Hannah van der Korput
27 juni 2023, 11:24

Biologische landbouw groeit gestaag in de EU

Waar het in Nederland nog niet storm loopt met de biologische landbouw, is dat in de gehele Europese Unie wel anders. Het biologische landbouwareaal van de EU blijft maar toenemen. Het groeide van 14,7 miljoen hectare in 2020 tot 15,9 miljoen hectare in 2021. Van alle grond die wordt gebruikt voor de landbouw, wordt op 9,9 procent biologisch geteeld.

Adobe Stock 378374801 Tussen 2012 en 2021 is het areaal dat wordt gebruikt voor biologische landbouw in bijna alle EU-landen toegenomen. | Credits: Adobe Stock

Dit schrijft Europees statistiekbureau Eurostat. Tussen 2012 en 2021 is het areaal dat wordt gebruikt voor biologische landbouw in bijna alle EU-landen toegenomen. Vooral in Portugal (+283 procent) en Kroatië (+282 procent) neemt biologisch telen een vlucht. Ook in Frankrijk (+169 procent), Hongarije (+125 procent) en Roemenië (+101 procent) wordt de biologische landbouwgrond flink uitgebreid.

Het groeiend aandeel biologische landbouwgrond lijkt het effect te zijn van het actieplan van de Europese Commissie. Met dit plan wil de Commissie de Europese Green Deal-doelstelling bereiken om tegen 2030 25 procent van het landbouwareaal te bestemmen voor biolandbouw.

Biologische landbouw in de EU-landen. | Credit: Eurostat

Nederland

Ook ons eigen kabinet heeft grootse plannen voor biologische landbouw. In 2030 moet 15 procent van de Nederlandse landbouwgrond biologisch zijn. Maar de weg is nog lang: in 2021 werd slechts op 4 procent van het landbouwoppervlak biologisch geteeld. Hiermee bungelt Nederland vooralsnog onderaan het Europese rijtje.

Is biologisch per se duurzamer?

Maar is biologisch ook per se duurzamer dan gangbare landbouw? In de biologische landbouw worden geen kunstmest en chemisch synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dit scheelt de nodige CO2-uitstoot die samenhangt met de productie en transport van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Ook kan een biologisch areaal leiden tot meer grasland, wat zorgt voor verhoogde koolstofvastlegging.

Met minder gewasbescherming en minder gebruik van diergeneesmiddelen zorgen biologische bedrijven voor een gezondere bodem. Het aantal plantensoorten en insecten is over het algemeen dan ook hoger bij biobedrijven dan gangbare bedrijven.

Tegelijkertijd zijn de voedselopbrengsten lager. Biologische boeren produceren per hectare zo’n 20 procent minder dan niet-biologische boeren. Om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren, is dus extra land nodig. Ondanks de lagere productie, verdienen bioboeren vaak meer dan hun gangbare collega’s. Dit komt doordat de biologische producten voor een hogere prijs kunnen worden verkocht.

Lees ook:

Mongolië en Vietnam vol zonnepanelen? Daar is drie keer zoveel financiering voor nodig

Vorige week publiceerde het Internationaal Energieagentschap (International Energy Agency; IEA) een rapport dat ingaat op de financieringsbehoefte van opkomende economieën, specifiek gericht op hernieuwbare energie. Landen die zich economisch sterk ontwikkelen – grote markten als China en Brazilië, maar ook kleinere als Mongolië en Vietnam – hebben een tekort aan betrouwbare en betaalbare schone energie. Om het aanbod afdoende op te krikken, is er drie keer zoveel geld nodig als in de huidige situatie: van jaarlijks 770 miljard dollar naar zo’n 2,5 biljoen dollar. Daarmee kan de energiebehoefte op een duurzame manier worden vormgegeven, met name door het aanwenden van hernieuwbare energiebronnen en het optimaliseren van energienetwerken. Nodig in de energietransitie Het investeren in opkomende markten wordt door beleggers over het algemeen als risicovol beschouwd. Dat komt omdat zulke economieën volatieler zijn, waardoor het moeilijker is om voorspellingen te doen over het verwachte rendement. Ook gaat de ontwikkeling van duurzame technologieën in de Europese Unie en de Verenigde Staten erg snel. Dat maakt het voor opkomende economieën moeilijk om met het westen te concurreren in de race voor privaat kapitaal. Toch is het van groot belang dat die landen meegaan in de energietransitie. Landen als Indonesië, Mongolië en Zuid-Afrika zijn bijvoorbeeld in grote mate afhankelijk van steenkool voor het opwekken van hun energie. Volgens een toekomstschets van de IEA-onderzoekers zal de energiebehoefte in zulke landen – als het huidige investeringsbeleid wordt doorgezet – de komende tien jaar voor één derde met fossiele brandstoffen worden ingevuld. Dat is niet in lijn met het klimaatakkoord van Parijs. Privaat geld nodig Om dat te voorkomen, is dus significant meer financiering nodig. Enerzijds is het de bedoeling dat overheden die taak oppakken. Maar, zo concludeert het IEA, het merendeel zal van private komaf moeten zijn – zo’n 60 procent. “De huidige wereld beweegt snel, maar er is een groot risico dat veel landen achter gaan lopen”, zegt Fatih Bol, directeur van het IEA. “Investeringen zijn de sleutel om ervoor te zorgen dat zij kunnen profiteren van de nieuwe mondiale energie-economie die aan het ontstaan is. De investeringsbehoeften overstijgen ruimschoots de capaciteit van overheidsfinanciering alleen, waardoor het dringend noodzakelijk is om de particuliere financiering voor schone energieprojecten in opkomende economieën snel op te schakelen. Dit biedt kansen, waaronder een betere toegang tot energie, het creëren van banen, groeiende industrieën, verbeterde energiezekerheid en een duurzame toekomst voor iedereen.” Aantrekkelijk voor investeerders Om de 60 procent privaat kapitaal te bereiken, wijst het IEA een drietal actiepunten aan. Allereerst moeten lokale overheden een klimaat creëren dat private investeringen aantrekt. Zo moeten ze er alles aan doen om de informatievoorziening aan investeerders te maximaliseren. Slechte informatie leidt ertoe dat private geldschieters het risiconiveau overschatten, wat vervolgens de kosten van lokale energieprojecten omhoogdrijft. Dit kan worden verholpen door verbeterde dataplatforms, die informatie van investeringsbanken en andere multilaterale instellingen combineren. Ook moeten overheden een brug zien te slaan tussen kleinschalige energieprojecten en grote financiële instellingen. Die laatste hanteren namelijk een relatief hoge minimale investeringswaarde, hoger dan de kosten van de individuele energieprojecten. Dat kan bijvoorbeeld door bepaalde instrumenten op te tuigen waarmee een veelvoud kleine projecten wordt gebundeld tot één portfolio met een hoge beleggingswaarde. Gunstig lenen Ten tweede: het strategische gebruik van ‘concessionele’ of ‘zachte’ leningen. Dit zijn leningen aan opkomende markten met voorwaarden die gunstiger zijn dan die op de reguliere markt. Zachte leningen helpen niet alleen direct de energiegerelateerde projecten, ze zorgen ook indirect voor meer kapitaal omdat ze vertrouwen opwekken bij publieke financierders. Het IEA heeft berekend dat er ongeveer 80 tot 100 miljard dollar per jaar aan zachte leningen in opkomende economieën (behalve China) nodig is. Groene obligaties Een derde manier om privaat kapitaal aan te trekken is door instrumenten als de groene obligatie in te zetten. Hiermee lenen investeerders geld aan overheden met een specifiek, duurzaam doel. Wereldwijd gaat er meer dan 2,5 biljoen dollar rond in duurzame obligaties, maar vrijwel niets daarvan stroomt naar opkomende markten. In Nederland worden groene obligaties bijvoorbeeld gebruikt voor het aanleggen van windmolenparken of het verduurzamen van woningen. Na afloop krijgen de investeerders hun geld terug plus rente, wat het voor hen een aantrekkelijke investering maakt. Ook hoeven ze, wederom, hun geld daarmee niet in individuele projecten te stoppen. Dat maakt het een geschikt middel voor opkomende economieën. Lees ook: Meer geld naar duurzame energie dan naar fossiele brandstoffen: reden voor optimisme?Moet je nog geld steken in steenkool? Steeds meer investeerders vinden van nietVolop kansen voor pensioenfondsen om circulaire economie mogelijk te maken