Paul van Liempt 23 juni 2023, 11:00

Catch 22 in Energietransitie

Een jaar geleden nog maar was het groot nieuws dat het Europees Parlement en de lidstaten tot een akkoord kwamen over het einde van de verbrandingsmotor in 2035. Een half jaar later werd de deal alweer aangepast: ook nieuwe auto’s die op e-fuels rijden mogen na 2035 gewoon worden verkocht. Nu dreigt een grondstoffentekort de hele deal onderuit te halen. Hoe kun je deze Gordiaanse knoop weer losmaken?

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

Na de oorlog werden onze ogen pas echt geopend. ‘Handel durch Wandel’ bleek van een te rooskleurig mensbeeld getuigen. Rusland buitte onze afhankelijkheid van gas meteen uit, ondanks alle toenaderingen die een met elkaar verweven wereld leefbaar moest houden. En nu dreigt de strijd om grondstoffen de energietransitie nog verder aan het wankelen te brengen. Bedrijven worden speelbal van geopolitiek (ASML, Pirelli) en China is de nieuwe geduchte tegenstander, met macht over essentiële grondstoffen.

Elektrische auto is de norm

Eind oktober 2022 klonk er juichend geluid uit diverse Europese kelen. Europees Commissaris Frans Timmermans (Green Deal), GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout en VVD-Europarlementariër Jan Huitema bezongen eendrachtig de zegeningen van het einde van de verbrandingsmotor: vanaf 2035 mogen auto’s en nieuwe bestelbusjes geen CO2 meer uitstoten, de elektrische auto is de norm. ‘Het was een harde strijd, maar het is gelukt’, zei Eickhout. En ‘met deze doelen creëren we duidelijkheid voor de auto-industrie en stimuleren we vernieuwing en investeringen bij de autoproducenten’, zei Huitema.

Maar anderhalf jaar later ziet de wereld er heel anders uit. Eerst werd de deal afgezwakt onder druk van een Duitse politieke lobby aangevoerd door de FDP en minister van Transport Volker Wissing, ook auto’s die op e-fuel rijden mogen na 2035 worden verkocht. Belangrijker nog was de analyse van de Europese Rekenkamer afgelopen week. Die stelt dat het Europese streven om wereldleider te worden in accu’s en batterijen gevaar loopt. Controleurs van de Rekenkamer waarschuwen dat de EU ‘haar nul-emissiedoel voor 2035 niet haalt.’ De toegang tot grondstoffen is het grootste struikelblok. De Rekenkamer: ‘Geopolitieke en economische factoren kunnen de uitbreiding van de productiecapaciteit vertragen.’

Enorme wake up call

Het ANP citeert voormalig Belgisch minister en lid van de Europese Rekenkamer (ERK) Annemie Turtelboom: ‘De batterij-industrie van de EU mag niet in dezelfde afhankelijke positie terechtkomen als de aardgasindustrie. Wat betreft de toegang tot grondstoffen, aantrekkelijkheid voor investeerders en kosten, bevindt de EU zich echter mogelijk in een zwakke positie.’ Een enorme wake up call om de afhankelijkheid van grondstoffen te reduceren. Voor de productie van batterijen heeft de EU namelijk lithium, mangaan en ruwe natuurlijke grafiet nodig van landen waarmee ze geen handelsovereenkomsten heeft.

Juist in zo’n nijpende situatie gaat het om niet eerder bedachte oplossingen. Slimme samenwerkingsverbanden en partnerstrategieën zijn nodig om de juiste uitvoering in gang te zetten, in wat Paul Polman ‘the Decade of Action’ noemt. Honderd procent donkergroen handelen, vanuit het perspectief van de Sustainable Development Goals, de mondiale agenda om de planeet te beschermen, zal daarbij onmogelijk zijn.

Zonder mijnbouw geen einde aan verbrandingsmotor

De Volkskrant schrijft in een commentaar: ‘Geen schone toekomst zonder vuile handen.’ Om die schone toekomst ook in een onzekere wereld vol geopolitieke strijd te bereiken, zal mijnbouw een serieuze optie moeten zijn. De plannen van Noorwegen om aan diepzeemijnbouw te doen (waar kobalt, neodymium en dysprosium zit, nodig voor accu’s van elektrische auto’s) stuitten al op hevige weerstand. Het is een Catch 22 aan het worden: zonder mijnbouw geen einde van de verbrandingsmotor. Of straks in de hele EU in goedkope ‘Chinese Tesla’s’ rijden. Met files op Europese wegen vol NIO’s, BYD’s en XPENG’s, als blijk van een machtige arm die verder reikt dan je voor mogelijk hield.

Amstel III: groene energie delen met de hele wijk

De gemeente heeft hierin de regie gepakt. In een publiek-private samenwerking met alle partijen die actief zijn in het gebied is eerst uitgerekend hoeveel petajoule aan energie Amstel III in totaal nodig heeft. Daarna is gekeken welke duurzame bronnen die kunnen leveren. Dat voorkomt bijvoorbeeld dat de eerste bouwers of bedrijven grote warmte- en koudebronnen in de bodem gaan aanboren en ontwikkelaars en partijen die daarna komen geen vergunning meer krijgen. “Als gemeente kunnen we ervoor zorgen dat het er eerlijk aan toegaat”, vertelt Richard Ruijtenbeek, senior adviseur energie en circulaire ontwikkeling bij de gemeente Amsterdam, tijdens de presentatie op vastgoedbeurs Provada. Van saaie blokkendozen tot duurzame wijk Gemeente Amsterdam heeft voor stadsdeel Zuidoost een energievisie opgesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Het startte vorig jaar met de bouw van Amstel III, dat tussen de Johan Cruijff ArenA, de A2 en het AMC ligt. Snelweg A9 loopt er dwars doorheen. Nu is het nog een bedrijventerrein met oude kantoorgebouwen – “saaie blokkendozen”, aldus Ruijtenbeek –, straks een duurzame stadswijk met veel groen, 15.000 kleinere woningen en extra werkgelegenheid. Met op de begane grond voorzieningen als scholen, gezondheids- en jongerencentra en buurtkamers. Langs het spoor en naast de ArenA komen parken om te sporten en te ontspannen. Bewoners en werknemers worden gestimuleerd om veel te lopen, te fietsen en het openbaar vervoer te gebruiken. De woningen komen op en rond de kantoren, op het bedrijventerrein komen alleen bedrijven. Inspraak van bewoners Bij zo’n groene wijk hoort een duurzame energievoorziening en daarin werken alle partijen samen. De gemeente regisseert, maar bedrijven en bewoners bepalen wat er komt. “Ik had bijvoorbeeld in het begin 25 windmolens ingetekend, maar dat wilde men niet”, vertelt Ruijtenbeek. “Wat dan wel?', vroeg ik. We hebben de energie wel nodig. Jullie willen ook van het gas af, koken op elektra en misschien straks een elektrische auto rijden. Toen hebben de bewoners zelf gekozen voor grootschalige isolatie van de gevels, en zonnepanelen. Dat is tegelijk ook een sociale energietransitie, want we hebben uitgerekend dat windmolens minder werkgelegenheid opleveren dan zonnepanelen. We kunnen straks met duurzame energie 1.200 mensen een baan geven in dit gebied.” WKO-bron voor hele wijk Behalve zonnepanelen komen er warmtenetten die restwarmte gebruiken van datacenters en de lokale supermarkt. De belangrijkste bron voor energie en koeling wordt echter de installatie voor warmte-koudeopslag (WKO), die gebruikmaakt van diepe grondwaterbronnen. Synchroon was de projectontwikkelaar van het gebiedsdeel, waar ook een oud kantoor stond van technisch dienstverlener Croonwolter&dros, net als de ontwikkelaar een dochter van TBI. "Omdat het een zeer dichtbebouwd gebied is, hebben we onderzocht of er samen met andere ontwikkelaars voordeel te behalen was met een gezamenlijk energieconcept, zowel financieel als vanuit duurzaamheid", zegt Anne van Bergen, projectontwikkelaar bij Synchroon. De ontwikkelaar schreef een tender uit en die werd gewonnen door duurzaam warmtebedrijf Jord, toevallig ook een zusje van TBI. Dat maakte een ontwerp waarbij één WKO-installatie duurzame warmte en koeling opwekt en levert voor het hele gebied. Dat scheelt niet alleen veel kosten, maar zorgt ook voor meer CO2-reductie. Jord verzorgt de komende 30 jaar de levering. Op gebiedsniveau aangepakt Op dat systeem worden meerdere gebruikers aangesloten. Van woningen tot kantoren, van kinderopvang tot supermarkt. Maar ook de zonnepanelen, de warmtenetten en de laadpalen in het gebied. “We hebben niet alleen op gebouwniveau, maar op gebiedsniveau gekeken wat er precies nodig is aan energiestromen”, zegt projectontwikkelaar Mark Derksen van Jord. “We hebben het veel breder getrokken dan één gebouw.” Waardering voor flexibiliteit Zowel Jord als Synchroon noemen de aanpak van de gemeente Amsterdam uitzonderlijk. Vooral het beleid om de kaders te bepalen, maar partijen zelf te laten kiezen wat de beste duurzame energiesystemen zijn. “We waarderen die flexibiliteit", besluit Derksen. "We maken ook wel eens mee dat gemeentes bepalen wat de beste energieoplossing is, terwijl ze zelf geen eigenaar zijn van het systeem. Het bodem,- en energieplan, in combinatie met het interferentieplan voor WKO’s, zorgt voor voldoende houvast. Dan kunnen partijen die eigenaar van het energiesysteem zijn dit het beste zelf bepalen.” Lees ook: De wijk van de toekomst is gezond, duurzaam, groen en telt 0 auto’sCirculair renoveren: kan dat? Gewoon doen, zeggen Rabobank en HeijmansDordrecht bouwt natuur-inclusieve en klimaatadaptieve wijk: 'Dit is de bouw van de toekomst'Circulair bouwen te duur? Niet als je er anders naar kijkt