Sebastian Maks
09 januari 2024, 13:18

Balanceren tussen wateroverlast en watertekort: de bodem als buffer

2023 was het natste jaar ooit gemeten. Het water viel met bakken uit de lucht, honderden millimeters meer dan gemiddeld. Anderzijds zullen door klimaatverandering meer periodes van aanhoudende droogte optreden, waarin we water juist heel hard nodig hebben. Hoe kan de vraag en het aanbod van water beter op elkaar worden afgestemd?

Bv V 20210204 Uiterwaarden Waal 08 lg Uiterwaarden van de Waal. | Credits: Unie van Waterschappen

We hebben veelbewogen weken achter de rug. Hevige regenval leidde tot waterstanden zoals we die in Nederland niet vaak meemaken. Een vollopende Rijn, de inzet van Defensie-helikopters, het Markermeer dat op springen staat. De laatste druppel deed dit weekend de emmer overlopen: kades in Volendam en Monnickendam traden buiten hun grenzen. De overlast bleef gelukkig beperkt, mede dankzij het harde werk van onder meer Rijkswaterstaat en de waterschappen.

Tegelijkertijd roept de huidige situatie vragen op. Nederland pompt traditiegetrouw namelijk veel van het binnenkomende water weg door middel van gemalen. Ook is via overheidsprogramma’s meer ruimte geboden aan rivieren. Maar niet zo lang geleden kampte Nederland nog met uitzonderlijke droogte. Volgens het KNMI viel 2023 in de top 5 van droogste jaren sinds het begin van metingen in 1901. En met klimaatverandering in het achterhoofd verwachten experts dat zulke periodes van droogte steeds vaker zullen voorkomen. Is het daarom niet slimmer om meer van ons water op te slaan dan af te voeren?

Overgangsperiode

“Het klopt dat we altijd veel van ons water hebben weggepompt naar zee”, vertelt Jane Alblas van de Unie van Waterschappen. “Maar we zitten momenteel wel in een overgangsperiode, met name omdat we de laatste tijd meer te maken hebben met droogte. Er gebeurt steeds meer om het water in Nederland vast te houden. In het verleden zijn bijvoorbeeld veel kronkelende beekjes recht gemaakt om sneller water af te voeren naar zee. Nu worden die beekjes juist weer kronkelend gemaakt zodat het water langer daar blijft. Daarnaast hanteerden de waterschappen vroeger altijd een apart winter- en zomerpeil, waarbij water werd opgeslagen in de zomer en overtollig water werd geloosd in de winter. Nu proberen ze de beide peilen zoveel mogelijk hoog te houden.”

Grondwater

Dat gaat bijvoorbeeld over de waterstanden van sloten. Die peilen hebben invloed op de grondwaterstand, ofwel de hoeveelheid water die opgeslagen zit in de bodem. Bodemwater wordt onder meer gebruikt voor de drinkwatervoorziening, landbouw, industrie, natuur en opwek van energie. De bodem is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld grootschalige reservoirs, het meest realistische middel om meer water te bewaren voor drogere tijden. In de eerste plaats omdat Nederland een klein land is. De ruimte voor grootschalige opslag is beperkt. Alblas: “En veel van ons land is bedekt met steen. Ik denk dat daar veel te winnen valt. We kunnen bijvoorbeeld meer werken met groene daken en waterdoorlatende tegels. Dat zijn zaken waar in moet worden geïnvesteerd.”

Een belangrijk voordeel van opslag in de bodem is dat het water langer behouden blijft. “Als je water in een plas of polder opslaat, en er treedt een hittegolf aan, dan verdampt het water snel. In de bodem heb je daar minder last van. Ook is het voor de natuur en de landbouw goed als er voldoende water in de bodem zit. Daarom zijn we ook erg blij met de buffers die nu worden aangelegd door de regenval.”

Dit doet de Unie van Waterschappen

In totaal kent Nederland 21 waterschappen. Samen met Rijkswaterstaat beheren zij ons water. Ze maken het schoon, houden de peilen op stand, maar beschermen ons ook tegen een overschot aan water. De Unie van Waterschappen vertegenwoordigt alle 21 waterschappen en behartigt hun belangen in zowel binnen- als buitenland.

Waterbergingsgebieden

Daarnaast zijn er wel degelijk reservoirs in Nederland waar water wordt opgeslagen. Die worden waterbergingsgebieden genoemd. “Tussen Den Haag en Zoetermeer ligt bijvoorbeeld de Nieuwe Driemanspolder”, zegt Alblas. “Dat is een aangelegd natuurgebied dat ervoor zorgt dat inwoners van omringende steden droge voeten houden bij een piekbui, maar ook dat niet al het water afgevoerd hoeft te worden naar zee. Het wordt dan in een moerasachtig gebied opgeslagen, waar ook weer veel watervogels kunnen herbergen.” Een ander voorbeeld, zo vertelt ze, is de Eendragtspolder bij Rotterdam. In die waterberging kan vier miljoen kubieke meter water worden opgeslagen. En als het water van de Rotte uit zijn oevers dreigt te treden, dient de Eendragtspolder als een noodreservoir.

Grenzen bereikt?

De Unie van Waterschappen raadt dus vooral aan om meer water op te slaan in onze bodem, en tot op zekere (lees: haalbare) hoogte in waterbergingsgebieden. Toch benadrukt Alblas dat wateropslag geen panacee is voor elk droogteseizoen. “Op een gegeven moment bereikt het watersysteem ook gewoon de grens van wat er mogelijk is. Binnen die grenzen moeten we alles doen wat we kunnen, en moeten we daar vol in investeren. Maar er moet ook echt wat aan de vraagzijde gebeuren. Want onze vraag naar water is het hoogst op de momenten dat waterstanden het laagst zijn, in tijden van droogte. Daarom moeten we kijken naar manieren om water te besparen. Op de Veluwe staan bijvoorbeeld naaldbomen die veel water nodig hebben. Kunnen we daar bijvoorbeeld niet meer loofbomen planten die wat beter tegen droogte kunnen? Of kunnen we gewassen gaan telen op landbouwgronden die minder water nodig hebben?”

Minstens zo belangrijk, benadrukt Alblas, is om wateropslag in het achterhoofd te houden bij bestemmingsplannen voor de bouw. “De behoefte om woningen te bouwen is groot, dat snappen wij ook. Maar die urgentie ontheft je niet van de taak om dat op een verstandige manier te doen. Ik hoorde laatst iemand zeggen: je gaat ook geen huis bouwen op een snelweg, want die is bedoeld voor verkeer. Dat principe geldt ook voor uiterwaarden of een buitendijks gebied, die zijn bedoeld voor wateropslag. En bij nieuwbouw moet er goed nagedacht worden over het reserveren van ruimte voor water, niet alleen voor later gebruik maar ook om ervoor te zorgen dat de kelders niet onderlopen bij regenval. Nu is dat nog heel vrijblijvend, maar wij zouden dat graag verankerd zien worden in de wet.”

Lees ook:

Met warmtepomp-abonnement wil Eneco bredere doelgroep bereiken

Je huis verwarmen door middel van een warmtepomp is niet alleen goed voor het klimaat, het bespaart ook geld. Steeds meer Nederlanders kiezen dan ook voor het verwijderen van hun cv-ketel, en ook de overheid stimuleert het aanschaffen van een warmtepomp. Maar dat vergt wel een grote investering van consumenten, waardoor het niet voor iedereen een realistische optie is. Daarom gaat Eneco vanaf nu hybride warmtepompen verhuren. Een hybride warmtepomp werkt nog samen met een reguliere cv-ketel en bespaart daarmee zo’n 60 procent aardgas en 30 procent CO2-uitstoot. Elga Ace van Remeha Eneco hanteert een huurtarief van 50 euro per maand. Hier zijn de installatie en het periodiek onderhoud van de hybride warmtepomp bij inbegrepen. De minimale looptijd is 18 maanden. Klanten die kiezen voor een huurwarmtepomp krijgen van Eneco een Elga Ace van 4 kilowatt ter beschikking. Dat is een hybride warmtepomp van het bedrijf Remeha, dat vorig jaar zijn productie naar Nederland haalde. Nieuw kosten hybride warmtepompen (naast een bestaande cv-ketel) ongeveer 6.000 euro. Dat zou betekenen dat je 10 jaar kunt huren voor dezelfde prijs als de aanschaf van een eigen warmtepomp (onderhoud niet meegerekend). Gemiddeld gaan warmtepompen tussen de 15 en 20 jaar mee. Maar: voor een nieuwe warmtepomp kun je als eigenaar subsidie aanvragen. In het geval van Remeha’s Elga Ace komt die subsidie uit op 2400 euro. Daarmee is het totaalbedrag van een nieuwe hybride warmtepomp 3.600 euro, wat gelijk staat aan 6 jaar huren bij Eneco. Ook andere abonnementen Het verhuren van warmtepompen is niet nieuw. Andere organisaties bieden dit al langer aan, tegen wisselende tarieven. Ook andere manieren voor consumenten om te verduurzamen, worden op abonnementsbasis aangeboden. Het Noorse Otovo is hier een voorbeeld van. Dat bedrijf levert zonnepanelen aan consumenten op abonnementsbasis. Dat doet het in dertien landen, waarvan Nederland één is. Ook verhuurt het bedrijf thuisbatterijen aan zonnepaneelbezitters. Per situatie wordt een apart aanbod gemaakt op basis van variabelen zoals het aantal zonnepanelen, de hoeveelheid stroom die wordt teruggestuurd naar het net en het energieverbruik. “Hoewel voor veel consumenten in Nederland een thuisbatterij nog onbekend terrein is, zien we veel interesse”, zei Otovo eerder. “Onafhankelijkheid van het elektriciteitsnet en alvast voorsorteren op de toekomst waarin thuisbatterijen een belangrijk ingrediënt zullen zijn in de ideale energiemix, zijn ook motieven. Met een flexibel abonnement bieden wij de mogelijkheid om eenvoudig in te stappen.” Lees ook: Grootste batterij van Nederland opgeleverd, nog grotere in aantochtHoe gaat het nu met: Nederlandse batterijproducent en 'dirigent van energie' iwellEffectieve CO2-warmtepomp maakt oudere woningen klaar voor de toekomst