André Oerlemans
07 maart 2024, 12:00

Nederlandse modeontwerper maakt Parijse couture van gerecycled textielafval

De beroemde popster Gwen Stefani droeg er afgelopen kerst een jurk van, net als zangeres Camila Cabello tijdens haar nieuwe albumshow. Ook tijdens Parijse modeshows zijn modellen erin te bewonderen. Duurzame couture die de Nederlandse modeontwerper Ronald van der Kemp creëert van vilt uit gerecycled textielafval van het Haagse bedrijf i-did.

Gwen Stefani met RVDK jurk Popster Gwen Stefani droeg met de kerst een jurk van gerecycled vilt van de bekende duurzame modeontwerper Ronald van der Kemp | Credits: RVDK

De designs van Van der Kemp vormen het voorlopige hoogtepunt van het project Trashure.
Dat poogt een eind te maken aan de enorme berg textielafval die Nederlanders en Europeanen jaarlijks weggooien. Hoe? Door textielafval te recyclen en weer te gebruiken voor nieuwe mode en kleding. Het project is een samenwerking tussen de beroemde modeontwerper, leerlingen van de Haagse Hogeschool onder leiding van duurzame mode-expert professor dr. Kim Poldner | Credit: RUG, textielinzamelaar Sympany en sociaal recyclingbedrijf i-did.

Première Vision Parijs

Het doel: van vilt uit gerecycled textielafval een stof op de markt brengen, die modebedrijven als H&M gaan gebruiken voor hun kleding. De plaats en tijd van de lancering van die stof hebben de initiatiefnemers al in hun agenda genoteerd: Première Vision
in Parijs, van 2 tot en met 4 juli, de grootste modestoffenbeurs ter wereld. “Waar we met Trashure op inzoomen is vooral het textielafval. Op dit moment wordt 1 procent van nieuw textiel gemaakt van gerecycled materiaal. Dat moet significant omhoog, want de Nederlandse overheid wil in 2050 volledig circulair zijn. Wij onderzoeken of we van vilt een verkoopbare, draagbare stof in de markt kunnen zetten”, zegt Poldner, de drijvende kracht achter het project.

Vieste van het vieste

Trashure wordt gefinancierd door RVO via de Kennis en Innovatie Agenda Circulaire Economie (KIA CE). i-did vormt de spil in Trashure. Het bedrijf opende in mei 2022 een fabriek voor textielrecycling in The New Farm in Den Haag, een verzamelgebouw voor innovatieve, sociale en circulaire maakbedrijven. In een grote hal op de begane grond staan nu twee lange rijen machines achter elkaar opgesteld. Aan de voorkant gaat er textielafval in dat door Sympany wordt ingezameld en aangeleverd. Veelal kapotte stukken textiel, oude spijkerbroeken en afgedragen werkkleding. Zo’n beetje het vieste van het vieste textielafval denkbaar. “Wij kunnen de laagste kwaliteit textielafval verwerken, dat normaal wordt verbrand”, zegt Anna Schilizzi, projectmanager innovatie bij i-did.

Van tassen tot kussens

Aan het eind van de recyclingstraat komen er rollen vilt uit de machines: i-felt. Een sterk design materiaal dat zacht aanvoelt en dezelfde kleur heeft als het oorspronkelijke textiel. Het vilt wordt boven in het atelier verwerkt tot tassen, plantenbakken, gordijnen, lamellen, kussens, laptop-hoezen, akoestische panelen en nog tal van andere artikelen.

i-did in Den Haag verwerkt de laagste kwaliteit textielafval tot rollen vilt | Credit: i-did

Sociale en duurzame missie

Het werk wordt gedaan door langdurig werklozen die i-did als springplank gebruiken naar een nieuwe baan. Sinds de start in 2009 heeft i-did al bijna 500 mensen uit de bijstand of met een andere uitkering aan werk geholpen. “Dat sociale doel is onze primaire missie. Wat we doen rondom duurzaamheid is superbelangrijk en is onze secundaire missie” legt Schilizzi uit. Die combinatie maakt het bedrijf volgens Poldner juist zo speciaal. Ze schreef er een teaching case over met de titel ‘i-did: social impact through circular business’. “Die wordt in collegezalen wereldwijd gebruikt”, zegt ze.

Duurzame modepionier

i-did laat zien dat laagwaardig textielafval nog prima gerecycled kan worden. Maar de grote vraag was tot nu toe: kun je er ook textiel voor kleding van maken? Iets wat mensen willen dragen? Dat is wat Trashure wil gaan bewijzen. Ronald van der Kemp
nam het initiatief tot het project toen hij drie jaar geleden bij i-did aanklopte om met gerecycled vilt te gaan werken. De Nederlander werkt alleen met overgebleven reststoffen – zogeheten deadstock – en gerecycled materiaal. In 2014 lanceerde hij met zijn merk RVDK het eerste duurzame couture label ter wereld. Van der Kemp wordt gezien als een duurzame pionier in de internationale modebranche. Hij wil de wereld laten zien dat ethische mode ook glamorous en exciting
kan zijn. Zijn creaties worden gedragen door beroemdheden als Gwen Stefani, Céline Dion, Katy Perry en Michelle Obama.

Gwen Stefani in Vogue

In 2021 ging Van der Kemp voor het eerst experimenteren met vilt van i-did. Hij maakte een korset van vilt waarin popster Gwen Stefani zich liet fotograferen voor modeblad Vogue. Daarna haakte Poldner aan en benaderden zij samen met i-did de andere partners in het project, zoals Sympany. Vilt wordt nu vooral gebruikt in auto’s, als isolatiemateriaal en voor poetsdoeken. i-did is het eerste bedrijf dat er een designstof van heeft gemaakt voor tassen, accessoires en interieur producten. “Vilt heeft in Nederland nog een stoffig imago. In dit project wilden wij kijken of er iets draagbaars van te maken valt”, zegt Schilizzi.

Awareness via beroemdheden

Van der Kemp begon met accessoires als hoedjes en kettingen van i-felt. Hij toonde zijn eerste jurk van vilt van i-did in juli 2021 tijdens de Parijse coutureweken. Die werd later als museumstuk tentoongesteld. De afgelopen coutureweken presenteerde de modeontwerper vaker kleding van vilt. Ook beroemde sterren showden ze. In mei 2022 droeg de Cubaans-Amerikaanse zangeres Camila Cabello een jurk van i-did vilt tijdens de presentatie van haar nieuwe album op TikTok. Zij heeft alleen op Instagram al 66,5 miljoen volgers. Afgelopen kerst droeg wederom Gwen Stefani – 17,6 miljoen volgers – een speciale Trashure jurk van stukjes textielafval, ontworpen door Van der Kemp. “Door dit soort exposure creëer je bij een hele generatie een stukje awareness en maak je het bespreekbaar”, zegt Poldner. “Ronald laat zien dat duurzaam en gerecycled textiel fashionable kan zijn.”

Statementtassen

In november 2022 lanceerden Van der Kemp en i-did samen dertien zogeheten statementtassen. Als een protest tegen de uitpuilende textielberg. “Die waren op de dag van lancering uitverkocht. Voor het Trashure project was dat een soort try-out hoe zoiets werkt”, zegt Poldner.

Kim Poldner | Credit: RUG

Strijd voor circulaire mode

Kim Poldner | Credit: RUG strijdt als serial entrepreneur en onderzoeker al ruim twintig jaar voor een meer circulaire en duurzame mode-industrie. Bij Wageningen University & Research (WUR) richtte ze in 2017 het Circular Fashion Lab op. Sinds 2019 is ze lector Circular Business aan The Hague University of Applied Sciences en per 1 januari 2024 is ze daarnaast benoemd tot bijzonder hoogleraar Regional and Circular Economic Development aan the University of Groningen (RUG). Eind vorig jaar bracht ze het boek ‘Love Letters to my Clothes’ uit. Een intiem boek over het herwaarderen van afgedankte kleding.

Vervuilende industrie

“De kledingindustrie is met jaarlijks 10 procent van de mondiale CO₂-uitstoot een van de meest vervuilende sectoren ter wereld”, stelt Poldner. De cijfers daarover zeggen genoeg. Voor één T-shirt is al 2.700 liter water nodig, verven van stoffen zorgt voor 20 procent van alle watervervuiling en polyesterdeeltjes die bij het wassen vrijkomen belanden als microplastics in de oceanen en via visconsumptie ook in het bloed van mensen. In Nederland belandt jaarlijks ruim 300 miljoen kilo textielafval in de verbrandingsoven. Daarom voert de hele EU – na Nederland dit jaar – de zogeheten Uitgebreide Product Verantwoordelijkheid (UPV) in. Die verplicht producenten om gebruikt textiel in te nemen, zodat in 2030 driekwart gerecycled kan worden.

In juli op de catwalk

Ronald van der Kemp gaat de designs met Trashure vilt van i-did weer presenteren tijdens de Paris coutureweek in juli. “Dan zijn we een stap verder met de ontwikkeling van het materiaal. Ik had het in januari willen gebruiken in mijn show, maar toen waren we nog niet zover”, zegt hij. “Het mooie van Trashure is het hele verhaal erachter. Dat je van iets wat eigenlijk afgedankt is toch hele mooie dingen kunt maken. Dat hebben we elke keer laten zien tijdens de coutureweek, maar ik ben altijd aan het proberen om weer een stap verder te gaan. De sterren zijn daarvoor ambassadeurs. Door hen wordt het verhaal verspreid en gaan mensen hopelijk anders denken over duurzaamheid, doordat ze het in een meer glamoureus daglicht kunnen zien.”

Modeontwerper Ronald van der Kemp met leerlingen van de Haagse Hogeschool | Credit: Haagse Hogeschool

Businesscase voor duurzame mode

Van der Kemp is een fantastisch uithangbord voor Trashure en i-did, maar veel geld levert dat het project tot nu toe niet op. Om de stof daadwerkelijk in juli op de markt te brengen via de Parijse beurs, is een businesscase nodig. Daar begint de rol van de studenten Circular Business van de Haagse Hogeschool. Voor hen is Trashure een praktijkcasus om onderzoek, onderwijs en praktijk te combineren. De studenten kregen in mei 2022 een inspirerende keynote speech van Van der Kemp. Daarna gingen ze spelen met zijn ontwerpen om te kijken of ze er betaalbare mode en accessoires van konden maken.

Betere reputatie

Eind vorig jaar onderzochten studenten of een keten als H&M items met Trashure vilt zou kunnen produceren. “Over een paar maanden is dat hopelijk zover”, zegt Poldner. “Ons doel is om een steentje bij te dragen om circulair te worden in Nederland en daarbuiten. De 1 procent gerecycled textiel die op dit moment in onze kleding zit, willen we helpen omhoog te brengen. Zo leveren we een bijdrage aan de transitie naar een meer duurzame mode-industrie. Op dit moment is de reputatie van gerecycled textiel niet al te best. Zowel consumenten als modemerken vinden het nog niet zo aantrekkelijk. Zo zijn er veel vooroordelen. Gerecycled textiel zou niet mooi genoeg zijn en de kwaliteit niet goed genoeg. Wij bewijzen graag het tegendeel.”

Lees ook:

Nieuw verdienmodel verkort terugverdientijd thuisbatterijen

De eerste generatie thuisbatterijen was vooral bedoeld om zelf zonnestroom van je dak in op te slaan. De tweede generatie wordt aangestuurd door slimme software en algoritmes, waardoor de batterij zelfstandig kan handelen op de elektriciteitsmarkt EPEX (European Power Exchange). Als je tenminste een dynamisch energiecontract hebt. Op de EPEX-markt varieert de elektriciteitsprijs per uur. Door de batterij te laden als de prijs laag is en te ontladen als de prijs hoog is, verdien je geld. Dat gaat automatisch. Prijsschommelingen door groene stroom Die prijsschommelingen worden veroorzaakt door de toename van groene stroom uit wind en zon. Het weer is moeilijk voorspelbaar, waardoor vraag en aanbod vaak niet op elkaar aansluiten. Bij een overschot aan groene stroom ontstaat congestie op het net en kan de elektriciteitsprijs zelfs negatief worden. Dat was vorig jaar in Nederland 308 uur het geval. Bij een tekort aan stroom - vaak ’s avonds - moeten gascentrales bijschakelen en stijgt de prijs. De laatste tijd zijn de elektriciteitsprijzen relatief laag, waardoor handelen met batterijen op de EPEX-markt weinig opbrengt. Onbalans voorkomen Op die manier is de aanschaf van een thuisbatterij niet rendabel, concludeerde CE Delft vorig jaar oktober in een rapport. De terugverdientijd is minstens vijftien jaar. Door ook te handelen op andere energiemarkten, zoals de onbalansmarkt, is wel een verbetering van de businesscase mogelijk, stelt CE Delft. Op die onbalansmarkt dienen batterijen als een buffer om de spanning op het elektriciteitsnet op 50 hertz te houden. Dat is in Europa verplicht. Anders ontstaan stroomstoringen of black-outs. Door de toename van relatief onvoorspelbare wind- en zonne-energie, maar ook door storingen, is er steeds meer onbalans tussen vraag en aanbod op het net. Dan kunnen batterijen bijspringen. Op de onbalansmarkt varieert de stroomprijs per kwartier en liggen de prijzen aanzienlijk hoger. Door daar op te handelen - ook door te laden als de prijs laag is en te ontladen als de prijs hoog is - daalt de terugverdientijd van een thuisbatterij weer naar vier tot zeven jaar. Bovendien neemt zo de congestie op het stroomnet af. Slim stroom handelen Klein probleem: als individu met een thuisbatterij kun je niet op de onbalansmarkt handelen. Wel met een heleboel batterijen samen via een energieleverancier. Die worden dan als een soort virtuele energiecentrale aangestuurd door een algoritme. Die optie is nu mogelijk dankzij de samenwerking tussen aanbieder van dynamische energiecontracten Frank Energie en drie Nederlandse leveranciers van thuisbatterijen: Bliq, Charged en Accuselect. Samen hebben die al 5.000 thuisbatterijen verkocht in Nederland en België. Frank kan het volledige assortiment van deze drie bedrijven inzetten voor onbalanshandel via de nieuwe dienst ‘Slim stroom handelen’. Bestaande en nieuwe klanten van de energieleverancier kunnen bij een van de drie bedrijven een thuisbatterij aanschaffen en zich op de onbalansmarkt storten. Ook Zonneplan biedt deze mogelijkheid aan.Subsidie voor thuisbatterij In Nederland stonden eind vorig jaar tussen de 5.000 en 10.000 thuisbatterijen opgesteld. Dat is nog niets vergeleken met omliggende landen. In Duitsland werden in het afgelopen jaar 573.000 nieuwe thuisbatterijen geïnstalleerd en staan er nu 1,1 miljoen. Zelfs België had er in 2022 al meer dan 50.000. Nu de salderingsregeling (waarbij bezitters van zonnepanelen teruggeleverde stroom aan het net mogen aftrekken van hun energierekening) voorlopig blijft bestaan, is opslag in een thuisbatterij minder lucratief in Nederland. Omdat salderen voor netcongestie zorgt en niet meer noodzakelijk is voor de aanschaf van zonnepanelen, zijn de meeste experts in de zonne-energiebranche tegen deze vorm van subsidie, bleek begin dit jaar bij een stemming tijdens het congres ‘Toekomst van Solar’ in Den Haag. De meerderheid is juist voor subsidiëring van thuisbatterijen, omdat die het net kunnen ontlasten en vraag en aanbod van stroom beter op elkaar kunnen afstemmen.Congestiemarkt Hans van der Woude (CEO Frank Energie), Vincent Klomp (CEO Bliq), Roeland Nagel (CEO Sessy) en Paul Schellekens (CEO Accuselect) zijn trots op hun samenwerking. “Door met je thuisbatterij te handelen op onbalans verlaag je je energierekening drastisch én draag je bij aan de energietransitie. Denk aan wat dit betekent voor ontwikkelaars die een nieuwe woonwijk aan willen sluiten op het net. Vraagt de netbeheerder je geen stroom af te nemen tussen 18.00 en 22.00 uur? Dan regelen wij dat straks via de congestiemarkt. En wel op zo’n manier dat onze klanten daaraan verdienen”, zeggen ze. Lees ook: Thuisbatterij: speeltje voor de rijken of belangrijke spil in energietransitie?Nederlanders gaan vaker geld verdienen met AI, zonnepanelen en batterijBijna helft thuisbatterijen nu van Nederlandse makelij; maker kan doorgroeien dankzij miljoeneninjectie