Bart Brouwers 05 juni 2023, 10:25

McKinsey: heropleving regionale luchtvaart, dankzij duurzamere mobiliteit

Een heropleving van regionale luchtmobiliteit (Regional Air Mobility, RAM) zou een revolutie teweeg kunnen brengen in korteafstandsreizen. De trend wordt gedreven door innovatieve technologie, focus op duurzaamheid, frustratie over bestaande vervoersopties en de opkomst van mobility-as-a-service. Uit onderzoek van McKinsey Aerospace & Defense blijkt dat het marktpotentieel voor deze sector – alleen al aan de passagierskant – tegen 2035 wordt geschat op 75-115 miljard dollar, goed voor 300-700 miljoen passagiers per jaar.

Adobe Stock 204910663 'Waterstofaandrijving voor regionale toepassingen zou bijvoorbeeld een bereik van meer dan 2.000 kilometer kunnen opleveren, waarmee 70 procent van alle Europese transportcapaciteit wordt gedekt.' | Credits: Adobe Stock

Volgens McKinsey investeren meer dan vijftig bedrijven in RAM start-ups en ontwikkelen ze nieuwe luchtvaarttechnologieën, waaronder groene aandrijving, digitalisering en autonoom vliegen. RAM maakt gebruik van onderbenutte regionale luchthavens en wil een zuiniger, milieuvriendelijker en rechtvaardiger transportmodel bieden voor afstanden tussen 150 en 800 kilometer. Belangrijke factoren die de groei van de RAM-markt mogelijk maken zijn volgens McKinsey een naadloze klantervaring, volwassen vliegtuigtechnologie, acceptatie door het publiek, nieuwe energie-infrastructuur op kleine luchthavens en een aanzienlijke toename van de regionale vloot.

De trends suggereren dat de tijd voor RAM is gekomen, aldus het rapport. “De wereld zal binnenkort deze nieuw leven ingeblazen vorm van luchtvervoer ontdekken, die duurzamer is en gebruik maakt van de onderbenutte infrastructuur die we vandaag al hebben. Korteafstandsvluchten zullen bijdragen aan economieën buiten de grote metropolitane hubs stimuleren. Er blijven materiële onzekerheden bestaan over de toekomst van RAM, maar er is een duidelijk pad voorwaarts om strategische besluitvorming te ondersteunen en waarde te creëren in een markt waar de tijd rijp voor is.”

De industrie transformeren met duurzame aandrijftechnologieën

De resultaten van het McKinsey-onderzoek komen overeen met eerder onderzoek van Roland Berger. Ondanks een langdurige daling in de regionale luchtvaartsector zijn de investeringen in nieuwe, duurzaam aangedreven regionale vliegtuigen de afgelopen twee jaar explosief gestegen tot meer dan 3 miljard dollar (2,81 miljard euro), aldus het rapport. “Eén belangrijke reden: korte vluchten zijn zeer geschikt om belangrijke technologieën zoals elektrische, waterstof- en hybride aandrijving te testen. Er moet echter nog veel gebeuren om het volledige potentieel van deze nieuwe generatie mobiliteit te benutten.”

Experts en leiders uit de industrie werken aan het overwinnen van technologische uitdagingen om een wijdverspreide toepassing te bereiken en korteafstandsvluchten milieuvriendelijker en kosteneffectiever te maken. Bijna 400 ontwikkelingsprojecten wereldwijd richten zich op alternatieve aandrijving voor regionale vliegtuigen, de meeste rond elektrische of hybride systemen.

Elektrische aandrijving wordt het meest geschikt geacht voor de korte afstand stedelijke luchtmobiliteit (Urban Air Mobility, UAM) en RAM-markten, terwijl waterstofaandrijving een groter bereik biedt, maar beperkt wordt door de technologische beperkingen van brandstofcellen en batterijen. Naarmate de sector vooruitgang boekt, zullen deze nieuwe aandrijfsystemen een cruciale rol spelen bij het verminderen van de milieu-impact van de luchtvaart en het behalen van de wereldwijde duurzaamheidsdoelstellingen.

Baanbrekende projecten en bedrijven in regionale luchtmobiliteit

Verschillende projecten en bedrijven nemen het voortouw in de ontwikkeling van regionale luchtmobiliteit. De markt voor geavanceerde luchtmobiliteit omvat bijvoorbeeld vele voertuigen, van kleine onbemande luchtvaartuigen tot regionale vliegtuigen voor 19 of meer passagiers. RAM-gebruiksgevallen omvatten chartervluchten, vrachtvervoer, feedervluchten (vluchten naar grote luchthavens waarna passagiers met een langeafstandsvlucht vertrekken) en proefperiodes voor nieuwe routes.

Interessant is dat volgens Roland Berger het langeafstands RAM-segment domineert, met 35 procent van alle projecten gericht op vliegtuigen voor afstanden van meer dan 300 kilometer, maar minder dan 19 passagiers. Dit is verrassend aangezien het grootste deel van de financiering in 2021 naar UAM of RAM-sectoren voor korte afstanden ging. Investeerders zetten echter in op meer gevestigde UAM-projecten voor korte afstanden, met de intentie om hun bereik uit te breiden zodra de technologie klaar is en de markt volwassen wordt.

Overheidsbeleid

Overheidsbeleid en regelgeving spelen een cruciale rol bij het implementeren en invoeren van duurzame aandrijftechnologieën in regionale luchtmobiliteit. Nu overheden en het publiek zich meer richten op duurzaamheid, worden er nieuwe initiatieven en beleidskaders ontwikkeld om de impact van de luchtvaart op het klimaat te verminderen. Waterstofaandrijving voor regionale toepassingen zou bijvoorbeeld een bereik van meer dan 2.000 kilometer kunnen opleveren, waarmee 70 procent van alle Europese transportcapaciteit wordt gedekt.

Er moeten echter verschillende uitdagingen worden aangepakt voordat RAM een aantrekkelijke reisoptie kan worden, “die mogelijk kan resulteren in een markt van 50 miljard dollar” (47 miljard euro) (minder dan de helft van de meest optimistische schatting van McKinsey). Deze uitdagingen omvatten acceptatie door het publiek, certificering voor nieuwe technologieën, investeringen in infrastructuur (zoals elektrische oplaadstations, integratie met grondvervoernetwerken en boekingsplatforms) en de beschikbaarheid van hernieuwbare energie tegen concurrerende prijzen.

Scenario’s voor de toekomst van regionale luchtmobiliteit

Gezien de huidige staat van de luchtvaartindustrie en de technologische vooruitgang zijn er drie mogelijke trajecten voor de markt voor RAM tegen 2050:
Basisscenario: een markt van 25 miljard dollar (23 miljard euro) met een groei van de luchtvaartmarkt op lange termijn van 4 procent samengestelde jaarlijkse groei en hogere prijzen voor hernieuwbare energie.
Best Case: 50 miljard dollar (47 miljard euro) markt met stabiele hernieuwbare energieprijzen en RAM-ticketprijzen die concurrerend zijn met treinen en auto’s.
Downside Case: 10 miljard dollar (9 miljard euro) markt met beperkte duurzame energie, hogere energieprijzen en afnemende groei van de luchtvaartmarkt.

McKinsey is nog optimistischer: ongeacht de specifieke uitkomst is het duidelijk dat regionale luchtvaart het potentieel heeft om korteafstandsreizen te transformeren en de luchtvaartindustrie naar een duurzamere en efficiëntere toekomst te leiden.

Het artikel ‘McKinsey: heropleving regionale luchtvaart, dankzij duurzamere mobiliteit‘ verscheen oorspronkelijk op Innovations Origins

Lees ook:

Van gletsjer naar graanveld: CO2 opslaan in afgebrokkeld gesteente

Gletsjers staan nooit stil. De gigantische ijsmassa’s, die zo’n 10 procent van het landoppervlak ter wereld beslaan, zijn constant in beweging en spreiden zich langzaam uit over de grond waarop ze liggen. Dat gaat gemoeid met zulke grote krachten, dat er gesteente loskomt. Glaciale erosie, wordt dat genoemd. Puinstromen door bewegende gletsjers Het bewegen van gletsjers in Groenland produceert naar schatting 1 miljard ton steenpuin per jaar. In modderstromen vloeit dat puin onder de gletsjers vandaan. Volgens onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen kunnen we het gesteente verzamelen en gebruiken om klimaatverandering tegen te gaan, zonder dat dat nadelige gevolgen heeft voor de lokale omgeving. CO2 opslaan in steenpuin Van nature slaat gesteente CO2 uit de atmosfeer op. Dat komt door een proces genaamd natuurlijke verwering. Gesteente brokkelt door lucht en water af tot steeds fijnere deeltjes. Daarnaast lost CO2 uit de atmosfeer op in water – regenval – waardoor er waterstofcarbonaat ontstaat. Het waterstofcarbonaat reageert met het verweerde gesteente, en dat leidt tot een stabieler gesteente dat het CO2 vasthoudt. De Deense onderzoekers hebben aangetoond dat we natuurlijke verwering kunnen toepassen om ons te helpen met de oplossing van het klimaatprobleem. Door het fijne gletsjerpuin uit Groenland te verzamelen en uit te strooien over landbouwgrond, wordt het proces van natuurlijke verwering versneld. ‘Verbeterde verwering’ noemen de onderzoekers dat, of in het Engels: Enhanced Rock Weathering (ERW). Het steenpuin ligt dan op een groter oppervlak waardoor het waterstofcarbonaat sneller zijn werk doet en er dus meer CO2 uit de atmosfeer kan worden gehaald. Vruchtbaardere grond Niet alleen is ERW een methode die het overschot aan CO2 in de atmosfeer kan verminderen, het is ook nog eens voordelig voor de landbouwgrond zelf. De onderzoekers concludeerden na een periode van drie jaar, waarin Groenlands gletsjerpuin over Deense akkers werd uitgestrooid, dat de bodem vruchtbaarder werd. De opbrengst van de lokaal verbouwde gewassen steeg. De onderzoekers verwachten dat het uitgestrooide puin leidde tot een verhoogde afbraak van organisch materiaal en een toename van voedingsstoffen in de grond. Natuurlijk moet er voor grootschalige toepassing nagedacht worden over hoe het vruchtbare gesteente op een duurzame manier gedolven en naar landbouwgronden vervoerd kan worden, erkennen ook de wetenschappers. In hun onderzoek hebben ze de milieu-impact van het transport buiten beschouwing gelaten. Maar doordat ook de transportsector steeds verder vergroent, verwachten de onderzoekers dat CO2-opslag in gletsjerpuin steeds aantrekkelijker wordt.Lees ook: Vergeet de zoutcaverne; CO2 kun je beter opslaan in stenen’s Werelds grootste CCS-project krijgt tweede kansVaarwel gletsjers? Nieuw onderzoek schetst alarmerende trend