Paul van Liempt 30 juni 2023, 11:00

Waar blijven de leiders die lak hebben aan beeldvorming?

In een tijd waarin beeldvorming alles is, draaien de communicatie-afdelingen op volle toeren. Vanuit de gedachte dat het goed gaat met een bedrijf of een overheidsinstelling zolang de buitenwereld niks van je kan zeggen. Het gaat er niet om wat je doet, maar wat de buren van je denken. Hoe kun je uit deze kramp komen?

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

Met enige regelmaat maak ik mee dat ik een CEO van een groot bedrijf of een bestuurder van een overheidsinstelling na lang trekken zover krijg mee te werken aan een project, een openbaar optreden, een interview of een boek. Het vertrouwen is gewonnen, we kunnen aan de slag. De domper volgde later, toen de afdeling communicatie zich nog eens over het verzoek had gebogen. In nietszeggende of mistige taal werd de iets te toeschietelijke leidinggevende teruggefloten. De angst voor de mogelijk ongewenste beeldvorming naar de grote, boze buitenwereld zat er te diep in.

Toegegeven, soms was het omgekeerd. Juist communicatie zag het wél zitten de nek uit te steken, maar de CEO trok zich terug in zijn schulp. Vaker nog trokken leidinggevenden en communicatie gelijk op: in wollige bewoordingen gaven ze aan dat ze er geen zin in hadden. Met altijd die angst voor beeldvorming voor ogen. In een tijd die schreeuwt om leiders die zich wél durven uitspreken, stuitte ik op een passage uit de VPRO Gids waarin de onlangs overleden fenomenale interviewer en programmamaker Wim Kayzer werd aangehaald.

Wim Kayzer was ‘de Meester van de Monumentale Vraag’, schreef de VPRO bij zijn overlijden. ‘’Leven en dood, moraliteit en amoraliteit, goed en kwaad, trouw en verraad, oorlog en vrede. Voor minder deed hij het niet.’ In verschillende reeksen als ‘Een schitterend ongeluk’; ‘Nauwgezet en wanhopig’ en ‘Van de schoonheid en de troost’, sprak hij met internationale grootheden als Freeman Dyson, George Steiner, Jorge Semprun en György Konrád. NRC citeert wat Kayzer er destijds over zei: ‘Geen kneuterige, calvinistische zakken, maar mensen met allure en dus bereid om over hun trauma’s en hun fouten te spreken.’

Vergelijk dat eens met de hevig geschrokken communicatiemedewerker die tijdens een interview met een CEO voor een krant ingreep bij een relatief onschuldige vraag: ‘Dit kun je niet vragen. Je praat met de voorman van een beursgenoteerd bedrijf!’ Alsof de paus van Rome tijdens een openbaar interview in het Vaticaan de vraag kreeg voorgelegd of hij ’s nachts in bed zijn handen boven de dekens hield. Het wordt echt tijd dat CEO’s en overheidsbestuurders, die de mond vol hebben van het belang van veranderingen, van inclusie, van verbinding, van co-creatie, van partnerschappen en diversiteit, ook een transitie in communicatie doormaken. Waarbij ze zich openlijk uitspreken en hun reputatie niet meer op beeldvorming bouwen.

In de Volkskrant vraagt Marcia Luyten zich af, naar aanleiding van haar bundel ‘Democratie is niet voor bange mensen, waar blijft de leider die de bevolking – verantwoord – op sleeptouw neemt.’ En hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath-Rovers pleit in haar boek ‘Morele dilemma’s in de boardroom’ voor het delen van lessen en het benoemen van de dilemma’s waar je als bestuurder van bedrijven voor komt te staan. Ze noemt het moresprudentie, ter lering voor later, zoals bij jurisprudentie het geheel van uitspraken van rechters een richtlijn voor rechtspraken in latere, soortgelijke gevallen kan betekenen.

Om deze transitie een duw te geven, denk ik aan een programmareeks onder de werktitel ‘Moresprudentie.’ Analoog aan de setting van de reeksen van Wim Kazyer kan dit het Media B-Corp van CEO’s en overheidsbestuurders worden. Ik ken een paar interviewers die al staan te trappelen, nu de leiders met lef nog.

Watercrisis te lijf door inzet gezuiverd rioolwater voor natuur, landbouw en drinkwater

Alleen op die manier kan Nederland het toenemend aantal droge periodes doorkomen en zorgen dat er in de toekomst voldoende drinkwater is en voldoende water voor natuur en landbouw. Geen water naar de zee Dat stelde hoogleraar milieu en watertechnologie Huub Rijnaarts van de Wageningen Universiteit (WUR) tijdens het rondetafelgesprek ‘De waarde van Water: Elke druppel telt’, dat Coca-Cola Nederland organiseerde bij Change Inc. Rijnaarts leidt het onderzoeksprogramma AquaConnect, waarbij veertig partijen zoeken naar manieren om Nederland van voldoende water te voorzien in droge periodes. “Ons watermanagement was altijd veiligheid-gedreven. Nu blijkt dat door klimaatverandering onze waterhuishouding aangepast moet worden. In plaats van water afvoeren als er te veel is, moeten we gaan leren om het water in ons land vast te houden om langer beschikbaar te houden. Tot nu toe gebruiken we ons water één keer. Dan lozen we het in de rivier en een dag later is dat in de Noordzee. Dat willen we niet meer”, zegt hij.Op maandag 26 juni 2023 organiseerde Coca-Cola Nederland een rondetafelgesprek ‘De Waarde van Water: Elke druppel telt’, bij Change Inc. in Amsterdam. In dit open gesprek gingen verschillende experts, natuurorganisaties, bedrijven en beleidsmakers in gesprek over de urgentie van het aanpakken van groeiende watervraagstukken zoals droogte en het watergebruik in Nederland. Met als doel om van elkaar te leren, best practices te delen en vooral om samen stappen te zetten richting een duurzamere toekomst. Bekijk hieronder de hoogtepunten:Peil in beekdalen verhogen Door een circulair watersysteem, waarbij water meerdere keren gebruikt wordt, is er volgens professor Rijnaarts meer en langer water beschikbaar. Daarvoor is nieuwe zuiveringstechnologie nodig. Die is volgens hem toch al nodig om de kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater in 2027 te laten voldoen aan de normen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Daar mag niet teveel stikstof of meststoffen in zitten. Met dat afvalwater kan ook het grondwaterpeil in de droge beekdalen in Midden- en Oost Nederland verhoogd worden. Dat water infiltreert dan steeds verder in de grond en kan later weer worden opgepompt als drinkwater. Bedrijven als waterproducent Nog belangrijker dan technische innovaties is volgens hem dat er rollen en regels veranderen. Niet alleen worden AWZI’s naast zuiveraars ook waterbronnen; bedrijven met veel afvalwater kunnen dat water ook beter gaan hergebruiken. Daarbij noemde hij grootverbruikers als Coca-Cola, dat met zijn frisdrankfabriek in Dongen 650 miljoen liter grondwater en nog eens 200 miljoen liter drinkwater - ook gemaakt uit grondwater - per jaar gebruikt. Het bedrijf compenseert dat door te investeren in waterprojecten in natuurgebieden van Natuurmonumenten. Rijnaarts ziet ook toepassingen voor het afvalwater van het bedrijf. “Coca-Cola wordt ineens een waterproducent als het zijn afvalwater opwaardeert, zodat het opnieuw gebruikt kan worden voor natuurgebieden van monumenten of een ander bedrijf in de buurt. Dat extra zuiveren heeft een prijs. Ook moet het drinkwaterbedrijf een andere waterleverancier in zijn domein tolereren die water gaat verkopen aan een andere partij”, zegt hij. Om zo’n systeem op te zetten is volgens hem veel samenwerking nodig. Daarom zouden alle watergebruikers en leveranciers regionale waterplannen moeten maken om ons land droogtebestendig te maken. Watertekort dreigt in 2030 De tijd om dat te doen dringt, want Nederland is hard op weg naar een watercrisis. Het RIVM concludeerde afgelopen april in een onderzoek dat drinkwaterbedrijven in 2030 al 100 miljoen kubieke meter water tekort dreigen te komen. Een combinatie van groeiende vraag naar water door de groeiende economie en het groeiend aantal inwoners met warmere en drogere zomers door klimaatverandering. Van de vijf afgelopen zomers waren er vier te droog. Toen kampten sommige provincies al met drinkwatertekorten. Daarom stuurde het kabinet eind vorig jaar een brief naar de Tweede Kamer met 33 actiepunten om tijdig in te kunnen grijpen in het Nederlandse watersysteem. Beekdalen hebben het zwaar. Naast verdroging kampen ze ook met verzuring door de stikstofproblematiek.Niet alles kan meer Ook stelt het Rijk dit jaar onder andere met de Vereniging van drinkwaterbedrijven (Vewin) en de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) een plan voor waterbesparing op. “We merken dat we steeds vaker tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aanlopen”, vertelde Jaap Slootmaker, directeur-generaal Water en Bodem bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in een videoboodschap. “We waren altijd gewend om onze omgeving aan te passen aan onze wensen, maar we zullen steeds meer onze wensen een beetje moeten aanpassen aan wat het water- en bodemsysteem aankan. Niet alles kan meer overal. Nu zien we al dat drinkwaterbedrijven sommige aansluitingen moeten weigeren. Daarom moet in 2035 elk bedrijf en elke consument 20 procent van zijn drinkwater besparen. We zullen ons allemaal moeten aanpassen, als bedrijf en als individu.” Ingrijpen gaat pijn doen Onvoldoende drinkwater is niet het enige probleem dat dreigt. Ook landbouw en natuur lijden steeds vaker onder droge periodes. De vereniging Natuurmonumenten vreest dat de grootste problemen nog gaan komen. “In sommige gebieden is het grondwaterpeil al structureel een tot anderhalve meter of meer gezakt. Dat ga je terugzien in de natuur. Dat is nu al best dramatisch”, zegt Jeroen de Koe, Public Affairs Manager bij Natuurmonumenten. “We kunnen niet alleen op techniek vertrouwen. We zullen echt het systeem moeten gaan veranderen en dat gaat pijn doen.” Toch ziet hij dat redelijk positief in. “De watercrisis is al vijftig tot zestig jaar in de maak. Twintig jaar geleden moesten natuurorganisaties tegen de klippen op uitleggen dat we een probleem hebben. Nu hoef ik dat niet meer uit te leggen. De neuzen staan veel meer één kant op dan vijf of tien jaar geleden”, zegt de Koe.De Coca-Colafabriek in het Brabantse Dongen onttrekt jaarlijks 650 miljoen liter water aan de bodem.Water teruggeven Coca-Cola geeft wereldwijd sinds 2015 net zoveel water als ze gebruikt terug aan de omgeving of natuur. De ambitie is om dat tegen 2030 ook in lokale gebieden te realiseren. Het waterverbruik van de fabriek in Dongen wordt nu voor 25 procent gecompenseerd door het investeren in waterherstellende projecten van Natuurmonumenten in diverse Brabantse natuurgebieden. Nieuwe projecten moeten dat naar 50 procent tillen. Anderzijds is Coca-Cola al jaren bezig met waterbesparing. Het heeft zijn waterverbruik in de fabriek in Dongen gehalveerd van 3 naar 1,5 liter water per liter frisdrank. In 2030 moet dat teruggebracht zijn naar 1,3 liter. Ook wordt het afvalwater om flesjes schoon te spoelen hergebruikt om kratten schoon te spuiten. De suggestie om afvalwater te hergebruiken is al in onderzoek. “We houden aan het eind van de productieketen afvalwater over. We hebben een gezamenlijke afvalwaterzuivering met andere bedrijven en dit water wordt dan hergebruikt als koelwater voor andere bedrijven. En we onderzoeken met elkaar verdere mogelijkheden”, zegt directeur Karlijn in ‘t Veld van Coca-Cola Nederland. Kijk hieronder het hele webinar terug:Lees ook:Natuurmonumenten wil van Nederlandse vergiet weer een spons makenDit collectief maakt waterzuivering beter, goedkoper en energiezuinigerWat doet droogte met Nederlandse akkers?Nederlandse Hydraloop laat de wereld zijn water twee keer gebruiken