Hannah van der Korput
05 juni 2023, 14:40

Hoeveel beter is biologisch voor klimaat, natuur en dierenwelzijn?

Het kabinet heeft grootse plannen voor de biologische landbouw. In 2030 moet 15 procent van de Nederlandse landbouwgrond biologisch zijn. Zo ver is het nog lang niet: in 2021 werd slechts op 4 procent van het landbouwoppervlak biologisch geteeld. Hoe kan dit aandeel worden vergroot? En wat is het effect van biologische producten op klimaat, natuur en dierenwelzijn?

Adobe Stock 451182672 Het vergroten van het biologisch areaal draagt bij aan minder uitstoot van broeikasgassen, schrijven de onderzoekers. | Credits: Adobe Stock

Nieuw onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) gaat in op deze vragen. De focus van het rapport ligt op de biologische akkerbouw en melkveehouderij.

Broeikasgassen

Het vergroten van het biologisch areaal draagt bij aan minder uitstoot van broeikasgassen, schrijven de onderzoekers. In de biologische landbouw worden geen kunstmest en chemisch synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dit scheelt de nodige CO2-uitstoot die samenhangt met de productie en transport van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Ook kan een biologisch areaal leiden tot meer grasland, wat zorgt voor verhoogde koolstofvastlegging.

Natuur

Uit het onderzoek blijkt ook dat biologische akkerbouwbedrijven en melkveehouderijen de natuur versterken. Zo bevordert de sector de biodiversiteit. Het aantal verschillende plantensoorten en de hoeveelheid insecten bij biologische bedrijven is over het algemeen hoger dan bij gangbare bedrijven. Bovendien zorgen biologische bedrijven met minder ammoniakemissies, minder gewasbescherming en minder gebruik van diergeneesmiddelen voor een gezondere bodem.

Voedselzekerheid

Wanneer meer bedrijven omschakelen naar biologisch, gaat dit ten koste van de voedselopbrengsten. Biologische boeren produceren per hectare namelijk zo’n 20 procent minder dan niet-biologische boeren. Tegelijkertijd raakt de bodem minder uitgeput door biologische landbouw, waardoor toekomstige generaties er langer gewassen op kunnen verbouwen. Daarnaast wijst onderzoek uit dat biologische grond het water beter vasthoudt. In droge omstandigheden, die vaker gaan voorkomen door klimaatverandering, kunnen de opbrengsten van biologische landbouw daardoor juist hoger uitvallen dan niet-biologische landbouw.

Dierenwelzijn

Biologische melkveehouderijen scoren waarschijnlijk beter op dierenwelzijn dan gangbare, stelt het onderzoek. Zo staan koeien van biologische boeren jaarlijks meer uren in de wei. Hierdoor kunnen zij natuurlijk gedrag vertonen zoals grazen. Ook in de stal heeft een biologische koe vaak meer ruimte dan een gangbare koe. Of zich dat daadwerkelijk vertaalt in een beter(e) welzijn en gezondheid (zoals minder kreupelheid), durven de onderzoekers niet met zekerheid te zeggen. In Nederland is dit nog nooit goed onderzocht.

Groei van biologisch

Het kabinet wil het aandeel biologische landbouw binnen acht jaar laten groeien van 4 naar 15 procent. Gaat dit lukken? Het onderzoek waarschuwt voor mogelijke belemmeringen, zoals de onvoldoende vraag naar biologische producten. Zo is de biologische melkveehouderij nu vele malen kleiner dan de gangbare melkveehouderij. Wanneer veel boeren overstappen op biologisch, ontstaat er mogelijk een schaarste aan biologisch krachtvoer voor de koeien. Hetzelfde geldt voor biologische mest: daar is nu al een tekort van, laat staan wanneer de vraag toeneemt. De onderzoekers noemen ook het tekort aan arbeidskrachten voor onkruidbestrijding een mogelijke belemmering. Innovaties en technische ontwikkelingen zijn nodig om zonder de inzet van extra arbeid toch onkruidbestrijding mogelijk te maken bij biologische akkerbouw.

Lees ook:

Changemaker College | Biodiversiteit of voedselzekerheid (donderdag 29 juni 2023)

Menselijke activiteiten zoals ontbossing, vervuiling, klimaatverandering en overbevissing lijden tot habitatverlies en verlies van biodiversiteit, wat een bedreiging vormt voor de voedselzekerheid. Dat moet veranderen. Daarvoor zijn duurzame voedselsystemen nodig zoals kortere voedselketens en lokale voedselproductie. De landbouw moet zichzelf opnieuw uitvinden, natuurgebieden moeten beschermd worden en het menselijk dieet moet anders. Welke duurzame oplossingen zijn er nu al die de balans tussen voedselzekerheid en biodiversiteit bewaken?

Dit Changemaker College is live op locatie Westbeat te volgen. Wil je erbij zijn? Meld je hier aan!

Omarm complexiteit: hoe de boardroom systeemverandering mogelijk maakt

Waar hebben we het eigenlijk over als we willen ontgroeien? Josephine de Zwaan, commissaris bij verschillende organisaties, waaronder Fairphone, ROM InWest, Avans en Buma/Stemra, vat degrowth als volgt samen: “Stoppen met het verkeerde, en doorgaan met het goede. Verkeerd is dat we mensen in de steek laten en hen niet in staat stellen om een menswaardig leven te leiden. Net zo verkeerd is dat we de aarde uitputten. De goede dingen doen is iedereen helpen mee te doen, stoppen met vervuilen en de aarde helpen regenereren.” Ook bij het webinar aangeschoven is Matthijs Visch, voormalig Managing Director EMEA van duurzaam kledingmerk Patagonia. Hij voegt toe dat dit betekent dat in sommige delen van de economie groei niet wenselijk is, terwijl andere delen van de economie júíst moeten groeien om tot een duurzamer economisch systeem te komen. “Alles wat je als bedrijf doet, moet in het teken staan van een duurzame missie. En dat zorgt zeker niet voor een ongezond bedrijfsmodel.” Wat vinden we van waarde? Visch legt uit dat Patagonia al vijftig jaar kleding produceert die zo min mogelijk schade aan mens en milieu toebrengt. Uit die missie volgt dat consumenten worden aangespoord om minder kleding te kopen en meer te laten repareren – wat automatisch tot de discussie leidt of ongebreidelde groei wel zo’n goed idee is. Patagonia werkt daarom niet alleen met financiële, maar ook met bijvoorbeeld CO2-budgetten, om te voldoen aan de doelstellingen uit het akkoord van Parijs. “Wat vinden we van waarde? Dat is in essentie de vraag waar het over gaat”, stelt De Zwaan. “We moeten weg van het economische paradigma dat alles in geld uitdrukt, en andere waarden op de agenda zetten.” Als voorbeeld hiervan noemt ze de donut-economie van econoom Kate Raworth, die de ecologische en sociale grenzen van de aarde centraal stelt. Ook de Sustainable Development Goals (SDGs) kunnen modellen aanreiken, net als de Nieuwe Economie Index (NEx) van MVO Nederland, waarmee de duurzaamheid van het bedrijfsleven langs een objectieve meetlat wordt gelegd. Complexiteit “Bij Patagonia werd ik verantwoordelijk gehouden voor zowel de cijfers als het welzijn van de organisatie, het bereiken van progressie bij ecologische projecten en de gezondheid van de keten waarin we werkten”, vertelt Visch. “Dat maakt het werk veel complexer. Het is leuk, maar ook uitdagend om voor al die verschillende welzijnsindicatoren verantwoordelijkheid te dragen.” De Zwaan brengt in dat het voor commissarissen, ook in duurzame organisaties, niet eenvoudig is om die complexiteit te omarmen. “De reflex is toch vrij snel om de financiële parameters als eerste op de agenda te zetten. Dan komt het aan op de cohesie in de raad van commissarissen. En of de leden die andere waarden belangrijk genoeg vinden, en of zij durven om de financiële veer te laten ten gunste van andere waarden. Dat is lang niet altijd makkelijk.” Andere vragen stellen De Zwaan is betrokken bij het programma ‘Ongemak in de Boardroom’ van MVO Nederland en de Goldschmeding Foundation. Ze vertelt dat dit programma startte met de observatie van MVO-directeur Maria van der Heijden dat bestuurders en commissarissen het moeilijk vinden om in de boardroom te gaan staan voor opvattingen over maatschappelijk verantwoord ondernemen die ze als privépersoon hebben. “De conclusie van het programma is dat, om in de buitenwereld echt iets te kunnen transformeren, je met je eigen transformatie moet starten. Vanuit daar kan je werken aan een gezamenlijke transformatie in de boardroom, de onderneming en vervolgens in je sector en in het brede maatschappelijke speelveld.” Deze transformatie wordt vaak geremd door een angst voor het onbekende, ziet De Zwaan. “Er is angst voor het zetten van de juiste stappen, omdat bestuurders en commissarissen die snel in risico-frameworks voor zich zien. Maar zolang je zaken blijft formuleren als risico's in plaats van als kans en als mogelijkheid om je verantwoordelijkheid te nemen, komt verandering traag op gang.” In de boardroom moeten daarom andere vragen worden gesteld, vindt De Zwaan. “Niet zozeer de vraag wat is het risico en wat tonen de cijfers uit het verleden aan, moet centraal staan. We moeten veel meer focussen op vragen als: wat is er nodig, wat willen we met elkaar bereiken en welke waarden willen we creëren? Wat weten we nog niet, en durven we vanuit het niet-weten iets nieuws te gaan proberen?” Stap voor stap Toch hoeft verandering ook weer niet zo ingewikkeld te zijn, merkt Visch op. “Kijk in je keten: er zijn altijd zaken die evident niet goed gaan”, vertelt hij. “Elk jaar verbetert Patagonia twee of drie van die dingen, in lijn met zijn missie. Ik denk dat dat iets is wat elke organisatie kan doen. Als je elk jaar drie dingen verandert, heb je over acht jaar bijna vijfentwintig zaken verbeterd en heeft je organisatie een enorme transformatie doorgemaakt.” Lees meer: Moet Nederland ontgroeien om de klimaatdoelstellingen te halen?Podcast: Van groene groei en ontgroei naar postgroeiMaak plaats voor de nieuwe generatie toezichthouders: “Jongeren kijken anders naar de maatschappij”