Sebastian Maks
12 december 2023, 13:45

Over deze drie duurzame maatregelen werd Europa het afgelopen week eens

Er is de afgelopen week flink onderhandeld in Brussel. Een verbod op het vernietigen van kleding, strengere regels voor het transport van dieren en voorstellen voor het verduurzamen van gebouwen. Change Inc. loopt drie ingrijpende EU-wetsvoorstellen langs.

Getty Images 1456318955 Er is flink onderhandeld in Brussel, met deze drie duurzaamheidsakkoorden tot gevolg.

Verbod op kledingverbranding

De productie en het gebruik van kleding is nog geen duurzaam geheel te noemen. Niet alleen kopen we als mensheid (te) veel nieuwe kleding, wat het milieu vervuilt en gepaard gaat met onacceptabele arbeidsomstandigheden, ook retourneren we veel van die kleding weer. Vaak belandt die kleding niet opnieuw in de winkel, maar op de afvalberg. Vervolgens wordt de kleding verbrand.

De Europese Commissie wil aan die verbranding een einde aan maken door middel van een verbod op het vernietigen van onverkochte kleding. Vorige week gingen de Raad van de Europese Unie en het Europese Parlement daarmee akkoord. Ook werden ze het eens over strengere regels voor kledingproducenten. Die moeten worden gestimuleerd om kleding te maken die langer meegaat en eenvoudiger te repareren is, evenals om maatregelen te nemen om hun productie te verduurzamen. De precieze invulling van de regels wordt later nog vastgelegd met aanvullende wetgeving.

Het voorstel moet begin 2024 officieel nog goedgekeurd worden door het voltallige Europese Parlement en de individuele EU-lidstaten. Dit wordt gezien als een formaliteit.

Aanscherping regels dierentransport

De Europese Commissie heeft onlangs ook een voorstel gedaan om het welzijn van getransporteerde dieren in Europa te verbeteren. Zo’n 1,6 miljard dieren reizen per jaar de Europese Unie rond. Momenteel geldt er geen maximum voor de reistijd van die dieren, alleen de verplichting om na een reis van 24 tot 29 uur een rustdag in te lassen. De Europese Commissie stelt een maximumreistijd voor van 21, met in ieder geval een uur rust na 10 uur. Na de 21 uur moeten dieren een hele dag kunnen rusten en mag de reis daarna nog eens maximaal 21 uur duren. Voor veevoer stelt de Commissie een korter maximum voor, namelijk van 9 uur.

Daarnaast moet de leefomgeving van dieren tijdens het transport worden verbeterd. Tijdens temperaturen van 30 graden Celsius of meer zou er alleen ’s nachts vervoer mogen plaatsvinden. Als het dan ook te warm is, moeten de dieren meer ruimte krijgen. De eerder genoemde maximumreistijd wordt verkort naar 9 uur als de temperatuur warmer is dan 25 graden Celsius of kouder dan -5 graden Celsius.

Overigens loopt het in Nederland nog niet storm met de aanscherping van regels op het gebied van dierenwelzijn. Na maanden van overleg tussen de overheid, bedrijven, en de Dierenbescherming is het niet gelukt om een handtekening onder het Convenant dierwaardige veehouderij te zetten. In een brief
aan de Tweede Kamer schrijft minister Adema (Landbouw, Natuur en Voedselzekerheid): “Partijen hebben geconcludeerd dat zij ver gevorderd zijn in hun plannen, maar dat het nu niet mogelijk is te komen tot een volledig samenhangend pakket aan afspraken, en daarmee tot afronding van het convenant. […] Ik had uiteraard wel graag een convenant gepresenteerd”.

Verduurzamen van gebouwen

De gebouwde omgeving heeft een grote invloed op het klimaat. De Dutch Green Building Council (DGBC) heeft geconstateerd dat gebouwen verantwoordelijk zijn voor 37 procent van het totale energieverbruik, en dat nieuwbouw en renovatie goed zijn voor 6,4 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot. De Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement zijn om die reden tot een voorlopig besluit gekomen om de gebouwde omgeving te verduurzamen. Als onderdeel van het bredere Europese klimaatpakket ‘Fit for 55’ willen ze dat alle nieuwe gebouwen in 2030 emissievrij zijn. In 2050 geldt dat voor alle bestaande gebouwen. Overheidsgebouwen moeten in 2028 al emissievrij zijn. Er gelden wel uitzonderingen, zoals historische, agrarische en gebedshuizen.

Verder is het plan om fossiele CV-ketels uit te faseren voor 2040 en om strengere regels aan te nemen voor de renovatie van gebouwen. Het gemiddelde energieverbruik van die gebouwen moet 16 procent lager liggen in 2030 en 20 tot 22 procent lager in 2035. Daarnaast moeten non-woonhuizen het in 2030 qua energieverbruik beter doen dan de 16 procent slechtst presterende, en in 2033 dan de 26 procent slechtst presterende.

Het voorlopige akkoord moet nu door de beide Europese instellingen formeel nog worden aangenomen.

Lees ook:

Nee, de consument vindt plantaardige zalm niet verwarrend

Vegetarische Slagers Vegetarische Burger, Vivera's Plantaardige Zalmfilet en Mister Kitchens Droomboter: allemaal krijgen ze kritiek. De namen zijn misleidend, klinkt uit de hoek van de industrie. Zo wil de Commissie Visserij, verantwoordelijk voor het ontwikkelen van Europese visserijwet- en regelgeving, het gebruik van visnamen op visvervangers aan banden leggen. Het gebruik van afbeeldingen en visserij-specifieke termen maakt dat het voor consumenten niet duidelijk is wat echte vis is en wat niet, aldus de organisatie. Onzin Wessels denkt dat het wel meevalt. “Juist mensen die zoeken naar een alternatief voor vis zijn doelgericht aan het winkelen. Die letten op hetgeen ze in hun mandje leggen. Dat ze per ongeluk een echte zalmfilet mee naar huis nemen, lijkt me onwaarschijnlijk. Andersom schat ik de kans ook niet groot dat mensen die vis willen eten een vervanger kopen. Gebeurt dat toch, dan lijkt de schade me trouwens zeer beperkt.” Vis en hun plantaardige evenbeeld liggen niet naast elkaar in het winkelschap. En op de verpakkingen van die laatste groep wordt vaak gestrooid met termen zoals plantaardig, vegetarisch en alternatief. Schept dat ook geen duidelijkheid? Enerzijds wel. “Maar in een supermarkt zijn best veel prikkels. Daardoor nemen consumenten niet alle informatie in zich op. Al geldt dat vooral voor achteloos winkelende mensen. Bijvoorbeeld als je heel snel een boodschap doet of geen lijstje hebt.” Eerder logisch dan verwarrend “Wat producenten van vervangers proberen”, vervolgt hij, “is om zoveel mogelijk mensen te interesseren in het alternatief. Je kan het product totaal anders noemen óf je blijft zo dicht mogelijk bij het conventioneel en probeert de massa daarmee te verleiden. Het lijkt immers op iets dat mensen al kennen. In die zin is het eerder logisch dan verwarrend. Maar de benaming schuurt soms, dat snap ik wel. Fabrikanten van vervangende producten zijn druk op zoek naar hoe ze de gemiddelde consument het beste kunnen meekrijgen. Want dat is de doelgroep: veganisten en vegetariërs kopen die producten een stuk minder.” ‘Misleiding komt overal voor’ Volgens Wessels zijn veel fabrikanten ook niet het beste jongetje van de klas. “Heel veel merken spelen met etiketten. Neem boerenkaas: die naam is beschermd. Alleen onder bepaalde voorwaarden mag het zo genoemd worden. Wat je ziet, is dat producten de naam Boer’nkaas of kaas van de boerderij krijgen. Dat mag officieel wel. Misleiding komt overal voor, ook in producten die al jaren bestaan. Als je het plat staat, is de naam slavink ook opmerkelijk. Er zit geen sla of vink in. Naar mijn mening is het is nogal hypocriet om merken die vervangende producten op de markt brengen zo hard aan te pakken.” Transitie Of deze discussie de consument helpt, is maar de vraag. “Het is iets waar vooral bedrijven druk mee zijn. De consument niet. Verandering is vaak moeilijk. Hoe kleiner de stap, hoe meer mensen bereid zijn om over te stappen. Dus wil je een duurzamere voedingskeuze stimuleren, dan loont het om het verschil klein te houden. Dat geldt voor uiterlijk, smaak, structuur en dus de naam. Consumenten moeten producten zoals visvervangers kopen, maar andere partijen hebben ook een verantwoordelijkheid. Denk aan supermarkten en fabrikanten. We moeten met z’n allen die transitie door, maar vooralsnog ontbreekt het aan samenwerking.” Lees ook: Plantaardige Droomboter leidt tot boze zuivellobby en kort gedingEieren waar geen kip aan te pas komt: deze Nederlandse merken zetten erop inPlantaardige slagerswinkel opent in Rotterdam