Hannah van der Korput
30 april 2024, 12:00

In Velsen-Noord wordt medisch afval niet verbrand, maar gerecycled

Naalden, verbandmiddelen en operatiekamerafval eindigen na gebruik vanwege infectiegevaar en hygiëne massaal in de verbrandingsoven. Niet echt een duurzame oplossing. Blue2Green Recycling gaat deze afvalstroom recyclen en daarmee een hoop grondstoffen en CO2-uitstoot besparen.

Foto Cees Duijn kunststof recycling Cees Duijn gaat kostbare grondstoffen terugwinnen uit medisch afval zoals injectienaalden, kleding en chirurgische instrumenten. | Credits: Blue2Green Recycling

De Nederlandse zorgsector veroorzaakt een berg afval. Cees Duijn, directeur van Blue2Green Recycling, weet dat maar al te goed. Ziekenhuizen, laboratoria, apothekers, dierenklinieken en andere zorginstellingen produceren gezamenlijk zo’n 30 miljoen kilo per jaar. “Een groot deel daarvan is speciaal ziekenhuisafval (SZA), infectieus materiaal. Dan moet je denken aan besmette kleding, scharen, klemmen, snijgereedschap, infuusslangen en beademingssets. Allemaal producten die slechts één keer worden gebruikt.”

De verbrandingsoven in

Alle partijen verzamelen hun medisch afval in blauwe vaten van 5 tot maximaal 60 liter. Deze vaten gaan allemaal naar dezelfde locatie: vuilverbrander Zavin in Dordrecht. Daar gaat het de verbrandingsoven in, wat leidt tot CO2-uitstoot en vernietiging van waardevolle grondstoffen. In totaal is de zorgsector verantwoordelijk voor 7 procent van de Nederlandse uitstoot. Het percentage grondstofverbruik ligt nog hoger: 13 procent van alle primaire grondstoffen wordt verbruikt door de zorg. “Dit zijn de meest hoogwaardige materialen”, benadrukt Duijn. “Deze hergebruiken is dus eigenlijk een no-brainer.”

Recyclen

Dat is precies wat hij met Blue2Green Recycling gaat doen. “In 2022 is het Landelijk Afvalstoffen (LAP-3) aangepast. Daardoor mogen we medisch afval decontamineren. Het is een recyclingtechnologie waarmee we infectueuze stoffen kunnen vernietigen. Na dit proces krijgt medisch afval dezelfde stempel als regulier bedrijfsafval. En bedrijfsafval kunnen we heel goed recyclen. Dat gebeurt al op grote schaal.”

Reductiedoelen

De aangepaste wet komt volgens Duijn op het goede moment. “Met de Green Deal Duurzame Zorg heeft de sector zich gecommitteerd aan grote verduurzamingsopgaven. De ambitie is ongekend. De zorg wil minder CO2 uitstoten en dure medische instrumenten terugwinnen. Tegelijkertijd zijn maar weinig ziekenhuizen bezig met hun medisch afval. Plat gezegd willen ze er gewoon vanaf. Daar betalen ze grof geld voor: de kosten liggen tussen de 700 tot 800 euro per ton. Tel daar transport bij op en je komt al snel uit op 800 tot 900 euro per ton. Afhankelijk van de grootte en het aantal bedden produceren ziekenhuizen tussen de 100 tot 150 ton SZA per jaar. Het zijn dus enorme happen uit het budget. En dan wordt het afval niet eens op een duurzame manier verwerkt.”

Installatie in Velsen-Noord

Dat moet anders. Momenteel wordt er een gloednieuwe installatie neergezet in Velsen-Noord. Daarin gaat het decontamineren plaatsvinden. “De vaten gaan na aankomst inclusief inhoud de shredder in. Vervolgens verhitten we het 45 minuten lang tot een temperatuur van meer dan honderd graden. Op die manier worden alle infectueuze stoffen in het medisch afval geneutraliseerd. Dit is ook mogelijk met hete stoom, maar wij werken met droge hitte in een zogenoemd microwave systeem. Dat is energiezuiniger. Een ander voordeel is dat het gedecontamineerde materiaal droog uit de installatie komt. Dat is fijn, want op die manier kunnen we het beter verwerken.”

Circulaire oplossing

Wat overblijft, is een mengsel van verschillende materialen. “Denk aan metalen, kunststoffen, textiel, maar ook glas en keramiek afkomstig van laboratoria. Dit sorteren we. De metalen persen we in blokken en verkopen we door. Door middel van een speciale scantechnologie halen we vier soorten kunststof uit de mix. Dit verkopen we in bulkzakken aan de kunststofverwerkende industrie.”

Van het kunststof worden weer producten gemaakt die in de zorg toegepast kunnen worden. “Kunststoffen die op deze manier bewerkt zijn, mogen niet worden toegepast in de medische en de voedselindustrie. Maar afvalbakken, bedpannen en urinalen mogen bijvoorbeeld wel. Ziekenhuizen kunnen producten afnemen die zijn gemaakt van hun eigen afval. Op die manier wordt het een circulaire oplossing. Daar worden ze blij van.”

Van het gerecyclede kunststof worden weer producten gemaakt die in de zorg worden toegepast kunnen worden. | Credit: Blue2Green Recycling

Rendabel

Kan dit gerecyclede materiaal qua prijs concurreren met nieuwe grondstoffen? Deels, zegt Duijn. “Amerikaans en Chinees plastic wordt tegen bodemprijzen op de Europese markt gedumpt. Dat maakt dat nieuw, fossiel plastic nog altijd goedkoper is dan materiaal dat hier gerecycled is. Voor kunststof geldt eigenlijk hetzelfde. Daarom bieden we ons gerecyclede kunststof goedkoper aan. Alleen zo kunnen we concurreren met nieuwe materialen. Toch is onze businesscase nog steeds positief. We verdienen een stuk beter aan de metalen die we terugwinnen. En de afvalverwerking zelf levert ook geld op. Ziekenhuizen kiezen straks voor ons, omdat we de duurzamere oplossing zijn. Onze meetapparatuur maakt per zorginstelling inzichtelijk hoeveel afval er is verwerkt en hoeveel CO2 daarmee is bespaard. Ook moet duidelijk worden welke grondstoffen er zijn teruggewonnen. Daar kunnen zij dan weer over rapporteren.”

Vijf recyclinglocaties

De nieuwe installatie in Velsen-Noord gaat later dit jaar draaien. Per jaar kan het 3.000 ton afval verwerken. Dat is lang niet al het medisch afval dat jaarlijks wordt geproduceerd. Daarom moeten er vijf van dit soort recyclinglocaties komen, verspreid over Nederland en Vlaanderen. “Op dit moment gaat al het afval naar Dordrecht, of het nu uit Groningen of Maastricht komt. Dat zorgt voor aardig wat transportemissies. Ik wil de rijafstand beperken tot 40, maximaal 50 kilometer. Daarvoor zijn meerdere locaties nodig. Hebben we vijf installaties, kunnen we jaarlijks 15.000 ton afval recyclen. Dat tikt aan.”

Wat ook aantikt, zijn de kosten. Per locatie is zo’n 7 miljoen euro nodig. Voor het project in Velsen-Noord wordt 2,3 miljoen gesubsidieerd door de Europese Unie vanuit het EFRO fonds. Het overige bedrag moet komen van andere investeerders, iets waar Duijn volop mee bezig is. “Als de eerste locatie eenmaal open is en we verdienen geld, dan gaan we het volgende project doorstarten. We gaan het gewoon doen. Hoe meer we kunnen recyclen, hoe beter.”

Lees ook:

Zakelijke rijder wil best auto delen met collega’s: ‘Dit is echt hoopgevend’

Het begon met een simpele vraag: zit er potentie in het delen van de 1 miljoen zakelijke leaseauto’s die ons land rijk is? Belangrijk, vindt Anders Reizen-directeur Hugo Houppermans, gezien de steeds grotere druk die op het verduurzamen van de mobiliteitssector ligt. “Ik kan de puzzel gewoon niet helemaal leggen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving stevenen we af op 10 miljoen auto’s in 2030, een stijging van 900.000 auto’s in zes jaar tijd. Dat is echt gigantisch. Maar tegelijkertijd komen er 1 miljoen woningen bij en wordt de infrastructuur niet uitgebreid. We moeten daarom echt anders gaan nadenken over mobiliteit.” Hoewel de deeleconomie binnen het autorijden gestaag op gang komt met bedrijven als Greenwheels, MyWheels en Snappcar, is volgens Houppermans een veelgehoord probleem dat het deelbare wagenpark in Nederland nog veel te klein is. En dat terwijl de bezettingsgraad van zakelijke auto’s alleen maar afneemt. “De gemiddelde bezettingsgraad van zakelijke auto’s is gedaald naar 1,05. We zitten dus gewoon alleen in de auto.” Grote bereidheid Anders Reizen stelde daarom een onderzoek in naar de bereidheid onder zakelijke rijders om hun auto te delen. Dit gebeurde met een rondvraag onder 1.200 werkende Nederlanders. Wat bleek: die bereidheid is verrassend groot. Meer dan de helft van leaserijders, niet-leaserijders en directieleden van grote bedrijven zien potentie in het delen van leaseauto’s binnen het eigen bedrijf. Ze erkennen alle voordelen van het idee, waaronder het beperken van het groeiende wagenpark, het creëren van meer ruimte op wegen en de milieuwinsten.Anders Reizen is een coalitie van zo'n zeventig bedrijven die zich inzet voor de verduurzaming van de zakelijke mobiliteit. De gemeenschappelijke ambitie van Anders Reizen is om de CO2-uitstoot van zakelijk reizen te halveren in 2030 ten opzichte van 2016. Daarmee wordt het woonwerk-verkeer en werkgeversreizen, inclusief vliegen, bedoeld. Ieder lid ondertekent de zogenoemde ‘Sustainable Mobility Pledge’. De leden binnen de coalitie zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de getekende belofte.Hoopgevend Mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (zoals controle over het leensysteem, het op tijd retourneren van de auto en het aanbieden van leenauto’s als dit onverhoopt niet lukt), wil 53 procent van de zakelijke rijders zijn auto uitlenen aan collega’s. 29 procent zegt bereid te zijn deze groep uit te breiden naar werknemers van andere bedrijven. Iets minder, 26 procent, zou de auto zelfs met iedereen willen delen. Houppermans vindt het hoopgevend dat het draagvlak voor autodelen zo groot is. Maar voor een dergelijk systeem op touw is gezet, moet er nog veel gebeuren. “Allereerst het systeem waarmee het delen mogelijk wordt. Daar zijn in de markt allerlei technische oplossingen voor. Maar het zou ook met een fysiek systeem kunnen waarbij je je sleutel moet inleveren en iemand anders die kan ophalen. Het gaat er uiteindelijk om dat iedereen in de actiestand komt, en hoe dat dan gebeurt, maakt eigenlijk niet uit.” Contractvormen Ook is het belangrijk om het geheel verzekeringstechnisch goed af te dichten. Als een leaseauto door verschillende personen wordt gebruikt, moeten deze namelijk wel verzekerd kunnen rijden. Volgens Houppermans hoeft dit geen breekpunt te zijn. “Ik heb begrepen dat dit in sommige contracten al gewoon goed gaat. Ja, soms staat er dat maar één individu in de auto mag rijden. Maar er zijn ook contracten die familieleden en zelfs collega’s meeverzekeren. We moeten dus goed kijken naar welke contractvormen er zijn, maar dat lijkt me niet moeilijk.” Misschien wel het belangrijkste is om een regeling op te zetten waardoor het financieel aantrekkelijk wordt om je leaseauto te delen met anderen. Uit het onderzoek van Anders Reizen blijkt namelijk dat geld besparen een veelgenoemde motivatie is om voorstander te zijn van het idee. Het geld dat leaseautorijders ontvangen voor het delen van hun wagen zal hoogstwaarschijnlijk bij werkgevers vandaan moeten komen, meent Houppermans. Allereerst omdat belastingregelingen niet makkelijk te wijzigen zijn. “Daarnaast dachten we bij onszelf: wie heeft er uiteindelijk financieel profijt van werknemers die onderling auto’s gaan uitwisselen? Dat is de werkgever. Dus dat er vanuit het bedrijf een financiële prikkel wordt ingesteld voor de werknemer, lijkt me het meest logisch. We moeten natuurlijk goed gaan nadenken hoe die prikkel er precies uit gaat zien.” Default veranderen Bereidheid is één ding, uiteindelijk moet er nog wel wat veranderen aan het gedragspatroon van automobilisten om het autodelen tot een succes te maken. “Het kwartje moet gewoon nog even vallen. De default moet veranderen. De gedachte is nog vaak, ik maak mijn auto beschikbaar voor anderen als ik hem zelf niet nodig heb. Maar het moet juist zijn, ik boek mijn auto wanneer ik hem wél nodig heb. En dat hoeft echt niet iedereen te zijn, maar degenen die daartoe bereid zijn.” Houppermans vertelt tevreden dat er sinds het verschijnen van het onderzoek al acht grote werkgevers contact hebben opgenomen om te vertellen dat ze willen starten met het delen van leaseauto’s. Dat laat volgens de directeur zien dat er een beweging aan het ontstaan is. “Natuurlijk, er is altijd een doelgroep die gewoon de eigen auto wil houden. Maar als we dit onderzoek vijf jaar geleden hadden uitgevoerd, had niemand ja gezegd tegen autodelen. Dus er is echt een verandering gaande in de manier van denken.” Lees ook: Bestelbusjes minder vervuilend, maar nog niet elektrischHoe denken KLM en Boeing zonder CO2-uitstoot te gaan vliegen?Oude, fossiele stadsbussen krijgen gloednieuwe waterstofmotor