Hannah van der Korput
04 maart 2024, 15:45

Netcongestie blijft een probleem: hoe omzeil je het?

Het elektriciteitsnet is overvol. Netwerkbedrijf Alliander verwacht
dat er nog zeker tien jaar files op het net zullen zijn. Netcongestie is voorlopig dus nog niet verholpen, maar er zijn wel manieren om het tegen te gaan.

Getty Images 1316185179 Netbeheerders investeren fors in het verzwaren van het fysieke elektriciteitsnet, maar dat vergt veel tijd, materieel en technisch personeel. | Credits: Getty Images

De energietransitie is in volle gang. Afstappen van fossiele
brandstoffen betekent vaak overstappen op elektriciteit, bijvoorbeeld van benzine- naar elektrische auto’s. Alleen kan het elektriciteitsnet de rap toenemende
vraag naar en aanbod van duurzame stroom niet aan. Er ontstaat netcongestie,
wat ervoor zorgt dat bedrijven, windmolenparken en nieuwe woonwijken niet
kunnen worden aangesloten op het stroomnet.

Net uitbreiden

Netbeheerders investeren fors in het verzwaren van het fysieke
elektriciteitsnet, maar dat vergt veel tijd, materieel en technisch personeel.
Zo ook Alliander, dat het afgelopen jaar 1,4 miljard euro in de verbouwing van energienetten
stak. Een nieuw record, zegt CEO Maarten Otto. “Wij bouwen zo snel als we
kunnen om het energienet uit te breiden. Daarmee kunnen we de komende tien jaar
23.000 transformatorhuisjes plaatsen, gaat tienduizenden kilometer kabel de
grond in en worden honderden elektriciteitsstations aangepast of nieuw gebouwd.
Tot 2050 gaat één op de drie straten open om het energienet van de toekomst te
realiseren.”

Wat kan er nu al?

Aan oplossingen wordt dus hard gewerkt, laat Alliander weten. Maar de organisatie loopt tegen zijn grenzen aan, en het resultaat van alle investeringen zal nog een paar jaar op zich laten wachten. Wat zijn mogelijkheden om netcongestie op dit moment tegen te gaan?

1. Energieopslag

Duurzame stroom uit zon en wind is afhankelijk van de weersomstandigheden.
Wanneer de zon fel schijnt, gaat de
elektriciteitsproductie door het dak. Op andere dagen wordt er veel minder
zonnestroom opgewekt. Een batterij kan helpen om het elektriciteitsnet in balans
te houden. Op de momenten dat er een overschot is aan zon- of windenergie, slaat de accu stroom op om het vervolgens later te gebruiken. Zo kunnen
batterijen pieken opvangen en het elektriciteitsnet ontlasten. Naast batterijen
zijn er meer manieren om energie op te slaan, bijvoorbeeld met waterstof of een
warmtebuffer.

2. Energiehubs

Het bedrijfsleven ondervindt nu al de negatieve gevolgen van netcongestie. Ondernemers die willen uitbreiden en verduurzamen, kunnen vaak geen grotere aansluiting op het net krijgen. Wanneer bedrijven verenigd zijn in een energiehub, lukt dit vaak wel. In een energiehub wisselen diverse bedrijven stroom aan elkaar uit. Dit kan omdat bedrijven vaak niet alle stroom gebruiken waar ze op papier recht op hebben. Daar komt bij dat de bedrijven niet allemaal op hetzelfde moment dezelfde hoeveelheid stroom nodig hebben. In een energiecollectief wordt de beschikbare energie onderling verdeeld, waardoor er minder aansluitingen nodig zijn. Dit vermindert de druk op het toch al volle elektriciteitsnet. De overheid heeft 166 miljoen euro vrijgemaakt om deze energiehubs te stimuleren.

3. Anders met energie omgaan

Bedrijven en huishoudens kunnen netcongestie tegengaan door hun energiegebruik
aan te passen. Energiebesparing is daar één onderdeel van. Hoe minder energie
er wordt verbruikt, hoe minder er over het elektriciteitsnet hoeft te worden
vervoerd. Ook doen
flexibele energiecontracten hun intrede. Bedrijven die tijdens de piekuren geen
of minder stroom afnemen, worden beloond met een gunstiger tarief. Daarnaast worden huishoudens gestimuleerd om op drukke momenten het net te ontlasten. Dit kan al door
de auto niet ’s nachts op te laden, maar overdag.

4. Kabel delen

Naast nieuwe kabels aanleggen, kunnen de huidige kabels ook efficiënter worden gebruikt. Dat gebeurt met cable pooling. Het houdt in dat meerdere projecten op één aansluiting worden geplaatst, waardoor over eenzelfde kabel meer energie kan worden getransporteerd. Cable pooling werkt bijvoorbeeld goed voor zon- en windparken. Wanneer de zon schijnt, is er meestal weinig wind. En wanneer de wind waait, is er vaak geen zon. In dat geval loont het om een kabel te delen. Het scheelt aansluitingen op het net, ondergrondse ruimte en de nodige aansluitkosten.

Lees ook:

Wereldwijde groei van hernieuwbare energie slaagt erin om CO2-uitstoot te beperken

In totaal nam de CO2-uitstoot door de productie van energie in 2023 toe met 410 miljoen ton, zo blijkt uit een analyse van het IEA. Dat is een stijging van 1,1 procent ten opzichte van de uitstoot het jaar ervoor, waarmee de energie-gerelateerde uitstoot een recordhoogte van 37,4 miljard ton bereikte. Maar de groei remde in 2023 wel af. In 2022 was die groei namelijk 490 miljoen ton, ofwel een stijging van 1,3 procent ten opzichte van de uitstoot in 2021. Drie keer zo hoog Volgens het IEA hebben we de groeireductie te danken aan de wereldwijde uitrol van hernieuwbare energie. Windmolen- en zonneparken, evenals elektrische auto’s en warmtepompen hebben een flinke CO2-uitstoot weten te voorkomen. Tussen 2019 en 2023 groeide de CO2-uitstoot uit energieproductie in totaal met 900 miljoen ton. Zonder deze duurzame technologieën zou deze groei drie keer zo hoog zijn geweest, becijferde het IEA. Daarnaast hadden landen als de Verenigde Staten en China in 2023 te maken met aanhoudende extreme droogte. Volgens het IEA leidde dat ertoe dat de opwek van energie uit waterkracht in deze landen tegenviel. 40 procent van de toename van energie-gerelateerde CO2-uitstoot kwam voort uit landen die dat gat opvulden met fossiele energie. Als de energiewinning uit waterkracht niet dusdanig was tegengevallen, zou de wereldwijde uitstoot door elektriciteitsproductie zijn afgenomen. Daardoor zou de uitstoot door energieproductie (waarbij onder andere ook warmteproductie wordt meegerekend) aanzienlijk lager zijn uitgevallen. Ontwikkeling in rijkere landen In ‘ontwikkelde economieën’ gaat het relatief goed. Daar namen de CO2-emissies door energieproductie af tot het niveau van vijftig jaar geleden, terwijl de welvaart er steeg. Naar verwachting doelt het IEA met ontwikkelde economieën op landen die onderdeel zijn van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD), waaronder EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. In China en India ging het juist relatief slecht. Hoewel China grote stappen zet op het gebied van zonne-energie (het land bouwde in 2023 eigenhandig evenveel zonnecapaciteit als heel de wereld deed in 2022), steeg de CO2-uitstoot met ruim 500 miljoen ton. Dit had vooral te maken met de tegenvallende opwek van waterkrachtenergie. Dit gold ook voor India, waar de emissies toenamen met 190 miljoen ton. Daarbij vermeldt het IEA wel dat de CO2-uitstoot per hoofd van de Indiase bevolking ver onder het wereldgemiddelde zit. Lees ook: Nederland nu ook wereldkampioen zonne-energieCO2-uitstoot EU bereikt laagste punt in 60 jaar, cijfers vertellen maar fractie verhaal2023 recordjaar voor offshore windenergie in Europa, maar werk aan de winkel