Hannah van der Korput
18 december 2023, 13:30

Europa stopt 50 miljoen in precisiefermentatie, maar of dat genoeg is...

Precisiefermentatie maakt het mogelijk om dierlijke producten zoals kaas en melk te produceren, maar dan zonder dieren. De Europese Unie ziet kansen in deze alternatieve eiwitproductie en heeft 50 miljoen euro toegezegd. Al is er meer nodig om deze innovatie echt van de grond te laten komen.

Getty Images 1129399114 Wil precisiefermentatie echt een boost krijgen, moet Europa ook wat doen aan de langdradige wet- en regelgeving. | Credits: Getty Images

Eerst was er fermentatie, nu is er precisiefermentatie. Fermentatie is een proces waarbij bacteriën, schimmels en gisten worden gebruikt om voedingsmiddelen te maken. Hierbij kan je denken aan yoghurt, bier en zuurkool. Met precisiefermentatie is het, zoals de naam al zegt, mogelijk om veel preciezer te werk te gaan. Door nieuwe technieken kunnen bacteriën en schimmels zo worden aangepast dat ze de gewenste ingrediënten produceren. Zo kunnen producten afkomstig van dieren zoals kaas, melk en vlees ook gemaakt worden door middel van precisiefermentatie.

Milieu-impact

Voedsel produceren in het lab in plaats van op het land verlaagt de milieu-impact aanzienlijk. Dankzij precisiefermentatie is veel minder land nodig om veevoer op te laten groeien of koeien te laten grazen. Ook het gebruik van water en antibiotica neemt hierdoor af.

Interesse vanuit Europa

Dat maakt precisiefermentatie interessant voor Europa. De Europese innovatieraad (EIC) ziet kansen om met dit proces het voedselsysteem te verduurzamen. De beschikbare 50 miljoen is bedoeld om bedrijven die bezig zijn met precisiefermentatie te ondersteunen. Het geld is vooral bedoeld voor start-ups. Europa stuurt aan op het zoveel mogelijk recyclen en upcyclen van agrarische reststromen.

Veiligheid en regelgeving

Hoewel precisiefermentatie al wordt ingezet om 99 procent van de insuline (het medicijn tegen suikerziekte) te produceren, zijn er zorgen over de veiligheid en regelgeving wanneer de techniek wordt toegepast op voeding. Recent werd een bijeenkomst georganiseerd door de landbouworganisatie van de Verenigde Naties over nieuwe voedselbronnen en productiesystemen. Hieruit bleek dat de gevaren voor de voedselveiligheid van deze nieuwe technieken over het algemeen vergelijkbaar zijn met die van conventionele voedingsmiddelen.

Ondanks deze theorie is de praktijk weerbarstig. Nieuwe voedingsingrediënten vallen vaak onder het zogenaamde novel food-dossier. Voordat nieuw voedsel op de markt mag komen, moet het uitvoerig worden getest en gecontroleerd. De Europese regels zijn streng en uitgebreid, waardoor het proces jaren duurt. Wil precisiefermentatie echt een boost krijgen, moet Europa ook wat doen aan de langdradige wet- en regelgeving.

Lees ook:

Lidl en Jumbo gaan samenwerking aan om CO2-uitstoot in kaart te brengen

Het is voor bedrijven in de retailsector – waaronder bijvoorbeeld kledingwinkels, bouwmarkten en supermarkten – vaak moeilijk om exact hun ecologische voetafdruk te bepalen. Dit komt omdat hun broeikasgasemissies vooral onder scope 3 vallen, ofwel de emissies die voortkomen uit bezigheden van andere bedrijven in een productketen. Het feit dat die productketens lang en weinig transparant zijn, gooit roet in het eten bij het nauwkeurig berekenen van de uitstoot van broeikasgassen. Complexe keten “Achter elke gevulde supermarkt zit een enorm complexe keten aan producenten en toeleveranciers, met vertakkingen over de hele wereld en producten die soms talloze keren van eigenaar verwisselen”, vertelt Leontien Hasselman-Plugge, mede-CEO van ImpactBuying. “De broeikasuitstoot van die producten komt voor meer dan 90 procent uit deze ketens.” Op dat vlak bespeurt ze dan ook een groot gat in de data. Meer gegevens nodig Voor de supermarkten Lidl en Jumbo, maar ook voor inkoopbedrijven Superunie en EMD wil ImpactBuying dat gat gaan opvullen. Er moet een nauwkeurigere dataverzameling plaatsvinden van de uitstoot op productniveau, maar ook over eventuele duurzaamheidswinsten die al worden geboekt. Dat kan de supermarkten helpen om beter bij te houden of hun verduurzamingsbeleid effect heeft en of ze op schema liggen om hun doelen te halen. Kennisdeling belangrijk Het doel van de brede samenwerking (naar eigen zeggen hebben de aangesloten partijen ruim 60 procent van de markt in handen) is om meer data te kunnen verzamelen, maar ook om deze te delen onder de betrokken bedrijven in de sector. Dat moet uiteindelijk een groter effect hebben dan wanneer alleen de individuele bedrijven de data in handen hebben. Het gaat dan overigens niet alleen om gegevens van de CO2-uitstoot, maar ook over de effecten op de natuur en biodiversiteit. Lidl ‘on a roll’ De Lidl is de laatste tijd veel initiatieven aan het opzetten om zijn bedrijfsvoering wat duurzamer te maken. Laatst werd bijvoorbeeld bekend dat de Duitse tak het prijsverschil tussen vlees en vleesvervangers recht gaat trekken, zodat prijs geen reden meer is om een vleesvervanger te laten liggen. Ook kunnen klanten sinds kort in tien Lidl-vestigingen in Nederland zelf hun wasmiddel bijvullen in herbruikbare verpakkingen. Lees ook: Nee, de consument vindt plantaardige zalm niet verwarrendDeze kerstbomen gaan terug de natuur in: ‘Boom is geen wegwerpproduct’Niek Veendrick (Stoov): ‘Met een lelijk product maak je geen impact’