Sebastian Maks
09 mei 2023, 14:43

Oproep grote investeerders: 'Stop nu met die bergen plastic'

Het gebruik van plastic verpakkingsmateriaal moet fors omlaag, zeggen nu ook 183 grote investeerders. In een gezamenlijk pleidooi roepen ze een groep bedrijven op om te minderen in hun plasticverbruik en ook wetgeving niet langer in de weg te zitten. Nu moet er een constructieve discussie volgen. De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling faciliteert die.

Adobe Stock 10198280 Plasticafval is slecht voor dieren en de natuur, maar kan ook schadelijke gevolgen hebben voor de mensheid. | Credits: Adobe Stock

We hebben in 2021 wereldwijd meer plastic voor eenmalig gebruik weggegooid dan ooit tevoren. Dat was de conclusie van de meest recente ‘Plastic Waste Makers Index’. Elke minuut verdwijnt er het equivalent van een vrachtwagenlading aan plasticafval in oceanen. Dat heeft niet alleen desastreuze gevolgen voor het milieu, het plasticgebruik in 2021 leidde ook tot een CO2-uitstoot ter grootte van die van heel het Verenigd Koninkrijk. Een coalitie van internationale investeerders hijst daarom de stormbal en doet een dringende oproep aan bedrijven.

Gezamenlijke brief aan bedrijven

Verminder de uitstoot van plastic en stop met de lobby tegen plastic-specifieke wetgeving, zo luidt de boodschap van 183 grootschalige investeerders. Ook dringen ze aan om meer plastic te recyclen en op zoek te gaan naar plasticsoorten zonder gevaarlijke chemicaliën. Ze richten hun pleidooi, een gezamenlijk ondertekende brief, aan 36 consumptiegoederen- en supermarktketens. Voorbeelden daarvan zijn Coca-Cola, McDonald’s en Ahold Delhaize. De brief is gecoördineerd door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). “De investeerders hebben een duidelijk signaal afgegeven”, zegt Freek van Til, projectmanager bij VBDO. “Zie het als de kick-off voor een discussie tussen alle partijen. Als VBDO faciliteren wij het platform voor die discussie.”

Wetgeving op komst

De coalitie van investeerders – bestaande uit onder meer vermogensbeheerders, verzekeraars en pensioenfondsen – is samen verantwoordelijk voor een portfolio van bijna tien biljoen euro. Een deel daarvan betreft investeringen in de bedrijven aan wie de oproep is gericht. De coalitie ziet het niet goed aflopen met de betreffende bedrijven als die door blijven gaan op dezelfde voet.

“Investeerders maken zich zorgen over de waardecreatie van bedrijven op de lange termijn als die hun bedrijfsvoering niet aanpassen”, zegt Van Til. “Dat wil zeggen: als ze blijven vasthouden aan single use plastics en niet in kaart brengen welke chemicaliën daarvoor gebruikt worden.” Hij geeft aan dat bedrijven in de toekomst moeten gaan voldoen aan veel relevante wetgeving omtrent plastic en verpakkingsafval. “Als bedrijven daar niet klaar voor zijn, dan kan dat problemen voor ze opleveren.”

Nog geen harde consequenties

De investeerders koppelen nog geen consequenties aan het eventueel niet opvolgen van hun adviezen. “De brief is niet aanvallend ingestoken. Hij is bedoeld om constructief verbeteringen mee te gaan doorvoeren”, zegt Van Til. Maar hij benadrukt wel dat er werk aan de winkel is en dat de bedrijven aan de slag zullen moeten. Zo niet: “dan kan je nog overgaan tot agressievere manieren van communicatie.”

Lees ook:

4 manieren waarop drones boeren op het land kunnen helpen

Ze brengen rampgebieden in kaart, bezorgen pakketten en schakelen vijanden in oorlogsgebieden uit. En nu raakt ook de agrarische sector verslingerd aan drones.1. Wild opsporen Zo worden al op verschillende plekken in Nederland de onbemande vliegtuigjes ingezet om reekalfjes op te sporen voordat boeren hun weides gaan maaien. De jonge dieren verstoppen zich graag in het hoge gras en zijn daardoor moeilijk te spotten. Door drones uit te rusten met warmtecamera’s worden reekalfjes makkelijk en snel opgespoord. Nadat ze veilig op een andere plek zijn gezet – en met hun moeder zijn herenigd – kan de boer beginnen met maaien.2. Bomen planten In een jaar tijd 1 miljard nieuwe bomen planten. En dat ieder jaar opnieuw. Dat is het plan van BioCarbon Engineering. Omdat al die zaadjes met de hand in de grond stoppen veel te lang zal duren, zet de Britse start-up in op drones. De vliegende planters kunnen volgens het bedrijf in dezelfde tijd vier keer zoveel zaden in de bodem duwen als mensen. En ze zijn bovendien veel goedkoper dan al die dure arbeiders.Het plan waarmee BioCarbon Engineering in 2015 op de proppen kwam, telt drie fases. De eerste fase draait om verkenning: de 13,5 kilo zware drone die het bedrijf ontwikkelde, scant de omgeving en rekent met een algoritme uit op welke plekken de bomen de grootste overlevingskans hebben. Tijdens de tweede fase worden de zaadjes gepland. De drone, die de bijnaam Robin heeft gekregen, schiet met perslucht biologisch afbreekbare capsules de grond in. In die capsules zitten ontkiemde zaadjes en mest om ze op weg te helpen. Het enige dat de zaadjes dan nog nodig hebben, is water. En dat valt bij een regenbui gewoon uit de lucht.Tijdens zo’n precisiebombardement moet Robin iedere minuut 120 zaadjes planten. In de jaren die volgen, keert BioCarbon Engineering met regelmaat terug om met drones te controleren of de bomen goed groeien. De start-up voerde in mei 2017 zijn eerste ‘boombardement’ uit in Australië. Sindsdien schoot het bedrijf ook zaadjes in de grond in Marokko, Myanmar, Nieuw-Zeeland en Zuid- Afrika. En in Groot-Brittannië zelf natuurlijk.BioCarbon Engineering is niet het enige bedrijf dat drones inzet om zaden te planten. Het in de Amerikaanse stad Seattle gevestigde DroneSeed werkt al een tijdje aan vergelijkbare plannen. Het belangrijkste verschil: DroneSeed wil niet alleen boomzaadjes de grond in schieten, maar ook zaadjes van andere planten. En net als BioCarbon Engineering laten de Amerikanen de plantjes daarna niet aan hun lot over. Zodra die boven de grond uit komen, moeten de drones ze regelmatig besproeien met kunstmest en pesticide. Zorg van de wieg tot volwassenheid dus.3. Waterspionnen De meeste akkers lijken vlak, maar soms zitten ze vol hobbels en kuilen, of lopen ze een tikje schuin af. Al die hoogteverschillen kunnen ervoor zorgen dat regenwater of water uit sproei-installaties niet evenredig verdeeld raakt. Laag gelegen stukken grond lopen vol water, waardoor de wortels van de planten die er staan kunnen afsterven. Terwijl planten die op hogere plekken groeien juist dorst krijgen doordat het water er snel wegstroomt.Gelukkig bieden drones die uitgerust zijn met warmtebeeldcamera’s een helpende hand. Ze gebruiken infrarood licht om de temperatuur van de bodem te meten. Doordat water een verkoelend effect heeft, kunnen de drones zien welke delen van een stuk grond nat zijn en welke niet. Op beelden van een warmtebeeldcamera zijn de natte en koele delen blauw, en de droge, warme stukken grond geel, oranje of rood.Aan de hand van die kaart kan een boer vaststellen welke planten genoeg water krijgen en welke extra besproeiing kunnen gebruiken. Dat levert niet alleen een betere oogst op, maar kan ook voor een flinke kostenbesparing zorgen.Daarnaast voorkomt slim irrigeren dat de opgebrachte mest wegspoelt en in sloten, plassen en rivieren terechtkomt. Drones met warmtebeeldcamera’s kunnen landbouwers verder helpen om te ontdekken of er lekken in hun irrigatiesystemen zitten. Een lek levert namelijk een natter (en dus koeler) gebied op, dat met infrarood licht op te sporen is.4. Onkruidkillers Planten als akkerdistels en grote windhalmen gedijen goed in onze contreien. Daarbij onttrekken ze water en voedingsstoffen aan de bodem die eigenlijk voor de gewassen bedoeld zijn. Dat is niet goed voor de opbrengst en dus halen boeren dit onkruid met gif, machines of branders weg.AgResearch denkt dat dit veel efficiënter kan. Het Nieuw-Zeelandse onderzoeksinstituut wil onbemande vliegtuigjes gaan uitrusten met sensors die onkruid vanuit de lucht kunnen identificeren. Zogeheten hyperspectrale camera’s aan boord van de drones moeten de planten scannen en hun chemische samenstelling bepalen. Dat doen ze door te kijken naar de kleur van het licht dat de planten terugkaatsen. Ontdekt het onbemande vliegtuig een plant die de boer liever niet op zijn akker heeft, dan slaat hij de locatie daarvan op met behulp van gps.Op die manier brengen de drones van AgResearch al het onkruid op een akker in kaart, zodat het heel gericht kan worden bestreden. Dat scheelt niet alleen gif (en dus geld), maar het is ook beter voor de gewassen die een boer verbouwt. Er is trouwens een nog effectievere methode: de drones uitrusten met een laser die het onkruid heel doelgericht verbrandt.De eerste commerciële onkruidkillers die gif sproeien, vliegen al rond in Nieuw-Zeeland. Wanneer de laserdrone het luchtruim kiest, is nog niet bekend. AgResearch moet eerst nog wat problemen tackelen. In een droog gebied kan een gebundelde lichtstraal namelijk voor een stevige fik zorgen. Een mogelijke oplossing: niet werken met één grote laser die heel heet wordt, maar met meerdere kleine lasers. Verder onderzoek moet uitwijzen of dit een bruikbare tactiek is.Het artikel 'Zo kunnen drones boeren op het land helpen' verscheen eerst op KIJK Magazine.Changemaker College | Biodiversiteit of voedselzekerheid (donderdag 29 juni 2023) Menselijke activiteiten zoals ontbossing, vervuiling, klimaatverandering en overbevissing lijden tot habitatverlies en verlies van biodiversiteit, wat een bedreiging vormt voor de voedselzekerheid. Dat moet veranderen. Daarvoor zijn duurzame voedselsystemen nodig zoals kortere voedselketens en lokale voedselproductie. De landbouw moet zichzelf opnieuw uitvinden, natuurgebieden moeten beschermd worden en het menselijk dieet moet anders. Welke duurzame oplossingen zijn er nu al die de balans tussen voedselzekerheid en biodiversiteit bewaken? Dit Changemaker College is live op locatie Westbeat te volgen. Verzeker je plek en meld je hier aan!Lees ook: Opmerkelijk: bospaddenstoelen kletsen met elkaar na een stevige regenbuiSupermarkten zien omzet van duurzamere voeding weer stijgen 'Röntgenfoto' van groente en fruit werkt verspilling de voedselketen uit