Redactie Change Inc. 05 mei 2023, 10:00

Elektrisch rijden zit in een stroomversnelling: hoe staat het ervoor?

De overstap naar elektrisch rijden zit in een ongekende stroomversnelling. Hoe hard gaat het precies? Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen, en wat gaat er de komende jaren gebeuren? We vroegen het expert Auke Hoekstra en onze directeur Pieter van Ommeren.

Adobe Stock 485046674 De overstap naar elektrisch rijden wordt in de volle breedte omarmd. Ook autofabrikanten versnellen. | Credits: Adobe Stock

Hoe staat de transitie naar elektrisch rijden er op dit moment voor, vind jij?

Hoekstra: “Vijftien jaar geleden had ik verwacht dat het er ongeveer zo voor zou staan als nu. Ik ben dus wel blij met het tempo. Als ik kijk naar de voorspellingen die de afgelopen jaren gemaakt zijn, worden die continu overtroffen. 2035 is afgesproken als jaar dat er geen brandstofauto’s meer verkocht mogen worden. Maar ik denk dat we al eerder dan dat jaartal geen brandstofauto’s meer verkopen.”

Van Ommeren: “Erg goed. Tien jaar geleden werd er nog gediscussieerd over of het überhaupt wat zou worden met dat elektrisch rijden. Mensen waren nog sceptisch en batterijen waren nog te duur en te zwaar. Nu niet meer. Elektrisch rijden is breed omarmd. Op een enkeling na snappen we dat het niet alleen kan, maar ook moet.

Ook autofabrikanten zijn aan boord. We zien zelfs dat behalve auto’s ook busjes, grote bussen en zelfs vrachtwagens stap voor stap richting volledig elektrisch gaan. De discussie van wat kan en wat niet kan schuift dus steeds op. We blijven onszelf verbazen. En dus is de overtuiging er. Cruciaal is dat, want dat betekent ook dat de nodige investeringen in bijvoorbeeld innovaties en infrastructuur op gang komen.”

In hoeverre denk je dat de oorlog in Oekraïne bepalend gaat zijn voor de prijzen van gas en stroom en daarmee de transitie naar elektrisch rijden?

Hoekstra: “De oorlog in Oekraïne brengt de transitie denk ik in een versnelling, omdat we sneller van het gas af willen. Omdat ook mensen die bezig zijn met bijvoorbeeld nationale veiligheid het belang inzien van het afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Dat verbreedt de coalitie die nodig is voor de energietransitie. En dat is goed nieuws voor de overstap naar elektrisch rijden.”

Van Ommeren: “Die zorgt voor een versnelling. De prijzen waren zó hoog dat veel huishoudens met een enorm gestegen energierekening werden geconfronteerd. Dat is heftig en dat wil natuurlijk niemand. Tegelijkertijd heeft die situatie ervoor gezorgd dat nu zo’n beetje iedereen begrijpt: we moeten zelf energie opwekken, dat moet schoon en dat moet veel sneller dan we nu doen. Het mooie is dat we dat breder bekijken dan alleen elektrisch rijden. We hebben het dan ook over het verwarmen van onze huizen, bijvoorbeeld.”

De overheid bouwt de belastingtechnische stimulans om elektrisch te gaan rijden steeds verder af. Is dat wel een goed idee? En gaat dat niet te snel?

Hoekstra: “Die subsidie en belastingregels hadden volgens mij met een iets lager tempo afgebouwd kunnen worden. Maar erg is het ook weer niet. We moeten er op een gegeven moment aan geloven dat we stoppen met subsidie en belastingvoordeel. Dus dat dat punt wat eerder komt, dat is niet zo erg. We moeten zelfs gaan nadenken over hoe elektrisch rijden genoeg geld in het laatje gaat brengen. Want benzine en diesel brengen via belasting meer geld op voor de staatskas. Een maatregel als de kilometerheffing zie ik als een slimme oplossing. Bovendien kunnen we zo filevorming verminderen, door een hogere heffing te vragen tijdens de spits. Hoewel we natuurlijk moeten oppassen dat we daarmee mensen met een kleine portemonnee niet harder raken dan mensen met een dikke portemonnee.”

Van Ommeren: “Het is belangrijk dat de overheid bijspringt zolang elektrisch rijden nog niet rendabel is. Anders komt de transitie niet snel genoeg op gang. Die vaart zit er nu in. Maar de tweedehandsmarkt en de markt voor betaalbare elektrische auto’s nog niet. Dus het is belangrijk dat de overheid op die vlakken blijft helpen met bijvoorbeeld aankoopsubsidie tot die auto’s wel betaalbaar zijn.

Gelukkig zijn er steeds meer autofabrikanten die hard werken aan die betaalbare auto’s. Het is een kwestie van tijd, hoewel het natuurlijk sneller moet dan het nu gaat. Het goede nieuws is dat zakelijke leaseauto’s vrij snel op de markt komen als tweedehands auto’s. Dus ik doe hierbij een oproep aan bedrijven die het kunnen betalen: neem verantwoordelijkheid en elektrificeer je wagenpark zo snel mogelijk. Zo draag je bij aan de transitie naar elektrisch rijden.”

Experts zeiden twee jaar geleden dat 2025 het kantelpunt zou worden waarna elektrische auto’s in aanschaf goedkoper zouden zijn dan auto’s op benzine of diesel. Hoe zit dat nu? Gaan we dat nog halen denk je?

Hoekstra: “Zelf zei ik tussen 2025 en 2030. In de duurdere autoklassen gaan we dat makkelijk halen. De lagere segmenten gaan denk ik eerder richting 2030. Bloomberg New Energy Finance zegt dat we 2030 gaan halen. Wat ik ook gezegd heb is dat de Total Cost of Ownership (TOC) in 2025 al lager zal zijn. En dat gaan we sowieso halen. Sterker nog, die is in veel gevallen nu al lager dan die van een brandstofauto.

Wat je verder ziet is dat de verhouding in prijs tussen stroom aan de ene kant en benzine en diesel aan de andere kant, ongeveer gelijk blijft. Dat zal de komende jaren verwacht ik hetzelfde blijven. Zon en wind maken dat stroom wat goedkoper wordt, de investeringen in het stroomnet compenseren daarvoor. De verhouding tussen schone stroom en fossiele energiebronnen blijft dus ongeveer hetzelfde.

Alleen de efficiëntie waarmee we die schone stroom kunnen omzetten in bijvoorbeeld beweging via een elektrische auto, neemt enorm toe. Dat komt door steeds slimmere accu’s en betere aandrijflijnen. Dat is de reden dat elektrisch rijden in rap tempo goedkoper wordt dan rijden op benzine of diesel.”

Wat is er op het gebied van Nederlandse en Europese regelgeving veranderd de afgelopen tijd en welke invloed heeft dat op de transitie naar elektrisch rijden?

Hoekstra: “2035 is het jaar geworden waarin geen brandstofauto’s meer verkocht mogen worden binnen de EU. Dat is een belangrijke. Teleurgesteld was ik over de CO2-tussendoelen die we hebben afgesproken richting 2030. Uit mijn onderzoeken die ik voor Europarlementariër Bas Eickhout heb gedaan, blijkt dat die tussendoelen boterzacht zijn. Onder andere omdat hybride auto’s een stuk meer uitstoten dan op papier. En tegelijkertijd zie ik dat de markt harder gaat dan die tussendoelen. Die doelen hadden dus een stuk ambitieuzer gekund.

Gelukkig zijn er regelingen rond grote vrachtwagens die wél weer gunstig zijn. Zo heb ik meegewerkt aan de regeling dat vrachtwagens twee ton zwaarder mogen wegen. Daardoor wordt een groter accupakket mogelijk, want accu’s zijn zwaar. Dat kan de elektrificatie van grote vrachtwagens in een stroomversnelling brengen.

Verder heb je nog de verhandeling van CO2-certificaten. Kort gezegd betekent dat dat bedrijven onderling hun CO2-uitstoot kunnen afkopen. Tesla verdient daar behoorlijk aan bijvoorbeeld, want zij stoten minder uit dan hun concurrenten.

Dat kan prima werken. Enerzijds kun je je afvragen of je zo de juiste prikkels geeft aan de markt. Anderzijds kun je beargumenteren dat dat systeem fabrikanten een stimulans geeft om schonere auto’s te maken. Want concurrenten van Tesla zitten er niet op te wachten hun geld aan Tesla te betalen omdat ze zelf geen schone auto’s maken. Wat je wel ziet is dat bijvoorbeeld Shell zijn CO2-uitstoot kan afkopen bij bedrijven die wél schoon opereren.

Daar moet je grenzen aan stellen denk ik. Want ook die fossiele reuzen wil je motiveren. Anderzijds is het een valkuil om Shell in zijn totaliteit moreel af te wijzen, omdat ze niet evil zijn. Bovendien kunnen we niet morgen ophouden met de producten die ze leveren. Ze moeten natuurlijk wel sneller ophouden met die olie waar ze hun geld aan verdienen. Sneller dan nu gebeurt.

Tot slot moeten we er scherp op zijn dat dat soort bedrijven hun meest vervuilende activiteiten niet verkopen aan andere bedrijven om er op papier schoner op te staan. Netto schieten we op die manier niets op. Onderaan de streep moeten we minder CO2 uitstoten, dát is waar we op moeten focussen.”

Even los van Nederland, hoe staan andere landen ervoor?

Van Ommeren: “Nederland gaat als een trein, maar gelukkig gaan andere landen ook steeds sneller. Kijk maar naar Noorwegen, waar vorig jaar bijna 80 procent van alle verkochte auto’s volledig elektrisch was. Goed om te beseffen is dat elektrisch rijden in sommige opzichten makkelijker is in Nederland dan in andere landen.

De afstanden zijn hier klein. Overal kunnen laden, dat is dus makkelijker te regelen dan in andere landen. Range anxiety speelt daardoor niet echt meer een rol hier. In andere landen zijn ze nog volop bezig met zorgen dat je overal kunt komen met je elektrische auto. Dat moet zo snel mogelijk in orde zijn, zodat je met je elektrische auto zorgeloos door Europa kunt rijden.”

Welke technologische ontwikkelingen op het gebied van elektrisch rijden zijn bepalend?

Hoekstra: “De ontwikkeling van accutechnologie. Dat is veruit de belangrijkste. Denk aan solid state accu’s, die meer vermogen hebben. Of denk aan accu’s die steeds minder kobalt nodig hebben. Aan zogeheten structurele accu’s, die steviger zijn en daardoor minder materiaal nodig hebben om ze stevig genoeg te maken voor gebruik. Ook goed nieuws: accu’s worden steeds lichter, waardoor minder vermogen nodig is om eenzelfde rijbereik mogelijk te maken.

Verder wordt de aandrijflijn van elektrische auto’s volwassener, en daarmee goedkoper. Dat, samen met die steeds betere accu’s, zorgt ervoor dat vrachtwagens straks ook op grote schaal elektrisch kunnen rijden. En zelfs in de luchtvaart zie je positieve tekens. Ik verwacht dat er binnen vijf jaar in Europa een paar korte routes bestaan die je elektrisch kunt vliegen.”

Van Ommeren: Wat heel tof is, is dat je straks geen laadpas meer nodig hebt. Je auto verbindt zichzelf met de paal en berekent het gunstigste tijdstip om te laden. Een volgende belangrijke stap in de technologie rond elektrisch rijden is vehicle to grid. Dat is het idee dat auto’s eigenlijk batterijen op wielen zijn. En dus het stroomnet kunnen vullen wanneer het te leeg is en legen wanneer het te vol is.

De uitdaging daarbij is dat er bij dat ‘heen en weer’ laden van stroom, een deel van die stroom verloren gaat in de vorm van warmte. Dat moet en kan gelukkig ook beter. Maar uiteindelijk is slim gepland laden natuurlijk het beste: meer laden als er veel stroom is en minder laden als er weinig stroom is.”

Veel mensen zeggen dat het stroomnet helemaal niet klaar is en de komende jaren ook niet klaar gaat zijn voor de transitie naar elektrisch rijden. Hoe kijk jij daarnaar?

Van Ommeren: “Het stroomnet heeft het zwaar in de breedte van de energietransitie. We stappen nu in korte tijd over op elektrische verwarming, elektrisch rijden, elektrisch koken en meer. Dus moeten we rap uitbreiden. Dat betekent dat we bewust moeten sturen op vraag en aanbod van stroom. Want dan kunnen we de vraag over de dag uitsmeren en vooral stroom gebruiken wanneer we het hebben. De auto speelt daarin een belangrijke rol, want dat is in de meeste gevallen de grootste stroomgebruiker in een huishouden.

Dat alles wordt natuurlijk steeds belangrijker naarmate we meer stroom uit wind en zon opwekken. Want hoe meer we dat doen, hoe meer we te maken hebben met pieken en dalen die we niet zelf controleren. Andere ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld e-boilers. Binnenkort plaatsen we zo’n e-boiler in Diemen. Daarmee hebben we als er veel vraag is naar warm water een buffer en kunnen we bij veel aanbod van wind water duurzaam opwarmen. De gascentrale hoeft dan niet harder te draaien. Ook allerlei andere partijen zijn flink aan het innoveren, van installateurs tot makers van zonnepanelen.”

Elektrisch rijden is zolang we stroom niet schoon opwekken en accu’s zo vervuilend zijn, nog niet de heilige graal. Hoe komen we dichter bij de heilige graal, denk jij?

Hoekstra: “Stroom opwekken uit zon en wind is in een waanzinnig tempo goedkoper geworden de afgelopen jaren. Dat tempo gaat veel sneller dan we dachten, blijkt uit het laatste IPCC-rapport, hét wetenschappelijke rapport over de status van de energietransitie. Die ontwikkelingen gaan veel sneller dan de ontwikkeling van bijvoorbeeld kernenergie of het opslaan van CO2 onder de grond.

Sterker nog, het gaat zó snel, dat we moeten opschieten met het overstappen op elektrische auto’s. Omdat de toename in de hoeveelheid schone stroom die we kunnen opwekken, voorlopig harder gaat dan het tempo waarop we elektrische auto’s kopen.”

Van Ommeren: “De opwek van stroom wordt steeds schoner. Denk bijvoorbeeld aan de enorme windmolenparken die we op de Noordzee bouwen. En ook zonnepanelen worden snel goedkoper en beter. Realistisch gezien hebben we natuurlijk nog vele jaren fossiele brandstoffen nodig om de totale vraag aan te kunnen, maar we gaan de goede kant op.”

Het volledige artikel verscheen als eerste op Vattenfall.

Waarom echt duurzame verf nog niet bestaat en zelfs gevaarlijk kan zijn voor mens en milieu

Of het nu de VN is, de EU of ons eigen kabinet, allemaal zeggen ze hetzelfde. Om klimaatverandering tegen te gaan moeten we stoppen met fossiele grondstoffen als olie. B-Corp Van Wijhe Verf loopt daarin al voorop. Sinds 2012 gebruikt het familiebedrijf uit Zwolle biobased grondstoffen in muurverf. In zijn duurzame muurverf Wijzonol (nog niet in alles) vervangt Van Wijhe Verf grondstoffen uit aardolie door plantaardige olie. Die wordt gewonnen uit reststromen van olijven, maïs en zonnebloemen. Onuitputtelijke bronnen die binnen de levensduur van de verf terug kunnen groeien. Bovendien gaat het gebruik van dit soort restmateriaal niet ten koste van landbouwgrond en voedselproductie voor mens en dier. Het percentage biogrondstoffen in die verf bedraagt 40 tot 60 procent en neemt elk jaar toe. In de andere verven van Van Wijhe Verf ligt het percentage al rond de 20 procent. Weg van microplastics Maar biobased verf is niet per definitie groen of duurzaam. Er zit minder olie in, maar in die watergedragen verf kunnen nog steeds acrylaten zitten, kleine plastic bolletjes die de verf sterk en kras- en slijtvast maken. Die microplastics komen na gebruik in het milieu terecht, vervuilen oceanen en worden al teruggevonden in menselijk bloed. “Dat heb ik me lang niet gerealiseerd, maar acrylaten zijn microplastics”, zegt CEO Marlies van Wijhe. “Als je weg wilt van fossiel en je gaat acrylaten maken van biogrondstoffen, dan heb je nog steeds een acrylaat. Dat is een bioplastic. Dat is leuk, maar dan zitten we nog steeds met het probleem van microplastics. Daar willen we als wereld van af. Het is toch zonde dat je al die mooie biogrondstoffen gaat gebruiken voor iets wat het milieu niet verbetert. Wij zijn al een stap verder en willen dat niet meer.”CEO Marlies van WijheGeen milieuvervuiling Ook Ron Hulst, manager R&D bij Koninklijke Van Wijhe Verf, ziet deze nadelen van biobased verf. “Je kunt zo’n acrylaat uit olie ook bouwen van exact dezelfde bouwstenen uit de natuur. Dan is het zoveel procent biobased. Dat is mooi, want dan gebruik je geen fossiele basis. Maar je hebt wel een probleem aan de milieuvervuilende kant. Het gaat er niet alleen om dat je iets uit natuurlijke grondstoffen haalt, maar dat wat je maakt uiteindelijk het milieu niet vervuilt. Dus moet je geen acrylaten maken die niet afbreekbaar zijn en gewoon microplastics zijn.” Verf niet afbreekbaar Verf biologisch afbreekbaar maken is moeilijk. Dat raakt namelijk de essentie van verf, die oppervlakten moet beschermen tegen erosie, slijtage en weersomstandigheden. “Biobased verf is niet per se biologisch afbreekbaar. Dat is een ander misverstand. Wij kunnen helaas nog geen biologisch afbreekbare verf maken”, zegt Van Wijhe. Hulst: “We zijn daar wel mee bezig, maar hebben daarin nog een lange weg te gaan. Een verf moet iets beschermen. Als verf op kozijnen biologisch afbreekbaar moet zijn, heb je een probleem. We zijn enorm aan het nadenken om daar een oplossing voor te bedenken.” Verf van de toekomst Ook in de duurzame verf van Van Wijhe Verf zitten nog in beperkte mate microplastics, maar daar wil het bedrijf van af. De R&D-afdeling van Hulst is daarom op zoek naar de bindmiddelen en grondstoffen van de toekomst. Dat moet leiden tot verf zonder microplastics, die na gebruik biologisch afbreekbaar is. Dat is ook wat de EU graag wil, maar voor diverse toepassingen wordt dat lastig. Bijvoorbeeld voor autolakken of vliegtuiglakken, die zware omstandigheden moeten doorstaan. “Voor ons raakt biologische afbreekbaarheid aan de kern. We moeten door een transitie heen. We kunnen niet zomaar stoppen met alles, maar we zijn het wel zoveel mogelijk aan het afbouwen”, zegt Hulst. R&D manager Ron HulstBiobased niet altijd beter De nieuwe plantaardige grondstoffen die nodig zijn voor echt duurzame verf zijn nog niet uitgevonden, al heeft Van Wijhe Verf daar al wel ideeën over. Van Wijhe: “Wij willen af van het credo: biobased is beter. Dat is niet zo. Wij willen niet zozeer biobased verven maken. Wij willen verven maken die minder milieubelastend zijn. De trend bij de overheid is dat we meer biobased moeten gaan ontwikkelen. Dat klopt gewoon niet. Als we van olie af moeten is het niet de oplossing om alles biobased te maken.” Duurzamere verf soms gevaarlijk Er zijn meer redenen waarom biobased verf niet altijd duurzaam is. Ook natuurlijke grondstoffen kunnen bijvoorbeeld toxisch zijn, dus giftig voor de natuur. Daarnaast worden voor biobased verf al decennia lang grondstoffen als soja gebruikt, waarvoor oerwouden worden gekapt. Verf op waterbasis in plaats van op oliebasis wordt al dertig jaar als duurzaam bestempeld, maar ook daar kleven nadelen aan. Sowieso zitten in watergedragen verf ook oliederivaten, die nu zoveel mogelijk van biobased materiaal worden gemaakt. 10 miljoen doden door resistente bacteriën Er is echter nog een groot probleem met duurzame verf op waterbasis. De EU dwingt producenten van watergedragen verf namelijk om het gehalte aan conserveringsmiddelen te verminderen. Die zijn nodig als bescherming tegen schadelijke micro-organismen, zoals bacteriën, gisten, schimmels of algen. Die chemicaliën zitten niet alleen in watergedragen verf, maar ook in drukinkt, lijm en kit. Probleem is alleen dat er nog geen vervangers voor zijn. Zonder conserveringsmiddelen kunnen die micro-organismen door het water in de verf gaan groeien. Daardoor bederft niet alleen de verf, er is nog een veel groter probleem. Hulst: “Dat werkt de resistentie-opbouw van bacteriën in de hand. Zelfs de VN maakt zich daar zorgen over.” De VN schat dat in 2050 jaarlijks 10 miljoen mensen overlijden door resistente bacteriën, onder meer omdat ziekenhuisbacteriën resistent zijn geworden en niet meer te behandelen zijn met antibiotica. “Bacteriën worden nu resistent door wetgeving”, zegt Van Wijhe. Transparante meetmethoden Veel verfproducenten maken tegenwoordig goede sier met biobased verf, maar in de sector is ook sprake van onterechte claims en greenwashing. Om het aandeel plantaardige grondstoffen in verf vast te stellen, zijn er verschillende meetmethodes. Dat kan via koolstofdatering. Sommige producenten meten alleen de biogrondstoffen in bind- en oplosmiddelen. Van Wijhe Verf meet het gehalte in het hele verfvolume, het zogeheten Total Carbon Percentage (TC). Die methode is transparanter en voor iedereen controleerbaar. “Zo kunnen we appels met appels vergelijken”, aldus Van Wijhe. Greenwashing Maar er zijn ook methoden waarbij de hoeveelheid energie uit biomassa die gebruikt wordt bij de productie van verf meegeteld wordt in het biobased-gehalte. Dan ontstaat de situatie dat bij meer gesubsidieerde verbranding van bomen in kolencentrales – iets waar Nederland mee gaat stoppen – het biobased-gehalte in verf toeneemt. “Dat is toch van de zotte. Alle producten zijn dan net als vroeger. Je maakt geen stappen, maar je mag zeggen dat je biobased bent”, zeggen Van Wijhe en Hulst. “Dat is niet controleerbaar. Producenten kunnen dan zeggen: ik ga meer energie gebruiken. Dan neemt mijn biobased-gehalte toe. Dit wordt door verschillende grote bedrijven greenwashing genoemd. Zo kun je op papier vergroenen, terwijl het in de producten niet terug te vinden is. Dat willen wij niet.” Meer duidelijkheid in hergebruik Om meer inzicht te geven in het gebruik van plantaardige grondstoffen, bijvoorbeeld in de verf- en de chemiesector, heeft het Nova Instituut een nieuwe rekentool ontwikkeld: de Biomass Utilisation Factor (BUF). Die geeft een duidelijker beeld van het biobased gehalte en houdt ook rekening met circulaire grondstoffen uit reststromen. Hulst verwacht dat de BUF een uniforme rekenmethode op Europees niveau zal worden. “Biobased grondstoffen kun je allemaal meten. Maar als je materialen gaat hergebruiken en circulair gaat maken wordt dat lastiger. Wat de BUF probeert te doen is de complexe situaties rond het hergebruik van circulaire grondstoffen in juiste banen te leiden, zodat je die ook kunt meenemen”, zegt hij. Het hoofdkantoor van Van Wijhe Verf in ZwolleConsumenten overtuigen Als de verf dan biobased en duurzaam is, dan moet Van Wijhe Verf de consument ervan overtuigen dat die kwalitatief even goed en sterk is. “Je wilt dat mensen de kwaliteit waarderen en dat het ze niet uitmaakt. Dat imago is best lastig. Maar de oplosmiddel-houdende lakken in Nederland van Sikkens, Sigma en Wijzonol zijn al voor een heel groot deel lange tijd biobased, maar het interesseerde nooit iemand iets. Wij kunnen dus heel goede producten maken van biobased grondstoffen zonder dat iemand daar bij heeft stilgestaan. Dus als de consument koudwatervrees heeft voor biobased verf, dan moet die zich realiseren dat ie daar eigenlijk al heel lang mee werkt.” Lees ook: Hoe word je een B Corp? Marlies van Wijhe vertelt: "Het helpt je om steeds beter te worden"Nieuwe EU-wet in de maak om microplastics in het milieu tegen te gaan“Mijn fundamentele geloof is dat de chemische industrie niet zelf kan veranderen”In deze Nederlandse labs helpen de knapste koppen AkzoNobel, BASF en Shell vergroenenDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.