Chantal Blommers 22 augustus 2023, 15:00

Textielbranche bundelt de krachten voor landelijk innamesysteem voor afgedankte kleding

De textielbranche bundelt de krachten om een landelijk innamesysteem voor afgedankte kleding op te zetten. Brancheverenigingen INretail en Modint hebben een stichting opgezet die daarvoor moet zorgen. Meer dan 500 bedrijven hebben zich daar al bij aangesloten. Sinds 1 juli van dit jaar zijn alle producenten die kleding en huishoudtextiel op de markt brengen namelijk bij wet verplicht om gedragen kleding terug te nemen. Maar hoe regel je dat?

Adobe Stock 625479249 Producenten die kleding op de Nederlandse markt brengen, zijn sinds juli dit jaar zelf verantwoordelijk voor inname en recycling. | Credits: Adobe

Per 1 juli van dit jaar geldt de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Die wet regelt dat producenten die kleding op de Nederlandse markt brengen, verantwoordelijk zijn voor de inzameling en verwerking van oude kleding en textiel. Voorheen regelden gemeenten dit met textielcontainers. Door de verantwoordelijkheid – en de kosten voor de verwerking – bij de producenten zelf neer te leggen, hoopt de overheid dat de producenten kleding en textiel gaan maken die langer meegaan. Dat is duurzamer en zorgt uiteindelijk voor minder kosten.

Gedragsverandering

Er is nog een voordeel: consumenten kunnen hun kleding nu weliswaar inleveren in een textielbak, maar nog te vaak belandt het bij het restafval. Het doel van de UPV is dat in 2025 tenminste 50 procent van het gewicht van de kleding die het voorgaande jaar in de handel werd gebracht, kan worden hergebruikt of gerecycled. In 2030 moet dat 75 procent zijn.

Het nieuwe systeem moet het voor consumenten daarom gemakkelijker en laagdrempeliger maken om oud textiel terug te brengen en zorgen voor een gedragsverandering. Arnoud van Vliet, duurzaamheidsmanager van de Zeeman, omschrijft het als volgt: “Mensen hebben geleerd om batterijen in te leveren en glas naar de glasbak te brengen. Dat moet ook met kleding gebeuren.” Producenten moeten jaarlijks verslag uitbrengen over hoeveel producten zij op de markt hebben gebracht, hoeveel er werd ingeleverd en hoe ze aan de UPV-verplichtingen hebben voldaan.

Maar voor individuele retailers is het organiseren van zo’n ‘passend innamesysteem’ zoals door de wet omschreven, best lastig. INretail en Modint hebben daarom vorig jaar de Stichting UPV Textiel opgericht, om dit branche breed te organiseren. Deze maand meldde de stichting zich namens honderden textielondernemers formeel aan als collectief bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Volgens Modint zijn er inmiddels ruim 500 kledingmerken en textielbedrijven bij het collectief aangesloten. Bedrijven kunnen zich nog aanmelden.

Lasten verdelen

“Het organiseren van een passend, effectief en betaalbaar inzamelsysteem en het behalen van de doelstellingen voor hergebruik en recycling is complex en kostbaar”, schrijft de stichting op de website. “Het is dan ook belangrijk krachten te bundelen en financiële lasten te verdelen. Stichting UPV Textiel maakt namens deelnemende bedrijven, afspraken met gemeenten, inzamelaars, sorteerders, kringloopwinkels, recyclers en met bedrijven die nieuwe initiatieven voor inzameling en verwerking ontwikkelen.”

Lees meer:

Klein stadsplantsoen anders beplanten zorgt voor zeven keer zoveel insecten

Ook kleine beetjes stedelijk groen zijn goed voor insecten, laat nieuw Australisch onderzoek zien. Een schraal plantsoentje met enkel wat bomen bleek in drie jaar tijd uit te kunnen groeien tot een pleisterplaats voor allerlei insecten. Middenin het zakendistrict van Melbourne werd een groenstrook van 195 vierkante meter voorzien van twaalf soorten inheemse planten. Ondanks dat het groen direct naast een drukke weg en een bouwplaats lag, telden de onderzoekers na drie jaar zeven keer zoveel verschillende insecten. “Het onderzoek is uitgevoerd in een zeer dicht verstedelijkt gebied, volledig omgeven door straten en relatief hoge gebouwen, en met beperkte toegang tot de omliggende groene ruimte”, vertelt hoofdonderzoeker Luis Mata in The Guardian. “Ik denk dat we een heel sterk effect hebben gevonden, gezien de nadelen van de onderzoekslocatie.” Populaties houden elkaar in stand De insectenpopulatie bleek heel divers te zijn, en zichzelf in stand te kunnen houden. Al in het eerste jaar verschenen tientallen soorten insecten op de nieuwe aanplant en die bleven daar tot het einde van de studie. Naast plantenetende soorten, vestigden er ook parasitaire en roofinsecten. Dit wijst op een ecosysteem waarbij verschillende populaties elkaar in balans houden. Dat voorkomt insectenplagen. Volgens de onderzoekers zijn de bevindingen de eerste in zijn soort. Ze stellen dat eerdere onderzoeken weliswaar hebben laten zien dat stedelijk groen insecten aantrekt, maar dat er nog niet eerder is gekeken naar zowel de situatie voor als na een vergroeningsoperatie. Aanbevelingen De onderzoekers wijzen erop dat vergroeningsprojecten in steden dus ook vanuit het oogpunt van biodiversiteit zinvol zijn en hopen dat beleidsmakers dit meenemen in hun besluitvorming. Hoofdonderzoeker Mata wijst erop dat ook mensen met een tuin er goed aan doen om inheemse planten te poten: “Dit onderzoek kan laten zien dat hoe klein je ingreep ook is, je een positief ecologisch resultaat kan bereiken.” Lees meer: Biodiversiteit in de stad verbeteren? Maai het gras minder vaakMeer groen in de stad dankzij verplaatsbaar bos Natuur gaat ‘zorgwekkend snel’ achteruit: biodiversiteitscrisis dreigt