Teun Schröder
23 oktober 2023, 11:46

Opnieuw grootste windturbine ter wereld aangekondigd: waarom moet het steeds groter?

Het Chinese MingYang Smart Energy (MYSE) maakte afgelopen week hun plannen bekend voor de bouw van de grootste offshore windturbine ter wereld. Het apparaat krijgt een vermogen van 22 megawatt en wordt meer dan 300 meter hoog; vergelijkbaar met de Eiffeltoren in Parijs.

Getty Images 1486053188 Offshore windturbines worden steeds groter. Waar houdt het op? | Credits: Getty Images

De aankondiging van de bouw van de nieuwe turbine komt slechts enkele maanden na de presentatie van MYSE waarin het bedrijf een 18 megawatt windturbine toonde. Dit model was de tot dan toe grootste turbine die een windmolenbouwer op de planning had staan. Een rotatie van de 140 meter lange bladen van dit 18 megawatt model beslaat in totaal een oppervlakte van meer dan 66.000 vierkante meter.

MYSE doet daar nu dus zelf nog een schepje bovenop. De diameter van de rotorbladen van de 22 megawatt turbine wordt 310 meter, goed voor een totaal oppervlak van 75.477 vierkante meter per rondje. Deze windturbines worden volgens planning vanaf 2025 gebouwd.

Groot, groter, grootst

Los van het gegeven dat zo’n gigantische windturbine ongetwijfeld indrukwekkend is om te zien, rijst de vraag: waarom moet het steeds groter? Voor een deel ligt het antwoord bij de energieopbrengst. Voor een groot deel hangt deze namelijk af van de grootte van het oppervlak die een rotatie beslaat. Hoe groter het oppervlak, hoe meer energie er geoogst wordt. En hoe groter de diameter van de rotorbladen, hoe groter het oppervlak wordt met elke meter extra.

Ter vergelijking, bij een diameter van 20 meter levert een extra meter ongeveer 34 vierkante meter oppervlakte extra op. Tel je een meter op bij een grotere turbine met een diameter van 50 meter, dan krijg je er 79 vierkante meter oppervlakte per rotatie bij.

Bestand tegen tyfoons

Daarnaast is het voor MYSE belangrijk dat hun turbines extreme weersomstandigheden, en zelfs tyfoons kunnen weerstaan. De vorige 18 megawatt turbine moet kunnen blijven draaien bij windsnelheden tot 202 kilometer per uur. Dat zijn snelheden die alleen bij de hoogste categorie tyfoons voorkomen. Groter is dus robuuster in de ogen van MYSE.

Tot slot lijkt er in windmolenland ook sprake te zijn van een prestigestrijd. Begin januari dit jaar presenteerde een ander Chinees bedrijf, CSSC, hun plannen voor de bouw van een 18 megawatt turbine met een diameter van 260 meter. Het moest de grootste windturbine ter wereld worden. Het hield dit record precies een week. Daarna presenteerde MYSE hun 18 megawattmodel met een diameter van 280 meter. Om de concurrentie een stap voor te zijn doet MYSE daar nu dus zelf een stapje bovenop.

Van verticale molens tot 50 megawatt modellen

De plannen van MYSE lijken redelijk concreet. En hoewel de installatie en activatie van hun 18 en 22 megawatt turbines nog moet gebeuren, werd deze zomer voor het eerst hun 16 megawatt turbine aangezet. Aan de andere kant zijn er meerdere (jonge) bedrijven die de bouw van nog grotere molens hebben aangekondigd. Zo wil World Wide Wind
in 2029 een verticale windturbine bouwen die 400 meter hoog is en een vermogen heeft van 40 megawatt. En aan de universiteit van Virginia zijn onderzoekers zelfs bezig met een 50 megawatt variant.

Door technologische vooruitgang lijkt er inmiddels steeds meer mogelijk. Waar vroeger omvang en transport de limiterende factor waren, is dat nu niet meer zo. Constructiekranen zijn groter en windmolens kunnen inmiddels in segmenten opgebouwd worden. Of de ambitieuze vermogens tot 50 megawatt allemaal mogelijk zijn, antwoordde emeritus hoogleraar windenergie van de TU/Delft Gerrard van Bussel destijds tegen Change Inc.: “Daar doe ik geen uitspraken meer over. Twintig jaar geleden dachten we dat 20 megawatt turbines onmogelijk waren. Het lijkt er nu sterk op dat we toch die kant op gaan.”

Lees ook:

Uit deze nieuwe fabriek komen kant-en-klare houten huizen

Wie bij houtbouw denkt aan traditionele Oostenrijkse chalets, komt volgens Marc de Vreede bedrogen uit. De directievoorzitter bouw & techniek bij Heijmans wil dat misverstand de wereld uit helpen. “Het gaat om houtskeletbouw. Het huis is dus niet volledig van hout, maar heeft een houten draagconstructie. De verdere afwerking kan ook met andere materialen, zoals steen. Dat betekent dat houtskeletwoningen met het blote oog niet te onderscheiden zijn van huizen gemaakt van beton.” Hout Het verschil in de ecologische voetafdruk is wel aanzienlijk. Waar bij de productie van beton CO2 vrijkomt, slaat hout juist CO2 op. Volgens De Vreede ligt de CO2-footprint van houtskelethuizen 50 procent lager dan vergelijkbare woningen van beton. En er zijn meer voordelen. “Hout isoleert goed, veel beter dan beton. Wanneer je een stenen huis verwarmt, nemen de wanden eerst een groot deel van de warmte op. Hout geleid veel minder dan steen. Dit zorgt ervoor dat de lucht meteen wordt verwarmd. Omdat hout nauwelijks warmte vasthoudt, koelt de woning in de zomer ook sneller af. Hierdoor is het klimaat binnen altijd aangenaam. Dat maakt hout comfortabel om in te wonen, en bovendien is er minder energie nodig om te verwarmen of te koelen.” Modulair Naast hout zijn de skeletwoningen ook modulair. Alle onderdelen worden geproduceerd in een nieuwe fabriek en komen kant-en-klaar naar buiten. Dat werkt als volgt: met een woonconfigurator kunnen opdrachtgevers en consumenten zelf hun huis samenstellen. “Het is vergelijkbaar met het online samenstellen van een auto en gaat het hartstikke makkelijk. Ook is er veel keuzevrijheid”, meent De Vreede. Het ontwerp van de woning wordt naar de fabriek gestuurd en door middel van een digitaal proces geproduceerd. Het huis komt vervolgens in demontabele blokken uit de fabriek, inclusief sanitair, wand- en vloerafwerking. Op de bouwlocatie wordt de woning in één dag in elkaar gezet. Van negen maanden naar negen weken Modulair bouwen levert veel tijdwinst op. De eerste twintig woningen uit de fabriek zijn inmiddels geplaatst in de Eindhovense wijk ’t Ven. In totaal komen er 88 te staan. De Vreede: “We zien dat het totale proces van een huis bouwen op deze manier geen negen maanden, maar negen weken duurt. In een tijd van woningnood is dat goed nieuws.” Een ander voordeel is dat er geen uitstoot meer plaatsvindt op de bouwplaats. “We hoeven de huizen op locatie alleen maar in elkaar te zetten. Dat betekent dat we door kunnen bouwen op plekken waar door de stikstofproblematiek nu geen vergunningen worden afgegeven. Dat we niet ter plekke hoeven te produceren, scheelt ook veel overlast voor de omgeving. Denk aan het geluid en aan al het materieel en bouwmachines die af en aan rijden.”Houtskeletwoningen zijn qua looks niet te onderscheiden van huizen gemaakt van beton, maar de ecologische voetafdruk ligt veel lager.Efficiënt Het produceren in een fabriek zorgt er ook voor dat het bouwproces efficiënter ingericht kan worden. “Dit zorgt voor optimaal materiaalgebruik en minder afval”, aldus De Vreede. “Door het digitaliseren van het bouwproces neemt ook de kans op fouten af. Dat komt de kwaliteit van de woningen ten goede. Bovendien nemen machines een groot deel van het werk uit handen. Met hetzelfde aantal mensen kunnen we meer huizen bouwen. Dat lost het personeelstekort in de bouw gedeeltelijk op.” Prijskaartje Door het snelle en efficiënte bouwproces kunnen de houten huizen uit de fabriek qua prijs concurreren met hun stenen evenbeeld. Dat was ook het doel, legt De Vreede uit. “Vanaf het begin wilden we uitkomen op hetzelfde prijsniveau. We wilden een duurzaam product neerzetten voor hetzelfde geld, en dat is gelukt. Op termijn zullen de houten huizen juist goedkoper worden. Met de tijd gaan we meer produceren en zal het proces nog efficiënter worden ingericht. De fabriek in Heerenveen is een flinke investering, maar wordt met de tijd terugverdiend. Bovendien kijken we niet alleen naar de bouwkosten, maar ook naar de gebruikskosten wanneer de woningen eenmaal bewoonbaar zijn. De energiekosten liggen lager dan het geval is bij betonnen gebouwen.” Risico’s Brengen houten huizen ook risico’s met zich mee, bijvoorbeeld als het gaat om brand- en waterschade? “Gevoelsmatig wel, al is die angst niet gegrond. Het risico is niet hoger dan bij de reguliere woningbouw. Maar omdat deze angst er wel is, komt er steeds meer informatie beschikbaar. Mensen zijn zich naast de risico’s ook bewust van de voordelen. Dat steeds meer mensen openstaan voor houtbouw, zien we ook terug in het marktonderzoek dat we doen.” ‘Het kan wel wat ambitieuzer’ Het doel van de Nederlandse overheid is om 2030 volledig uitstootvrij te bouwen. Heijmans doet daar nog een schepje bovenop. Het bedrijf wil in 2030 netto positief bouwen. Dat betekent dat het bedrijf uiteindelijk meer positieve dan negatieve dingen toevoegt. “We vinden dat het wel wat ambitieuzer kan. We leggen de lat hoog. Deze nieuwe fabriek is daar een voorbeeld van. Alles wat de fabriek qua energie verbruikt, wekken we zelf op met zonnepanelen. Ook hebben we ons eigen energieopslagsysteem, waarin we energie kunnen opslaan en later kunnen gebruiken. Zo hoeven we geen energie te vragen van het net.” Heijmans wil deze batterij naar de markt brengen. “Zo’n systeem kan bedrijven met productiepieken helpen.” Een ander aandachtspunt is het materieel. Dit moet zoveel mogelijk geëlektrificeerd worden. “Alles moet emissieloos, van heiblok tot graafmachine. Maar we kijken ook naar ons inkoopbeleid en het materiaalgebruik, net als de gebieden waar we projecten realiseren. We willen natuurinclusief bouwen, dus met oog voor de omgeving en de dieren die daar leven.”Alles wat de fabriek qua energie verbruikt, wordt opgewekt met zonnepanelen.Vraag en aanbod De eerste huizen gemaakt van houtbouwskeletten zijn geplaatst in opdracht van corporatie Thuis. “De fabriek is nieuw, de werkwijze is nieuw. Toch durft deze partij het aan om voor onze woningen te kiezen. Dat getuigt van lef en leiderschap. Willen we echt verduurzamen, dan moet vraag en aanbod bij elkaar komen. Samen kunnen we het verschil maken.” Lees ook: Amerikaanse start-up presenteert duurzaam cement dat CO2 opneemtPrimeur: BAM werkt heipalen elektrisch de grond inHoe wordt biobased bouwen de norm? Architect Paul de Ruiter: ‘Een bevlogen vraag geeft een bevlogen antwoord’