André Oerlemans
08 november 2023, 16:00

Brede steun in Tweede Kamer voor vergroening chemie

Partijen in de Tweede Kamer willen de chemische industrie in Nederland helpen om sneller te vergroenen. Ze willen fossiele grondstoffen duurder maken, meer gebruik van gerecycled plastic wettelijk vastleggen en knellende regelgeving aanpassen. Groene voorlopers moeten meer steun krijgen. Daarbij vallen termen als subsidies, beprijzen via een grondstoffenheffing, bijmengverplichting voor gerecycled en biobased plastic en een minister voor circulaire economie.

Foto verkiezingsdebat Saeys GCNE 1 Aan het verkiezingsdebat deden vijf politieke partijen mee | Credits: Bram Saeys-GCNE

Dat bleek uit een verkiezingsdebat met VVD, GroenLinks-PvdA, BBB, D66 en CDA tijdens het jaarevent van het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) in het Spoorwegmuseum Utrecht.

Groene chemie

Om klimaatverandering tegen te gaan heeft Nederland afgesproken in 2050 geen CO2 meer uit te stoten en volledig circulair te zijn. Dat betekent in de praktijk stoppen met fossiele brand- en grondstoffen en bijna al het afval hergebruiken als grondstof. Dat geldt ook voor de chemische industrie. Het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) is opgericht om de transitie in de chemie te versnellen. GCNE streeft naar een groene chemie, waarin innovatieve technologieën en businessmodellen de kans krijgen om een nieuwe, op niet-fossiele grondstoffen gebaseerde economie te realiseren.

Bekijk hier een samenvatting van het politieke debat:

900 miljoen beschikbaar

Samen met de Topsector Agri & Food heeft GCNE 338 miljoen euro uit het Groeifonds gekregen voor zijn programma BioBased Circular. Daarnaast investeren deelnemende bedrijven en partners nog eens 550 miljoen euro in het programma. Het doel daarvan is om olie en andere fossiele grondstoffen voor diverse kunststoffen en materialen in verpakkingen, bouwmaterialen, textiel en coatings te vervangen door plantaardige alternatieven, gerecycled plastic en op termijn afgevangen CO2. Maar biobased grondstoffen zijn nog altijd veel duurder dan de fossiele uit olie. En hoewel straks een groot deel van het plastic uit recyclaat moet worden gemaakt, wordt wereldwijd nog geen 5 procent gerecycled plastic hergebruikt. Ook niet in de chemie. Dat komt onder meer omdat het volgens de wet als afval wordt gezien en bijvoorbeeld niet in nieuw plastic voor de foodsector gebruikt mag worden.

Grondstoffenwet

Politieke partijen zien die problemen ook en stellen verschillende oplossingen voor. Volgens de meeste partijen die aan het debat deelnamen is er de afgelopen jaren veel aandacht gegaan naar klimaatmaatregelen, zoals de transitie naar groene energie en CO2-besparing. Daarbij is dat andere doel – een circulaire economie in 2050 – naar de achtergrond geschoven. GroenLinks-PvdA – in de peilingen goed voor 22 Kamerzetels – spreekt zelfs van een CO2-tunnelvisie. De partij wil de circulaire economie en het grondstoffenbeleid stimuleren door de uitvoering bij één coördinerend minister onder te brengen. Net zoals er een klimaatwet is die kaders en doelen stelt aan het klimaatbeleid, zou er volgens de partij, een grondstoffenwet moeten komen. “Dan moet je elk jaar laten zien wat je doet en wat het oplevert”, zegt Kamerlid Suzanne Kröger, zevende op de kandidatenlijst. Ook wil GroenLinks-PvdA dat er een grondstoffenheffing komt die primaire en fossiele grondstoffen duurder maakt en hernieuwbare en gerecyclede grondstoffen goedkoper.

Andere partijen als VVD (28 zetels in de peilingen), CDA (4) en D66 (8) pleiten ook voor zo’n wet en heffing, maar dan in Europees verband. Volgens D66 moet de overheid daarbij per sector kijken wat haalbaar is en dat gaan voorschrijven.

De partijen sluiten zich daarmee aan bij het advies dat de SER
vorig jaar uitbracht. De Commissie Duurzame Ontwikkeling (DUO) van de SER, onder voorzitterschap van Ed Nijpels, pleit voor een Europese grondstoffenbelasting om het gebruik van primaire grondstoffen te beprijzen en hergebruik en recycling te belonen en te subsidiëren.

Bijmengverplichting

Het CDA diende in 2021
samen met D66 en in 2022
samen met Volt al een motie in om in Europees verband het percentage recyclaat in plastic omhoog te krijgen. De VVD wil Nederlandse bedrijven daartoe gaan dwingen via een bijmengverplichting. “Je moet een markt gaan creëren voor circulaire plastics. Je moet zekerheid geven dat het loont om te investeren in circulaire en hernieuwbare grondstoffen. Dat doe je via bijmengverplichting en beprijzen”, stelt VVD-Kamerlid Silvio Erkens, elfde op de lijst.

Ook het CDA ziet hierin een rol voor de overheid. “Er staan in Nederland veel verbrandingsovens, maar er is nog niet heel veel recyclingcapaciteit voor textiel of chemische recycling. Hoe mooi zou het zijn als de overheid helpt om opschaling in die sector voor elkaar te krijgen”, zegt Jantine Zwinkels, veertiende op de CDA-lijst.

De BBB (12 zetels in de peilingen) heeft het niet zo op wetten. De partij vindt wel dat de overheid kaders moet stellen en duidelijke afspraken met de industrie moet maken over welke doelen in 2040 bereikt moeten zijn. “We moeten ook iets doen met beprijzing, maar daar moet je Europese afspraken over maken om weglekken van industrie naar het buitenland te voorkomen”, zegt Cor Pierik, nummer zes op de lijst van BBB.

Fossiele subsidies

Veel chemische bedrijven kiezen nu voor fossiele grondstoffen omdat die goedkoper zijn. Om het prijsverschil tussen fossiel, biobased en gerecyclede grondstoffen kleiner te maken kiezen de meeste partijen voor beprijzen, normeren en subsidiëren. “De perverse prikkels moeten verdwijnen”, zegt Zwinkels van het CDA. GroenLinks-PvdA en D66 willen de fiscale voordelen en subsidie voor de fossiele industrie afschaffen. “We hebben nu 43 individuele regelingen die fossiel aantrekkelijker en goedkoper maken. Die moet je echt afbouwen om circulair en biobased te stimuleren”, zegt Kröger. Haar collega Tjeerd de Groot van D66, tiende op de lijst: “We brengen in onze maatschappij eigenlijk 13 miljard te weinig in rekening voor het gebruik van fossiele energie en materialen. Daarom moeten we goed kijken naar fossiele subsidies.”

BBB’er Cor Pierik vindt dat boeren vooral voedsel moeten verbouwen | Credit: Bam Saeys – GCNE

Alternatief verdienmodel boeren

Alle partijen zijn het erover eens dat complexe en knellende wet- en regelgeving aangepast moet worden om de industrie meer kansen te geven. Zo lukt het recyclingbedrijven niet altijd om de verplichte ‘einde-afvalstatus’
te krijgen, die nodig is om hun product als grondstof te kunnen verkopen. Om een groene chemie mogelijk te maken, moet afval vaker als grondstof worden gezien, vinden de partijen.

Behalve recyclaat heeft de groene chemie ook veel biobased landbouwgewassen nodig als grondstof voor plastic. Bijvoorbeeld suikerbieten, granen, mais en hout. Die moeten straks komen van boeren en bosbouwers. De BBB denkt dat dit een alternatief verdienmodel voor boeren kan worden, maar alleen als die een goede prijs voor hun oogst kunnen krijgen en ondersteund worden bij de overstap. Boeren verbouwen nu al biomassa voor de bijstook in energiecentrales en gaan meer gewassen telen voor biobased bouwen. Als ze ook voor de chemie moeten produceren, komt volgens BBB de hoofddoelstelling van de Nederlandse landbouw in gevaar. “We willen Nederland op de kaart houden als producent van voedingsmiddelen. Daar zit het verdienmodel voor de boer”, zegt Pierik.

Lees ook:

Wees gerust: zonnepanelen blijven goede investering, maar snel duidelijkheid nodig

Om tot die conclusie te komen, is het nodig eerst een aantal begrippen toe te lichten. Te beginnen met de salderingsregeling. Die is in 2004 ingevoerd door de overheid om de aanschaf van zonnepanelen aan te wakkeren. Huishoudens en kleine bedrijven met zonnepanelen kunnen op momenten dat ze hun eigen opgewekte energie zelf niet nodig hebben, terugleveren aan het stroomnet. Energiebedrijven moeten de teruggeleverde energie vervolgens wegstrepen tegen het verbruik van de huishoudens en bedrijven. Daardoor daalt hun energierekening, wat de investeringskosten van de zonnepanelen terugverdient en uiteindelijk financieel rendement op gaat leveren. De regeling bleek succesvol: de terugverdientijd van zonnepanelen lag uiteindelijk op zo’n 7 jaar, terwijl ze ongeveer 25 jaar meegaan. Een mooie 18 jaar om geld te verdienen dus. Het kabinet besloot daarom dat de salderingsregeling niet langer nodig was, en dat hiermee gefaseerd kon worden gestopt. Het afbouwpad zou moeten beginnen in 2025 en eindigen in 2031. In dat jaar kunnen zonnepaneeleigenaren hun teruggeleverde stroom dus niet langer verrekenen met hun verbruik. Energie voor iedereen duurder Daarvoor haalt het kabinet de volgende redenatie aan. Ten eerste worden zonnepanelen steeds goedkoper en efficiënter, waardoor ze meer geld opleveren. Het wegvallen van de regeling betekent mede daardoor dat het niet zo is dat zonnepanelen over de hele levensduur geen geld meer opleveren. Daarnaast geeft het kabinet aan dat de salderingsregeling tot minder belastinginkomsten leidt. Ook maken energiebedrijven door de regeling meer kosten, die ze door zouden berekenen aan hun klanten – dus ook de klanten zonder zonnepanelen. Daardoor zou je kunnen stellen dat mensen zonder zonnepanelen betalen voor de mensen mét. 1 à 2 jaar langer afbetalen Volgens de ondernemersorganisatie Techniek Nederland zal het afbouwen van de salderingsregeling er niet voor zorgen dat zonnepanelen geen rendabele investering meer zijn. Waar de panelen zich nu nog binnen 7 jaar terugverdienen, wordt dat na het afbouwen zo’n 1 à 2 jaar langer. Wel geeft de organisatie aan dat er snel een politieke beslissing gemaakt moet worden. Het Kabinetsbesluit moet namelijk nog goedgekeurd worden door de Eerste Kamer, en dat laat al enige tijd op zich wachten. Voor het consumentenvertrouwen is dit niet goed, vindt Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland: “De discussie duurt al veel te lang en brengt onzekerheid met zich mee. Consumenten stellen nu totaal onnodig de aanschaf van zonnepanelen uit. Dat helpt ons niet de klimaatdoelen te behalen”. Techniek Nederland raadt zonnepaneeleigenaren bovendien aan om bewuster om te gaan met hun energieverbruik. Dit kan de rendabiliteit van zonnepanelen namelijk nog verder vergroten. Door zoveel mogelijk zelf gebruik te maken van de opgewekte zonne-energie, hoeven ze zo min mogelijk energie in te kopen op momenten dat hun panelen niet genoeg leveren. Dat kan bijvoorbeeld door wasmachines en drogers midden op de dag aan te zetten, op de momenten dat de zon het schijnt. Er zijn al systemen waarmee zonnepanelen dit automatisch kunnen regelen. Ook kunnen thuisbatterijen helpen om de opgewekte energie op te slaan en later te gebruiken. Kosten dekken Maar: met alleen de salderingsregeling is niet het hele verhaal verteld. Onlangs kondigde energieleverancier Vandebron namelijk aan dat zij een heffing gaat invoeren voor zonnepaneeleigenaren die stroom terugleveren aan het net. Daartoe is Vandebron genoodzaakt, stelt het, omdat de uitdagingen die gepaard gaan met zonne-energie oplopen. “Zo worden de kosten voor het terugleveren van energie aan het net in Nederland steeds hoger. De verdeling van deze kosten begint bovendien scheef te lopen.” Bij traditionele energiecontracten krijgt een eigenaar van zonnepanelen voor een eenheid teruggeleverde energie evenveel geld als hij betaalt voor een eenheid ingekochte energie. Voor die ingekochte energie betaalt een energieleverancier geld op de energiemarkt. Maar die prijs schommelt dagelijks door wisselingen in het aanbod. Hierdoor komt het voor dat een energieleverancier dure fossiele energie inkoopt, en dat moet verrekenen met de goedkope teruggeleverde zonne-energie. Dat kost de leverancier geld; dat zijn kosten die de aangekondigde terugleverheffing moet gaan dekken. Overigens is het vermoeden dat andere energieleveranciers het voorbeeld van Vandebron zullen volgen. Tweakers meldt dat verschillende energieleveranciers hun prijzen al verhogen, maar dan minder transparant. Bijvoorbeeld door welkomstkortingen te schrappen of vaste leveringskosten te verhogen. Gevaarlijke combinatie? MilieuCentraal waarschuwde eerder dat een teruglopende salderingsregeling in combinatie met de terugleverheffing de winstgevendheid van zonnepanelen in gevaar kan brengen. De terugverdientijd zou dan oplopen van 8 naar ruim 25 jaar. Oftewel: net (niet) haalbaar binnen de levensduur van gemiddelde panelen. Maar volgens energiebedrijf Zonneplan is het niet realistisch dat beide factoren gelijktijdig zullen spelen. “MilieuCentraal maakt een denkfout. Want hoewel het rekenvoorbeeld van de voorlichtingsorganisatie klopt, zullen beide regelingen nooit naast elkaar bestaan. De terugleverheffing is immers het antwoord op het bestaan van de salderingsregeling.” Vandebron zelf geeft aan dat de terugleverheffing niet direct gekoppeld is aan de salderingsregeling, maar laat wel ruimte open voor een eventuele wijziging van het beleid. In een reactie op een artikel van SolarMagazine zegt de organisatie: “In principe zijn de vaste terugleveringskosten een vast onderdeel voor zonnepaneelhouders bij Vandebron. Maar net als de vaste leveringskosten kunnen deze kosten op basis van dynamische marktomstandigheden aangepast worden als de energiemarkt verandert. De markt is lastig te voorspellen.” Zekerheid belangrijk Het zou voor mensen die twijfelen over zonnepanelen gunstig zijn als leveranciers zoals Vandebron het gecombineerde scenario uitsluiten. Omdat de terugleverkosten voor energieleveranciers naar verwachting wegvallen met het uitfaseren van de salderingsregeling, is een terugleverheffing niet meer nodig. Zekerheid daarover, in combinatie met een snel besluit van de Eerste Kamer, biedt de consument meer perspectief. Geen reden tot zorgen Concluderend lijkt het dus dat de aanschaf van zonnepanelen ondanks recente ontwikkelingen nog altijd een financieel aantrekkelijke keuze is. Het wegvallen van de salderingsregeling alleen blijkt geen gegronde reden tot zorgen. De combinatie met een terugleverheffing zou wel tot problemen kunnen leiden, maar dat scenario lijkt onwaarschijnlijk. Voor nu dus geen reden om je zorgen te maken over de aanschaf van je zonnepanelen. Lees ook: Ook in oktober was ruim helft van de stroom groen, vooral dankzij windmolensOndernemers vragen massaal subsidies aan om te verduurzamenHoe energiehubs de uitstoot van bedrijven flink kunnen verlagen