Hannah van der Korput
26 maart 2024, 12:15

Rutger Bregman: ‘Ja, idealisme heeft altijd iets ongemakkelijks. Dat moet je leren omarmen’

Historicus en schrijver Rutger Bregman pleit in zijn nieuwste boek voor meer morele ambitie. Een ideaal voor iedereen, inclusief hijzelf. “Als ik in de spiegel kijk, vraag ik me af wat ik in de afgelopen tien jaar nu precies heb bijgedragen aan een betere wereld.”

Rutger Bregman 19 by Frank Ruiter kopie Bregman is ervan overtuigd dat Nederland een sleutelrol kan spelen in de eiwittransitie. | Credits: Frank Ruiter

Iedereen kan moreel ambitieus zijn, vindt Bregman. “Recent kreeg ik een foto doorgestuurd van een buschauffeur die mijn boek naast het stuur had liggen. Hij las het tussen de bedrijven door. Het zou paternalistisch zijn om te zeggen dat morele ambitie alleen voor de elite is. De geschiedenis zit vol mensen die niet met de gouden lepel in de mond zijn geboren en bergen wisten te verzetten. Het is wel zo dat áls je dat dikke cv hebt en áls je die prachtige opleiding hebt mogen volgen, vaak op kosten van de rest van de samenleving, je meer verantwoordelijkheid hebt om een groter verschil te maken.”

Schop onder de kont

Die mensen geeft hij een extra schop onder de kont. “Dit hele project begon met een zekere frustratie. Die is ook gericht op mijzelf. Als ik in de spiegel kijk, vraag ik me af wat ik in de afgelopen tien jaar nu precies heb bijgedragen aan een betere wereld. Ik schrijf artikelen, boeken en heb talloze praatjes gegeven op allerlei podia. Dat genereerde in het beste geval bewustzijn, maar dat is niet genoeg. Vaak zit er een diepe kloof tussen bewustzijn en actie. Begrijp me niet verkeerd: grofweg de helft van de Nederlanders heeft een essentieel beroep. Zij hebben geen preek nodig over morele ambitie. Tegelijkertijd denk ik ook: stel dat je leraar bent, een prachtig beroep. Dan kun je samen met andere ambitieuze leraren een actiegroep beginnen om het onderwijssysteem te verbeteren en de daling van het leesniveau tegen te gaan. De lat kan nóg hoger. Dat bedoel ik wanneer ik zeg dat morele ambitie een ideaal voor iedereen kan zijn.”

Nederland

Waar wij mensen best wat ambitieuzer mogen zijn, geldt dat ook voor bedrijven, industrieën en zelfs hele landen. “Als je nagaat welke bijdrage een klein land als Nederland kan leveren aan de strijd tegen klimaatverandering, is dat natuurlijk in de eerste plaats het reduceren van de eigen uitstoot. Die moet zo snel mogelijk naar nul. Maar als dat eenmaal is gelukt, hebben we alsnog een relatief minuscule bijdrage geleverd aan de oplossing van het mondiale klimaatprobleem. Onze bijdrage kán veel groter en ambitieuzer zijn. We kunnen hier innovaties ontwikkelen waar vervolgens de hele wereld van kan profiteren.”

Eiwittransitie

Bregman is ervan overtuigd dat Nederland een sleutelrol kan spelen in de eiwittransitie. “Waar de ontwikkeling van zonnepanelen en batterijen heel hard gaat, blijft de eiwittransitie nog achter. Het goede nieuws is dat we hierin een gidsland kunnen zijn. We hebben Wageningen, we hebben Delft. Nederlandse bedrijven zoals Meatable, Farmless, The Protein Brewery en Mosa Meat werken al hard aan alternatieven voor vlees en zuivel. De potentie is er. Zou Nederland moreel ambitieus zijn, dan zou het vol inzetten op de ontwikkeling van alternatieve eiwitten. We zouden een heel ecosysteem kunnen opzetten zodat veelbelovende technologieën zoals kweekvlees en precisiefermentatie in een rap tempo worden doorontwikkeld. Goede advocaten en slimme lobbyisten kunnen er in Brussel weer voor zorgen dat deze technieken zo snel mogelijk worden toegelaten op de Europese markt. De wetgeving voor alternatieve eiwitten en nieuwe bronnen van voedsel is te streng, waardoor het bedrijfsleven wordt tegengehouden om vol in deze oplossingen te duiken. Dat is een gemiste kans.”

ASML van de voedingsindustrie

Met een beetje goede wil en een aantal miljarden kan de overheid vandaag nog de ASML van de voedingsindustrie op weg helpen. “ASML wordt gezien als de parel van Nederland. Het hart van de chipindustrie en een van de meest succesvolle bedrijven ter wereld. Dat is prachtig en mooi, maar het is goed om te onthouden hoe deze parel is ontstaan. Dat is namelijk niet zomaar gebeurd. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig verkeerde de chipindustrie namelijk in grote crisis. De meeste bedrijven gingen failliet. ASML niet, omdat het enorme hoeveelheden staatssteun kreeg. In de topjaren werd de helft van het research- en developmentbudget gefinancierd door de overheid. Het zou van morele ambitie getuigen als de Nederlandse regering ook een grote zak durfkapitaal in de eiwittransitie stopt. Willen we écht een voortrekkersrol vervullen, dan is dat nodig.”

Besmettelijk

In deze tijd van klimaatverandering, ongelijkheid en oorlog kunnen koplopers het verschil maken. Maar hoe word je zo iemand? “Elke grote beweging begint klein en kan net zo goed bij jou beginnen. Het is soms verleidelijk om te kijken naar indrukwekkende, historische figuren en te denken: zij zaten heel anders in elkaar dan ik. Deze mensen waren geboren met een of ander gen voor morele ambitie. Maar lees je hun biografieën, dan kom je er al snel achter dat dat niet klopt. Het waren mensen van vlees en bloed die ook twijfelden en worstelden. Tijdens mijn onderzoek naar verzetshelden in de Tweede Wereldoorlog kwam ik erachter dat verzet in zekere zin besmettelijk is. Mensen inspireerden elkaar en spoorden elkaar aan om in actie te komen. Het bleek eerder een lokaal en sociologisch fenomeen dan een psychologisch fenomeen. Dat is precies de reden waarom we met The School for Moral Ambition een beweging willen opzetten. Morele ambitie is naar mijn mening niet iets waarmee je wordt geboren, maar wat je kan krijgen. Wanneer we elkaar inspireren, wordt het besmettelijk.”

‘Idealisme is ongemakkelijk’

“Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat vooroplopen vaak ongemakkelijk kan zijn. Het is natuurlijk niet zo fijn als iemand zegt dat iets niet meer kan en dat het anders moet. De eerste strijders voor het vrouwenkiesrecht werden belachelijk gemaakt. De dierenrechtenbeweging krijgt nog altijd veel kritiek te verduren. Vaak zijn morele pioniers op het moment zelf impopulair. Pas later zeggen we: zij liepen eigenlijk voorop. Bij goed doen gaat het er niet zozeer om dat je goed overkomt, maar dat je daadwerkelijk het verschil maakt. Dat is best wel lastig, want mensen zijn kuddedieren. We willen heel graag aardig gevonden worden. Dat diepe verlangen om ergens bij te horen is wat vooruitgang soms tegenhoudt.

Dus ja, idealisme heeft altijd iets ongemakkelijks. Dat maakt dat vooruitgang ook onherroepelijk ongemakkelijk is. Dat ongemak moet je leren omarmen. Eigenlijk is het zaak om gemakkelijk te worden met het ongemak. Zie het als brandstof voor verandering.”

Lees ook:

Plant FWD 2024

Rutger Bregman is een van de sprekers op Plant FWD 2024, dat plaatsvindt op 23 & 24 april in Theater Amsterdam. Het event heeft als missie om de eiwittransitie te versnellen naar 60 procent in 2030 en brengt changemakers van start-ups, investeerders, food retailers, corporates, overheden en toekomstige talenten samen om dit te bereiken.

Het thema is dit jaar ‘Welcome to the Plant Forward Revolution’ en andere sprekers zijn onder meer Emile van der Staak, executive chef van restaurant de Nieuwe Winkel, Romain Jolivet, CMO en oprichter van LaVie en Tracye McQuirter, bekend van de Netflix documentaire You Are What You Eat. Klik hier voor meer informatie over het evenement en om je met €100 korting aan te melden via Change Inc.

Grote bedrijven, help het mkb op weg met de CSRD (voor jullie eigen belang)

Deze gastbijdrage werd geschreven door Johan Löfquist, head of sustainability data bij Worldfavor. De CSRD vertegenwoordigt een cruciale stap in de duurzaamheidstransitie door de impact van bedrijven op de economie en samenleving transparanter te maken. Consumenten en investeerders zullen hierdoor beter gefundeerde beslissingen kunnen nemen. Bedrijven rapporteren volgens twaalf standaarden over Environmental, Social and Governance (ESG) en zullen binnen drie jaar hun complete waardeketen moeten meenemen in hun verslag. Voldoen aan de nieuwe verplichting vraagt om aanzienlijke investeringen in kennis en menselijk kapitaal. Om het mkb die investering te besparen hebben Europese wetgevers kleinere bedrijven buiten de rapportageverplichting van de CSDR gehouden. Het mkb is niet CSRD-vrij De realiteit is echter dat mkb-organisaties toch met de CSRD te maken krijgen. 99 procent van alle bedrijven in de EU voldoet aan de definitie van de Europese Unie van een mkb-organisatie. De grotere bedrijven die wel verplicht verslag moeten uitbrengen kopen onvermijdelijk producten en diensten in bij de overige 99 procent. Dat betekent dat grotere bedrijven over drie jaar verplicht de ESG-data van al hun kleine en middelgrote leveranciers binnen hun waardeketen moeten rapporteren. Het mkb was in 2022 verantwoordelijk voor 62 procent van de totale CO2-uitstoot in de EU en vormt een onmisbare schakel in het totaalplaatje van de CSRD-rapportage. Helaas zijn mkb-organisaties er niet klaar voor om deze rol te vervullen. Het volgende rookgordijn Voor de duidelijkheid: mkb-organisaties hebben duurzaamheid wel op het netvlies. Volgens een onderzoek door MKB Nederland houdt 85 procent van hen rekening met duurzaamheid bij de inkoop van goederen en diensten. 84 procent houdt daar rekening mee bij het nemen van investeringsbeslissingen. Toch staat de CSRD totaal niet op hun radar. Twee derde van alle Nederlandse mkb-organisaties is niet op de hoogte van het bestaan van deze richtlijn, zo blijkt uit onderzoek door de Rabobank. Hoe dit opvallende contrast tot stand is gekomen blijft deels gissen, maar het lijkt zacht gezegd aannemelijk dat de officiële uitsluiting van het mkb voor de CSRD-rapportering hieraan ten grondslag ligt. Dit gebrek aan bewustwording is echter niet het enige probleem. De EU heeft mkb-organisaties niet voor niets uitgesloten. Grote bedrijven kunnen vaak consultants inhuren om nieuwe wetgeving de baas te worden, mkb-organisaties kunnen dat niet. Gedwongen investeringen in rapportagemogelijkheden zullen hun dan ook zwaar wegen. Het alternatief kan rampzalig uitpakken. Grote bedrijven die incomplete rapportages aanleveren zonder de essentiële data van mkb-organisaties vertegenwoordigen een nieuw ongeremd potentieel voor greenwashing. We kunnen niet toestaan dat de CSRD uitgroeit tot het zoveelste rookgordijn waar vervuilende bedrijven zich achter kunnen verschuilen. Eén waardeketen, één belang Gelukkig hebben we nog drie jaar de tijd om verbetering in deze situatie te brengen. Tegelijkertijd kunnen we niet verwachten dat mkb-organisaties dan opeens wel de bewustwording, kennis en middelen hebben om te rapporteren. Om de zaak in beweging te krijgen moeten degenen die daar wel over beschikken bijspringen. En dat zijn bij uitstek grote ondernemingen. We leven in een wereld waarin de milieu-impact van kleine en middelgrote leveranciers onlosmakelijk is verbonden met die van hun grotere inkopers. Maar dit heeft ook een keerzijde: grote ondernemingen die investeren in de bewustwording en upskilling van hun leveranciers zullen daar zelf de vruchten van plukken. Zij kunnen een gezond concurrentieklimaat creëren onder leveranciers waarbinnen mkb-organisaties die ESG-data leveren een concurrentievoordeel hebben, doordat zij rapporteren onder de CSRD makkelijker maken voor hun afnemers. Op de lange termijn zal dit ESG-data en het inzicht van grote bedrijven in hun toevoerketen verbeteren met meer ethisch verantwoorde besluitvorming en veerkrachtigere bedrijfsvoering als resultaat: een transparante toevoerketen kan helpen met het aantrekken van investeerders en het voorkomen van bedrijfsrisico’s. Grote bedrijven moeten het delen van kennis niet zien als goedaardigheid, maar als een herinvestering. Het is een effectieve en nodige methode om de duurzaamheidsgegevens in hun waardeketen te bemachtigen. Grote bedrijven die het mkb op weg helpen met de CSRD ondersteunen niet alleen de duurzame transitie, maar ook hun eigen belang.Johan Löfquist is head of sustainability data bij Worldfavor.