biologische wol en katoen uit Europa. Op dit moment kunnen we van vier afgedankte ballen één Renewaball-bal maken. Al het overige materiaal wordt voor 100 procent gerecycled voor bijvoorbeeld rubberen tegels of meubilair.”

Tennisballenkanon

De ballen van Renewaball zijn sinds 2022 ook goedgekeurd door de internationale tennis- en padelfederaties, waardoor ze op officiële toernooien gebruikt mogen worden. “Dit was een proces van trial and error”, zegt Hoogeboom. “Je moet je voorstellen dat de levensduur van ballen met allerlei machines wordt getest. Dat gaat letterlijk met kanonnen die ballen tegen de muur laten stuiten. Padelballen gaan naar een special laboratorium in Frankrijk met weer andere installaties. En aan het eind van die exercitie moeten de ballen er ook nog eens goed uitzien. Gelukkig waren de federaties heel erg welwillend om dit proces met ons aan te gaan, omdat ze ook zagen dat we de sport wilden verduurzamen.”

Duurzaamheidscommissies

Hoogeboom merkt aan haar hele omgeving dat het verhaal van Renewaball aanslaat. “We hebben best wat uitdagingen gehad, maar we hebben er nooit aan getwijfeld dat het ons ging lukken een circulaire bal te maken. Vrijwel iedereen komt in zijn leven wel in aanraking met tennis of padel. En ons verhaal is zo positief. Daarbij komt dat tennisclubs en padelverenigingen steeds vaker duurzaamheidscommissies hebben. Die denken over van alles na: van het recyclen van plastic flesjes tot zuinigere verlichting. En dus ook over tennis- en padelballen.”

Investering

Eerder deze maand maakte Renewaball bekend een investering van ruim 3 miljoen euro te hebben opgehaald bij impactinvesteerder Rubio Impact Ventures. Met het geld wil Hoogeboom verder opschalen. “De ballenbusiness is een volume business. Met het geld willen we Renewaball verder uitrollen in Europa. We willen op meer plekken ballen ophalen die in Nederland gerecycled kunnen worden.”

Hoogeboom zegt voortdurend berichten te krijgen van verenigingen die van hun afgedankte ballen af moeten. “Bij dit soort partijen moet nog wel indalen dat het inzamelen van ballen ons geld kost. Soms wordt gedacht dat we het als gunst doen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Wij ruimen namelijk de rommel van anderen op. Dat besef mag nog wel groeien.”

Recept vrijgeven

Ondertussen blijft de missie van het bedrijf overeind staan. Het wil het proces verbeteren zodat afgedankte ballen nog efficiënter gebruikt kunnen worden voor nieuwe ballen. Ook wil het zijn procesgeheim gedeeltelijk gaan delen met de buitenwereld. “We hebben altijd gezegd dat we niet exclusief willen zijn. Uiteindelijk willen we onze receptuur licenseren, zodat andere merken hun ballen ook kunnen recyclen. We vinden dat samenwerken bij duurzaamheid hoort.” Wel bekent Hoogeboom dat andere merken de opkomst van Renewaball best spannend vinden. “We zijn nu nog een kleine speler, maar ik weet zeker dat we nauwlettend in de gaten worden gehouden.”

Lees ook:

Oliestaten blijven doorgaan met olie, maar willen zelf wel vergroenen

Dat bleek tijdens het 26ste Wereld Energie Congres in Ahoy in Rotterdam. Daar spraken honderden topmensen uit de energiesector vier dagen lang over het energiesysteem van de toekomst. Van ministers, prinsen, sjeiks, sultans tot leden van de koninklijke familie van Saoedi-Arabië, van chief executive officers tot chief sustainability officers, van oliebedrijven tot ngo’s, van wetenschappers tot ondernemers. Hoewel er op de beursvloer en in paneldiscussies bescheiden ruimte was ingeruimd voor pleitbezorgers en leveranciers van groene energie, bleek het toch vooral een congres voor- en van de oliesector. Dat werd al duidelijk bij binnenkomst in Ahoy. Daar werden bezoekers welkom geheten in de luxe stands van Saoedi-Arabië en Saudi Aramco, het grootste oliebedrijf ter wereld en met 243 miljard euro winst in 2022 ook het meest winstgevende bedrijf ter wereld. Helft van alle energie blijft olie Al op de eerste dag van het congres sprak CEO Amin H. Nasser van Aramco duidelijke taal. Volgens hem zal deze eeuw maximaal de helft van alle energie hernieuwbaar worden. De rest zal nog steeds uit olie en gas komen. Net als eigenaar Saoedi-Arabië van het staatsbedrijf belooft hij in 2060 geen CO2 meer uit te stoten en energieneutraal te zijn. Maar dat geldt alleen voor de eigen uitstoot van land en bedrijf zelf, de zogeheten scope 1 en 2. Daar zit het probleem niet. Grootste uitstoter ter wereld Het merendeel van de CO2-uitstoot van land en oliebedrijf komt namelijk uit de export en het gebruik van olie, de zogeheten scope 3. Volgens de onafhankelijke Climate Action Tracker zal het land zijn huidige uitstoot van 700 miljoen ton CO2 nauwelijks verminderen. Eerder verhogen. Aramco is de grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld, goed voor 4,3 procent van de globale CO2-uitstoot. Met de huidige inspanningen van land en staatsbedrijf zal de opwarming van de aarde op zo’n 4 graden Celsius of meer uitkomen, heeft Climate Action Tracker uitgerekend. Ook milieuorganisatie Client Earth stelt dat Aramco vooral zijn olieproductie wil verhogen en dat de vergroening van het bedrijf greenwashing is. Kijk hier hoe Client Earth de greenwashing van Aramco aan de kaak stelt:Zelf vergroenen Dat neemt niet weg dat Saoedi-Arabië vol inzet op wind- en zonne-energie. Het bouwt steden en toeristenresorts die volledig energieneutraal zijn, gaat tot 2030 in totaal 600 miljoen bomen planten en wil van hoofdstad Riyad een van de duurzaamste steden ter wereld maken. Een energiebedrijf als ACWA Power wil elk jaar 20 gigawatt aan zon- wind- en groene waterstofprojecten ontwikkelen. Nu al is 46 procent van de stroom die het bedrijf levert hernieuwbaar. Veel vooroordelen Europa heeft veel vooroordelen tegenover Golfstaten, stelt oud-CNN-journalist John Defterios, gespreksleider tijdens de energieconferentie. “Ze zouden de laatste druppel goedkope olie uit de bodem willen halen, strooien alleen maar oliegeld in het rond en komen hun groene beloftes niet na”, zegt hij. Daarom moeten Europeanen zelf de regio bezoeken, vindt Amrita Sen, adviseur van OPEC-landen en oliebedrijven over de hele wereld. “Je moet erheen om het te zien. Dat is de enige manier om overtuigd te raken van wat daar gebeurt. Ik heb de transformatie zelf gezien”, zegt ze. Probleem is niet olie Sharif Al-Olama, staatssecretaris voor energie en oliezaken van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) spreekt liever over misperceptie dan over vooroordelen. "We zien allemaal het probleem en willen daar allemaal een oplossing voor vinden. Maar het probleem is CO2-emissie. Het probleem is niet olie. We moeten niet een betrouwbare, rendabele bron van energie elimineren, die economieën bouwt en de hele wereld van energie voorziet. Daarom geloof ik bijvoorbeeld dat gas niet zomaar zal verdwijnen, maar de komende decennia een overgangsbrandstof zal zijn. Die is hard nodig. Het toekomstig energiesysteem tussen nu en 2060 zal een mix zijn van hernieuwbare energie, kernenergie, gas, fossiele energie en waterstof.” Geen geld voor CCS Hij ziet de oplossing voor het klimaat vooral in het afvangen en opslaan van CO2 (CCS) uit fossiele brandstoffen. Ook andere oliestaten willen vergroenen door hier vol op in te zetten. Ook in het hergebruiken van koolstof (CCUS), bijvoorbeeld in biobrandstoffen. Diverse sessies tijdens het congres gingen over dat onderwerp. Het grote probleem: daar kunnen de landen nauwelijks financiering voor vinden. Westen polariseert de wereld Volgens Marco Arcelli, CEO van het Saoedi-Arabische energie- en waterbedrijf ACWA Power, vergeten rijke landen uit het noordelijk halfrond bij hun roep om een energietransitie dat ontwikkelingslanden goedkope fossiele energie nodig hebben om hun levensstandaard te vergroten. “Het westen moet meer praten over wat daar gebeurt. Zij kunnen een katalysator zijn om elders in de wereld betere leefomstandigheden te creëren, maar nu polariseren ze de wereld”, zegt hij. Bewindslieden, CEO’s en experts uit de Golfstaten debatteerden in Rotterdam over het toekomstig energiesysteemUit de hoogte ‘Waarom moet het westen andere landen zijn wil opleggen en eisen dat ze overstappen op groene energie?’, was een pijnlijke vraag tijdens een van die paneldiscussies. Europa en Amerika gebruiken relatief de meeste energie, terwijl ontwikkelingslanden geen olie of gas meer zouden mogen gebruiken om hun economie te laten groeien. “Het is heel makkelijk om vanuit de hoogte te zeggen: jullie moeten je energieverbruik verminderen en dit en dat doen. Je moet de waarheid vertellen over de energietransitie. Die gaat heel erg duur worden. Alle westerse regeringen praten over energietransitie, maar willen dat een ander dit voor hen doet”, stelt olie-adviseur Amrita Sen. Goedkope olie nodig Ook een land als Koeweit is niet van plan te stoppen met olie en gas. Dat is nodig om minder ontwikkelde landen in Afrika en Azië - waar honderden miljoenen mensen niet eens toegang tot energie hebben - te helpen met hun energie-zekerheid, stelde Sara Akbar, voorzitter en CEO van Oilserv. Dat Koeweitse bedrijf helpt andere bedrijven in het Midden-Oosten en Afrika om olie op te pompen. “We blijven olie en gas leveren en zullen onze emissies verminderen en alle CO2 verwijderen, maar we krijgen hier geen enkele hulp bij van de wereld”, zegt ze. Volgens haar is hernieuwbare energie veel te duur in vergelijking met olie. “Ik tankte hier in Rotterdam voor 42 euro, terwijl dat in Koeweit 5 euro zou kosten. De enige plek die goedkope, hernieuwbare energie kan leveren is het Midden-Oosten”, stelt Akbar. Energie besparen Behalve het gebruik van meer zon- en windenergie is zuiniger omgaan met energie een andere belangrijke stap om te vergroenen, zeggen de olielanden. Koeweit heeft zijn energieverbruik al met 40 procent teruggebracht. Ook Libanon heeft daar noodgedwongen veel ervaring mee. “We hebben onze energie-efficiëntie verdubbeld, ons energieverbruik verminderd en het gebruik van hernieuwbare energie verdrievoudigd. Dat was een economische noodzaak”, zegt de Libanese minister Walid Fayad van energie en water. Het land heeft al 1.500 megawatt aan zonnepanelen geïnstalleerd, maar zou met betere financiering nog meer kunnen doen. Libanon heeft de ideale omstandigheden om zonne-energie op te wekken. “We hebben alleen meer investeerders nodig, maar die zijn er niet”, zegt de minister. Hij geeft toe dat de politieke instabiliteit en de economische ineenstorting van het land daar mede debet aan zijn. COP-voorzitter geëerd Ook de Verenigde Arabische Emiraten willen vergroenen. Het land was eind vorig jaar gastheer van de klimaattop COP28 in hoofdstad Dubai. Tijdens het congres in Rotterdam werd voorzitter Dr. Sultan Ahmed Al-Jaber van die COP, tevens minister en CEO van het staatsoliebedrijf ADNOC, onderscheiden met de Transition Impact Award. Dit vanwege het bereiken van de zogeheten VAE Consensus tijdens de klimaattop. Die houdt onder andere in dat de wereld gaat ‘weg bewegen’ - niet stoppen – van fossiele energie en de opwek van hernieuwbare energie gaat verdrievoudigen. Dat laatste is lastig voor landen met weinig ruimte voor wind- en zonne-parken. De Verenigde Arabische Emiraten zelf heeft de afgelopen jaren 10 procent van zijn energie bespaard.Rob Jetten en Angela Wilkinson samen met COP28-voorzitter Dr. Sultan Ahmed Al Jaber tijdens het Wereld Energy Congres in RotterdamEerste keer in 100 jaar Toch was het voor het eerst in het honderdjarige bestaan van de organiserende World Energy Council dat er tijdens het congres zo nadrukkelijk werd gesproken over de noodzaak van een energietransitie. Die term is volgens secretaris-generaal en CEO Dr. Angela Wilkinson van de council politiek geladen en zorgt de laatste jaren voor polarisatie. Zij noemde het terugdringen van CO2-emissies urgent en stelde dat er meerdere manieren zijn om dat te doen. “Het ongemakkelijke nieuws is dat er geen one size fits all-oplossing bestaat, noch een snelle en gemakkelijke oplossing,” aldus Wilkinson. Ook demissionair minister Rob Jetten van klimaat en energie mocht de oliewereld toespreken. Hij herinnerde alle aanwezigen eraan hoe historisch COP28 in Dubai was. “Weg verschuiven van fossiele brandstoffen is cruciaal, maar zal ook tijd kosten”, geeft Jetten toe. Ook had hij nog een tip voor alle oliestaten: stop met het subsidiëren van fossiele brandstoffen en stop dat geld in hernieuwbare energie. Lees ook: COP28 is ten einde; zelfs oliestaten akkoord met afbouwen van fossiele brandstoffenHoe een miljoenenstad de hele nacht op 1 megabatterij draait10 miljard bomen in Saoedi-Arabië om de klimaatschade die het land veroorzaakte tegen te gaanOpmerkelijk: Saudi-Arabië begonnen met bouw 170 kilometer lange wolkenkrabber