Sebastian Maks
28 februari 2024, 15:41

Dit moet er gebeuren om de verkoop van warmtepompen nieuw leven in te blazen

Op Europees niveau hapert de verkoop van warmtepompen. In de landen die samen 90 procent van de markt vormen, is de verkoop in 2023 teruggelopen met ongeveer 5 procent. Niet alleen dreigen EU-doelen daarmee niet gehaald te worden, ook zijn fabrikanten genoodzaakt zo’n 3.000 banen te schrappen. De European Heat Pump Association (EHPA) legt uit wat ervoor nodig is om het tij te keren.

Getty Images 1498414548 Bepalend in het succes van warmtepompen is de prijs van elektriciteit ten opzichte van die van gas. | Credits: Getty Images

In het REPowerEU-plan, een beleidspakket ontworpen om de elektriciteitsproductie in de EU te verschonen en onafhankelijk te maken van Russisch gas, staat dat er 60 miljoen extra warmtepompen geïnstalleerd moeten zijn tegen het jaar 2030. Maar, zo waarschuwt de EHPA, we stevenen nu af op slechts 23 miljoen stuks (met daarbij ook nog Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk meegerekend). Dat komt omdat de verkoop van warmtepompen in 2023 is teruggelopen.

In totaal werden er 2,64 miljoen warmtepompen verkocht. Dat is een afname van 5 procent, aangezien er in 2022 nog 2,77 miljoen nieuwe warmtepompen over de toonbank gingen. Je kunt spreken van een opmerkelijke kentering, aangezien de verkoop in de tien jaren ervoor elk jaar steeg. Marktanalisten verwachten dat de daling dit jaar verder zal voortzetten als er geen maatregelen genomen worden.

Wel groei in Nederland

Het gaat om de verkoopcijfers van veertien Europese landen, samen goed voor bijna heel de warmtepompenmarkt. In acht van die veertien landen – waaronder Italië, Frankrijk en Zwitserland – liep de verkoop terug. In de andere landen steeg de verkoop juist. Nederland is hier één van, maar ook bijvoorbeeld Noorwegen en Duitsland. Toch was dit niet genoeg om het totale verkoopcijfer groen te kleuren, ook omdat zelfs die landen in het laatste kwartaal de verkoop zagen dalen.

Niet alleen het REPowerEU-plan komt daarmee in gevaar, ook zal de situatie naar verwachting leiden tot vele ontslagen. Het aantal werknemers dat hun baan zal verliezen wordt geschat op 3.000. Volgens de EHPA moeten er enkele belangrijke zaken geregeld worden om het probleem te kunnen fiksen.

Elektriciteitsprijs in toom houden

Bepalend in het succes van warmtepompen is de prijs van elektriciteit ten opzichte van die van gas. In 2022 waren de gasprijzen hoog, waardoor het aanschaffen van een warmtepomp loonde. Maar omdat de gasprijzen dalen en elektriciteitsverbruik juist relatief duur is vanwege belastingen en heffingen, wordt de businesscase minder goed. Volgens de EHPA is elektriciteit in Europa soms wel vier keer duurder dan gas. Er zijn maatregelen nodig om dit te voorkomen, bijvoorbeeld door het instellen van belastingvoordelen voor elektriciteit of een hogere CO2-prijs. Uiteindelijk moet gestuurd worden op een elektriciteitsprijs die maximaal twee keer zo hoog is als de prijs van gas.

Duidelijke beleidsplannen

Ook is het van belang om vanuit de EU helder te zijn over toekomstig beleid. In 2022 stimuleerden Europese overheden, mede vanwege de Russische inval in Oekraïne, het aanschaffen van warmtepompen. Maar in veel landen zijn deze stimulansen teruggedraaid, waardoor het consumentenvertrouwen een deuk heeft opgelopen. Ook centraal Europees beleid laat nog op zich wachten. Eigenlijk zou de EU rond deze tijd (begin 2024) een warmtepomp-plan publiceren, maar dit is tot nader orde uitgesteld. Volgens de EHPA moet de Europese Commissie toch zo snel mogelijk met een dergelijk plan komen, omdat de industrie ernaar snakt. Alleen daarmee kan de businesscase van warmtepompen voor de lange termijn worden gegarandeerd, wat de verkoop weer op zal drijven.

Lees ook:

Changemaker en advocaat Danny Hoekzema: 'Duurzame verandering is te maken met een juridische pennenstreek'

Waarom probeer je de rol van de advocatuur in het klimaatdebat te veranderen? “Het begon bij de vraag hoe mijn eigen gedrag een rol kan spelen bij de verduurzaming van de samenleving. Dan gaat het al snel over anders eten en niet meer vliegen. Maar naast een privé Danny is er ook een zakelijke Danny. Ik ben nu acht jaar jurist. Het zette mij aan het denken over de vraag wat de rol van onze beroepsgroep is in het klimaatdebat. We gebruiken het recht om de hele samenleving te organiseren. Recht komt overal in terug, van politieke afwegingen die in de wet verankerd worden tot contracten en aansprakelijkheden. Dat maakt onze rol zo interessant. Nu geldt voor de advocatuur nog vaak, ‘u vraagt, wij draaien’. Er wordt te weinig nagedacht over de gevolgen van ons advies. Uiteindelijk heeft iedereen recht op verdediging. Maar kun je een bedrijf nog wel bijstaan met advies dat indruist tegen het klimaatakkoord van Parijs? Ik vind dat dat niet kan, zowel gedragsrechtelijk als moreel niet. De advocatuur zou vaker het maatschappelijk belang kunnen laten meewegen in de adviezen die worden uitgegeven.” Heb je daar een voorbeeld van? “Heel praktisch: als een douane een lading nagemaakte Louis Vuitton-tassen onderschept bij de grens, wordt als eerste de juridische tak van Louis Vuitton gebeld. Dan is de afspraak dat de neptassen worden vernietigd zodat ze niet de markt op komen. Maar je kunt dat proces veranderen en bijvoorbeeld laten vastleggen dat neptassen niet naar een vernietigingsbedrijf, maar naar een recycler worden gestuurd zodat de grondstoffen opnieuw gebruikt kunnen worden. Louis Vuitton is tevreden, want de neptassen verdwijnen. En de maatschappij profiteert, want grondstoffen blijven behouden. Zo’n duurzame verandering is te maken met een juridische pennenstreek.” Hoe probeer je het bewustzijn van je eigen beroepsgroep te vergroten? “Begin februari zijn we de stichting Recht voor het Klimaat gestart. We willen kennis vergaren en delen over hoe juristen het recht kunnen gebruiken voor een duurzame samenleving. Het is een gedecentraliseerde organisatie waarin mensen samenkomen om zich te buigen over juridische vraagstukken. Dit kan bijvoorbeeld een toezichthouder van de Autoriteit Consument en Markt zijn die wil verduidelijken hoe bedrijven duurzaamheidsafspraken kunnen maken, zonder dat er concurrentieregels worden overtreden. Zo iemand verzamelt dan een commissie van professoren en economen om dit uit te werken. Weer een andere commissie zoekt uit in hoeverre het mogelijk is om arbeidsvoorwaarden te vergroenen, bijvoorbeeld door extra vakantiedagen aan te bieden als iemand niet met het vliegtuig gaat. Als het eenmaal lukt om dit goed uit te zoeken en vast te leggen, dan kunnen andere advocaten met dat verhaal naar de legal-afdelingen van corporates als Heineken en KLM, die het kunnen implementeren in arbeidsvoorwaarden.” Hoe krijgen je anderen mee in je missie? “Persoonlijk doe ik dat door te laten zien dat ik heel veel energie in die missie wil steken. Ook is het belangrijk dat je je omringt door mensen die je inspireren en je energie geven. Op het moment zitten we in een pand met veel ruimte voor andere bedrijven. Die ruimte willen we delen met partijen die op een andere manier met duurzaamheid bezig zijn. Tegelijkertijd wil je je tegenstanders kennen. Toen ik laatst een opiniestuk voor het FD schreef, wist ik dat er critici zouden zijn. Dan bereid ik me voor door alles te gaan lezen over wat die kritiek zou kunnen zijn. En met Recht voor het Klimaat heb ik mijn plannen gedeeld met een vriend; een ras-VVD’er. Die heb ik alles laten doorzagen. Uiteindelijk helpt dit om je eigen zaak te versterken.” Welke ontwikkelingen in de advocatuur stemmen je hoopvol? “Je ziet steeds meer dat er een generatie opkomt die duidelijk aangeeft wat het niet meer wil. Grote advocatenkantoren worstelen daarmee. Vroeger gingen de knapste koppen naar de Zuidas. Nu is dat allang niet meer vanzelfsprekend. En ook de grote bedrijven gaan niet zomaar meer in zee met kantoren die zich ook bezighouden met vervuilende praktijken. Ahold Delhaize wil van advocatenkantoren weten of ze de fossiele sector nog adviseren. Dat zijn positieve ontwikkelingen. Aan de andere kant vind ik dat Nederland ambitie mist. Afgelopen jaar kwam in mijn ogen een van de gênantste berichten naar buiten. De grote Zuidaskantoren spraken de ambitie uit dat in 2027 80 procent van het kantineaanbod plantaardig moet zijn. Op dezelfde dag maakte Follow the Money bekend dat een deel van dezelfde kantoren op de Zuidas sinds het Parijsakkoord hadden bijdragen aan de financiering van de fossiele sector voor een bedrag van 43 miljard. We hebben de Orde van Advocaten wel eens benaderd wat hun visie op de rol van advocaten hierin is. Maar die gaven geen thuis. Het zou de Orde passen als naast diversiteit en inclusie, de klimaattransitie ook een pijler wordt.” Hoe kijk je aan tegen de klimaatzaken die nu lopen tegen ING en Shell? “Ik zie dat als noodzakelijk kwaad. We moeten niet blij zijn dat er klimaatzaken worden gevoerd. Nu wordt het recht toegepast om bedrijven ter verantwoordelijkheid te roepen. Maar in mijn ogen is het beter als het recht wordt toegepast om van tevoren gedrag te veranderen. Dit gaat enigszins gebeuren met de nieuwe CSRD-wetgeving. Maar we moeten ervoor waken dat duurzaamheid niet alleen iets juridisch wordt. Het gevaar van wetgeving is, dat bedrijven het minimale gaan doen om zich daaraan te houden. Terwijl je natuurlijk wilt stimuleren dat zaken zo duurzaam mogelijk worden.” Met wie zou je graag willen samenwerken en waarom? “Voor mijn eigen kantoor zijn dat bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Ik hoop dat deze bedrijven gaan onderzoeken wat hun huidige advocaten eigenlijk nog meer adviseren. Als duurzaam bedrijf moet je in mijn ogen ook op zoek naar een advocatenkantoor dat in lijn werkt met je bedrijfsidealen. Net zoals ik kies voor duurzame koffiebonen. Als een NGO juridische hulp zoekt, kunnen ze makkelijk terecht bij de grote kantoren op Zuidas. Die willen een goed doel sowieso helpen, zodat ze dat op de website kunnen zetten en aan rechtenstudenten kunnen laten zien wat voor goede dingen ze allemaal doen. Maar ga je de Zuidas echt laten pronken met een maatschappelijke zaak, terwijl je weet dat ze dat in de regel bijdragen aan het tegenovergestelde?” Lees ook: Changemaker Savitri Groag (Artis): ‘Als we meer weten over de natuur, zorgen we er beter voor’Changemaker Ika van de Pas (Milieu Centraal): ‘Ik moet geen moreel apostel willen zijn’Changemaker Danny Benima (CFO bij Stedin): 'Hoe eerder we voorop lopen in de energietransitie, hoe meer uitstoot dat scheelt'De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.