Hannah van der Korput
28 februari 2024, 15:41

In 2023 zijn de stikstof- en fosfaatdoelen voor mest gehaald, nu nog voor 2025

Dierlijke mest bevat niet meer stikstof en fosfaat dan toegestaan. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Al valt er een kanttekening te maken: de huidige stikstof- en fosfaatwaardes liggen wel boven de mestplafonds die in 2025 ingaan.

Getty Images 157194331 Alle dieren die in Nederland worden gehouden, produceren ontzettend veel mest: jaarlijks zo’n 75 miljard kilo. | Credits: Getty Images

In Nederland leven miljoenen koeien, kippen en varkens. Al deze dieren produceren ontzettend veel mest: jaarlijks zo’n 75 miljard kilo. Deze mest bevat veel mineralen zoals fosfaat, stikstof en kalium. De uitscheiding van stikstof in dierlijke mest bedroeg 471 miljoen kilogram in 2023, becijfert het CBS. Dat is 19 miljoen kilogram onder het stikstofplafond van dat jaar. Daarmee blijft de stikstofuitscheiding 4 procent onder het voor 2023 geldende stikstofplafond. In 2025 wordt het stikstofplafond aangescherpt tot 440 miljoen kilogram stikstof. Blijft de uitstoot van stikstof hetzelfde, wordt het doel voor volgend jaar dus niet behaald.

Fosfaat

De fosfaatuitscheiding bedroeg in 2023 146 miljoen kilogram. Dat is 5 miljoen kilogram onder het huidige fosfaatplafond. Dat plafond wordt binnenkort verlaagd: in 2025 mag er 125 miljoen kilogram fosfaat in de mest van dieren belanden. Willen we daaraan voldoen, moet er dus nog wat gebeuren.

Verlagen

Eén manier om het aandeel mineralen in mest naar beneden te brengen, is het aanpassen van het veevoer. Minder eiwit helpt, zegt Jan Dijkstra, universitair hoofddocent Dierwetenschappen aan de Wageningen Universiteit en Research (WUR). “Voer je minder eiwit, dan zit er in principe minder stikstof in de mest, urine of melk van de koe. En dat is precies het knelpunt. Want de boer wil niet minder melk, en de consument wil geen melk van mindere kwaliteit. Daarom krijgen veel koeien in de praktijk een beetje meer eiwit dan ze eigenlijk nodig hebben. Ik schat in dat we in Nederland zo’n 10 procent minder eiwit kunnen voeren, zonder dat dat nadelig effect heeft op de melk(productie). En dat scheelt behoorlijk wat stikstofverliezen, vooral in de vorm van ammoniak.”

Andere mogelijkheden zijn het verkleinen van de veestapel en het verdunnen van de mest voordat het wordt uitgereden op het land. Eind 2022 werd al bekend dat Nederlandse boeren de komende jaren stapsgewijs steeds minder mest over hun akkers mogen uitrijden.

Innovatieve oplossingen

Technische innovaties kunnen het overtollige mest een nieuwe toepassing geven. Zo ontwikkelde het Nederlandse Methaplanet een gepatenteerde technologie waarmee het onder andere van stro en mest pellets kan maken met een hoge energiedichtheid. “In de huidige situatie wordt stromest (een combinatie van mest en stro, red.) in Nederland eigenlijk niet in een vergister gebruikt. Stromest is moeilijk toegankelijk voor de bacteriën in een vergister en heeft daardoor een lange doorlooptijd nodig. Wij kunnen de stromest voorbewerken tot makkelijk vergistbare energiekorrels. Deze energiekorrels leveren per gewicht vijf keer meer energie dan het oorspronkelijke product. Bovendien vergisten de korrels drie keer sneller dan gewoon stromest”, zei oprichter Xander Sandell eerder.

De start-up Alloptimal uit Berkel en Rodenrijs brengt een mestverwerkingssysteem op de markt waarmee veehouders hun CO2- en stikstofuitstoot kunnen verminderen. De Bioblox-installatie is een combinatie van een mestvergister en een luchtwasser die boeren op hun erf kunnen laten bouwen. Uit allerlei berekeningen blijkt dat boeren hiermee niet alleen hun milieu-voetafdruk kunnen verlagen, maar ook winst kunnen maken. “Het is geld verdienen met je mest en tegelijkertijd een probleem oplossen”, aldus technische directeur Jan Driegen van Alloptimal in een eerder interview met Change Inc.

Waarom is het belangrijk?

Het verlagen van de uitstoot van stikstof en fosfaat is hard nodig, omdat het een negatief effect heeft op het milieu. Al tientallen jaren komt er in Nederland teveel stikstof en ammoniak in de lucht en natuur terecht. Naast de landbouw dragen ook de industrie, bouw en het verkeer daar aan bij. De stikstofuitstoot moet drastisch omlaag, oordeelde de Raad van State in 2019. Door die uitspraak zijn veel vergunningen ongeldig verklaard, wat ervoor zorgde dat we in een stikstofcrisis terechtkwamen.

Lees ook:

Dit moet er gebeuren om de verkoop van warmtepompen nieuw leven in te blazen

In het REPowerEU-plan, een beleidspakket ontworpen om de elektriciteitsproductie in de EU te verschonen en onafhankelijk te maken van Russisch gas, staat dat er 60 miljoen extra warmtepompen geïnstalleerd moeten zijn tegen het jaar 2030. Maar, zo waarschuwt de EHPA, we stevenen nu af op slechts 23 miljoen stuks (met daarbij ook nog Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk meegerekend). Dat komt omdat de verkoop van warmtepompen in 2023 is teruggelopen. In totaal werden er 2,64 miljoen warmtepompen verkocht. Dat is een afname van 5 procent, aangezien er in 2022 nog 2,77 miljoen nieuwe warmtepompen over de toonbank gingen. Je kunt spreken van een opmerkelijke kentering, aangezien de verkoop in de tien jaren ervoor elk jaar steeg. Marktanalisten verwachten dat de daling dit jaar verder zal voortzetten als er geen maatregelen genomen worden. Wel groei in Nederland Het gaat om de verkoopcijfers van veertien Europese landen, samen goed voor bijna heel de warmtepompenmarkt. In acht van die veertien landen – waaronder Italië, Frankrijk en Zwitserland – liep de verkoop terug. In de andere landen steeg de verkoop juist. Nederland is hier één van, maar ook bijvoorbeeld Noorwegen en Duitsland. Toch was dit niet genoeg om het totale verkoopcijfer groen te kleuren, ook omdat zelfs die landen in het laatste kwartaal de verkoop zagen dalen. Niet alleen het REPowerEU-plan komt daarmee in gevaar, ook zal de situatie naar verwachting leiden tot vele ontslagen. Het aantal werknemers dat hun baan zal verliezen wordt geschat op 3.000. Volgens de EHPA moeten er enkele belangrijke zaken geregeld worden om het probleem te kunnen fiksen. Elektriciteitsprijs in toom houden Bepalend in het succes van warmtepompen is de prijs van elektriciteit ten opzichte van die van gas. In 2022 waren de gasprijzen hoog, waardoor het aanschaffen van een warmtepomp loonde. Maar omdat de gasprijzen dalen en elektriciteitsverbruik juist relatief duur is vanwege belastingen en heffingen, wordt de businesscase minder goed. Volgens de EHPA is elektriciteit in Europa soms wel vier keer duurder dan gas. Er zijn maatregelen nodig om dit te voorkomen, bijvoorbeeld door het instellen van belastingvoordelen voor elektriciteit of een hogere CO2-prijs. Uiteindelijk moet gestuurd worden op een elektriciteitsprijs die maximaal twee keer zo hoog is als de prijs van gas. Duidelijke beleidsplannen Ook is het van belang om vanuit de EU helder te zijn over toekomstig beleid. In 2022 stimuleerden Europese overheden, mede vanwege de Russische inval in Oekraïne, het aanschaffen van warmtepompen. Maar in veel landen zijn deze stimulansen teruggedraaid, waardoor het consumentenvertrouwen een deuk heeft opgelopen. Ook centraal Europees beleid laat nog op zich wachten. Eigenlijk zou de EU rond deze tijd (begin 2024) een warmtepomp-plan publiceren, maar dit is tot nader orde uitgesteld. Volgens de EHPA moet de Europese Commissie toch zo snel mogelijk met een dergelijk plan komen, omdat de industrie ernaar snakt. Alleen daarmee kan de businesscase van warmtepompen voor de lange termijn worden gegarandeerd, wat de verkoop weer op zal drijven. Lees ook: Effectieve CO2-warmtepomp maakt oudere woningen klaar voor de toekomstMet warmtepomp-abonnement wil Eneco bredere doelgroep bereikenWarmtepomp belast milieu veel meer maar is echt wel zinvol