André Oerlemans
22 februari 2024, 11:00

Gaat dit nieuwe, stevige én afbreekbare plastic voor een revolutie zorgen?

Om de groeiende berg plasticafval in de wereld binnen de perken te houden is plastic recyclen van groot belang. Dit lukt wel met plastics als folie en verpakkingen, maar niet met sterke plastics als autobanden, schoenzolen of windmolenbladen. Bij Wageningen Universiteit & Research (WUR) hebben ze een nieuw soort plastic uitgevonden dat zowel sterk als makkelijk recyclebaar is: compleximeren.

Van Lange met compleximeer met randje Sophie van Lange toont een plastic staafje van compleximeer. | Credits: WUR

Het is een variant op de moleculen waaruit plastics bestaan: polymeren. “De naam compleximeren hebben we zelf bedacht. Het is een combinatie van polymeer en complex”, zegt Sophie van Lange (26), promovendus aan de groep Physical Chemistry and Soft Matter van de WUR. Het concept van compleximeren is bedacht in die groep. Samen met collega’s is zij de eerste die het principe in de praktijk heeft toegepast. Haar onderzoek is onlangs wereldkundig gemaakt in het wetenschappelijke tijdschrift Science Advances, zodat iedereen er kennis van kan nemen of ermee aan de slag kan gaan.

Op grote schaal toepassen

Zelf met de uitvinding de markt op gaan, bijvoorbeeld in de vorm van een start-up, is voorlopig nog geen doel. In haar ideale beeld zou dit nieuw soort plastic op den duur alle harde, niet recyclebare plastics kunnen vervangen. Dus niet de plastics die nu al recyclebaar zijn. “Het concept werkt gewoon en ik ben er heel enthousiast over. Als we nog wat stappen maken en de eigenschappen van het materiaal verbeteren, hoop ik dat we het op grotere schaal gaan toepassen. Dat is de droom”, zegt Van Lange.

Meer plastic, weinig recycling

Volgens de OECD stijgt het wereldwijde plasticgebruik van 460 miljoen ton in 2019 naar 1.231 miljoen ton in 2060. Daarvan komt nu 140 miljoen ton in het milieu terecht en straks 493 miljoen ton. In Nederland wordt ongeveer de helft van alle plastic flessen en verpakkingen gerecycled. Wereldwijd wordt 14 procent gescheiden en 5 procent gerecycled. Van Lange: “We gebruiken heel veel plastic. Plastic weglaten of vervangen is niet zo eenvoudig. Als ik over plastic praat, krijg ik vaak de reactie dat het superslecht is, maar er wordt juist heel veel aan innovatie gedaan. Daarom wilde ik met mijn PhD-project een steentje bijdragen aan de oplossing van het probleem.”

Folie makkelijk te recyclen

Om te begrijpen waar ze het over heeft, moeten we weer even terug naar de natuur- en scheikundeklas. Plastics of kunststoffen bestaan uit zogeheten polymeren. Dat zijn grote moleculen die uit een lange ketens van herhalende aaneengeregen stukjes bestaan: monomeren. Dat maakt het materiaal zo sterk en voor vele toepassingen bruikbaar. Plastic in folies of zakjes kun je smelten, vervormen of oplossen als je het verwarmt. Dat plastic is daardoor makkelijk te recyclen.

Schoenzolen niet recyclebaar

Er bestaat ook een andere klasse polymeren, waarin extra chemische dwarsverbindingen zijn aangebracht voor de stevigheid. Door die dwarsverbindingen zijn de moleculen moeilijk uit elkaar te halen. Daardoor zijn die plastics niet of nauwelijks recyclebaar. Het gaat dan vooral om sterke plastics, die doorgaans bedoeld zijn voor zwaardere toepassingen. Bijvoorbeeld in de bladen van windturbines of rubbers in autobanden en schoenzolen. “Die materialen zijn heel erg sterk en zijn bijvoorbeeld resistent tegen oplosmiddelen. Ze lossen niet op en vloeien of vervormen niet als je ze verwarmt. Het nadeel is dat die materialen niet recyclebaar zijn”, zegt Van Lange.

Net als keukenzout

De onderzoeksgroep van de WUR zocht naar een nieuw soort plastic dat tussen deze twee soorten in zat. Een plastic dat zowel de kracht heeft van materiaal met chemische dwarsverbinding, maar nog steeds recyclebaar is door verwarming. Daarvoor paste de groep een ander wetenschappelijk principe toe. Niet die van chemische verbindingen, maar van de natuurkundige aantrekkingskracht tussen positieve en negatieve ladingen. Dat is een beetje te vergelijken met twee magneten die aan elkaar klikken. Zo kun je ook materialen aan elkaar vastmaken. Dat gebeurt bijvoorbeeld al bij keukenzout – natriumchloride – waar de positieve lading van natrium en de negatieve lading van chloride de zoutkorrels bij elkaar houden.

Waterafstotend maken

Maar die verbindingen zijn heel erg watergevoelig. Keukenzout lost meteen op in water. Aan plastic dat meteen zacht wordt of oplost als het in aanraking komt met water heb je niet zoveel. Dat probleem moest Van Lange dus oplossen. “We hebben een trucje gebruikt om te zorgen dat die tegengestelde ladingen intact blijven als ze in aanraking komen met water. Dat is een groot onderdeel van wat we hier hebben gedaan”, zegt Van Lange. “De ladingen in de compleximeren worden nu afgeschermd met waterafstotende stukjes molecuul, een soort moleculaire parapluutjes of schildjes. Dat zorgt ervoor dat het materiaal waterafstotend is.”

Rubberachtig materiaal

Zo worden twee soorten polymeren geproduceerd: eentje die positief is geladen en eentje met een negatieve lading. Als je die bij elkaar mengt, ontstaat de compleximeer. Dat is een soort fijn poeder. Dat kan in elkaar geperst worden tot vast materiaal. Van Lange heeft er nu kleine plastic staafjes van gemaakt. Dat materiaal zou dus in de toekomst gebruikt kunnen worden voor toepassingen van harde plastics. “Dat zou heel mooi zijn, maar we moeten nog veel aanpassingen doen aan het materiaal”, zegt ze. “In de huidige staat hebben we nog niet meteen een toepassing. Als we er bijvoorbeeld een autoband van willen maken, moet het een stevig en flexibel, rubberachtig materiaal zijn. Dat is het nu nog niet. We laten vooral het concept zien. We zijn wel aan het werk om te kijken hoe we het materiaal meer elastisch kunnen maken, zodat het bijvoorbeeld als rubber kan dienen.”

Makkelijk te recyclen

Compleximeren zijn heel makkelijk te recyclen. De plastic staafjes worden weer fijngemalen tot het oorspronkelijke poeder en dan opnieuw verwarmd in een mal. Zo kun je er weer nieuwe vormen van maken. “Het materiaal verliest geen mechanische eigenschappen als je het hergebruikt”, zegt Van Lange. “Dus zou je in principe oneindig kunnen hergebruiken, al is oneindig een groot woord. Daardoor is het dus goed recyclebaar.”

Iedereen kan het maken

In het wetenschappelijk artikel op Science Advances staat precies hoe compleximeren gemaakt kunnen worden. Dat is openbaar te vinden op internet en de techniek is niet gepatenteerd. In principe kan iedereen dus dit nieuwe plastic gaan maken, van grote chemische bedrijven tot andere universiteiten. Van Lange: “Iedereen kan het lezen en heeft dan alle recepten om het na te doen. Dat vind ik het mooie van wetenschap. Dat je samen iets doet, dat het onderzoek beschikbaar is, dat andere mensen uit dit verhaal inspiratie kunnen halen en dat we dan hopelijk met meer mensen stappen kunnen maken.”

Ze werkt al samen met andere Nederlandse universiteiten die geïnteresseerd zijn in dit concept en het onderzoek verder kunnen helpen. “Zo accelereer je zo’n innovatie. Samenwerken is leuk”, zegt ze.

Lees ook:

Changemaker Savitri Groag (Artis): ‘Als we meer weten over de natuur, zorgen we er beter voor’

Hoe zorg je voor duurzame verandering binnen Artis? “Door het er altijd over te hebben en het gesprek aan te gaan. Als ik voor collega’s een cappuccino haal, vraag ik of ze er gewone melk in willen of koemelk. Want wat is gewone melk, en hoe gewoon is dat eigenlijk? Ik vertel mensen graag waar ik mee bezig ben. Enerzijds omdat ik het leuk vind, anderzijds omdat ik hoop dat anderen mee willen doen. Ik vind het fantastisch als ik op de schouder word getikt door een collega of een vrijwilliger met een goed idee. Dan heb ik het idee dat ik het niet alleen doe. Bovendien zie ik lang niet alles. De input van collega’s is enorm waardevol. Bij Artis hebben we een box waar collega’s hun ideeën kwijt kunnen. Dat levert goede inzichten op.” Waar zie je dat je al verschil maakt? “We zijn bezig om Artis volledig gasloos te maken. Ook werken we samen met de gemeente Amsterdam om extra regenwater op te vangen en op te slaan, zodat we dat in droge tijden kunnen gebruiken als tuinbesproeiing. Deze projecten zijn gericht op de lange termijn. Ze duren jaren en daarom is de impact niet meteen tastbaar. Daarnaast houd ik me ook bezig met korter lopende en concrete dingen. Zo hebben we een zitbankje gemaakt van de poep uit het olifantenverblijf. Over zo’n tastbaar voorbeeld kun je makkelijker communiceren. Het is een manier om te laten zien dat ook iets als olifantenpoep van waarde is. Een ander voorbeeld is dat de horeca volledig vegetarisch is. Dit schreeuwen we niet van de daken. Mensen bestellen geen vegetarische kroket, maar gewoon een kroket. Onze gyros en hotdogs zijn plantaardig. Persoonlijk zou ik nog een stap extra willen zetten met een compleet plantaardig assortiment. Hier wordt aan gewerkt. Het softijs en de patisserie zijn al plantaardig, maar dat geldt niet voor de broodjes kaas. Het is overigens niet zo dat bezoekers geen vis of vlees kunnen eten: iedereen is vrij om zelf eten en drinken mee te nemen. Wij verkopen het alleen niet. Ik wil niemand verplichten om een bepaalde keuze te maken, maar wil de duurzame keuze wel stimuleren.” Hoe krijg je anderen mee in je duurzame missie? “Artis bestaat uit het park, het Groote Museum en Micropia. Er is veel te doen. In het park leven natuurlijk de dieren, maar mensen kunnen ook de botanische tuin bezoeken en zien wat daar allemaal groeit en bloeit. Het Planetarium laat de ruimte en het heelal zien, waar onze aardbol maar een klein onderdeel van is. In het museum staat de rol van mensen in het hele ecosysteem centraal, en Micropia laat zien hoe belangrijk bacteriën en micro-organismen zijn. Ook organiseren we lezingen en workshops. We praten over het voedselsysteem van de toekomst of spijkeren de plantenkennis bij. Artis is een plek van verwondering. Ik hoop dat mensen door een bezoek nieuwe inzichten krijgen en met andere ogen naar de wereld kijken. Daarbij is kennisoverdracht belangrijk. Als we meer weten over de natuur, zorgen we er beter voor. Daar ben ik van overtuigd.” Al ziet niet iedereen de dierentuin als natuur. Hoe reageer je op die kritiek? “Ik denk daar zelf veel over na. Juist aan die educatieve kant levert Artis een belangrijke bijdrage. Een dier in het echt zien, hoe het zich gedraagt en hoe het zich beweegt, is compleet anders dan in een documentaire. Zolang mensen het verschil niet weten tussen een gorilla en een chimpansee, hebben we een educatieve rol.” Dat neemt niet weg dat Artis in transitie is, vertelt Groag. “We hebben nu veel minder diersoorten dan in het verleden. Het dierenwelzijn is altijd prioriteit nummer één. Met nieuwe verblijven en extra ruimte kunnen de dieren zich natuurlijker gedragen. Veel dieren zijn in Artis geboren en leven er al jaren. Het is echt hun thuis. Daarbij is het niet zo zwart-wit. Er zijn mensen die tegen dierentuinen zijn, maar vandaag de deuren sluiten is geen oplossing. Willen we dieren uitzetten in het wild, dan moet er eerst wat gebeuren aan hun natuurlijke leefomgeving. Artis werkt samen met lokale organisaties om het leefgebied van wilde dieren te verbeteren, denk aan het beschermen van parken en het aanleggen van ecoducten. We hebben ook een rol als het gaat om soortbehoud. Met diverse fokprogramma’s en uitwisselingen met andere dierentuinen willen we voorkomen dat diersoorten uitsterven. Laat ik de Afrikaanse pinguïn als voorbeeld nemen. Hun leefgebied en voedselaanbod is zodanig aangetast dat ze met uitsterven worden bedreigd. Gaat het zo door, dan is deze pinguïn er over tien jaar niet meer. Ik kijk dan naar ze in Artis en denk: dat kunnen we toch niet laten gebeuren?” Welke uitdagingen zie je op dit moment? “Ik wil dat zoveel mogelijk mensen Artis kunnen ervaren, in de hoop dat ze zich daarna meer verbonden voelen met de natuur en meer zorg dragen voor alles wat leeft. Zelf ervaar ik dat heel sterk. De levende omgeving van Artis geeft me energie en doet me realiseren hoe mooi de natuur in elkaar zit. Dat gun ik iedereen. Tegelijkertijd verkopen we entreetickets om alles te bekostigen. Ik zou willen dat we de entree gratis zouden kunnen maken: dan zou Artis echt toegankelijk zijn voor iedereen.” Met welke partij of welk persoon zou je het liefst willen samenwerken? “Omdat Artis een stichting is, heb je altijd behoefte aan mensen die je een warm hart toedragen. Bedrijven die Artis sponsoren of een zakelijk evenement bij ons houden. Leden, vrienden van Artis, scholieren, bezoekers… ik zou iedereen willen uitnodigen om naar Artis te komen en er verliefd op te worden.” Meer Changemakers: Changemaker Ika van de Pas (Milieu Centraal): ‘Ik moet geen moreel apostel willen zijn’Changemaker Danny Benima (CFO bij Stedin): 'Hoe eerder we voorop lopen in de energietransitie, hoe meer uitstoot dat scheelt'Changemaker Chantal Schrijver (EIB): 'We investeren alleen in bedrijven die duurzaam én innovatief zijn'De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.